Monthly Archives: July 2016

Verenigde Staten, terrorist nummer 1

Het militair-industrieel complex aan de macht.

siria 2

Volgens de New York Times van 15 oktober 2014 (*) liet Obama de CIA een  onderzoek doen naar wat het stiekem financieren en leveren van wapens (‘covert aid’), met de bedoeling onwelgevallige regimes te ontwrichten en ten val te brengen, de VS had opgeleverd. Dat was omdat hij wilde weten of het zin had Syrische rebellen op te zetten tegen het regime Assad.

De vraag die Obama niet stelde was waarom de VS het recht zou hebben (anders dan het recht van de sterkste) gewapende opstanden te organiseren in landen waarvan het regime ze niet aanstaat en hoe de VS zou reageren als die landen opstandige groepen in de VS van wapens en training zou voorzien om de Amerikaanse regering ten val te brengen.

Het onderzoek van de CIA gaf Obama weinig reden te verwachten dat hij door opstandige religieuze groeperingen tegen Assad op te zetten en van wapens te voorzien Assad weg zou kunnen krijgen waardoor een Amerika gezind regime daarvoor in de plaats zou kunnen komen. Dat weerhield Obama er niet van om dat toch te doen. Misschien had hij ook andere bedoelingen.

In 1988 mengde de VS zich in de strijd van Angola tegen Zuid Afrika dat Angola was binnen gevallen. De VS voorzagen het terroristische Unita van Savimbi samen met Zuid Afrika van wapens. De UN schatte in 1989 dat de operatie 1,5 miljoen doden had gekost. Met hulp van Cubaanse troepen werd een eind gemaakt aan de opstand en de agressie van Zuid Afrika en de VS. De VS bleek een vriend van het apartheidsregime in Zuid Afrika en voor iedereen die daar nog niet van overtuigd was het duidelijk dat de VS een bedreiging is voor jonge staten die onafhankelijk proberen te zijn.

Na de mislukte door de VS georganiseerde invasie bij de Varkensbaai, besloot Kennedy (zie het hieronder afgedrukte memorandum waaruit blijkt dat de sabotage operatie ‘Mongoose’ de instemming had van de ‘higher authoriy’: de regering Kennedy) het Castro regime ten val te brengen door de handel met Cuba te verbieden (een verbod waar alleen het Oostblok en China zich niets van aantrokken) én door terroristische acties uit te laten voeren in Cuba. Keith Bolender heeft daar uitvoerig over geschreven in “Voices From the Other Side: an Oral History of Terrorism Against Cuba” (2010).

Mangoose

Om de agressie van de VS het hoofd te kunnen bieden riep Cuba de hulp van  Rusland in die raketten op Cuba installeerde waarmee een nieuwe inval door de VS zou kunnen worden afgeslagen. Nadat Kennedy had toegezegd van militaire invasies af te zien werden de raketinstallaties door Rusland weer verwijderd. De terroristische acties gingen echter zeker nog 30 jaar door.

Eigenlijk zijn er in de recente geschiedenis bijna alleen staatsgrepen en contrarevoluties aan te wijzen waar de VS de hand in had of bij betrokken was: Cuba 1898, Puerto Rico 1898, Filipijnen 1889, Panama 1903, Nicaragua 1909, Haïti & Dominicaanse republiek 1915, China 1945 (steun Kwomintang), Korea 1950, Perzïe (die de Sjah aan de macht bracht) 1953, Guatemala 1954, Vietnam 1958, Congo (moord Lumumba) 1960, Cuba 1961, Honduras 1963, Indonesië 1965, Griekenland 1967, Oman 1970, Bolivia 1971, Chili 1973, Argentinië 1976, Afghanistan 1978, Nicaragua 1980, Grenada 1983, Angola 1988, Panama 1989, Somalië 1993, Haïti 1994, Joegoslavië 1999, Afghanistan 2001, Venezuela 2002, Irak 2003, Honduras 2008, Tunesië 2011, Libië 2011, Syrië 2011, Egypte 2013.

Met name onder Obama is de VS zich ook gaan toeleggen op het gebruik van drones waarmee personen die geacht worden een bedreiging te vormen voor de belangen van de VS overal ter wereld kunnen worden gedood. Drones worden met name toegepast in Afghanistan, Pakistan, Jemen, Somalië, Irak en Syrië. Obama heeft zich er een  voorstander van getoond omdat het geen levens kost van Amerikaanse soldaten wat de weerstand van het Amerikaanse publiek tegen oorlogvoering minder maakt. Volgens Obama vindt het gebruik van drones heel secuur plaats zodat alleen de persoon gedood wordt die aan de beurt is om gedood te worden.

Volgens het ‘Bureau of Investigative Journalism’, de NGO ‘Reprieve’ en de site Intercept van Glenn Greenwald (waaraan documenten werden gelekt door medewerkers van het drone programma) zijn die drones helemaal niet zo secuur en bestaat 90% van de slachtoffers uit personen waarvan het niet de bedoeling was ze te doden, waaronder ook veel kinderen. Dat ligt erg voor de hand omdat de persoon die moet worden gedood zich vaak bevindt in gezelschap van familie en buren. Ook blijkt dat gewone boeren vaak ten onrechte worden aangezien voor gevaarlijke terroristen of de broer of de vader van de ‘terrorist’ per ongeluk als doelwit wordt geselecteerd. In Pakistan kwamen 874 mensen om bij pogingen om 24 ‘vijanden’ te treffen. In Jemen zou het gaan om 273 niet bedoelde op 17 bedoelde slachtoffers. Geschat wordt dat de oorlogvoering met drones inmiddels minstens 6000 onbedoelde slachtoffers heeft gemaakt.

De discussie over de vraag of die drones voldoende nauwkeurig zijn en of het technisch mogelijk is om ze preciezer te maken dreigt de principiële vraag aan de discussie te onttrekken waar de VS het recht vandaan haalt om de doodstraf te voltrekken aan iedereen ter wereld waartegen bij de Amerikaanse regering de verdenking bestaat dat die een bedreiging zou kunnen zijn voor de belangen van de VS. En nog wel zonder proces waarbij de schuld bewezen en de doodstraf door een onafhankelijke rechter opgelegd wordt. De VS doet niet eens moeite daar een juridische/morele rechtvaardiging voor te bedenken maar meent wel andere landen de maat te moeten nemen wat betreft de mensenrechtensituatie in hun land.

Over terrorisme gesproken, wat is het verschil tussen de sabotage die door de CIA wordt gepland en door bendes en doodseskaders wordt uitgevoerd die door de CIA worden getraind en bewapend om onwelgevallige regimes te ontwrichten enerzijds en de sabotage van Al Qaida en Taliban anderzijds? In 1996 liet de CIA bommen tot ontploffing brengen in hotels in Havana om het toerisme te ontmoedigen. De VS brengt dictaturen aan de macht die op grote schaal burgers doden, gevangen zetten, martelen en laten verdwijnen. Het doelbewust doden  met drones van burgers in Irak, Syrië, Pakistan, Jemen en Somalië, wat is precies het verschil met aanslagen op de burgerdoelen die door of in naam van Al Qaida en ISIS worden gepleegd? Het ene verschil is dat de VS een erkende staat is en Al Qaida en ISIS niet, het andere dat de schaal waarop de VS terroristische acties pleegt van een totaal andere orde is, namelijk onvergelijkbaar groter. Waarom het terrorisme van de VS minder verwerpelijk zou zijn dan het terrorisme van Al Qaida en ISIS valt moeilijk te begrijpen.

Verdedigers van de VS zullen aanvoeren dat de terreur van de VS uiteindelijk een nobel doel heeft: het verdedigen van vrijheid en democratie door dictatoriale regimes te voorkomen en ten val te brengen. In vrijwel alle gevallen, echter, waarin de VS zich meer of minder openlijk met geweld mengt in anderlands zaken was en is dat juist om democratisering terug te draaien en vazallen en dictators aan de macht te brengen die bereid zijn gemene zaak te maken met grote Amerikaanse bedrijven, ten koste van vrijheid en democratie.

Onder Bush is de strijd tegen het terrorisme steeds meer een doel op zichzelf geworden, een strijd die gestreden wordt onder andere met terreur, maar dan op veel grotere schaal. Het effect van deze ‘war on terror’ is nog veel meer terreur. Om twee redenen. De eerste is dat het omvangrijke leed dat aan burgers wordt aangericht in het kader van de strijd tegen terreur de haat tegen de VS en zijn bondgenoten aanwakkert en het draagvlak vergroot voor terroristische acties gericht tegen burgers in de VS en Europa. Paul Piller, ex CIA analist, wijst op de “resentment-generating impact of the U.S. strikes” in Syrië.

De tweede reden is dat groepen die door de VS getraind en bewapend worden om onwelgevallige regimes van binnen uit te bestrijden vroeg of laat hun eigen plan trekken. De Taliban is voortgekomen uit de Moedjahedien die door de VS bewapend werd om een eind te maken aan de overheersing door de Russen. ISIS is voortgekomen uit een alliantie van opstandelingen die groot zijn geworden door omvangrijke wapenleveranties, in veel gevallen via Saudi Arabië en Qatar, bedoeld om Assad te verdrijven. ISIS, dat door de VS wordt of zou worden bestreden, wordt door bondgenoten van de VS (en met kennelijke instemming van de VS) grootscheeps bevoorraad, wat er belangrijk aan bijdraagt dat de terreur zich uitbreidt.

Dat de door de VS geëntameerde terreur geen democratieën maar dictators aan de macht brengt en tot steeds meer terreur leidt kan moeilijk verklaard worden uit verstandsverbijstering waarvan dan al tientallen jaren sprake moet zijn. De vraag is dus wat de VS beoogt met al die terreur en met het aan de macht helpen van dictators

Volgens veel analisten vinden de gewelddadige interventies en terreur van de VS plaats om Amerikaanse bedrijven te helpen zich meester te maken van schaarse grondstoffen, landbouwgronden (‘land grabbing’ ), goedkope arbeid en nutsbedrijven. Democratie in en de onafhankelijkheid van grondstofrijke lage lonen landen met vruchtbare landbouwgrond staan aan dat streven in de weg omdat overal waar het volk zelf aan de macht komt dat volk er op uit is de opbrengst van grondstoffen, arbeid en landbouwgronden zoveel mogelijk ten goede te laten komen aan de bevolking zelf in plaats van aan buitenlandse ondernemingen en er op uit is nutsbedrijven (drinkwater!) juist niet te privatiseren, uitbuiting van arbeiders tegen te gaan en ervoor te zorgen dat ook buitenlandse bedrijven behoorlijk belasting betalen. Dat verklaart dat met hulp van de VS democratisch gekozen regeringen worden afgezet door kolonels en dat priesters en activisten die zich daartegen verzetten worden gevangengezet, verdwijnen of  worden vermoord. Het verklaart ook dat regimes die met succes het hoofd bieden aan de Amerikaanse inmenging het mikpunt worden van een door de CIA opgezette media oorlog waarin zij worden neergezet als regimes die op grote schaal mensenrechten schenden en een gevaar zijn voor hun buren, waardoor het gerechtvaardigd zou zijn met terreur en openlijke militaire interventie een eind te maken aan die regimes.

Wat als verklaring voor de Amerikaanse interventies en terreur weinig aandacht krijgt is de enorme invloed van de oorlog- en terreurindustrie. Een groot land dat vrijwel onafgebroken in oorlog is en meent gewelddadig in te moeten grijpen ook aan de andere kant van de wereld, is een ideaal oord voor overheidsdiensten en industrieën die zich toeleggen op bewapening, veiligheid, intelligence. Amerika gaf in 2010 700 miljard uit aan defensie (35 miljoen van de 320 miljoen Amerikanen leeft in armoede) . Amerika is de grootste wapenexporteur. Dat betekent dat het een enorme bedrijfstak is, een bedrijfstak waar heel veel mensen werken, waar heel veel geld om gaat en waarin particulieren, banken en financiële instellingen heel veel geld beleggen. Om te zorgen dat het een winstgevende bedrijfstak blijft waarin mensen niet bang hoeven te zijn voor hun baan (ook als het een baan is bij de CIA en bij ‘defensie’) doet de bedrijfstak er alles aan de vraag naar meer en nieuwe wapens aan te wakkeren, de vraag naar meer defensie, veiligheidsbeleid en grensbewaking te bevorderen, congresleden en publiek te beïnvloeden met verhalen waarin gewezen wordt op de Russische,  Chinese, Iraanse dreiging, het islamitisch gevaar, het gevaar dat schuilt in drugs en vluchtelingen. Voor alles waar het publiek bang voor te maken is, daar wordt het publiek bang voor gemaakt met als doel de verhoging van uitgaven voor bewapening en ‘veiligheid’ waardoor de oorlogs- en terreurindustrie winst kan blijven maken. Een industrie met veel invloed doordat politieke partijen zich er door laten sponsoren en invloedrijke overheidsfunctionarissen er niet zelden financieel belang bij hebben: “Cheney’s Halliburton Made $39.5 Billion on Iraq War”. International Business Times, 20 maart 2013.

Hoe meer geld een staat uitgeeft aan defensie, veiligheid, grensbewaking (het tegenhouden van vluchtelingen), hoe meer werk, winst en inkomens daarvan afhankelijk is en hoe meer gewicht het belang daarvan in de schaal legt bij politieke beslissingen om geweld en terreur in te zetten. Het gaat niet alleen om olie, land grabbing, goedkope arbeid en het afdwingen van ‘vrije’ handel. Het gaat ook en steeds meer om het verdienen aan oorlog en terreur als zodanig en daarvoor is het nodig dat er uitbarstingen van geweld zijn die dan met geweld bestreden moeten worden en als die uitbarstingen er niet zijn dan moeten die  georganiseerd worden door bevolkingsgroepen tegen elkaar op te zetten, verzet te organiseren tegen onwelgevallige regimes, doodseskaders op te leiden en aanslagen te laten plegen waarvan de schuld met veel publiciteit bij de vijand gelegd kan worden. Belangrijk is natuurlijk wel een pers die de officiële lezing van de overheid overneemt, maar daar is over het algemeen geen gebrek aan.

 

(*) https://chomsky.info/the-leading-terrorist-state/

La lucha contra las drogas

vice news

La lucha contra las drogas que Richard Nixon anunció en 1969, la que fue continuada y extendida por sus sucesores ha hecho mucho daño, no solo dentro de los Estados Unidos pero también y mucho más fuera los EE.UU. Como la ley seca, aprobada en 1920 y abolida en 1933, la lucha contra las drogas ha contribuido en gran medida a la aparición y el desarrollo de las bandas crimi­nales que toman ventaja de la prohibición. Bandas que se combaten violentamente, aterrorizan al pueblo y pro­vocan la violencia militar y policiaca lo que causa una vez más muchas víctimas civiles.

En un país como México hay mientras tanto más de 70.000 personas asesinadas, han desapare­cido más de 22.000 personas y huído unas 280.000.[1] También en Colombia, Guatemala, Pana­má, Honduras y otros países de América Central y de América del Sur la lucha contra las drogas ha causado muchas más víctimas que el consumo de las drogas. Mucho daño ha sido causado también al medio ambiente y a la salud por las fumigaciones aéreas de cultivos sospechosos con glifosato. El comercio de las drogas rinde tanto que las cartelas de drogas tienen suficiente dinero para sobornar fun­cionarios de los gobiernos. Y tanto dinero de drogas circula que es atractivo para los bancos de lavar el dinero negro ganado con el comercio de drogas. Así, los bancos cumplen un rol importante haciendo posible la compra de armas por las carteles de drogas. Finalmente, tanto instituciones gubernementales, bancos y empresas dependen para su existencia de la lucha contra las drogas lo que conlleva que terminar la lucha contra las drogas no es una opción..

Miles de familias en países que sufren bajo la lucha de las drogas, cuyas familias y amigos han desapare­cido y matado, empezaron una marcha a partir de Honduras a través de El Salvador, Guate­mala, México y Texas hacia Nueva York, donde tendría lugar la asamblea sobre las drogas de la ONU  el 9 abril de 2016. Con su Caravana de la Paz, la Vida y la Justicia apuntaron a la violencia y a la violación de los derechos humanos vinculado a la lucha contra las drogas.

morales masticando
Evo Morales siempre se ha presentado como un adversario de la lucha contra las drogas iniciada por los EE.UU. En 2008 echó el Drug Enforcement Administration (DEA) de las EE.UU fuera de Bolivia, acusando los EE.UU de usar la lucha contra las drogas como una justificación para intervenir en los asuntos interiores de los países de Centro y Sur América con el objetivo de llevar a cabo un nuevo colonialismo norteamericano y una nueva dependencia económica de las economías centro y sur americano de los EE.UU. También los gobiernos como Guatemala, México, Uruguay, Jamaica, Panamá, Colombia Perú, se oponen a la lucha contra las drogas como iniciado y abogado por los EE.UU.

La resistencia creciente a la lucha contra las drogas no ha sido solamente motivada por la critica sobre el método represivo y nocivo de la luche, pero también sobre la demonización de las drogas. En primer lugar, no es comprensible porque surgen tantos problemas con las drogas, mientras el uso del tabaco y del alcohol, los cuales causan mucho más daño a la salud, no han sido prohibidos. La razón  sobre todo parece ser que empresas norteamericanas y europeas ganan enormemente en la exportación del tabaco y del alcohol, que es bueno para la balanza comercial de estos países respectivos. Aparentemente la inquietud para la salud no es lo que importa, como también no fue importante cuando, en el siglo diecinueve, las potestades coloniales (especialmente Inglaterra y los Países Bajos) iniciaron e hicieron su fortuna con el comercio de opio en sus colonias y en los países derrotadas[2], y atacaron a  China para imponer al pueblo chino la compra de opio.

El hecho qua la cocaína es nociva para la salud no significa que sea el caso con masticar las hojas de coca lo que es una costumbre después miles de años en culturas indígenas por ejemplo en Perú, Colombia y Bolivia. Las hojas de coca contienen un pequeño porcentaje de materia que es el ingrediente principal de la cocaína. Por otra parte las hojas contienen también vitaminas  y nutrientes. En el caso hipotético que se debiera de erradicar todas las plantas que podrían usarse para destilar las materias con concentraciones nocivas, habría poca naturaleza que sobreviviría.

Pablo Kundt apunta en su artículo web 500 años de difusión de las drogas por el capitalismo [3] que en los EE.UU en el comienzo del vigésimo siglo los chinos solián usar como droga el opio, los negros la coca  y los mexicanos la marihuana. La clase dominante blanca relacionaría, según Kundt, el uso de esas drogas con “sexualidad desenfrenada, delincuencia, corrupción de las costumbres y vagancias”, que han sido supuestos a ser típico para las razas  no blancas. En otras palabras, se han sido atribuido los efectos viciosos a las drogas usadas por los no blancos.

Nixon decidió anunciar en 1969 su lucha contra las drogas. Su asistente de entonces John Ehrlichman explicó en una entrevista  en 1994  que Nixon lo decidió a fin de descreditar los negros, hippies y manifestantes contra la guerra en Vietnam, usando la opinión reinante entre muchos blancos que las drogas tuviera una influencia muy mala, provocando un relajamiento moral y falta de patriotismo.

En resumen. Faltan los argumentos racionales para luchar contra la coca, el opio y la marihuana, mientras que no hay una lucha contra el tabaco y el alcohol. Es plausible que esas drogas han sido consideradas nocivas, contrario al tabaco y al alcohol, porque no se han usado por la clase dominante de los blancos pero si por la clase menospreciada de los chinos, los negros y los mexicanos. Después las experiencias con la ley seca se pudo esperar con certeza que la lucha contra las drogas fracasaría y que daría origen al crecimiento de la mafia de las drogas. La cuestión es porque, a pesar de todo, miles de millones han sido gastados en la lucha de las drogas y porque terminar la lucha no es una opción.

La respuesta de la cuestión es que hay aparentemente muchos bancos, empresas, instituciones, partidos políticos y líderes para los que la lucha contra las drogas ofrece muchas oportunidades para ganar dinero y poder. Los bancos porque pueden lavar el dinero negro de la mafia de las drogas, la industria de las armas porque pueden vender armas a la mafia y al gobiernos para combatir a la mafia. Las empresas como Monsanto porque pueden vender los productos químicos para la erradicación por fumigación aérea de los cultivos ilícitos de la coca. Las prisiones privadas en los EE.UU que prosperan por la creciente cantidad de los delincuentes de las drogas. Funcionarios de los gobiernos que pueden elaborar regulaciones para prohibir el consumo y el comercio de las drogas. Servicios de la aduana, policía e inteligencia para investigar y perseguir violadores. Y final­mente, los líderes políticos que han conectado su popularidad con la lucha contra las drogas.
[1] Christiano Morsolin. http://contralapropagandamediatica.blogspot.nl/2016/04/bolivia-ungass-asamblea-general-de-las.html

[2] https://es.wikipedia.org/wiki/Guerras_del_Opio

[3] https://lahaine.org/internacional/500_capitalismo.htm

Strijd tegen de drugs

vice news

De strijd die Nixon in 1969 aankondigde tegen de drugs en die door zijn opvolgers werd voortgezet en uitgebreid heeft uitsluitend kwaad gedaan in, maar vooral ook buiten de VS. Evenals als het in 1920 in de VS ingevoerde verbod op alcohol, dat in 1933 weer ongedaan werd gemaakt, heeft de strijd tegen drugs belangrijk bijgedragen aan de vorming van criminele bendes die verdienen aan het overtreden van het verbod. Criminele bendes die elkaar met geweld bestrijden, de bevolking terrori­seren en politieel en militair geweld uitlokken waarmee nog eens zeer veel burgerslachtoffers worden gemaakt.

In een land als Mexico zouden inmiddels ruim 70.000 mensen zijn gedood, worden er meer dan 22.000 vermist en zijn er ruim 280.000 gevlucht.[1] Ook in Colombia, Guatemala, Panama, Honduras en andere Midden en Zuid Amerikaanse landen heeft de strijd tegen de drugs aanzienlijke aantallen slachtoffers gemaakt. Ook is grote schade aangericht aan het milieu door het be­sproeien vanuit de lucht met bestrijdingsmiddelen van velden waarvan aangenomen werd dat zich daar cocaplantages bevinden. De handel in drugs brengt zoveel op dat drugsbendes voldoende geld hebben om overheidsfunctionarissen om te kopen en banken bereid zijn om al dat drugsgeld wit te wassen waarmee die bendes zich van moderne wapens kunnen voorzien. En ten­slotte, er zijn inmiddels zoveel ambtelijke diensten en bedrijven wier bestaan afhankelijk is van de strijd tegen de drugs, dat het staken van die strijd politiek niet bespreekbaar is.

Honderden families in landen die het meest te lijden hebben onder de strijd tegen de drugs zijn in maart 2016 vanuit Honduras een mars begonnen via Honduras, El Salvador, Guatemala en Mexico om 19 april in New York aan te komen waar een bijeenkomst plaatsvond van de VN over drugs. Met hun Caravana de la Paz, la Vida y la Justicia wilden zij de aandacht vestigen op het geweld en schen­ding van mensenrechten die met de strijd tegen de drugs samenhangen.

morales masticando

Evo Morales heeft zich altijd al laten kennen als een tegenstander van de door de VS geïnitieerde strijd tegen de drugs. In 2008 heeft hij de Drug Enforcement Administration van de VS Bolivia uitgezet. Hij beschuldigt de VS ervan de strijd tegen de drugs aan te grijpen als een rechtvaardiging om zich te bemoeien met de binnenlandse aangelegenheden van Midden- en Zuid Amerikaanse landen en om die landen economisch afhankelijk te maken van de VS. Ook regeringen van landen als Guatemala, Mexico, Uruguay, Ecuador, Jamaica , Panama, zijn zich gaan keren tegen de ‘war on drugs’.

Het groeiende verzet tegen de  strijd tegen drugs wordt niet alleen ingegeven door kritiek op de wijze waarop die strijd gevoerd wordt, namelijk door repressie, maar ook door het demoniseren van drugs. In de eerste plaats valt niet in te zien waarom zoveel drukte wordt gemaakt over drugs, terwijl het ge­bruik van tabak niet en alcohol niet meer verboden wordt. De VS en Europa verdienen enorm aan de export van ta­bak, maar landen waar coca, hasj en opium verbouwd wordt mogen die niet exporteren. Kennelijk is bezorgdheid over gezondheidsschade niet waar het bij de strijd om drugs om gaat. Dat is ook al onaannemelijk omdat koloniale landen als Nederland en Engeland de handel in opium in de 19e tot grote bloei hebben gebracht en zich daar aanzienlijk mee hebben verrijkt.

Overigens, de cocaïne die uit cocabladeren wordt gehaald mag dan schadelijk zijn voor de gezond­heid, voor cocabladeren hoeft dat niet te gelden. In een cocablad zit gemiddeld namelijk maar 0,1% tot 0,9% grondstof voor cocaïne. Daarnaast zitten er ook voedingsstoffen en vitaminen in. Het wordt al eeuwen gebruikt door de inheemse bevolking door er op te kauwen. Het valt ook daarom niet in te zien waarom het verbouwen van cocaplanten verboden zou moeten wor­den. Als je alle gewassen zou willen uitroeien waaruit grondstoffen zouden kunnen worden gedestilleerd voor schadelijke producten, zou er weinig van de natuur overblijven.

Pablo Kundt wijst er in 500 años difusión de las drogas por el capitalismo [2] op dat in het Amerika van begin 20e eeuw chinezen opium plachten te gebruiken, de zwarte bevolking coca en mexicanen marihuana en dat de dominante witte klasse het gebruik van deze middelen in verband bracht met seksuele ongeremdheid, delinquentie, lanterfanten en verlies van goede zeden waarvan naar het vooroordeel van de witte klassen sprake was bij bevolkingsgroepen die niet geacht werden te behoren tot het witte ras. Met andere woorden, aan opium, coca, marihuana werd een verderfelijke invloed toegeschreven om racistische redenen.

Nixon besloot in 1969 de strijd tegen de drugs uit te roepen. Zijn assistent Ehrlichman verklaarde in 1994 dat Nixon daartoe besloot om zwarten, hippies en tegen de oorlog in Vietnam demonstreren­de studenten in een kwaad daglicht te kunnen stellen, waarbij Nixon inspeelde op de al veel langer bij het Amerikaanse witte publiek bestaande opvatting dat drugs iets te maken moesten hebben met de zedenverwildering die in het racistische Amerika aan alles en iedereen werd toegeschreven die niet tot het witte ras behoorde.

Rationele argumenten om wél tegen coca, opium en marihuana te strijden en niet tegen tabak en alcohol ontbreken. Het is alleszins aannemelijk dat deze drugs wél schadelijk werden geacht en tabak en alcohol niet, omdat ze niet door de dominante witte klasse gebruikt werden en wél door de in de VS gediscrimineerde chinezen, zwarten en mexicanen. Dat de strijd tegen drugs wei­nig kans zou hebben en een drugsmaffia zou doen ontstaan had men na de ervaring met de drooglegging kunnen verwachten. De vraag is waarom er niettemin miljarden dollars in werden geïnvesteerd en waarom het staken van die strijd in de VS niet bespreekbaar is.

Het antwoord op de vraag is dat er kennelijk veel banken, bedrijven, instellingen en politici zijn en waren voor wie de strijd tegen de drugs economisch voordeel biedt: banken omdat ze het geld van de drugsmaffia kunnen witwassen, de wapenindustrie omdat ze zowel de drugsmaffia als regeringen van wapens kunnen voorzien, Monsanto omdat die bestrijdingsmiddelen kan leveren om cocaplantages te vernietigen, commerciële gevangenissen om drugsdelinquenten op te kunnen sluiten, ambtenaren die anti-drugsregelgeving kunnen maken, politici die hun reputatie met de strijd tegen de drugs verbonden hebben, wetenschappers die zich laten betalen om aan te tonen dat drugs veel schadelijker zijn dan tabak en alcohol. En, zoals dat van begin af aan het geval is geweest in de VS, een blanke bovenlaag waarvoor de strijd tegen de drugs in feite een strijd is tegen alles wat niet blank is.

[1] Christiano Morsolin. http://contralapropagandamediatica.blogspot.nl/2016/04/bolivia-ungass-asamblea-general-de-las.html

[2] https://lahaine.org/internacional/500_capitalismo.htm