Monthly Archives: September 2016

Hoe de elite in het westen zijn slag slaat na het uit elkaar vallen van de Sovjet Unie

Wat weinig mensen zich misschien realiseren is wat de neoliberalisering die zich vanaf eind 80-er jaren heeft voorgedaan te maken heeft met het uit elkaar vallen van het Sovjetblok. De Amerikaanse socioloog Parenti heeft daar een stuk over geschreven dat hieronder is samengevat. *

De leiders van de VS hebben jarenlang gestreden met het communistische blok om de gunst van arbeiders en arme landen om te laten zien dat zij veel beter af waren en zou­den zijn met de op de vrije markt gebaseerde economie dan met de communistische sovjet economie. En natuurlijk wezen ze daarbij niet op het onbetaalbare onderwijs, de onbetaalbare gezondheidszorg en de onbetaalbare huis­vesting in het “vrije” westen.

Om te laten zien dat het leven voor gewone mensen in het westen beter is dan onder het communisme werd de 8-urige werkdag ingevoerd, de  sociale zekerheid, het mini­muminkomen, invaliditeitspensioen, verlof voor vakantie en zwangerschap. En om het imago van de VS in Azië, Afrika en Latijns-Amerika op te poetsen werd gedurende de koude oorlog in de VS campagne gevoerd tegen rassendiscriminatie.

Het uit elkaar vallen van de Sovjet Unie bracht grote vreugde in het westen: de supe­rio­riteit van de vrije markt was nu toch wel voor iedereen zichtbaar. Maar dat was het rechtse conservatieve kamp niet genoeg. Die vroeg zich af: nu het communisme aan de verliezende hand is, waar zijn dan al die collectieve voorzieningen, dat minimum inko­men en al die regulering in het westen dan nog voor nodig?

In 1992 (de Berlijnse muur werd in 1989 verwijderd) was het voor het conservatieve kamp duidelijk dat de tijd gekomen was om de klasse van arbeiders zijn plaats te wij­zen. Door het wegvallen van het communistisch al­ternatief was het immers niet meer nodig arbeiders voor zich te winnen. Inschikkelijkheid was dus overbodig geworden.

Door de geschiedenis heen hebben mensen die de baas zijn maar één ding gewild: alles. De beste grond, de beste kudde, alle rijkdom, alle belangrijke posities in de overheid, alle subsidies en privileges, onschendbaarheid, alle luxe en voordelen van de beschaafde samenle­ving en dat allemaal uiteraard zonder zelf belasting te betalen.

Derde wereld toestanden ook in het westen

Na het uit elkaar vallen van het sovjetblok begreep de rijke elite in het westen dat het niet meer nodig was de werkloosheid terug te dringen. Een hoog niveau van werkloos­heid kwam juist goed uit. De vakbeweging moest een toontje lager zingen, arbeiders moesten met minder genoegen nemen en het maakte groei moge­lijk zonder inflatie.

Groei zonder inflatie klinkt mooi, maar brengt wel met zich mee dat de VS bezig een derde wereld land te wor­den doordat ook in de VS de mensen armen worden. De rijke elite ziet niet waarom miljoenen arbeiders een fatsoenlijk bestaan zouden moe­ten heb­ben, een eigen huis en vast inkomen. Ook zien die niet waarom de midden­klasse niet wat kleiner zou kunnen.
Als mensen veel hebben, zo weet de rijke elite uit eigen ervaring, willen ze altijd meer en zou je zomaar in een social democratie terecht kunnen komen. Beter is het dus de massa harder te laten werken voor minder geld, zoals het in de 19e eeuw was en nu in de derde wereld is. Het ideaal van de rijke elite is een massa armen en werklozen om de lonen laag te kunnen houden en een kleine middenklas­se die naar de pijpen danst van de steenrijke elite.

Voor de elite is het moment daar om te snijden in het onderwijs, de medische zorg, de bi­bliotheken, het openbaar vervoer en andere publieke diensten. De vakbewe­ging wordt aange­pakt, vaste banen verdwijnen, het minimum inkomen gaat op de helling, het milieu hoeft niet meer te worden beschermd en de belasting op investeringen gaat omlaag. Zij die al veel hebben, krijgen nog veel meer

De rechtse reactie in de VS is overgewaaid naar Europa, Canada, Australië en Nieuw Zeeland, waar het nu ook deregulering, privatisering en denivellering is wat de klok slaat. Terwijl het com­munisme in Oost-Europa en de sociaaldemocratische partijen in West-Europa terrein verliezen, aangemoedigd door commentatoren die daarin het ein­de van de klassenstrijd zien, wordt de klas­senstrijd door de rijke elite juist met meer verbetenheid gevoerd.

Derde wereld wordt vierde wereld
Hand in hand met de verslechtering van de leefomstandigheden in de VS en in het overige wes­ten, vindt er een economische ineenstorting plaats in veel derde wereld landen.

In de tijd van de koude oorlog was de Amerikaanse politiek er immers op gericht het communisme in te dammen door de economische groei in niet-communistische staten een handje te helpen. Maar de economische ontwikkeling in de derde wereld begon de winstgevendheid te bedreigen van Amerikaanse multinationals. Aan het eind van de 70-er jaren voelden o.a. Brazilië, Mexico, Tai­wan, Zuid Korea zich sterk genoeg om niet meer afhankelijk te zijn van Amerikaanse investerin­gen en begon hun export te con­cur­reren met die van de VS en bovendien in de VS binnen te dringen. Leiders van de derde wereld begonnen ook meer en meer gezamenlijk op te trekken.

Reeds in de 80-er jaren begonnen steeds meer Amerikaanse politici te vinden dat het Amerikaanse kapitalisme eigenlijk geen belang had bij welvaart en economische ont­wik­keling in de derde wereld. Er werd een eind gemaakt aan hulpprogramma’s. Het buitenlands be­leid zou veel meer worden gericht op een wereld van vrije handel, zon­der belemme­ringen voor Amerikaanse en westerse multinationals en ongeacht de ge­volgen voor mens en milieu in de derde wereld.

Een machtig middel om landen arm en afhankelijk te maken is die landen schulden aan te laten gaan die dan haast niet afbetaald kunnen worden, zodat telkens nieuwe kre­die­ten nodig zijn die dan worden verstrekt door het IMF en de Wereldbank (waarin de VS de dienst uitmaakt), maar alleen als die landen bereid zijn ingrijpende neoliberale maatregelen te nemen: bezuiniging op sociale zekerheid, afschaffen van belemmerin­gen voor bui­ten­landse in­vesteringen, privatiseren van pu­bliek bezit en staatsbedrij­ven.

Deze neoliberale maatregelen worden de landen opgedrongen om inflatie af te rem­men, ex­port te bevorderen en de financiële positie van de schuldlanden te verbeteren. In feite zijn deze maatregelen er echter op gericht multinationals toegang te verschaf­fen: voor een appel en een ei grond en particuliere- en staats­bedrijven op te kopen. Talloze boeren raken hun grond kwijt doordat de grond die zij in gebruik hadden door de staat aan buitenlandse bedrijven wordt verkocht. Mas­sale werkloosheid, armoede, onder­voeding en epidemieën zijn het gevolg.

Landen als de Filipijnen, Brazilië, Mexico, Haïti, Zaïre zijn als gevolg van het buitenlands beleid van Amerika en het westen sinds de 80-er jaren aanzienlijk verarmd. De onder­voeding in een stad als Mexico is in korte tijd verzesvoudigd. Eén vijfde deel van de be­volking van Mexico stad is ernstig ondervoed. Ziektes als cholera, knokkelkoorts en an­dere ziekten die met onder­voeding samenhangen namen binnen een jaar met een fac­tor tien toe. De gezondheidszorg in Mexico is in elkaar gestort. Allemaal als gevolg van de aan Mexico opgelegde maatregelen om de economie weer “gezond” te maken zo­dat Mexico aan zijn schuldverplichtingen zou kunnen voldoen.

Om het nog erger te maken hebben de rijkste geïndustrialiseerde landen, het voor­beeld van de VS volgende, aanzienlijk bezuinigd op wat zij uitgeven aan ontwikkelings­hulp aan arme landen voor onderwijs, milieubescherming, familieplanning en gezond­heids­zorg. Zoals de Los Angeles Times op 13-6-95 schreef: met het verdwijnen van de sovjet dreiging is het niveau van de hulp teruggebracht. Het rijkste land ter wereld, de VS, geeft minder dan 0,02% van het bruto natio­naal pro­duct uit aan hulp, het laagste percentage van alle geïndustrialiseerde landen.

Landen waarvan de regering probeert de natuurlijke hulpbronnen en het milieu te beschermen, de eigen bedrijvigheid te stimuleren, publieke gezondheidszorg uit te bouwen en de laagste lonen op te trekken worden daarin aanzienlijk gehinderd door het GATT (Wereldovereenkomst voor Tarieven en Handel) omdat maatregelen die zij zouden moeten om de economie in hun land te stimuleren worden aangemerkt als ongeoorloof­de belemmeringen van de vrije internationale handel.

Regeringen die in hun land hervormingen tot stand willen brengen worden niet alleen via het GATT, het IMF en de Wereldbank tegengewerkt, maar zo nodig ook met militair geweld. Daar zijn veel voorbeelden van zoals Libië, Panama, Irak, Granada, Mozambi­que, Nicaragua, Joego­slavië, Zuid-Jemen. De industriële vooruitgang van Joegoslavië bijvoorbeeld mocht niet al te concurrerend worden voor het westen. De oorlog tegen Joegoslavië en de opdeling van het land hadden de bedoeling er een paar kleine staten van te maken waarin rechts het voor het zeggen zou krijgen en westerse multina­tio­nals hun gang konden gaan.

Voor derde wereld landen is de weg naar economische ontwikkeling die van nationale econo­mische ontwikkeling, maar die wordt in de nieuwe wereldorde niet getolereerd, die stuit op de strategie van de rijke elite van de VS waar­van het doel is een we­reld te scheppen waarin haar winsten gemaximaliseerd worden ten koste mens en milieu.

Gaan armoede en economische groei samen?
Als de lonen overal ter wereld lager worden doordat een steeds kleinere elite alle rijkdom naar zich toetrekt, is er dan nog wel voldoende koopkracht om de economie aan de gang te houden? Als er massaal producten worden gemaakt en mensen hebben het geld niet om die te kopen, dan valt er met die productie immers niets meer te ver­dienen? Met dat argument wordt betoogd dat het met de dreigende verpaupering in de wereld wel mee zal vallen omdat het in het eigen belang van de rijke elite is om armoede tegen te gaan. Dat argument gaat om een aantal redenen niet op.

Dat lonen zowel in de arme landen als in de geïndustrialiseerde landen voortdurend omlaag gaan wordt gecompenseerd doordat er voortdurend nieuwe slecht betaalde banen worden ge­­creëerd. Waar voorheen de man de kost verdiende voor het hele gezin moeten nu ook vrouw en kinderen helpen de kost voor het gezin te verdienen. Per saldo blijft de koopkracht van het gezin min of meer gelijk maar er moet veel meer voor gewerkt worden. Datzelfde is het geval waar mensen door verlaging van lonen gedwongen worden twee of drie banen te nemen, zo­dat ze niet 8 maar 14 of 16 uur per dag moeten werken om hun koopkracht vast te houden.

Minder inkomsten betekent in veel gevallen dat mensen zich steeds meer in de schul­den gaan steken en op afbetaling gaan kopen. Er worden dus nog steeds woningen, auto’s, koelkasten e.d. ge­kocht, maar tegelijk neemt de schuldenlast toe. Wat ook weer betekent dat er meer gewerkt moet worden.

De koopkracht en de vraag van de rijken neemt toe. Tijdens de recente economische crisis steeg de omzet in juwelen, antiek, kunst, luxe appartementen, landgoederen, luxe auto’s, luxe cruises. Met andere woorden: verlies aan koopkracht per hoofd van de bevolking bij arme men­sen wordt gecompenseerd door een groei van koopkracht bij de rijken waardoor de economie per saldo kan blijven groeien terwijl de armoede toeneemt.

Dat de lonen van de grote massa van minima omlaag gaan neemt niet weg dat er een middenklas­­se bestaat die voldoende draagvlak oplevert voor de afzet van producten en diensten. In een land als India met 900 miljoen inwoners zijn er altijd nog 80 miljoen die niet in armoede leven, een markt groot genoeg om de economie te doen groeien.

(Noot: wat Parenti niet noemt is de enorme toename van de oorlogs- en veiligheids­industrie. Weliswaar stagneert door de groeiende armoede de vraag naar producten en diensten die mensen nodig hebben om in hun eerste levensbehoeften te voorzien, maar onder­nemers die winst willen ma­ken kunnen zich toeleggen op de wapenindus­trie, geprivatiseerde gevangenissen en het weren van vluchtelingen. Het buitenland-, veiligheids- en vluchtelingenbeleid van westerse landen garandeert groeiende omzet).

Arme mensen moeten ook aan het algemeen belang denken
Terwijl onze planeet en de wereldbevolking door een kleine steenrijke elite wordt ge­plunderd krijgen arme mensen van hogerhand het advies om minder egoïstisch te zijn. Gehuld in een schitterend met goud versierd gewaad, veroordeelt paus Johannes Pau­lus II (de pool Karol Józef Wojtyła) in 1995 het egoïsme, de begeerte naar macht en de­genen die hun hoop vestigen op wapens (New York Times, 17-4-95).

De paus doelde daarmee niet op de brutale plutocraten en rechtse militairen die de dienst uitmaken en zoveel landen hebben geruïneerd en evenmin op de bloeddorstige bendes die met hulp van de CIA honderdduizenden mensen in Mozambique, Angola, Nicaragua, Afganistan, Guatemala en vele andere landen hebben uitgemoord en even­min op de bazen van multinatio­nals die de planeet uitputten en het milieu verwoesten.

Nee, de paus doelde op de Koerden, de Palestijnen en de inheemse volken van Latijns Amerika die behoren tot de armsten der aarde. Zij zijn het die volgens paus Johannes Paulus II van geweld moeten afzien en moeten kiezen voor de vreedzame dialoog. En daarmee brengt deze paus goed onder woorden hoe de steenrijke elite het ziet.

Zij die menen onze leiders te zijn maken zich schuldig aan het grootst mogelijk bedrog. Hoop voor de wereld is alleen mogelijk als mensen gaan begrijpen dat de omstandig­heden waar ze het hoofd aan moeten bieden niet veroorzaakt worden door ‘moeilijke tijden’ maar het resultaat zijn van weloverwogen roofzucht van de rijken, van het be­werkstelligen van hun armoede en machteloosheid door de rijken.

* Samenvatting en bewerking van “La caída” uit Sucias Verdades (2011) van de Amerikaanse socioloog Michael Parenti. Het boek verscheen in 1998 in Engelse versie onder de titel “Dirty Truths”.

 

Christenunie is de krakers spuugzat

Volgens fractievoorzitter Maarten van Ooijen is de Christenunie het kraken van woningen spuugzat”. Ze zouden de broodnodige vernieuwing in Kanaleneiland tegenwerken die een gebalanceerde mix van bewoners beoogt en dat zou juist niet in het belang zijn van kwetsbare mensen. Hij roept de SP-wethouder, ooit zelf kraker, op om er wat aan te doen.

De Christenunie was de laatste waar ik nog een beetje geloof in had, althans wat betreft de sociale agenda. GroenLinks besloot haar idealen al in 2006 prijs te geven, de SP deed dat in 2014. Je moet toch wat als je per sé in het college wil zitten. De Christenunie staat nu kennelijk ook te trappelen.

Sinds 2000 is Utrecht bezig om zoveel mogelijk sociale huurwoningen te slopen dan wel over te he­velen naar de vrije sector. In 1996 was het aandeel sociale huur 46%, het beleid is erop gericht dat terug te dringen naar 30%. Marie Louise van Kleef (PvdA) begon ermee, Harrie Bosch (PvdA) en  Gil­bert Isabella (PvdA) zetten het voort. Datzelfde beleid wordt nu door Paulus Jansen (SP)uitgevoerd. Het maakt echt niets uit van welke politieke kleur de wethouder is.

Het beleid om sociale huur terug te dringen wordt verpakt met borrelpraat, terwijl het domweg een kwestie is geld. Sociale huur levert weinig op. De gemeente verdient meer aan grond onder de vrije sector. Daarbij komt dat het slopen van sociale huur en het renoveren voor de vrije sector aan vast­goedcowboys en bouwend nederland ten  goede komt, wat in feite de groep is waar elk college in Utrecht zich voor uitslooft.

Die borrelpraat houdt in dat de samen­stelling van de stad en de wijkbevolking gevarieerder moe­t zijn: meer midden inkomens en minder kansar­men en allochtonen. Een “gebalanceerde mix” zoals Maarten van Ooijen dat noemt. Vreemd genoeg wordt dat verhaal nooit aangevoerd om meer sociale huur te realiseren (of vluchtelingen te huisvesten) in het Wilhelminapark of in andere gegoede wijken en buurten.

Dat een homogeen samengestelde buurt problemen geeft is niet per sé het geval. In het verleden zijn  veel homogene arbeidersbuurten gebouwd en veel van die buurten waren een toonbeeld van sociale saamhorigheid. En, zoals gezegd, over de homogene samenstelling van het Wilhelminapark maakt niemand zich druk. Dat in Kanaleneiland en Overvecht veel armoede voorkomt is waar, maar doe dáár wat aan in plaats van die arme mensen ook nog eens hun sociale huurwoning af te pakken.

Kansarm en allochtoon in Nederland is helaas vrijwel synoniem. Spanjaarden, Grieken, Turken en , Marok­kanen zijn immers door de regering en het bedrijfsleven naar Nederland gehaald om het sme­rige en zware werk te doen waardoor je vroeg of laat in de wao en de bijstand terechtkomt. Daarbij komt dat allochtonen zowel in het onderwijs als op de arbeidsmarkt aanzienlijk minder kansen heb­ben dan witte nederlanders.

Of het nog zo is weet ik niet, maar jarenlang heeft de gemeente bij de toewijzing van sociale huur­woningen ook een “maatwerk”-beleid gevoerd, wat inhoudt dat je alleen voor een sociale huurwo­ning in aanmerking komt als je niet kansarm bent. Ook al met het argument dat het beter is voor de buurt dat er minder kansarmen wonen. Dat bouwen voor de vrije sector voor door­stroming zorgt waardoor goedkope woningen beschikbaar komen voor kansarmen is dus een leugenachtig argu­ment, want de gemeente wil kansarmen ook uit de sociale huur weren.

Gegeven het feit dat kansarm en allochtoon in Nederland helaas maar al te vaak samengaat, komt het standpunt van de “uitgebalanceerde” mix (relatief meer middenklassers) domweg neer op een beleid om allochtonen te weren.  Dat is precies wat Wilders propageert. Overigens, of het beleid er  op gericht is Marokkanen of kans­armen de stad uit te werken, in beide gevallen is het dis­criminatie.

Wat mij in het geval van Maarten van Ooijen van de Christenunie zo ontzettend stoort is dat de Christenunie zich uitdrukkelijk, meer dan het CDA waarbij iedereen al lang vergeten is waar die “C” voor staat, op de Bijbel beroept.

De Bijbel roept op de vreemdeling lief te hebben (“Iemand die als vreemdeling in jullie land verblijft, mag je niet onderdrukken. Behandel  vreemdelingen die bij jullie wonen als geboren Israëlieten. Heb hen lief als jezelf, want jullie zijn zelf vreemdelingen geweest in Egypte” (Lev. 19:33-34). Ook roept de  Bijbel op het voor de kansarme op te nemen. “Ik verzeker jullie, alles wat je voor één van deze minste broeders van Mij hebt gedaan, heb je voor Mij gedaan.” (Mattheus 25:40). Mij dunkt dat de krakers meer in de geest van de Bijbel handelen dan Maarten van Ooijen van de Christenunie.

Fascisme in streepjespak

Een samenvatting van het gelijknamige hoofdstuk uit Dirty Truths (1996) van Michael Parenti. 

De smerige waarheid is dat veel mensen denken dat het fascisme wel meevalt, dat het niet iets is om je echt ongerust te maken. Desgevraagd lieten business mensen die het Iran onder de Sjah hebben meegemaakt zich er zelfs lovend over uit: “het was prima”. Goedkope arbeidskrachten, hoge winsten. Zeker is echter dat het fascisme lang niet voor iedereen prima is.

Voor Duitsers die geen jood waren en niet arm of werkloos, niet actief links of openlijk anti-nazi, viel het leven tussen 1933 en het uitbreken van de oorlog ook best mee. Als je maar je belasting betaalde, je aan de wet hield, je zoon afstond voor het leger, je verre hield van opvattingen die in strijd waren met de heersende opvattingen en de andere kant uitkeek als vakbonden werden geëlimineerd en kritische mensen verdwenen.

De omstandigheden in het huidige Amerika zijn niet veel anders dan die van het Duitsland tussen 1933 en de oorlog. Veel middenklasse Amerikanen hebben daar geen probleem mee en zouden het ook best uithouden in een fascistische staat.

Door mensen die de dreiging van fascisme in Amerika ontkennen wordt wel beweerd dat ze meer vrijheid hebben dan ooit. Of je het daar mee eens bent hangt er vanaf of je tot de klasse hoort die het goed heeft en zich alleen met de politiek bemoeit als er een verkiezing is. Behoor je echter tot de lastige critici dan word je in de gaten gehouden, lastig gevallen en geïntimideerd. *

De FBI en de lokale politie houden organisaties in de gaten die ijveren voor sociale rechtvaardigheid, milieu, vrede en ontwapening, breken daar in om documenten te stelen, zitten die organisaties dwars en behandelen ze als terroristen.

De snelst groeiende markt gedurende de laatste tientallen jaren was de markt voor pistolen, wapenstokken, kogelvrijevesten e.d. en de snelst groeiende bedrijfstak was die geweest van politie en gevangenissen. In 1995 gaf de staat Californië meer uit aan gevangenissen dan aan onderwijs.

Dat er steeds meer politie bij is gekomen wil niet zeggen dat misdaad meer wordt bestreden. Er wordt weinig gedaan tegen grote drugshandelaren, gangsters, ondernemers van ateliers waar mensen als slaven worden behandeld, corrupte politici, mannen die hun vrouwen mishandelen, misbruikers van kinderen, aanranders en verkrachters, overvallers, haatzaaiers.

Wat de politie wél doet is voornamelijk sociale controle: greep houden op lieden die mogelijk problemen kunnen maken voor de groep die aan de macht is.

Sociale controle en handhaving vindt plaats op drie manieren. Ten eerste op straat­niveau, uitgevoerd door een teveel aan politie, die hun politiepenning en vuurwapens gebruiken om hun racistische vijandigheid en afwijkingen af te reageren. De meeste gevallen van onrechtmatig politiegeweld worden zonder straf afgedaan, als ze al voor de rechter worden gebracht.

In de tweede plaats de nationale en internationale narcoticahandel, waarbij de politie samen met federale instellingen als de CIA een actieve rol speelt als distributeur, zoals aangetoond door drie verschillende commissies van het congres en onder ede afgelegde verklaringen van piloten die drugs en wapens voor de CIA vervoerden. Racistische politie en drugshandelaren krijgen groen licht van hogerhand om samen te werken en federale autoriteiten bedienen zich ervan.

In de derde plaats is er sprake van gecoördineerde systematische inzet door autoriteiten van hoog tot laag om protest organisaties te ondermijnen omdat de gevestigde macht er op uit is organisaties die door collectieve actie radicale veranderingen willen bereiken onschadelijk te maken door ze te demoraliseren  en onder invloed van drugs te brengen (wat dan weer een argument is om mensen vast te zetten).

Leden van uiteenlopende afroamerikaanse- en latino groepen, zoals de Young Lords, Black Panthers, Brown Berets, Black Men Against Crackt kunnen getuigen dat zij minder problemen hadden met de politie zolang zij betrokken waren bij misdaad dan toen zij politieke actie gingen voeren tegen drugs, tegen uitbuiting en het gewelddadige optreden van de politie.

Bij het optreden tegen de Black Panthers door lokale en federale autoriteiten werden hun kantoren aangevallen en vernield, hun geld in beslag genomen en de aanwezigen gevangen genomen of doodgeschoten. Honderden Black Panthers werden vastgezet op basis van inventieve aanklachten. Verschillende daarvan zitten nog steeds (1996) vast.

Het lijkt erop dat de meerderheid van blanke middenklassers de fascistische trekken van de Amerikaanse maatschappij niet onderkent. Niet alleen omdat zij niet in de buurten en klasse zitten waar zich dat fascisme doet voelen, maar ook omdat de gevestigde politieke cultuur voor hen vanzelfsprekend en legitiem is.

Bij het vergelijken van de Amerikaanse maatschappij met de maatschappij van anderen meten ze met twee maten. Totalitaire praktijken, misbruik van geweld door de politie bijvoorbeeld, die zich in de VS voordoen worden beschouwd als geïsoleerde incidenten, maar gaat het om andere landen dan beschouwen zij die als bewijs van de totalitaire aard van de daar heersende regimes.

De invasie van Polen door de nazi’s wordt algemeen beschouwd als fascistisch, de Amerikaanse invasie in Vietnam wordt echter beschouwd als dwaasheid of hoogstens als een immorele uitoefening van macht. De indoctrinatie van kinderen in Duitsland met behulp van nationalistische mythe’s en rituelen wordt gezien als een kenmerk van fascisme. Terwijl Amerikaanse kinderen met vrijwel diezelfde mythe’s en rituelen te maken krijgen  heet het geen fascistische indoctrinatie maar opvoeding tot burgerschap.

Veel tradities en conventies in andere naties die door Amerikaanse middenklas­sers geassocieerd worden met totalitarisme worden, wanneer daarvan in de VS sprake is, niet met totalitarisme geassocieerd om de reden dat men er aan gewend is en omdat het dichtbij huis is.

De heersende politiek wordt beschouwd als gematigd, het midden houdende tussen extreem rechts en extreem links. Echter, een blik op de geschiedenis laat zien dat wat beschouwd wordt als het politieke midden (het centrum) altijd geneigd is gemene zaak te maken met rechts en zich tegen links te keren.

Het samengaan van het politieke midden en rechts is begrijpelijk. Ondanks de verschillen delen zij een gemeenschappelijke doel, namelijk de maatschappij in stand te houden zoals die is. Hervormingen, dat wel, maar geen totaal andere orde.

Praten over ‘centrum’, ‘rechts’ en ‘links’ wekt de suggestie dat je het politieke spectrum langs een lineaal kunt leggen en dat ‘rechts’ en ‘links’ wél maar het ‘centrum’ niet extreem kan zijn. Het ‘extreme centrum’ lijkt een contradictie. Door te denken en te doen alsof het politieke centrum het midden houdt tussen links en rechts, maak je de betekenis van ‘links’, ‘rechts’, ‘centrum’ los van waar deze politieke oriëntaties inhoudelijk voor staan. ‘Centrum’ wordt dat waar iedereen zich min of meer in moet kunnen vinden.

Stel dat ‘links’ staat voor een schoon milieu, produceren wat nodig is, zorgen dat de kinderen van de kinderen van onze kinderen in een leefbare wereld terecht komen, basale voorzieningen gratis en voor iedereen, een huis, werk en een fatsoenlijk inkomen voor iedereen, gelijke kansen in het onderwijs en voor de rechter, geen oorlogsgeweld en geen industrie die daarvan profiteert. Je zou zeggen: dat is toch alles behalve extreem? Extreem kan je dit alleen maar vinden als je de huidige maatschappij waarin een kleine groep rijken zich verrijkt ten koste van een grote meerderheid armen tot norm verheft. Vanuit die optiek is het politieke midden, dat immers alles min of meer bij het bestaande laten wil, extreem.

Om in te zien dat het Amerikaanse politieke centrum wel degelijk (bijzonder) extreem is is het goed te bedenken dat Vietnam niet werd platgebombardeerd door lieden die voor rechtsextremist worden gehouden (bijvoorbeeld de Ame­rikaanse Nazipartij en de Klu Klux Clan), maar door de regering van de VS die daarbij gesteund werd door het brede politieke midden.

De republikeinse partij laat zien hoe een politieke hoofdstroom afglijdt naar het fascisme. Het programma van de Republikeinen verschilt nau­welijks van dat Hitler en Mussolini: weg met de vakbonden, salarissen omlaag, het mediamonopolie van rechts, afschaffen van belasting voor de grootste onderneming en de rijken, afschaffen van regelgeving voor de veiligheid van werkers, consumenten en het milieu, plunderen van publieke bezittingen, privatiseren publieke diensten, elimineren van sociale zekerheid en het wegvagen van iedereen die zich tegen deze maatregelen opstelt.

Wat betreft het laatste punt, één van de belangrijkste tactieken van het fascisme is het afleiden van legitieme klachten van de bevolking in de richting van zonde­bokken: joden, communisten, zigeuners, vakbonden, zodat de ei­genlijke boos­doeners buiten schot blijven: het leger en het grote bedrijfsleven. De bevolking die klaagt over economische achteruitgang wordt opgehitst tegen afroamerika­nen, latino’s, joden, armen, immigranten, homo’s, feministen, verdedigers van abortus, atheïsten, media die kritiek uiten op het regime, de Verenigde Naties en het vijandige buitenland.

Terwijl Amerikaanse leiders  en de media, die in handen zijn van grote bedrijven, gewoonlijk geen aandacht schenken aan legitieme klachten van sociaal gedepri­veerde groepen, lijken ze heimelijk sympathie te hebben voor de Ku Klux Clan, verontruste nazi’s en militairen, vrijwel allemaal rechts, racistisch en gewapend tot de tanden. Ze vinden het tenminste niet nodig om daar hard tegen op te treden. De mensen die zich op laten hitsen vragen zich  niet af of het echt de illegale immigranten zijn die verantwoordelijk zijn voor de enorme staatsschuld, de hoge belastingen, de inflatie en de misdaad, de werkloosheid en de verwoesting van het milieu.

Net als toen het fascisme opkwam in Italië en Duitsland, toonde het politieke centrum zich tolerant en meegaand naar de ultrarechtsen toe terwijl die zich schuldig maakten aan intimidatie en onderdrukking van links. Veel van hen die de antidemocra­ti­sche maatregelen tegen dissidenten steunen hebben geen oog hebben voor het dreigende fascisme in de VS. Het fascistisch gevaar komt niet van een handjevol skinheads of militairen, maar van diverse veiligheidsdiensten die er op uit zijn ons onze rechten te ontnemen onder het motto van een beter Amerika. En van politici en kiezers van het politieke midden die zich door rechts en ultra-rechts op sleeptouw laten nemen.

  • Werd Roel van Duijn niet jarenlang door de BVD bespioneerd?

Vuile rijken: rijkdom is de oorzaak van armoede (1)

Socioloog  en activist Michael Parenti wordt in de VS beschouwd als één van belangrijkste kritische denkers. Minder bekend dan Noam Chomsky. Waarschijnlijk omdat Chomsky door de faam die hij als taalkundige gevestigd had voordat hij over de Amerikaanse buitenlandse politiek ging schrijven minder goed dood te zwijgen was.

In “Sucias Verdades” (de smerige waarheid *) laat hij zien de VS niet het paradijs is wat het volgens de regerende elite en volgens de Amerikaanse pers wel is. De staatspropaganda is er niet alleen op gericht de eigen bevolking wijs te maken dat de VS vergeleken andere landen een paradijs is, maar ook om de bevolking in landen als  Cuba, Bolivia, Nicaragua, Venezuela ontevreden te maken met hun regimes zodat die plaatsmaken voor VS-gezinde regimes.

Eerst laat Parenti aan de hand van een overvloed van cijfers zien hoe ontzettend veel armoede er in de VS is, hoeveel mensen dood gaan omdat ze de kosten voor medische zorg niet kunnen betalen, hoe groot de criminaliteit en onveiligheid zijn en vooral ook hoeveel niet-blanken het grootste deel van hun leven in de commerciële gevangenissen doorbrengen en hoe corrupt de overheid is. Voorbeeld: de helft van alle politie agenten in New York blijkt steekpenningen aan te nemen en veel overheidsdienaren en -diensten zijn zelf betrokken bij illegale drugshandel.

Als je Parenti leest dringt de vraag zich op: waar halen Obama en Clinton de brutaliteit vandaan om andere landen, bijvoorbeeld landen als Cuba, Iran, Rusland, de maat te nemen wat betreft schending van mensenrechten? En waarom doet de Europese pers, die Obama tijdens diens bezoek aan Cuba als de Verlosser in beeld brengt, daar aan mee?

De kritiek van Parenti op de VS is nogal fundamenteel. Armoede is niet iets wat helaas nog steeds bestaat omdat de regering er nog niet in is geslaagd om die terug te dringen of omdat de economie niet genoeg oplevert om iedereen van een toereikend inkomen te voorzien. Armoede bestaat omdat er asociale mensen bestaan die zich ten koste van anderen menen te mogen verrijken.

Het argument van Parenti doet denken aan de kritiek op het begrip “onderontwikkeling”. Arme mensen en arme landen zouden hun armoede te wijten hebben aan zichzelf doordat ze zich niet voldoende hebben geschoold respectievelijk hun economie niet voldoende op orde hebben gebracht. Ze hebben hun kansen niet voldoende benut, zoals rijke mensen en rijke landen dat wél zouden hebben gedaan.

Parenti brengt daar tegenin dat het de rijke landen en daarbinnen de rijken zijn die de armoede van anderen op hun geweten hebben en opzettelijk in stand houden. Door arme mensen en landen in ongunstige ruilposities te brengen en zich van de macht van de staat meester te maken, waardoor verzet met wetgeving, rechtspraak en geweld kan worden gesmoord.
“Onderontwikkeling” is dus een situatie waarin mensen en landen worden gebracht en gehouden doordat ze worden uitgebuit.

India exporteert gigantisch veel rijst en graan, terwijl er 300 miljoen mensen in India honger lijden. Steeds meer land in Afrika wordt door westerse ondernemingen voor een appel en ei van corrupte overheden gekocht (die daarvan wapens kopen om hun bevolking onder de duim te houden!) om producten te verbouwen voor de westerse markt, waardoor oorspronkelijke boeren van hun land verdreven worden, deel gaan uitmaken van de ‘arbeidsreserve’ (waardoor de lonen laag kunnen worden gehouden) en de bevolking niet meer in eigen voedselbehoefte kan voorzien.

Hoewel de rijken en de rijke landen dat proberen te maskeren is het oorzakelijk verband tussen rijkdom en armoede zo zichtbaar en vanzelfsprekend, dat wij onze pijlen van kritiek veel meer op de rijken zouden moeten richten. We zouden juist niet op moeten kijken tegen lieden die er in geslaagd zijn zich te verrijken, want elke rijke heeft armoede op zijn geweten. Wij zouden rijk zijn moeten beschouwen als verachtelijk.

wordt vervolgd.

* Oorspronkelijke titel “Dirty Truths, Reflections on politics, Media, Ideology, Conspiracy, Ethnic Life en Class Power”

PVV, het topje van de ijsberg

Zojuist het boekje ‘De ideologie van de PVV’ gelezen van Jan Jaap de Ruiter. Met een voorwoord van Rob Riemen. Het is een kritiek op Bosma’s ‘De schijn-elite van de valse munters’.

Volgens Rob Riemen is het een kenmerk van fascisten, waartoe hij de PVV rekent, de waarheid te haten, domheid te cultiveren, kritiek te negeren, te liegen en publiek debat uit de weg te gaan.

Als dat het kenmerk is van fascisten, dan wemelt het in de politiek van de fascisten. In ‘De intellectuelen en de Staat’ (1978) beschrijft Chomsky hoe de staat zich systematisch bedient van leugenachtige intellectuelen (‘experts in het legitimeren’).

De huidige politiek, waarin woordvoerders en twitteren een belangrijke plaats innemen, heeft een generatie politici voortgebracht die sterk zijn in publiciteit en het dus niet nodig vinden dossiers te kennen en discussies zoveel mogelijk uit de weg gaan.

Dat ‘De schijn-elite van de valse munters’ volstaat met uit hun verband gerukte citaten en allerlei onzin, zoals De Ruiter geduldig laat zien, is dus niet zo bijzonder, want dat doen de meeste politieke pamfletten en beleidsnota’s van de overheid ook.

Bosma beweert dat links ermee is begonnen migranten naar Nederland te halen. Onzin, die werden gerecruteerd door arbeidsbureaus van de overheid onder druk van bedrijven op zoek naar goedkope arbeidskrachten die ze makkelijk konden uitbuiten.

Volgens Bosma moeten joden vrezen voor de Islam en zijn ze veilig in onze christelijke cultuur. Met een verwijzing naar Hilberg’s ‘De vernietiging van de Europese Joden’ laat De Ruiter zien dat er een lange christelijke traditie van jodenhaat bestaat.

De vraag is wat het voor zin heeft inhoudelijk op een ideologisch verhaal als dat van Bosma in te gaan. Iemand die de feiten verdraait en liegt, daar valt niet mee te praten. Dat geldt niet alleen voor Bosma’s ideologie, maar voor ideologieën in het algemeen.

Een ideologie doet immers niet anders dan rechtpraten, ook al is het krom. Er is een betere manier om er achter te komen waarom de PVV zoveel aanhang heeft dan de  geschriften van de PVV te lezen. Die worden ook niet door de aanhang gelezen.

De bittere waarheid is dat de PVV standpunten uitdraagt die stiekem ook door andere politieke partijen worden gehuldigd. Met instemming van vrijwel alle politieke partijen heeft Nederland een extreem inhumaan vreemdelingen – en vluchtelingenbeleid.

Als de politieke elite alles in het werk stelt om zo min mogelijk vreemdelingen toe te laten, het geen probleem vindt ze in de Middellandse zee te laten verdrinken en zonder behandeling van hun asielaanvraag terug te sturen naar Turkije (Samsom), dan gaat het publiek denken dat die vluchtelingen een gevaar zijn. Anders mochten ze er wel in.

Als de burgemeester van Utrecht (Van Zanen, VVD) Turkse shoarma winkeltjes verbiedt om laat open te zijn omdat ze hinder zouden geven (terwijl er nauwelijks klachten over de gedupeerde ondernemers zijn) en de gemeenteraad doet daar niets tegen, dan gaat het publiek denken dat het niet pluis is bij die Turkse shoarma winkeltjes.

Als de burgemeester van Utrecht (Brouwer, PvdA) schrijft dat het Marokkaanse theehuis om 23.00 uur dicht moet omdat in- en uitlopende Marokkaanse mannen intimiderend werken op passanten, en als de gemeenteraad daar niets tegen doet, dan gaat het publiek denken dat het niet pluis is in die Marokkaanse theehuizen.

Bijna 63 % van de gedetineerden is allochtoon, terwijl allochtonen 18% uitmaken van de totale Nederlandse bevolking. Dan moet het publiek wel denken dat allochtonen meer dan hollanders de neiging hebben om crimineel te zijn.

Het punt dat ik wil maken is (1) dat de PVV zegt wat de meeste andere politieke partijen denken en (2) dat wat het volk denkt hen wordt voorgeleefd en voorgehouden door de overheid en door de politieke elite.

Als excuus voor hun slappe verzet tegen de PVV voeren politieke partijen altijd aan dat ze toch een beetje rekening moeten houden met wat het volk wil. Dat is onzin, het volk komt regelmatig in opstand tegen extreem inhumane beslissingen van de minister om kinderen uit te wijzen en gezinnen uit elkaar te rukken.

Anders dan het verhaaltje over Boer Tjedde in de Epiloog van het boekje van De Ruiter suggereert, zijn het altijd autoriteiten, wereldlijke- en kerkelijke vorsten die het volk opzetten tegen de vreemdeling of bevolkingsgroepen tegen elkaar opzetten. Tegenwoordig ook, zoals  Claire Rodier in ‘Xenophobie business, a quoi ser servent les contrôles migratoires ?’ betoogt, de wapenen security industrie en ambtelijke diensten wier omzet en inkomen afhankelijk is van het weren van vreemdelingen.

De hetze tegen vreemdelingen is pas goed begonnen met Bolkenstein (VVD) en Scheffer (PvdA). De huidige inhumane vreemdelingenwet is van de hand van Cohen (PvdA). Toen daarmee de toon was gezet besloot Wilders daar politieke munt uit te slaan. *

Voor de VVD, PvdA, D66, CDA, GroenLinks, Christenunie is de PVV eigenlijk een uitkomst: door daar tegen te fulmineren kunnen ze doen alsof zij vrij zijn van afkeer van vreemdelingen. Wat dus niet zo is, anders had Nederland niet zo’n inhumaan vreemdelingenbeleid. * *

 

*Hitler groeide op in een dorp waar geen joden waren. Toen hij als jongeling in Wenen kwam had hij niets tegen Joden. Dat veranderde toen hij ontdekte dat hij zich populair kon maken door op joden af te geven.

** Zo inhumaan dat een Duitse rechtbank weigerde een vreemdelingen naar Nederland terug te laten sturen.