Monthly Archives: December 2016

De staat verdrukt, de overheid is een plaag

Op school, door de krant en de NOS wordt ons dagelijks voorgehouden: zonder overheid zou onze samenleving een grote chaos zijn, een oorlog van allen tegen allen ( Thomas Hobbes 1588-1679). Wij leren dat de moderne overheid er is voor het algemeen be­lang. Dat de overheid en de rechtspraak onpartijdig zijn en dat wij allemaal, wit of zwart, man of vrouw of iets anders en ongeacht etniciteit en geloof, gelijk zijn voor de overheid en dat de politie ook de vriend is van onze zwarte en gekleurde medemens. Wij leren dat de overheid voor ons zorgt en er is om grote problemen op te lossen. De werkelijkheid is helaas anders.

In Utrecht zou niemand in armoede hoeven leven als de gemeente de honderden miljoenen die over de balk worden gegooid voor het muziekpaleis, de ondergrondse parkeervoorziening onder het Jaarbeursplein, de opwaardering van de Noordelijke Randweg Utrecht , de instandhouding van de vele nut­teloze beleidsambtenaren en managers zou gebruiken voor schuldhulpverlening en structurele inkomenssteun

In Utrecht zou geen woningnood bestaan als de gemeente niet vele duizenden betaalbare so­ciale huurwoningen had laten slopen om die te vervangen door koopwoningen. In 1996 was het aandeel sociale huur 47%. Het beleid van de gemeente is sinds 2000 om dat terug te bren­gen naar 30%. In steden als Den Haag, Rotterdam en Amsterdam idem. Het creëren van woningnood heeft geen ander doel dan het opdrijven van de  prijs van woningen. Daar verdienen de banken aan (hypotheken), bouwend nederland en de gemeente zelf (leges op bouwvergunning, stijgende grondprijzen, onroerende zaak belasting).

Om de gemeenteraad en het publiek zo gek te krijgen dat ze met de sloop van sociale huurwo­ningen akkoord gingen besloot de gemeente Kanaleneiland, Overvecht, Zuilen en Hoograven in persberichten en nota’s af te schilderen als wijken die onveilig en onleefbaar zijn doordat er zoveel Turken en Marokkanen wonen. Van der Laan (destijds staatssecretaris) en Vogelaar (destijds minister) en in Utrecht de wethouders Van Kleef en Bosch (allemaal van de PvdA) hebben met hun stigmatiserende verhalen over de eenzijdige bevolkingssamenstelling van “achterstandswijken” belangrijk bijgedragen aan afkeer tegen alloch­tonen om een argument te hebben om sociale huurwoningen te kunnen slopen.

In Nederland hebben we de ene na de andere onderwijshervorming gehad, hebben enorme fusies plaatsgevonden die een heel leger van managers en bestuurders aan een riant salaris geholpen hebben. En steevast met het verhaal dat kansarmen meer kansen moeten hebben. Dat het onderwijssysteem kinderen uit kansarme milieus nauwelijks kansen biedt en ervoor zorgt dat kinderen uit de gestudeerde elite worden bevoordeeld, daar is sinds de 60-er jaren niets aan veranderd. Allochtone kinderen van nu zijn net als arbeiderskinderen van toen zwaar oververtegenwoordigd op lagere beroepsopleidingen en voorbestemd voor ongeschoold werk en werkloosheid.

Als je bewoners vraagt wat zij het grootste probleem vinden, dan antwoordt een grote meer­derheid: onveiligheid en criminaliteit. Dat weet de overheid, maar die doet niets om de on­veiligheid terug te dringen, behalve aan de hand van politiestatistieken aantonen dat de onvei­ligheid elk jaar weer wat is afgenomen. Maar geen burger gelooft dat. En terecht want die po­litiestatistieken zijn gebaseerd op aangiften. En steeds minder mensen doen aangifte, want de politie komt in de meeste gevallen toch niet kijken. Wat burgemeesters wél doen is de stad vol hangen met camera’s, maar dat is slechts is om de indruk te wekken dat er iets wordt gedaan tegen de onveiligheid. Of, zoals in Utrecht lange tijd het geval is geweest, in achterstandswijken als Kanaleneiland mosquito’s plaatsen om het samenscholen van Marokkaanse hangjongeren te voorkomen. Dat paste in het stigmatiseringsbeleid waar ik het eerder over had.

In 1999 sprake EU-landen af dat in 2010 aan norm voor stikstofdioxide (NO2) zou wor­den voldaan. Het RIVM berekende in 2005 dat bij de gestelde norm van 40 microgram/m3 nog steeds elk jaar 16.000 Nederlanders enkele jaren te vroeg zouden sterven door luchtverontreiniging en tien keer zoveel mensen astma en copd zouden hebben. De overheid deed niets om die normen te halen behalve het produceren van stapels dure rapporten en actieplannen. Sterker nog, het Nationaal Samenwerkingprogramma  Luchtkwaliteit werd bedacht om de EU-normen te ontduiken. Het gevolg is dat de norm die in 2010 moest worden gehaald in 2015 nog steeds niet is gehaald en dat er sinds 2005 in Nederland pakweg 100.000 Nederlanders voortijdig zijn overleden door luchtverontreiniging.

In 1997 spraken landen, waaronder Nederland, af dat de uitstoot van CO2 teruggebracht zou worden tot 6% onder het niveau van 1990. De gemeente Utrecht deed net als andere grote steden niets om die afspraak na te komen en doet nog steeds niets. Het autoverkeer in een stad is goed voor 40% van de CO2 uitstoot in de stad, maar het autoverkeer en de parkeergelegenheid terugdringen is er niet bij want de gemeente raakt de grond voor kantoren in het stationsgebied niet kwijt als er niet meer parkeervoorzieningen komen. Recentelijk zijn er in Nederland drie nieuwe steenkoolcentrales in gebruik genomen. Op het bezwaar dat de biowarmteinstallatie die Eneco wil bouwen in Utrecht veel CO2 uitstoot en dat niet eens is berekend hoeveel is de rechtbank Utrecht (UTR 16/1787) niet ingegaan. Alsof het er niet toe doet dat zich een klimaatramp aan het voltrekken is.

Om te verbergen dat de overheid problemen als woningnood, werkloosheid, armoede, luchtverontreiniging, onveiligheid niet oplost maar juist erger maakt worden die problemen geweten aan de komst van vreemdelingen en migranten. Dat mes snijdt aan twee kanten. De schuld van alles wat verkeerd gaat kan gelegd worden bij allochtonen en de discriminatie die daar het gevolg van is zorgt ervoor dat allochtonen in grote getale beschikbaar zijn voor ongeschoold en slecht betaald werk én uitgespeeld kunnen worden tegen ongeschoolden met een hollandse achtergrond die daardoor ook genoegen moeten nemen met een karig loon. Het tegen elkaar opzetten van bevolkingsgroepen en het aanwijzen van zondebokken is een beproefd middel van de overheid om de aandacht af te leiden van wat de overheid verkeerd doet en ervoor te zorgen dat de woede van de mensen zich niet tegen de overheid richt maar tegen minderheden die toch al in de verdrukking zitten.

De afkeer van vreemdelingen wordt door de overheid overigens ook sterk bevorderd (zie de stringente door Cohen van de PvdA ontworpen vreemdelingenwet) onder druk van de Europese wapen-en bewakingsindustrie (Xenofobie business, À quoi servent les contrôles migratoires van Claire Rodier). Racistische propaganda om vluchtelingen en migranten aan de grenzen van Europa tegen te houden blijken vooral bedoeld om de Europese burger steeds meer belasting te laten afdragen waar de snel groeiende wapen- en bewakingsindustrie blij mee kan worden gemaakt.

De overheid die geacht wordt onze veiligheid te beschermen staat toe dat er nog steeds Amerikaanse kernwapens in Nederland liggen opgeslagen, laat zich door Amerika en de NAVO betrekken bij oorlogen in Irak, Syrië, Libië, Afghanisten en helpt bombardementen uit te voeren op onschuldige burgers die die oorlogsgebieden ontvluchten richting Europa, waar ze op voorstel van onder andere Diederik Samsom meteen (dus zonder asiel te kunnen aanvragen, wat in strijd is met mensenrechtenverdragen)  worden teruggestuurd naar Turkije. Dat het Westen, dus ook Nederland, wordt gehaat en dat dat een voedingsbodem is voor wraak en terrorisme ligt voor de hand, maar dat is voor een overheid die er op uit is de belangen van de wapen- en bewakingsindustrie te behartigen en argumenten zoekt om de eigen bevolking steeds meer af te luisteren en in de gaten te houden geen punt van overweging.

Wat al deze voorbeelden duidelijk maken is dat de overheid er niet op uit is problemen op te lossen maar juist problemen maakt en ze in stand houdt. Dat heeft twee redenen. De eerste is dat de overheid er op uit is zich onmisbaar te maken. Dat zorgt immers voor werk op de plank voor een leger van ambtenaren en het schept carrièremogelijkheden voor ambitieuze politici. De tweede is dat er enorm aan die problemen wordt verdiend door bouwend nederland, banken, de asfaltindustrie, de wapen- en bewakingsindustrie. Pro­blemen oplossen is vanuit de optiek van de overheid en haar vrienden het domste wat je kan doen, het zoiets als het slachten van de kip die gouden eieren legt.

Het spreekt vanzelf dat de overheid alles uit de kast moet halen om haar burgers wijs te blijven maken dat de overheid de belangen van het volk behartigt. Er zijn steeds meer mensen die niet meer geloven dat de overheid er voor hun is en dat de overheid hun problemen eerder erger maakt dan ze oplost. Het wantrouwen tegen de overheid en de politiek wordt door de politieke elite opgevat als een gebrek aan algemene ontwikkeling en het antwoord daarop is steeds meer propaganda. Propaganda verpakt in ‘wetenschappelijke’ adviezen en rapporten, die met behulp van ‘onafhankelijke’ ‘kritische’ ‘kwaliteitsmedia’ die uit de hand van de overheid eten, dagelijks aan de man wordt gebracht.

Dankzij internet zijn burgers voor hun informatie steeds minder afhankelijk van de overheid en van de mainstream media. Met name door facebook komen ze in contact met websites en blogs die totaal andere informatie bieden. Informatie waaruit bijvoorbeeld blijkt dat Amerika en zijn medestanders doen alsof zij Al Qaida en ISIS bestrijden, maar ze ondertussen van wapens voorzien. Dat de NAVO en Amerika om het hardst roepen dat Rusland een agressor is, terwijl de waarheid is dat Rusland omsingeld wordt door legerbases van Amerika en de NAVO. De sociale media brengen ons op de hoogte van het schandalig optreden van de politie tegen zwarte demonstranten en actiegroepen die zich verzetten tegen de uitzetting van vluchtelingen. En om nu te zorgen dat wij ons niet meer kunnen laten informeren anders dan door informatie die de goedkeuring van de overheid heeft is in het EU-parlement met grote meerderheid het voorstel Elżbieta Fotyga aangenomen om regeringsonwelgevallige informatie te censureren.

Laatst zei een goede vriend tegen mij: als het duidelijk is dat de overheid problemen maakt en in stand houdt in plaats van ze op te lossen, waarom verdoen we onze tijd dan met inspraak, juridische procedures tegen de overheid en participatietrajecten?  Vroeger, toen de overheid nog klein was, losten we zelf onze problemen zelf op. Dat eigen initiatief hebben we ons laten afnemen. Wij hebben makke schapen van ons laten maken door een overheid die steeds meer over alles en iedereen de baas is gaan spelen en bepaald niet om dienstbaar te zijn, althans niet aan het volk.

Inderdaad. Waarom al die moeite doen om een onwillige wethouder ervan te overtuigen dat de biowarmteinstallatie en de stadsverwarming van Eneco een rendement heeft van niks en schadelijk is voor het milieu? Het is veel effectiever en veel minder werk als we met zijn allen ons contract met Eneco opzeggen en een andere leverancier zoeken. Dan laat Eneco het wel uit zijn hoofd om die biowarmteinstallatie te bouwen en dan komt er snel een eind aan die veel te dure stadsverwarming.

Veel bewoners zijn het zat dat er in hun buurt overlast wordt bezorgd en dat klagen bij de ge­meente en de politie niet helpt. Die organiseren zelf een soort buurtwacht. Met whatsapp is dat heel makkelijk. Het aantal inbraken in een buurt met een actieve buurtwacht daalt spectaculair. Laat Toezicht&Handhaving maar wegblijven, want die komen toch niet. Die kan je ’s avonds laat trouwens niet eens meer bellen.

In verschillende buurten beginnen mensen buurtzorg op te zetten om elkaar te helpen. Met veel bureaucratische ellende kan je van de gemeente 10 minuten zorg krijgen. Dan is het veel makkelijker om elkaar te helpen. Als de gemeente toch niets doet dan moeilijkheden maken, laat ze dan een flink aantal leidinggevenden en beleidsambtenaren eruit gooien. Dat scheelt in de tegenwerking en het is goedkoper ook.

De overheid heeft ons leven duur gemaakt. Wij moeten steeds langer werken voordat we met pensioen kunnen gaan. En wat krijgen we er voor terug? Een overheid die het oplossen van problemen voornamelijk in de weg staat en ons bestaan juist onveilig maakt. We moeten het initiatief weer terugnemen. Minder overheid maakt het leven goedkoper, prettiger, veiliger en gezonder. Liberaal, maar waar.

Utrecht wil niet weten wat luchtkwaliteitsbeleid van 75 miljoen heeft opgeleverd

De gemeente Utrecht heeft sinds het jaar 2005 naar schatting een slordige 75 miljoen euro uitgegeven aan luchtkwaliteitsonderzoek en -beleid. Daar zijn actieplannen voor gemaakt. Er is veel onderzoek verricht. Er zijn veel dure advocaten en adviesbureaus aan te pas gekomen. Er is jarenlang een luchtcoördinator van betaald, die 315.000 euro per jaar declareerde. Toen die vertrok kregen we daar een programma manager luchtkwaliteit voor in de plaats. Bij de afdeling Milieu zijn sinds jaar en dag meerdere luchtkwaliteitsdeskundigen werkzaam. Dat kost allemaal handen vol geld.

En ja, er zijn ook maatregelen genomen: bijvoorbeeld communiceren over luchtkwaliteit, verbeteren inzet transferia, verbeteren doorstroming, optimaliseren goederenvervoer, intensiveren mobiliteitsmanagement, verplaatsen touringcarterminal, stimuleren fietsverkeer. Maatregelen die of geen effect hadden en alleen maar mooi klinken, of niets met luchtkwaliteit te maken hadden zoals de verplaatsing van de touringcarterminal of in feite maatregelen waren om de autobereikbaarheid te bevorderen (asfalt voor betere doorstroming). En recentelijk de milieuzone voor personen- en bestelwagens waarvan inmiddels is gebleken dat die geen enkel effect had. Kosten 10 miljoen.

In 1999 werd in de EU afgesproken dat in 2010 aan de norm voor NO2 (stikstofdioxide) zou worden voldaan. NO2 werd gekozen niet alleen omdat het schadelijk is voor de gezondheid, maar ook omdat het beschouwd wordt als een indicatorgas: als er veel NO2 in de lucht zit is dat een aanwijzing dat er ook veel PAK’s, benzeen, ultrafijnstof en andere schadelijke stoffen in de lucht zitten. De bedoeling was in 1999 om de norm waaraan in 2010 moest worden voldaan, 40 microgram/m3, in 2010 aan te scherpen zodat die dezelfde zou worden als die van de WHO: 20 microgram/m3. Daar is nooit iets van terecht gekomen. De norm van 40 microgram/m3 werd In 2015 niet eens gehaald.

Als je als gemeente in de loop van 10 jaar 75 miljoen uitgeeft om de luchtverontreiniging te bestrijden, dan is natuurlijk een belangrijke vraag: wat heeft dat nu geholpen, is die 75 miljoen goed besteed? Ook uit een oogpunt van gezondheid behoor je als gemeente na te gaan of je er wel alles gedaan hebt om de luchtverontreiniging terug te dringen. Volgens berekeningen van het RIVM (2005) zouden er elk jaar pakweg 300 Utrechters in de orde van 10 jaar te vroeg sterven door luchtverontreiniging. Dus ook als die 75 miljoen je niets kan schelen behoor je na te gaan of de getroffen maatregelen effectief zijn geweest en of er geen aanvullende maatregelen nodig zijn.

In 2011 stelde de Rekenkamer vast dat het effect van twee van de belangrijkste maatregelen niet kon worden aangetoond: schone bussen en de in 2007 ingestelde milieuzone vrachtverkeer. Volgens het Rekenkamerrapport “Geen vuiltje aan de lucht” (p. 21) gaf de ambtelijke organisatie aan “dat het belang van zicht op de geleverde prestaties en resultaten relatief is” omdat de gemeente slechts de plicht had om maatregelen uit te voeren. De vraag of al die miljoenen goed besteed waren en of de maatregelen effectief waren boeide de ambtelijke organisatie in het geheel niet. Met andere woorden: wat maakt het de ambtelijke dienst nu uit honderd doden meer of minder?

Om te kunnen beoordelen of er inmiddels iets in de opstelling van de gemeente veranderd was deed ik op 18 januari 2016 een wob-verzoek. Ik vroeg wat al die rapporten en actieplannen sinds 2005 hadden gekost én of de gemeente inmiddels wél onderzocht had wat het effect was van alle rapporten, actieplannen en maatregelen. Kennelijk nog steeds een hele lastige vraag, want ik kreeg pas op 23 juni antwoord. Dat wil zeggen, een gedeeltelijk antwoord. Wél  een overzicht van een deel van de kosten, maar geen antwoord op de vraag wat die 75 miljoen aan rapporten en maatregelen nu had opgeleverd.

Op 27 juni maakte ik bezwaar tegen het onvolledige antwoord. Dat bezwaar had uiterlijk 27 oktober behandeld moeten zijn. Daar staan 18 weken vanaf de datum van het besluit waartegen bezwaar wordt gemaakt. Ik heb op 18 november de gemeente in gebreke gesteld want ik had nog steeds geen antwoord op mijn vraag. Gisteren kreeg ik bericht dat de gemeente geen document heeft waaruit blijkt dat er ooit is uitgezocht wat die 75 miljoen hebben opgeleverd aan schone lucht. Of het ook maar iets geholpen heeft, al die actieplannen, al dat onderzoek en al die rapporten dat weet de gemeente niet, omdat de gemeente zich die vraag ook na het Rekenkamerrapport in 2011 kennelijk niet heeft willen stellen.

Laat het even tot je doordringen wat dat betekent: gerekend vanaf 2005 zijn er elk jaar volgens het RIVM (2005) dus pakweg 300 Utrechters voortijdig overleden door luchtverontreiniging. Dat maakt tussen 2005 en 2015 dus 3000 sterfgevallen. Dat zou op zichzelf toch een hele urgente reden moeten zijn om het effect van de maatregelen voortdurend te monitoren. Want als het niet genoeg blijkt te zijn moet er nodig een flinke schep bovenop. Maar bovendien is er dus 75 miljoen gestoken in plannen, maatregelen, onderzoek en dure deskundigen. Dan is het toch onvoorstelbaar dat de gemeente zich de vraag niet stelt of het luchtkwaliteitsbeleid iets heeft opgeleverd?

Het onvoorstelbare is dus waar. Of die 3000 Utrechters langer hadden kunnen leven door een beter beleid boeit de gemeente kennelijk totaal niet. De gemeente heeft trouwens ook nooit onderzocht hoe het is gesteld met de ongezondheid van de mensen die langs de meest vervuilde straten in Utrecht wonen. Of daar meer astma en copd voorkomt en of mensen die langs vieze drukke straten wonen eerder doodgaan. Onze gezondheid en dat wij eerder doodgaan door luchtverontreiniging interesseert de gemeente en ook de gemeenteraad dus niets. En of er 75 miljoen wel of niet over de balk zijn gegooid ook niet. Het is immers toch maar belastinggeld.

Het feit dat de NO2-norm in 2015 nog steeds overschreden werd in Utrecht terwijl daar al in 2010 aan had moeten worden voldaan wijst erop dat al die actieplannen, maatregelen en deskundigen de lucht geen spat schoner hebben gemaakt en dat die 75 miljoen dus inderdaad niets hebben opgeleverd. Behalve dan een goed belegde boterham voor de onderzoekers, plannenmakers, programma managers en juristen van de gemeente. Maar de waarheid is waarschijnlijk nog veel verschrikkelijker.

De NO2- uitstoot van auto’s, fabrieken, verwarmingsketels is in de loop van de jaren afgenomen doordat motoren, machines en apparaten geleidelijk schoner werden. Maar dat is niet het gevolg van gemeentelijk beleid. Dat heeft met voorschriften te maken die door de EU zijn opgelegd. Stads- en streekbussen zijn ook schoner geworden. Maar dat is ook geen gemeentelijk beleid. Dat is beleid van het Bestuur Regio Utrecht. Het schoner worden van auto’s, bussen, fabrieken en verwarmingsketels zou ook plaatsgevonden hebben als de gemeente geen actieplannen had opgesteld en geen deskundigen en programma managers in dienst had genomen en niet 75 miljoen had uitgegeven.

Wat nu zo verbazingwekkend is, is dat er ondanks het schoner worden van auto’s, fabrieken, verwarmingsketels in 2015 nog steeds overschrijdingen waren van de norm! Dat kan maar één ding betekenen: het autoverkeer in Utrecht moet in de loop van 10 jaar sterk zijn toegenomen. Als auto’s schoner worden, maar het aantal auto’s (eigenlijk het aantal autokilometers) neemt sterk toe, dan blijft de lucht natuurlijk even smerig en ongezond. Dát het autoverkeer sinds 2005 sterk is toegenomen in Utrecht kan goed kloppen, want de gemeente heeft een groot aantal plannen vastgesteld die het autoverkeer krachtig hebben bevorderd.

in 2006 werd het structuurplan stationsgebied vastgesteld.  Dat voorzag in een toevoeging van 1000 woningen, 205.000 m2 kantoren, 45.000 m2 winkels, 70.000 m2 (casino en megabioscoop), 24.000 m2 hotel, 8.800 m2 horeca, 33.500 m2 cultuur en 6460 parkeerplaatsen. Het college en de gemeenteraad wisten dat dat tot een sterke stijging zou leiden van het autoverkeer van en naar het stadscentrum. Daar koos gemeente ook uitdrukkelijk voor, want om al dat extra autoverkeer op te kunnen vangen werd de capaciteit van de invalswegen Europalaan-Zuid, Kinglaan (fly-over) en Vleutenseweg (Majellaknoop) drastisch vergroot.

Wisten het college en de gemeenteraad in 2006 dan niet dat het volstrekt onmogelijk zou zijn om de NO2-norm in 2010 te halen als ondertussen het autoverkeer van en naar het stadscentrum krachtig werd bevorderd? Natuurlijk wisten ze dat. Het bleek uit de Luchtrapportage Stationsgebied Utrecht die opgesteld was om te laten zien wat de gevolgen zouden zijn voor de luchtkwaliteit van het structuurplan stationsgebied. Uit die rapportage bleek dat door al die plannen de NO2-norm ook in 2015 op alle grote wegen van en naar het stationsgebied ruimschoots zou worden overschreden.

En nu het Actieplan Luchtkwaliteit Utrecht en al die andere actieplannen, rapporten en maatregelen. Wat was daar eigenlijk de bedoeling van? De bedoeling daarvan was om het publiek en de rechtbank (tegen de plannen de invalswegen te verbreden werd door actiecomité’s beroep ingesteld) wijs te maken dat het met de toename van het autoverkeer helemaal niet zo’n vaart liep én dat er bovendien maatregelen genomen zouden worden met zo’n wonderbaarlijke waskracht dat de lucht ondanks de sterke toename van het autoverkeer in 2015 alsnog aan de EU-norm voor NO2 zou voldoen.

Hoe de statistieken door de gemeente Utrecht eenvoudig worden aangepast aan wat het publiek en de rechtbank moet worden wijsgemaakt blijkt bijvoorbeeld uit de ‘Rapportage CO2-uitstoot mobiliteit Utrecht 2010‘ . Vóór 2006 zouden lichte voertuigen samen dagelijks 4.138.499 km in de stad afleggen. Dat levert natuurlijk niet alleen een enorme uitstoot op aan CO2, maar ook aan NO2. En dus besloot de gemeente dat aantal, ondanks de groei van het autoverkeer, voor 2010 te stellen op nog maar 2.605.608. Dat zou het beslist makkelijker maken, althans op papier, niet alleen in 2015 aan de NO2-norm te voldoen, maar ook in 2030 een klimaatneutrale stad te worden.

In 2011 kwam de Rekenkamer tot de conclusie dat het effect van al die wonderbaarlijke maatregelen niet kon worden aangetoond én dat de gemeente ook geen moeite wenste te doen om te onderzoeken of de door de gemeente genomen maatregelen uberhaupt effect hadden gehad. Kortom, de bedoeling van het Utrechtse luchtkwaliteitsbeleid en van die 75 miljoen was en is niet om de lucht schoner te maken, maar om het publiek en de rechtbank wijs te maken dat er best nog meer autoverkeer bij kan en dat het stationsgebied dus vol gebouwd kan worden en de invalswegen verbreed, waardoor de lucht nog net zo smerig en ongezond is als in 2005.

De invoering van de milieuzone voor personen- en bestelwagens is ook niet bedoeld om de lucht schoner te maken, maar om het WTC, de megabioscoop en de nieuwe ondergrondse parkeervoorziening (60 miljoen) te kunnen bouwen. Ook de milieuzone voor personen- en bestelwagens wordt door de gemeente namelijk gebruikt om te “salderen”: het effect daarvan zou voldoende zijn om de extra NO2-uitstoot te compenseren die het gevolg is van de bouw van het WTC, de megabioscoop, de parkeergarage Jaarbeursplein. Inmiddels is gebleken dat het effect in de milieuzone (naar het effect daarbuiten is geen onderzoek gedaan!) na een jaar miliieuzone niet kon worden aangetoond en dat de NO2-norm in 2015 nog steeds wordt overschreden. Het ouwe liedje dus.

Actieplannen, maatregelen en onderzoek hebben in de gemeente Utrecht niet de bedoeling de lucht schoner te maken, maar moeten ervoor zorgen dat de gemeente de lucht juist vuil en ongezond kan blijven maken door plannen te realiseren die veel extra autoverkeer genereren. De “ruimtelijke ontwikkeling” en de autobereikbaarheid van het stationsgebied zijn voor het college en de gemeenteraad veel en veel belangrijker dan schone lucht en gezondheid. Zó belangrijk dat de gemeente er 75 miljoen voor over heeft om het publiek en de rechtbank wijs te maken dat de gemeente er alles aan doet om de lucht schoon te maken. Geen wonder dat de gemeente er niet de minste behoefte aan heeft het effect van die 75 miljoen te beoordelen, althans niet in termen van schone lucht en afname van het aantal door luchtverontreiniging veroorzaakte sterfgevallen en gevallen van astma en copd. Dat interesseert het college en de gemeenteraad immers niets.

Een interessante vraag is tenslotte: waarom doet de gemeenteraad niets tegen al die misleiding en de verspilling van 75 miljoen? Weet de gemeenteraad dat dan allemaal niet. Het antwoord is: voor zover leden van de gemeenteraad het niet weten, willen ze het ook niet weten. De Stichting Stop Luchtverontreiniging Utrecht houdt de gemeenteraad sinds haar oprichting in 2005 nauwkeurig op de hoogte van alles wat er niet deugt in de actieplannen en luchtrapportages van de gemeente, maar daar is het gros van de politieke partijen helemaal niet van gediend. In dat opzicht is er geen enkel verschil tussen de VVD, CDA, GroenLinks, D66, CU en PvdA. Onze volksvertegenwoordiging ziet het in grote meerderheid niet als haar taak het volk te vertegenwoordigen en het belang van de volksgezondheid te behartigen. Zij ziet het als haar taak het gemeentelijk wanbeleid en de enorme verspilling van belastinggeld aan het volk te verkopen met hypocriete verhalen over schone lucht en gezondheid.