Monthly Archives: January 2017

All governments lie

Dat ook ik Trump een weerzinwekkende figuur vind, laat ik daar maar mee beginnen. Anders krijg ik misschien het verwijt dat ik het voor hem opneem. Je moet tegenwoordig erg uitkijken met wat je schrijft, want steeds vaker wordt alleen de eerste regel gelezen.

Wat ik zeggen wou is dat ik de verontwaardiging nogal hypocriet vind over het gemak waarmee Trump leugens rondstrooit en er zelfs openlijk voor uitkomt schijt te hebben aan de feiten. Logen zijn voorgangers dan niet? En is liegen niet zó gewoon in de politiek dat liegen en politiek gewoon op hetzelfde neerkomt?

De Amerikaanse journalist I.F. Stone, die als eerste de leugens van president Johnson naar aanleiding van het incident in de golf van Tonkin (Vietnam 1964) aan de kaak stelde ging er vanuit dat “all governments lie”. Noam Chomsky voerde tijdens zijn Huizingalezing in 1977 aan dat het bedenken en onderbouwen van leugens de voornaamste taak is van intellectuelen die voor de overheid werken.

Dat er zo’n enorme ophef wordt gemaakt over de leugens van Trump heeft een aantal redenen. De eerste is dat hij zo openlijk liegt. Niet eens de moeite doet om zijn leugens te maskeren. De tweede reden van de opwinding is dat politici en journalisten, door zich zo tegen Trump af te zetten de indruk willen vestigen dat zij zelf wél eerlijk zijn.

Wat is nu precies het verschil tussen de leugens van Trump en de leugen van wethouder Lot van Hooijdonk dat de lucht in Utrecht 25% schoner wordt door de milieuzone? Dat beweerde ze in 2014 en daarop is ze nooit teruggekomen. Ze weigert daar ook over te debatteren. Het verschil is dat Trump een rechtse populistische president is en Lot van Hooijdonk van GroenLinks. Maar als dat de reden is om Trump zijn leugens te verwijten en Van Hooijdonk niet, dan wordt er wel heel erg met twee maten gemeten.

Dat de leugen door de overheid aan de orde van de dag is komt omdat de leugenaar er zo makkelijk mee wegkomt. De ambtenaar die liegt kan, als hij tegen de lamp loopt, aanvoeren dat hij loog in opdracht van de wethouder en de wethouder voert gewoon aan dat hij zich heeft verlaten op zijn ambtenaren. De praktijk is bovendien dat de gemeenteraad zich heel gemakkelijk voor laat liegen, want er is altijd een meerderheid die het college steunt.

De leugen is bovendien buitengewoon effectief. Het bedenken van een leugen kost een paar seconde, de weerlegging ervan kost daarentegen zoveel dagen dat niemand meer weet waar het over ging. De leugen haalt dus wél de actualiteit, de weerlegging niet. Daarbij komt dat de wethouder wél de krant en het NOS haalt en de kritische burger niet. Elke wethouder weet dat je ongestraft kan liegen, want de waarheid haalt je toch niet in.

Als de leugen door de overheid niet gewoon zou zijn, dan zou de overheid ook  niet zo gebeten zijn op klokkenluiders en ze zoveel mogelijk het leven zuur maken. Bestuurders en politici houden de schijn op van eerlijkheid, maar zijn er ondertussen van overtuigd dat er zonder leugens, misleiding en geheimhouding niet valt te regeren en te besturen.

Het is zo erg gesteld dat liegende bestuurders en ambtenaren, in elk geval in Nederland, door het strafrecht uitdrukkelijk in bescherming worden genomen, zolang dat liegen maar gebeurt bij de uitoefening van een exclusieve overheidstaak. Zie het Pikmeerarrest. Wolfsen nam ooit het initiatief om aan die strafrechtelijke immuniteit een eind te maken, in 2015 werd dat door de Eerste Kamer afgeschoten. Liegen moet immers kunnen. Althans door de overheid.

Rafael Correa, president van Ecuador, had een voorkeur voor Trump boven Clinton. Zijn argument is dat Trump geen geheim maakt van zijn rechtse en imperialistische opvattingen en dat dat het verzet in Latijns Amerika tegen de VS erg ten goede komt. Dat kan je inderdaad beter hebben dan een politicus met een rechtse agenda die zich redelijk en links voordoet. De geraffineerde leugen is gevaarlijker dan de brutale leugen.

“Het volk heeft elites hard nodig”

 

Volgens prof.dr.Beatrice de Graaf (terrorisme expert) heeft het volk elites hard nodig. Dat schreef zij in de NRC van 21 januari 2017 en nog wel in de katern ‘wetenschap’. Ik denk dat het omgekeerde het geval is: de elite heeft een volk nodig en bij voorkeur een heel dom volk.
          
Wat de politiek in de tijd tussen de eerste en tweede wereld goed begreep was dat het volk elites nodig heeft, die in parlementaire vertegenwoordiging geloven. Over één ding was men het eens, dat democratie een zaak van vertegenwoordiging was, en dat het parlement de arena was voor mensen van verstand en fatsoen die daar met elkaar gereguleerd van mening mochten verschillen. De Kamer beschermde de politieke arena tegen  buitenparlementair geschreeuw  en desnoods werden media gecensureerd.  Aldus prof. dr. Beatrice de Graaf in NRC 21 januari 2017.

Hoewel de column als titel heeft “Het volk heeft elites hard nodig”, wordt in de column niet uitge­legd waarom dat zo zou zijn. Of het moet zijn dat De Graaf met instemming verwijst naar de opvattingen van de politiek in het interbellum (de tijd tussen de twee wereldoorlogen). Maar of het parlement toen bestond uit mensen van verstand en fatsoen is de vraag, zoals het ook de vraag is of dat tegenwoordig het geval is. Waarom we daarvan uit zouden moeten gaan maakt De Graaf niet duidelijk.

Jaren geleden riep Guusje ter Horst (destijds minister binnenlandse zaken PvdA) “Een opstand van de elite is hard nodig”. Dat zou nodig zijn omdat het volk zich steeds minder door de elite laat leiden en het politiek bedrijf wantrouwt. “Mensen denken kennelijk dat we hier ter meerdere eer en glorie van onszelf zitten. Hoe komen ze daarbij? Dit kabinet is bezig de problemen van Nederland op te lossen”, aldus Ter Horst.

Wat niet bij Beatrice de Graaf en ook niet bij Guusje ter Horst opkomt is de vraag: wie anders dan de politieke elite kunnen wij een verwijt maken van grote problemen in onze samenleving? Of, om het anders te stellen: “Heeft de politieke elite ons land nu altijd zó naar tevredenheid geregeerd, dat wij het regeren met een gerust hard aan de elite kunnen overlaten”?

Over het succes van de wijze waarop de “mensen van verstand en fatsoen” de economische crisis in de 30-er jaren meenden te moeten bestrijden, met groeiende armoede en werkloosheid als ge­volg, bestaat weinig verschil van mening: de aanpak van harde bezuinigingen op de lonen heeft die crisis alleen maar verergerd. Ook over de “politionele acties” tegen de vrijheidsstrijd in Indonesië is tegenwoordig weinig verschil van mening. Mensen die echt verstand hebben en fatsoenlijk zijn schamen zich daarover. Over de deelname van Nederland aan de Amerikaans/Engelse agressie tegen het Irak van Hoessein, de Nederlandse steun aan de strijd van de VS in Afghanistan, Libië, Syrië, idem. De opslag van Amerikaanse kernraketten in Woensdrecht, idem. Recentelijk werd de regering in het ongelijk gesteld in een procedure die was aangespannen door Urgenda, die klaagde dat Nederland ernstig tekort schoot in het nakomen van internationale afspraken om de uitstoot van CO2 terug te dringen. Tot zover enkele  voorbeelden van beleid op grond waarvan je toch moeilijk tegen het volk kunnen zeggen: “laat het maar aan de politieke elite over dan komt het wel goed, want die beschikt immers over verstand en fatsoen”.

Om ook wat voorbeelden te noemen  van lokaal niveau. De politieke elite van Utrecht besloot in 2001 vrijwel unaniem om 10.000 sociale huurwoningen te slopen waardoor de woningnood die toen al schrijnend was verder toenam. Diezelfde politieke elite besloot vanaf het jaar 1999 waar­in de EU normen vastlegde voor schone lucht om zich daar niets van aan te trekken. Die normen worden nog steeds niet gehaald. Jaarlijks gaan er naar schatting 300 Utrechters een paar jaar te vroeg dood door luchtverontreiniging. De elite besloot ook om het dure muziekcentrum Vredenburg te bouwen, waar jaarlijks vele miljoenen aan moet worden bijgelegd om de tekorten te dekken. En de elite besloot om naast het NS-station een parkeergarage te bouwen van ruim 60 miljoen. De burgemeester laat traditiegetrouw elk nieuwjaar weten dat de criminaliteit al weer is afgenomen terwijl die juist toeneemt. Tot zover wat lokale voorbeelden.

Waar haalt Beatrice de Graaf het eigenlijk vandaan dat het volk de oplossing van problemen  maar het beste aan de politieke elite kan overlaten, de “mensen van verstand en fatsoen”? Laat Beatrice de Graaf haar oordeel niet teveel bepalen door hoe de politieke elite daar zelf over denkt? Zoals de geschiedenis wordt geschreven door de overwinnaars, zo wordt het succes van het beleid beschreven door de elite die daarvoor verantwoordelijk is. Maar het volk ziet dat vaak anders. De elite sterft niet bij militaire missies, raakt zijn baan niet kwijt en is zelden dakloos. Dat wil de elite graag zou houden en dat is één van de redenen waarom de elite vindt dat het volk de politiek beter kan overlaten aan de elite.

De opvatting van Beatrice de Graaf verdraagt zich slecht met het feit dat de politieke elite in hoge mate wordt beïnvloed door machtige lobbygroepen: bouwend nederland, de wapenindustrie, de farmaceutische- en de agroindustrie, door banken en financiële instellingen. Die beïnvloeding impliceert dat er “verstand en fatsoen” bij de politieke elite juist ver te zoeken is. Anders zou de politieke elite zich niet voor allerlei karretjes laten spannen. Verstand bij de politieke elite is sowieso ver te zoeken, want de dienst in het openbaar bestuur wordt uitgemaakt door de “vierde macht” (het ambtenarenapparaat) en politici hebben geen idee wat dat ambtenarenapparaat allemaal doet en ze willen het ook niet weten.

Kortom: het volk kan de elite missen als kiespijn. De elite lost de problemen namelijk niet op, maar schept juist voortdurend nieuwe problemen. Door een gebrek aan verstand én om haar bestaans­recht te bewijzen. Dat het volk de politieke elite die aan de macht is wantrouwt is begrijpelijk en terecht. Dat het volk de ene politieke elite kwijt wil maar vervolgens de politieke elite omarmt die zich als alternatief aanbiedt is natuurlijk stom, want die is geen haar beter. Ook daar krioelt het van de baantjesjagers. Het beste zou zijn als het volk zich helemaal niet meer door een elite laat besturen.  Dat het volk een elite nodig heeft is fabeltje, de elite heeft een volk nodig, een dom volk.

Dictatuur van de reclame

 

Eén van de meest opvallende verschillen tussen Cuba en Nederland is het vrijwel ontbreken van com­merciële reclame. Ook op radio en tv. Net zo min als in de krant Granma. Nederland kent sinds 1965 reclame op de tv en sinds 1968 op de radio. Dat is al zo lang geleden dat niemand in Nederland zich er een voorstelling van kan maken hoe het is om te leven zonder reclame. Daarvoor moet je dus naar Cuba toe.

In Nederland verdienen zo’n 50.000 mensen hun brood in de reclamebranche. Kranten zijn voor ruim 50% afhankelijk van reclame, de publieke omroep voor ruim 25%. Daarnaast wordt er een kleine miljard door bedrijven uitgegeven voor sponsoring van sport en cultuur, wat ook een vorm van reclame is.

Het effect van reclame is dat de consument geld uitgeeft aan het product waar goeie reclame voor gemaakt wordt en dus minder aan producten waarbij dat niet het geval is. Met andere woorden: het effect van reclame is een verplaatsing van koopkracht van het ene naar het andere product, waarbij bovendien een deel aan de strijkstok van de reclamemaker blijft hangen.

Dat reclame belangrijk is voor de economie valt moeilijk in te zien. Immers, mensen kunnen nu eenmaal niet meer geld uitgeven dan ze hebben en dat wordt niet meer door reclame. Integendeel. Als je 1 euro betaalt voor een fles frisdrank, dan wordt 10 cent daarvan gebruikt om de kosten van reclame te dekken. Dus hoe meer reclame, hoe minder frisdrank je krijgt voor je geld.

Waarom doen bedrijven dan aan reclame? Het antwoord is: om niet achter te blijven. Als de concurrent reclame maakt moet je meedoen, anders ga je failliet. En dus doen alle bedrijven aan reclame. De kosten van reclame worden uiteindelijk betaald door de consument die uiteraard mét reclame duurder  uit is dan zonder reclame.

Een overheid die de kosten van levensonderhoud voor haar burgers zo laag mogelijk wil houden zou het maken van reclame dus eigenlijk tegen moeten gaan. In elk geval door die niet op radio en tv toe te staan. Dat zou het luister- en kijkgenot ook zeer ten goede komen. Een meerderheid van de luisteraars/kijkers schakelt naar een andere zender zodra er reclame komt of gaat even naar de w.c. of de keuken om koffie te halen.

Reclame heeft nog meer nadelen. Kranten, radio en tv zijn erg afhankelijk van reclame inkomsten. Het gevolg daarvan is dat zij aantrekkelijk proberen te zijn voor adverteerders en dat adverteerders op die manier dus ook invloed hebben op wat de media uitzenden en afdrukken. Een krant, radio of tv station dat nieuws brengt dat kritisch is over de macht van multinationals of de overheid raakt adverteerders kwijt. De verrechtsing van de media heeft zonder twijfel ook met de opkomst van reclame te maken.

In de Nederlandse pers waren dissidenten en kritische schrijvers uit de Sovjet-Unie erg populair, maar dissidenten in de Nederlandse politiek worden in de Nederlandse kranten en op de Nederlandse radio en tv doodgezwegen, zoals Noam Chomsky in de VS door de media wordt doodgezwegen. Van een onafhankelijke en vrije pers is in Nederland dus geen sprake en dat heeft heel veel met reclame te maken.

Reclame maakt mensen ook ongelukkig. Reclame is er namelijk op gericht mensen ervan te over-tuigen dat zij gelukkiger zouden zijn als zij een bepaald product zouden kopen. De consument zal zich dus, als de reclame effectief is, ongelukkig voelen als hij dat product niét kán kopen. Hij zal in elk ge­val het gevoel hebben dat hij wat mist, een gevoel dat hij alleen verhelpen kan door de aankoop te doen. Voor mensen met weinig geld moet reclame dus een voortdurende kwelling zijn.

Een bijzonder kwalijk aspect van reclame is dat het mensen een idee opdringt hoe zij zouden moeten zijn. Als je een goede moeder bent koop je voor je kind alleen nog maar Pamper luiers. Als je een goede huisvrouw bent gebruik je alleen nog maar het dure wasmiddel  Robijn. Als je een leuke man bent rijd je alleen nog maar Volvo. En als je een aantrekkelijke vrouw wil zijn zorg je dat je slank bent en er jong uitziet. En wie niet aan die ideaalbeelden kan voldoen, jammer dan.

In Cuba is reclame verboden, waardoor vrouwen niet hoeven te voldoen aan een schoonheidsideaal. Sunny Bergman maakte hierover een documentaire, waarin zichtbaar is dat wegens dit gebrek aan een vast schoonheidsideaal, vrouwen zichzelf mooi vinden, ongeacht hun huidskleur of lichaams­vorm. https://www.youtube.com/watch?v=47fmSUcCM_0

Ewoud Sanders (NRC ) over Fidel Castro: vooringenomen flutstukje

 

Ewoud Sanders schrijft elke week een stukje in de ‘kwaliteitskrant’ NRC. Op 30 november ging dat over de kort daarvoor overleden Fidel Castro. Kop boven het stukje: “Revolutionair of oud-dictator ?”

Waarom Castro als een revolutionair of een oud-dictator beschouwd zou moeten worden, daar gaat het stukje totaal niet op in. De kop van het stukje slaat dus nergens op.

Dat Sanders Castro een oud-dictator vindt lijdt geen twijfel: “met de meeste oud-dictators loopt het niet goed af. Fidel was een uitzondering”.

Hij schrijft ook: “Dat je, als onderdrukker met pensioen, in het land kunt blijven waarvan je de bevolking hebt onderdrukt, is bij mijn weten uitzonderlijk. Waarschijnlijk kan dat alleen als de nieuwe machthebbers je niet als onderdrukker afficheren, zoals is gebeurd bij Fidel Castro”.

Dat Castro een onderdrukker was en een oud-dictator heeft Ewoud Sanders kennelijk op gezag van de NOS aangenomen.  “De aanduiding oud-dictator werd onder meer gebruikt door het NOS-Journaal”.

Wat iemand tot een dictator maakt wordt uit het stukje van Ewoud Sanders ook niet duidelijk. Als je iemand als dictator aanmerkt, maak dan duidelijk wat je daaronder verstaat.

Desgevraagd liet Sanders mij weten niet met het Cubaanse staatsrecht bekend te zijn. Of en hoe Castro gekozen is weet Sanders dus niet. Had hij makkelijk even kunnen opzoeken, want de “Consitución de la República de Cuba” staat op internet en daar staat dat in.

Maar, zo liet Sanders mij weten, “Iemand kan democratisch gekozen zijn, maar zich ontpoppen als dictator”. Dat en hoe Castro zich als een dictator ontpopt heeft wordt door Sanders echter ook niet toegelicht, net zo min als de vraag of en hoe hij gekozen werd.

Geprikkeld door de vraag waarom iemand in de NRC de ruimte krijgt een stukje te schrijven over een onderwerp waar hij kennelijk niets van af weet ging ik op internet zoeken wie deze Ewoud Sanders eigenlijk is.

Sanders blijkt gespecialiseerd te zijn in taal en het zoeken in grote datacollecties. Daar geeft hij ook les in. Hoe hij dat stukje over Castro even snel geschreven heeft is mij nu wel duidelijk.

Hij heeft op internet “oud-dictator” ingetikt (zo werd hij immers door de NOS genoemd). Daar trof hij wat voorbeelden van dictators aan: het Romeinse Rijk, het Griekse kolonelsregiem, ene Tijssowskij uit Krakau en Primo de Rivera uit Spanje.

Over elk van de door hem op internet aangetroffen dictators vermeldt hij in een paar regels wat daarover wordt gezegd om te laten zien dat onder het begrip dictator vaak niet het zelfde wordt verstaan. Een reden temeer om aan te geven waarom je Castro een dictator vindt!

Kortom: Ewoud Sanders schrijft een ‘stukkie’ (even surfen op internet) over een figuur als Castro waar hij, te oordelen over de informatie in het stukje, niets van af weet, maar hij reproduceert wél het negatieve oordeel van de NOS. En bij de NOS gaat het net zo.

En wij maar denken dat we goed en zorgvuldig geïnformeerd worden door onze media.