Monthly Archives: January 2017

All governments lie

Liegen en liegen
Dat ook ik Trump een weerzinwekkende figuur vind, laat ik daar maar mee beginnen. Anders krijg ik misschien het verwijt dat ik het voor hem opneem. Je moet tegenwoordig erg uitkijken met wat je schrijft, want steeds vaker wordt alleen de eerste regel gelezen.

Wat ik zeggen wou is dat ik de verontwaardiging nogal hypocriet vind over het gemak waarmee Trump leugens rondstrooit en er zelfs openlijk voor uitkomt schijt te hebben aan de feiten. Logen zijn voorgangers dan niet? En is liegen niet zó gewoon in de politiek dat liegen en politiek gewoon op hetzelfde neerkomt?

De Amerikaanse journalist I.F. Stone, die als eerste de leugens van president Johnson naar aanleiding van het incident in de golf van Tonkin (Vietnam 1964) aan de kaak stelde ging er vanuit dat “all governments lie”. Noam Chomsky voerde tijdens zijn Huizingalezing in 1977 aan dat het bedenken en onderbouwen van leugens de voornaamste taak is van intellectuelen die voor de overheid werken.

Dat er zo’n enorme ophef wordt gemaakt over de leugens van Trump heeft een aantal redenen. De eerste is dat hij zo openlijk liegt. Niet eens de moeite doet om zijn leugens te maskeren. De tweede reden van de opwinding is dat politici en journalisten, door zich zo tegen Trump af te zetten de indruk willen vestigen dat zij zelf wél eerlijk zijn.

Wat is nu precies het verschil tussen de leugens van Trump en de leugen van wethouder Lot van Hooijdonk dat de lucht in Utrecht 25% schoner wordt door de milieuzone? Dat beweerde ze in 2014 en daarop is ze nooit teruggekomen. Ze weigert daar ook over te debatteren. Het verschil is dat Trump een rechtse populistische president is en Lot van Hooijdonk van GroenLinks. Maar als dat de reden is om Trump zijn leugens te verwijten en Van Hooijdonk niet, dan wordt er wel heel erg met twee maten gemeten.

Dat de leugen door de overheid aan de orde van de dag is komt omdat de leugenaar er zo makkelijk mee wegkomt. De ambtenaar die liegt kan, als hij tegen de lamp loopt, aanvoeren dat hij loog in opdracht van de wethouder en de wethouder voert gewoon aan dat hij zich heeft verlaten op zijn ambtenaren. De praktijk is bovendien dat de gemeenteraad zich heel gemakkelijk voor laat liegen, want er is altijd een meerderheid die het college steunt.

De leugen is bovendien buitengewoon effectief. Het bedenken van een leugen kost een paar seconde, de weerlegging ervan kost daarentegen zoveel dagen dat niemand meer weet waar het over ging. De leugen haalt dus wél de actualiteit, de weerlegging niet. Daarbij komt dat de wethouder wél de krant en het NOS haalt en de kritische burger niet. Elke wethouder weet dat je ongestraft kan liegen, want de waarheid haalt je toch niet in.

Als de leugen door de overheid niet gewoon zou zijn, dan zou de overheid ook  niet zo gebeten zijn op klokkenluiders en ze zoveel mogelijk het leven zuur maken. Bestuurders en politici houden de schijn op van eerlijkheid, maar zijn er ondertussen van overtuigd dat er zonder leugens, misleiding en geheimhouding niet valt te regeren en te besturen.

Het is zo erg gesteld dat liegende bestuurders en ambtenaren, in elk geval in Nederland, door het strafrecht uitdrukkelijk in bescherming worden genomen, zolang dat liegen maar gebeurt bij de uitoefening van een exclusieve overheidstaak. Zie het Pikmeerarrest. Wolfsen nam ooit het initiatief om aan die strafrechtelijke immuniteit een eind te maken, in 2015 werd dat door de Eerste Kamer afgeschoten. Liegen moet immers kunnen. Althans door de overheid.

Rafael Correa, president van Ecuador, had een voorkeur voor Trump boven Clinton. Zijn argument is dat Trump geen geheim maakt van zijn rechtse en imperialistische opvattingen en dat dat het verzet in Latijns Amerika tegen de VS erg ten goede komt. Dat kan je inderdaad beter hebben dan een politicus met een rechtse agenda die zich redelijk en links voordoet. De geraffineerde leugen is gevaarlijker dan de brutale leugen.

“Het volk heeft elites hard nodig”

Het volk heeft elites hard nodig

Volgens prof.dr.Beatrice de Graaf (terrorisme expert) heeft het volk elites hard nodig. Dat schreef zij in de NRC van 21 januari 2017 en nog wel in de katern ‘wetenschap’. Ik denk dat het omgekeerde het geval is: de elite heeft een volk nodig en bij voorkeur een heel dom volk.
          
Wat de politiek in de tijd tussen de eerste en tweede wereld goed begreep was dat het volk elites nodig heeft, die in parlementaire vertegenwoordiging geloven. Over één ding was men het eens, dat democratie een zaak van vertegenwoordiging was, en dat het parlement de arena was voor mensen van verstand en fatsoen die daar met elkaar gereguleerd van mening mochten verschillen. De Kamer beschermde de politieke arena tegen  buitenparlementair geschreeuw  en desnoods werden media gecensureerd.  Aldus prof. dr. Beatrice de Graaf in NRC 21 januari 2017.

Hoewel de column als titel heeft “Het volk heeft elites hard nodig”, wordt in de column niet uitge­legd waarom dat zo zou zijn. Of het moet zijn dat De Graaf met instemming verwijst naar de opvattingen van de politiek in het interbellum (de tijd tussen de twee wereldoorlogen). Maar of het parlement toen bestond uit mensen van verstand en fatsoen is de vraag, zoals het ook de vraag is of dat tegenwoordig het geval is. Waarom we daarvan uit zouden moeten gaan maakt De Graaf niet duidelijk.

Jaren geleden riep Guusje ter Horst (destijds minister binnenlandse zaken PvdA) “Een opstand van de elite is hard nodig”. Dat zou nodig zijn omdat het volk zich steeds minder door de elite laat leiden en het politiek bedrijf wantrouwt. “Mensen denken kennelijk dat we hier ter meerdere eer en glorie van onszelf zitten. Hoe komen ze daarbij? Dit kabinet is bezig de problemen van Nederland op te lossen”, aldus Ter Horst.

Wat niet bij Beatrice de Graaf en ook niet bij Guusje ter Horst opkomt is de vraag: wie anders dan de politieke elite kunnen wij een verwijt maken van grote problemen in onze samenleving? Of, om het anders te stellen: “Heeft de politieke elite ons land nu altijd zó naar tevredenheid geregeerd, dat wij het regeren met een gerust hard aan de elite kunnen overlaten”?

Over het succes van de wijze waarop de “mensen van verstand en fatsoen” de economische crisis in de 30-er jaren meenden te moeten bestrijden, met groeiende armoede en werkloosheid als ge­volg, bestaat weinig verschil van mening: de aanpak van harde bezuinigingen op de lonen heeft die crisis alleen maar verergerd. Ook over de “politionele acties” tegen de vrijheidsstrijd in Indonesië is tegenwoordig weinig verschil van mening. Mensen die echt verstand hebben en fatsoenlijk zijn schamen zich daarover. Over de deelname van Nederland aan de Amerikaans/Engelse agressie tegen het Irak van Hoessein, de Nederlandse steun aan de strijd van de VS in Afghanistan, Libië, Syrië, idem. De opslag van Amerikaanse kernraketten in Woensdrecht, idem. Recentelijk werd de regering in het ongelijk gesteld in een procedure die was aangespannen door Urgenda, die klaagde dat Nederland ernstig tekort schoot in het nakomen van internationale afspraken om de uitstoot van CO2 terug te dringen. Tot zover enkele  voorbeelden van beleid op grond waarvan je toch moeilijk tegen het volk kunnen zeggen: “laat het maar aan de politieke elite over dan komt het wel goed, want die beschikt immers over verstand en fatsoen”.

Om ook wat voorbeelden te noemen  van lokaal niveau. De politieke elite van Utrecht besloot in 2001 vrijwel unaniem om 10.000 sociale huurwoningen te slopen waardoor de woningnood die toen al schrijnend was verder toenam. Diezelfde politieke elite besloot vanaf het jaar 1999 waar­in de EU normen vastlegde voor schone lucht om zich daar niets van aan te trekken. Die normen worden nog steeds niet gehaald. Jaarlijks gaan er naar schatting 300 Utrechters een paar jaar te vroeg dood door luchtverontreiniging. De elite besloot ook om het dure muziekcentrum Vredenburg te bouwen, waar jaarlijks vele miljoenen aan moet worden bijgelegd om de tekorten te dekken. En de elite besloot om naast het NS-station een parkeergarage te bouwen van ruim 60 miljoen. De burgemeester laat traditiegetrouw elk nieuwjaar weten dat de criminaliteit al weer is afgenomen terwijl die juist toeneemt. Tot zover wat lokale voorbeelden.

Waar haalt Beatrice de Graaf het eigenlijk vandaan dat het volk de oplossing van problemen  maar het beste aan de politieke elite kan overlaten, de “mensen van verstand en fatsoen”? Laat Beatrice de Graaf haar oordeel niet teveel bepalen door hoe de politieke elite daar zelf over denkt? Zoals de geschiedenis wordt geschreven door de overwinnaars, zo wordt het succes van het beleid beschreven door de elite die daarvoor verantwoordelijk is. Maar het volk ziet dat vaak anders. De elite sterft niet bij militaire missies, raakt zijn baan niet kwijt en is zelden dakloos. Dat wil de elite graag zou houden en dat is één van de redenen waarom de elite vindt dat het volk de politiek beter kan overlaten aan de elite.

De opvatting van Beatrice de Graaf verdraagt zich slecht met het feit dat de politieke elite in hoge mate wordt beïnvloed door machtige lobbygroepen: bouwend nederland, de wapenindustrie, de farmaceutische- en de agroindustrie, door banken en financiële instellingen. Die beïnvloeding impliceert dat er “verstand en fatsoen” bij de politieke elite juist ver te zoeken is. Anders zou de politieke elite zich niet voor allerlei karretjes laten spannen. Verstand bij de politieke elite is sowieso ver te zoeken, want de dienst in het openbaar bestuur wordt uitgemaakt door de “vierde macht” (het ambtenarenapparaat) en politici hebben geen idee wat dat ambtenarenapparaat allemaal doet en ze willen het ook niet weten.

Kortom: het volk kan de elite missen als kiespijn. De elite lost de problemen namelijk niet op, maar schept juist voortdurend nieuwe problemen. Door een gebrek aan verstand én om haar bestaans­recht te bewijzen. Dat het volk de politieke elite die aan de macht is wantrouwt is begrijpelijk en terecht. Dat het volk de ene politieke elite kwijt wil maar vervolgens de politieke elite omarmt die zich als alternatief aanbiedt is natuurlijk stom, want die is geen haar beter. Ook daar krioelt het van de baantjesjagers. Het beste zou zijn als het volk zich helemaal niet meer door een elite laat besturen.  Dat het volk een elite nodig heeft is fabeltje, de elite heeft een volk nodig, een dom volk.

Dictatuur van de reclame

sunny side of sex

Eén van de meest opvallende verschillen tussen Cuba en Nederland is het vrijwel ontbreken van com­merciële reclame. Ook op radio en tv. Net zo min als in de krant Granma. Nederland kent sinds 1965 reclame op de tv en sinds 1968 op de radio. Dat is al zo lang geleden dat niemand in Nederland zich er een voorstelling van kan maken hoe het is om te leven zonder reclame. Daarvoor moet je dus naar Cuba toe.

In Nederland verdienen zo’n 50.000 mensen hun brood in de reclamebranche. Kranten zijn voor ruim 50% afhankelijk van reclame, de publieke omroep voor ruim 25%. Daarnaast wordt er een kleine miljard door bedrijven uitgegeven voor sponsoring van sport en cultuur, wat ook een vorm van reclame is.

Het effect van reclame is dat de consument geld uitgeeft aan het product waar goeie reclame voor gemaakt wordt en dus minder aan producten waarbij dat niet het geval is. Met andere woorden: het effect van reclame is een verplaatsing van koopkracht van het ene naar het andere product, waarbij bovendien een deel aan de strijkstok van de reclamemaker blijft hangen.

Dat reclame belangrijk is voor de economie valt moeilijk in te zien. Immers, mensen kunnen nu eenmaal niet meer geld uitgeven dan ze hebben en dat wordt niet meer door reclame. Integendeel. Als je 1 euro betaalt voor een fles frisdrank, dan wordt 10 cent daarvan gebruikt om de kosten van reclame te dekken. Dus hoe meer reclame, hoe minder frisdrank je krijgt voor je geld.

Waarom doen bedrijven dan aan reclame? Het antwoord is: om niet achter te blijven. Als de concurrent reclame maakt moet je meedoen, anders ga je failliet. En dus doen alle bedrijven aan reclame. De kosten van reclame worden uiteindelijk betaald door de consument die uiteraard mét reclame duurder  uit is dan zonder reclame.

Een overheid die de kosten van levensonderhoud voor haar burgers zo laag mogelijk wil houden zou het maken van reclame dus eigenlijk tegen moeten gaan. In elk geval door die niet op radio en tv toe te staan. Dat zou het luister- en kijkgenot ook zeer ten goede komen. Een meerderheid van de luisteraars/kijkers schakelt naar een andere zender zodra er reclame komt of gaat even naar de w.c. of de keuken om koffie te halen.

Reclame heeft nog meer nadelen. Kranten, radio en tv zijn erg afhankelijk van reclame inkomsten. Het gevolg daarvan is dat zij aantrekkelijk proberen te zijn voor adverteerders en dat adverteerders op die manier dus ook invloed hebben op wat de media uitzenden en afdrukken. Een krant, radio of tv station dat nieuws brengt dat kritisch is over de macht van multinationals of de overheid raakt adverteerders kwijt. De verrechtsing van de media heeft zonder twijfel ook met de opkomst van reclame te maken.

In de Nederlandse pers waren dissidenten en kritische schrijvers uit de Sovjet-Unie erg populair, maar dissidenten in de Nederlandse politiek worden in de Nederlandse kranten en op de Nederlandse radio en tv doodgezwegen, zoals Noam Chomsky in de VS door de media wordt doodgezwegen. Van een onafhankelijke en vrije pers is in Nederland dus geen sprake en dat heeft heel veel met reclame te maken.

Reclame maakt mensen ook ongelukkig. Reclame is er namelijk op gericht mensen ervan te over-tuigen dat zij gelukkiger zouden zijn als zij een bepaald product zouden kopen. De consument zal zich dus, als de reclame effectief is, ongelukkig voelen als hij dat product niét kán kopen. Hij zal in elk ge­val het gevoel hebben dat hij wat mist, een gevoel dat hij alleen verhelpen kan door de aankoop te doen. Voor mensen met weinig geld moet reclame dus een voortdurende kwelling zijn.

Een bijzonder kwalijk aspect van reclame is dat het mensen een idee opdringt hoe zij zouden moeten zijn. Als je een goede moeder bent koop je voor je kind alleen nog maar Pamper luiers. Als je een goede huisvrouw bent gebruik je alleen nog maar het dure wasmiddel  Robijn. Als je een leuke man bent rijd je alleen nog maar Volvo. En als je een aantrekkelijke vrouw wil zijn zorg je dat je slank bent en er jong uitziet. En wie niet aan die ideaalbeelden kan voldoen, jammer dan.

In Cuba is reclame verboden, waardoor vrouwen niet hoeven te voldoen aan een schoonheidsideaal. Sunny Bergman maakte hierover een documentaire, waarin zichtbaar is dat wegens dit gebrek aan een vast schoonheidsideaal, vrouwen zichzelf mooi vinden, ongeacht hun huidskleur of lichaams­vorm. https://www.youtube.com/watch?v=47fmSUcCM_0

De zogenaamde vrienden van Cuba

ill resumen

In Cuba Tips van 10 april 2016 reageerde hoofdredacteur Kortenhof nogal negatief op Marc Vandepitte (PVDA Vlaanderen) * die enig begrip toonde voor de beperking van burgerlijke vrijheden op Cuba. Volgens Vandepitte is Cuba nog steeds een ‘belegerde burcht’ ** door de aanhoudende terreurdreiging door de VS.

Kortenhof vindt dat argument maar onzin, want “de laatste bomaanslag die in Havana plaatsvond dateert van 1997”. Als Cuba op dit moment een ‘belegerde burcht’ is is dat vooral door Amerikaanse toeristen en zakenlieden uit tientallen landen, aldus Kortenhof.

Het argument dat de laatste bomaanslag al 20 jaar geleden plaatsvond en dat Cuba dus niet meer bang hoeft te zijn voor terreur vanuit de VS leek mij onzin, gelet op het feit dat terreur en bemoeizucht altijd en nog steeds kenmerkend zijn voor de buitenlandse politiek van de VS. ***

Toen ik Kortenhof liet weten het niet met hem eens te zijn schreef hij terug (22-6-2016).

De suggestie in het commentaar van Vandepitte dat Cuba zich zorgen moet maken over de VS deel ik niet. Cuba is nauwelijks een dreiging in de regio en dat weten de VS ook. De sociaal-economische ontwikkelingen in Cuba zijn (nog steeds) weinig rooskleurig maar dat heeft echt niets meer te maken met de economische blokkade.

Er komen dit jaar 160.000 Amerikaanse toeristen naar Cuba, de toeristen­industrie zorgt voor 2 en een half miljard dollar aan inkomsten en bovendien zijn er de Cubaanse-Amerikanen, die jaarlijks 2 miljard dollar overmaken naar het eiland.

Het zou beter zijn wanneer de Cubaanse autoriteiten het slachtoffergedrag vaarwel zeggen en daadwerkelijk een sociaal-rechtvaardige en democratische samenleving zouden opbouwen.

Cuba Tips is een uitgave van Kortenhofs Stichting Glasnost en zou volgens de webpagina door Trouw aangemerkt worden als de best geïnformeerde webpa­gina over Cuba.

De naam Glasnost doet vermoeden dat Cuba volgens Kortenhof een voorbeeld moet nemen aan Gorbatsjov (de baas in de USSR 1985-1989) die toenadering zocht tot het Westen en een begin maakte met de liberalisering van de sovjet-economie.

Cuba Tips/Informatiecuba zijn vooral interessant omdat de standpunten die daarin door Kortenhof worden uitgedragen tamelijk representatief lijken te zijn voor de kijk op Cuba zoals we die in het algemeen aantreffen bij de media in Nederland, waarin Cuba steevast wordt afgeschilderd als een dictatuur die zo spoedig mogelijk zou moeten worden vervangen door een samenleving naar westers model: vrije markt economie en een democratie gebaseerd op meer politieke partijen waartussen het volk kan kiezen.

Kortenhof zou wel eens gelijk kunnen hebben als hij beweert dat veel Cubanen meer of minder op zo’n glasnost hopen. Niet alleen omdat door de VS gefinancierde radiostations en webpagina’s er alles aan doen (zoals dat ook het geval was bij de rond de Sovjetunie opgestelde radiostations als Free Europa) om de Cubanen de voordelen van de rijke westerse samenleving voor te houden en zij van familie in de VS horen dat het daar zo goed is, maar ook omdat zij steeds meer rijke toeristen in Cuba zien rondlopen.

Die buitenlandse radiostations en familie in de VS vertellen niet over de schrikbarende armoede en woningnood die er ook is in het westen. Ook vertellen ze niet dat het gros van de Amerikanen en Europeanen vindt dat ze niets te vertellen hebben en onze democratie een farce is. Ze vertellen ook niet dat studie en gezondheidszorg in de meeste westers landen niet is weggelegd voor mensen met een schamel inkomen, terwijl dat in Cuba gratis is.

Wat die radiostations ook niet vertellen is dat in de meeste westerse landen de leeftijd waarop je niet meer hoeft te werken voortdurend wordt opgetrokken, wat niet nodig zou zijn als de inkomens- en vermogensverschillen in het westen niet steeds meer de pan uit zouden rijzen. In Cuba verdient een leraar of een arts nauwelijks meer dan een handar­beider.

Wat de meeste Cubanen heel goed weten is dat Amerika een hele gevaarlijke buurman is,  die in vrijwel alle landen in Midden- en Zuid Amerika, Zuidoost Azië en het Midden Oosten subversieve bewegingen op de been brengt en van wapens voorziet om te voorkomen dat democratisch gekozen regeringen natuurlijke hulpbronnen aan de eigen bevolking ten goede laten komen in plaats van het land door westerse ondernemingen leeg te laten roven.

Cubanen begrijpen beter dan Kortenhorst dat een onafhankelijke Cuba de VS wel degelijk een doorn in het oog is en altijd is geweest omdat als zo’n piepklein landje laat zien de macht van de VS sinds 1959 met succes te trotseren, dat een voorbeeld is voor andere landen om dat ook te doen. Als, wat Kortenhof aanvoert, Cuba nauwelijks een dreiging is voor de VS en dat de VS dat ook weten, waarom stellen de VS dan sinds 1959 alles (invasie, terreur, blokkade, propaganda) in het werk om het regime in Cuba te vervangen door een regime waar de VS wél mee kan leven?

Wat de meeste Cubanen ook goed begrijpen is dat als buitenlandse ondernemingen weer de kans krijgen om grond te kopen in Cuba en bedrijven op te zetten waarin buitenlandse banken en eigenaren een meerderheidsbelang hebben, binnen de kortste keren de situatie terugkeert die in Cuba heeft bestaan  vanaf het moment dat Cuba door de VS werd gekonoliseerd (1898) tot de verjaging van Battista in 1959 en dat dan de revolutie voor niets is geweest.

Voor Kortenhof is het al 20 jaar geleden dat de laatste bommen ontploften in Havana en hoeven de Cubanen zich dus geen zorgen meer te maken over terreur door de VS. Cubanen zien op de televisie nog dagelijkse Amerikaanse terreur in Syrië, Jemen, Libië, Afghanistan en de doden als gevolg van aanvallen met Amerikaanse drones. Dat zien wij trouwens ook allemaal.

Kortenhof doet ook wel heel erg makkelijk over de economische blokkade die door de VS prompt na de revolutie in 1959 werd ingesteld en waar alle westerse landen aan meededen om geen ruzie met de VS te krijgen. Ondanks vrome verhalen van Obama is die blokkade er nog steeds. Als Cuba echt niets van de VS te vrezen had, dan was die blokkade er al lang niet meer.

Wat er aan het standpunt van Kortenhof mankeert, en dat geldt voor de media in Nederland in het algemeen, is dat hij nogal luchtig doet over de agres­sieve  en imperialistische intenties van de VS en het aanzienlijke gevaar waar Cuba zich aan zou blootstellen door de hervormin­gen door te voeren waar de VS op aandringen ( in ruil voor het opheffen van de blokkade) , inclusief een vrije markt voor Amerikaanse banken en bedrijven. Het lijkt wel of Kortenhof en de media in Nederland Cuba toewensen wat de VS hebben aangericht in Panama, Honduras, Nicaragua, El Salvador, Chili e.d.

Naschrift (23-12-2017)
De gebruikelijke kritiek op het politiek systeem in Cuba (er zijn maar weinig critici die bekend zijn met de Cubaanse grondwet en de wet op de verkiezingen) is dat Cuba maar snel de parlementaire democratie moet (her)invoeren zoals die in de VS en Europa normaal is. Dat wil zeggen een systeem waarin politieke partijen met elkaar wedijveren om de kiezersgunst. De media spelen daarbij een grote rol en vooral en steeds meer een goed gevulde partijkas in verband met de kosten van reclame boodschappen en propaganda.

Dit op wedijver tussen politieke partijen gebaseerde systeem is makkelijk te beïnvloeden door het grote geld en door corruptie. Met name in arme landen blijkt het voor multinationals en westerse regeringen betrekkelijk eenvoudig om politici en ambtenaren om te kopen en ze te bewegen gronden en concessies voor een appel en een ei aan westerse multinationals te verkopen. Ook blijkt het vrij eenvoudig voor rijke landen om politieke partijen voor hun karretje te spannen en op te zetten tegen de democratisch gekozen regering die niet naar hun pijpen wil dansen.

Kortom, dat rijke landen willen dat Cuba het op politieke partijen gebaseerde parlementaire systeem (her)invoert ligt voor de hand, dan is het afgelopen met de onafhankelijke koers van Cuba. Wie pleit voor herstel van een op politieke partijen gebaseerd systeem in Cuba, moet zo eerlijk zijn om te zeggen: “Het wordt tijd dat de Amerikanen en de multinationals daar weer de baas zijn”.

* http://community.dewereldmorgen.be/marc-vandepitte

** http://cubanismo.net/cms/nl/artikels/marc-vandepitte-over-cuba-vandaag-op-radio-1

*** http://inthesetimes.com/article/17311/noam_chomsky_the_worlds_greatest_terrorist_campaign

 

 

Ewoud Sanders (NRC ) over Fidel Castro: vooringenomen flutstukje

Mandela Castro Telesur

Ewoud Sanders schrijft elke week een stukje in de ‘kwaliteitskrant’ NRC. Op 30 november ging dat over de kort daarvoor overleden Fidel Castro. Kop boven het stukje: “Revolutionair of oud-dictator ?”

Waarom Castro als een revolutionair of een oud-dictator beschouwd zou moeten worden, daar gaat het stukje totaal niet op in. De kop van het stukje slaat dus nergens op.

Dat Sanders Castro een oud-dictator vindt lijdt geen twijfel: “met de meeste oud-dictators loopt het niet goed af. Fidel was een uitzondering”.

Hij schrijft ook: “Dat je, als onderdrukker met pensioen, in het land kunt blijven waarvan je de bevolking hebt onderdrukt, is bij mijn weten uitzonderlijk. Waarschijnlijk kan dat alleen als de nieuwe machthebbers je niet als onderdrukker afficheren, zoals is gebeurd bij Fidel Castro”.

Dat Castro een onderdrukker was en een oud-dictator heeft Ewoud Sanders kennelijk op gezag van de NOS aangenomen.  “De aanduiding oud-dictator werd onder meer gebruikt door het NOS-Journaal”.

Wat iemand tot een dictator maakt wordt uit het stukje van Ewoud Sanders ook niet duidelijk. Als je iemand als dictator aanmerkt, maak dan duidelijk wat je daaronder verstaat.

Desgevraagd liet Sanders mij weten niet met het Cubaanse staatsrecht bekend te zijn. Of en hoe Castro gekozen is weet Sanders dus niet. Had hij makkelijk even kunnen opzoeken, want de “Consitución de la República de Cuba” staat op internet en daar staat dat in.

Maar, zo liet Sanders mij weten, “Iemand kan democratisch gekozen zijn, maar zich ontpoppen als dictator”. Dat en hoe Castro zich als een dictator ontpopt heeft wordt door Sanders echter ook niet toegelicht, net zo min als de vraag of en hoe hij gekozen werd.

Geprikkeld door de vraag waarom iemand in de NRC de ruimte krijgt een stukje te schrijven over een onderwerp waar hij kennelijk niets van af weet ging ik op internet zoeken wie deze Ewoud Sanders eigenlijk is.

Sanders blijkt gespecialiseerd te zijn in taal en het zoeken in grote datacollecties. Daar geeft hij ook les in. Hoe hij dat stukje over Castro even snel geschreven heeft is mij nu wel duidelijk.

Hij heeft op internet “oud-dictator” ingetikt (zo werd hij immers door de NOS genoemd). Daar trof hij wat voorbeelden van dictators aan: het Romeinse Rijk, het Griekse kolonelsregiem, ene Tijssowskij uit Krakau en Primo de Rivera uit Spanje.

Over elk van de door hem op internet aangetroffen dictators vermeldt hij in een paar regels wat daarover wordt gezegd om te laten zien dat onder het begrip dictator vaak niet het zelfde wordt verstaan. Een reden temeer om aan te geven waarom je Castro een dictator vindt!

Kortom: Ewoud Sanders schrijft een ‘stukkie’ (even surfen op internet) over een figuur als Castro waar hij, te oordelen over de informatie in het stukje, niets van af weet, maar hij reproduceert wél het negatieve oordeel van de NOS. En bij de NOS gaat het net zo.

En wij maar denken dat we goed en zorgvuldig geïnformeerd worden door onze media.