Monthly Archives: March 2017

Jean Ziegler: De haat tegen het Westen

kaft haat

Jean Ziegler was gezant van de Verenigde Naties speciaal belast met de bestrijding van honger in de wereld. In “De haat tegen het Westen” (2008) legt hij uit waarom het Westen in de rest van de wereld wordt gehaat. Het boek (Nederlandse vertaling) is uitverkocht en tweede hands valt er moeilijk aan te komen. Vandaar deze wat uitgebreidere samenvatting.

De Duitse versie “Der Hass auf den Westen” begint met een voorwoord dat in de Nederlandse vertaling is vervangen door een ander voorwoord. In dat Duitse voorwoord geeft Ziegler een gesprek weer met Sarala Fernado, diplomaat van Sri Lanka. Het gesprek gaat over hoe de VN een eind zou kunnen maken aan de volkerenmoord in Soedan. Er zou een resolutie moeten worden aangenomen om een humanitaire corridor te openen om water, medicijnen en voeding naar de getroffen gebieden te brengen.

Tot verbazing van Ziegler roept Fernado boos uit: “Why are they attacking us all the time? (…) The Germans, what did they do not so long ago? (…) En de Engelsen, wat hebben die met de Indische wevers gedaan? Om de Indische textielindustrie kapot te maken en het Engelse monopolie te verdedigen hebben ze de vingers van alle mannen, vrouwen en kinderen in de weefindustrie gebroken. En bij ons in Sri Lanka hebben de Engelsen honderdduizenden hectare van onze boeren afgenomen en de boeren verjaagd. Honderdduizend dorpsbewoners gingen dood van de honger. Op de massagraven hebben de Engelsen hun theeplantages aangelegd”

Wat Ziegler met de citaten wil laten zien is in de eerste plaats hoe sterk de herinnering leeft in  voormalige kolonies aan de extreme wreedheden en uitbuiting van het Westen. Die herinnering is zo sterk dat men in de wereld buiten het Westen vindt dat het Westen zijn grote mond moet houden als er schendingen van mensenrechten plaatsvinden ergens in de wereld en het grote moeite kost met resoluties akkoord te gaan die door het Westen in de VN worden ingediend ook al dienen die een humanitair doel.

Voorwoord
Het voorwoord van de Nederlandse uitgave staat Ziegler stil bij het presidentschap van Obama. Dat begon met hoop. In 2010, toen de Nederlandse uitgave verscheen, was de hoop verbrijzeld. Agenten van Amerikaanse veiligheidsdiensten gaan in gevangenissen buiten de VS door met het martelen van gevangenen. Er blijkt geen enkel verschil tussen Bush en Obama. Obama voert twee oorlogen tegelijk (Irak en Afghanistan)…en krijgt de Nobelprijs!. Speciale vrienden van de VS staan op de zwarte lijst van Amnesty: Israël, Saoedi-Arabië, Nigeria.

Vanwaar Obama’s mislukking? Ziegler: de VS is de grootste industrienatie ter wereld en is in hoge mate afhankelijk van olie uit het Midden-Oosten, Centraal Azië, de Nigerdelta. Gevolg: de VS moet een enorme strijdmacht op de been houden om de leverantie van olie veilig te stellen en moet over de hele wereld strategische allianties smeden met dictaturen. Sinds Obama aan de macht is, een Afro-Amerikaan, is de haat van het Zuiden tegen het Westen alleen maar nog groter geworden.

Een belangrijke factor is het groeiend verzet in het Zuiden tegen het Westers neokolonialisme, dat bloedige reacties, sabotages en moordcomplotten als reactie heeft, georganiseerd door groot grondbezitters en Westerse maatschappijen. Een andere factor is de economische crisis die in 2008 uitbrak in het Westen en niet alleen dramatische verarming tot gevolg had in het Zuiden maar Westerse staten er ook toe deed besluiten drastisch te korten op voedselhulp aan het Zuiden. Voorbeelden van de gevolgen: in Bangladesh zijn de schoolmaaltijden voor 1 miljoen ondervoede kinderen geschrapt, de rantsoenen voor 300.000 Somalische vluchtelingen zijn teruggebracht tot 1.500 calorieën per dag, een rantsoen waarbij mensen langzaam sterven.

De westerse staten beoefenen wat Maurice Duverger noemt het “buitenland fascisme”. Binnen de grenzen van hun grondgebied streven ze naar democratie, maar tegenover het Zuiden praktiseren zij de wet van de jungle. De ziekelijke obsessie met winst is het richtsnoer voor de buitenlandse politiek van het Westen.

Deel I De oorsprong van de haat
1.1. Rede en waanzin
Wat omvat de term het Westen? Het essentiële kenmerk van het Westen is zijn productiewijze, het kapitalisme (Fernand Baudel). En dat is meer dan ooit vastgeklonken aan de droom van wereldverovering. Volgens Immanuel Wallerstein ging/gaat de veroveringszucht gepaard met het aan het Zuiden opleggen van Westerse waarden, een geringschatting van niet-westerse culturen en de verkondiging van ‘wetenschappelijke’ inzichten in de universele wetten van de markt. Dus zou er voor de niet-westerse wereld niets anders opzitten dan zich aan de wetten van de markt te onderwerpen. Al deze pretenties wekken uiteraard haat op, want ze vormen de rechtvaardiging voor uitbuiting en onderwerping. Waarom, zo is de vraag, wordt de haat pas nu zo manifest, meer dan een eeuw na de afschaffing van de slavernij en vijftig jaar na het einde van de koloniale bezetting?

1.2. Kronkelpaden van het collectieve geheugen.
Volgens Maurice Halbwachs reageert een gemeenschap op ongehoorde gewelddadigheden door die te verdringen. Hoe traumatiserender hoe dieper ze in het collectieve geheugen worden weggestopt. De overlevenden van de Shoah hebben lang geweigerd om over hun ervaringen te spreken (Elie Wiesel) omdat ze bang waren niet te worden geloofd en niemand de monsterlijke ervaringen horen wilde. Hilberg kreeg zijn “The Bureaucrazy of Nazi-Germany” in 1955 niet gepubliceerd en zijn “Vernietiging van de Europese Joden” in 1961 vond nauwelijks weerklank. Pas 25 jaar laten was men bereid de verschikkelijke waarheid van de Shoa onder ogen te zien. In 1955 kwamen 27 voormalige koloniale landen bij elkaar om gezamenlijk het hoofd te bieden aan westerse koloniale mogendheden (Bandung conferentie). Het initiatief kwam niet van de grond. Het duurde tot 2006 voor dat dat wél het geval was: Beweging van niet-gebonden landen met 118 lidstaten.

1.3. De slavenjacht
Een bijzondere rol in het collectieve geheugen van de onderdrukten speelt de slavernij. Meer dan 20 miljoen Afrikaanse mannen, vrouwen en kinderen werden naar de andere kant van de oceaan verscheept en verhandeld om in mijnen en op plantages te werk gesteld te worden. Bij de overtocht liet 20% het leven. Tijdens de overtocht werden vrouwen door zeelieden verkracht. Een zwangere vrouw was op de slavenmarkt meer waard. De gemiddelde levensduur van een landbouwslaaf in Brazilië was 7 jaar. Om het gevaar van opstand te bezweren stelden plantage bezitters slaven aan om toezicht te houden op slaven (verdeel en heers), zochten zij slaven bij elkaar van dezelfde cultuur en moedigden zij de viering van alle riten aan die met hun traditie waren verbonden. Reden waarom niet alleen de cultuur met ook het geheugen aan volgende generaties werd doorgegeven.

1.4. De koloniale veroveringen
De geschiedenis van onze koloniën, vooral die in het Verre Oosten en in Afrika, begon met bloedige onderwerping en massamoorden. Frankrijk: verovering van Algerije (1830), Nieuw-Caledonië (1853), Senegal (1854), Zuid-Vietnam (1858), Djibouti (1862), Cabodja (1863), Tonkin (1873), Gabon (1878), Frans Congo (1880), Tunesië (1881), Mali (1893). Madagaskar (1895). In Algerije werd de techniek ‘enfumades’ toegepast: dorpsbevolking werd een grot ingedreven en uitgerookt, waarna de grot werd dichtgemetseld. Engels voorbeeld: systematisch uitmoorden  (Tasmanië): dorpen platbranden, waterbronnen vergiftigen, autochtone kinderen bij familie weghalen en steriliseren. Zoals ook in heel Australië en in Canada.

1.5. Durban
In 2001 was Kofi Annan secretaris-generaal van de VN en Mary Robinson hoge commissaris voor de Mensenrechten. Op hun initiatief vond een conferentie plaats die het Zuiden en het Westen zouden moeten verzoenen door hun zienswijzen over het koloniale verleden bij elkaar te brengen. De verwijten van woordvoerders van het Zuiden als Aloune Tine (“Wij eisen dat slavernij en kolonialisme worden erkend als een dubbele holocaust”), Abdelaziz Bouteflika (“gruwelijke aaneenschakeling” van onderdrukking en uitbuiting door het Westen), ontlokten echter aan westerse regeringen sarcastische reacties. De EU-lidstaten verwierpen elke gedachte aan financiële compensatie of zelfs maar excuus. De conferentie legde de intensiteit bloot van de haat tegen het Westen en de arrogante reactie daarop van het Westen.

1.6. Sarkozy in Afrika
In juli 2007 hield Sarkozy tijdens een bezoek aan Dakar de jeugd van Afrika voor: “ik ben niet gekomen om het met u te hebben over berouw”, “de kolonisatie was een fout die werd betaald met de verbittering en het lijden van hen die dachten alles te geven en die niet begrepen waarom men het zo op hen gemunt had”. Over het lijden van de Afrikanen geen woord. “Jeugd van Afrika, u bent de erfgenaam van alles wat het Westen in het hart en de ziel van Afrika heeft gedeponeerd”.”Zie de wereldbeschaving niet meer, zoals jullie voorouders al te vaak hebben gedaan, als een bedreiging voor je identiteit, maar als iets dat ook jullie toebehoort”. “Wilt u dat er op Afrikaanse bodem geen enkel kind meer sterft van de honger? Streef naar zelfvoorziening op het gebied van voedsel”. Aldus Sarkozy. (1) De redevoering van Sarkozy had volgens de Senegalese intellectueel een diepe wond geslagen. Hij verweet Sarkozy opvattingen uit racistische geschriften van de zeventiende, achttiende en negentiende eeuw.

Algerije heeft een bevrijdingsoorlog achter de rug van zeven jaar, waarbij ruim twee miljoen mannen, kinderen en vrouwen zijn gedood. Sarkozy: “Met welk recht vraagt u zonen spijt te betuigen voor de fouten van hun vaders, fouten die de vaders vaak alleen in uw fantasie gemaakt hebben?”. Op de uitspraken van Sarkozy zijn van toepassing die van Gilles d’Elia, “De laatste daad van het kolonialisme bestaat in het koloniseren van de geschiedenis van het kolonialisme” en van Aimé Césaire in zijn Discours sur le colonialisme: kolonialisme is de combinatie van begeerte en geweld.

Deel II De weerzinwekkende afstamming
2.1. Van Slavenhouder tot allesverslindend roofdier
Eén van de belangrijkste oorzaken van de honger in Afrika is het dumpen van agrarische producten door westerse staten, die hun eigen boeren miljarden steun geven aan productie en export. Het streven naar zelfvoorziening wordt door het Westen door deze dumpingspraktijk en door het opdringen van open grenzen voor westerse ondernemingen onmogelijk gemaakt.

Vier systemen van overheersing hebben zich sinds Columbus 1492 opgevolgd. Na de verovering van Amerika en de genocide op de Indianen, de driehoekshandel: slaven naar Amerika, zilver e.d. naar Europa. Daarna het koloniale systeem en nu de door het Westen gedomineerde wereldorde met zijn ‘huurlingen’  GATT, IMF, Wereldbank en multinationals. De slavenhouders zijn niet dood, ze hebben de gedaante aangenomen van beursspeculanten.

Voorbeeld: de vernietiging van de Afrikaanse katoenmarkt door dumpen van gesubidiëerde katoen door de VS. In strijd met verdragen, maar daar trekt het Westen zich niets van aan. Om voor IMF- hulp in aanmerking te komen na het instorten van de katoenmarkt eist het IMF privatisering en vrijhandel. Gevolg: westerse multinationals nemen de economie en vragen excessieve prijzen voor kunstmest, pesticiden en zaaigoed.

Met het opheffen van tariefmuren voor import raken arme landen niet alleen het grootste deel van hun staatsinkomsten kwijt, maar bovendien moet hun onderontwikkelde landbouw en industrie concurreren tegen hoogontwikkelde regio’ s. Gaan arme landen niet akkoord met vrijhandel dan staken IMF en de EU financiële steun. Het cynisme en de arrogantie waarmee westerse leiders het verzet breken van arme landen draagt in hoge mate bij aan de haat tegen het westen.

2.2. In India, in China
Financiële oligarchieën in India en China maken deel uit van het kapitalistisch systeem. Oligarchen wonen in westerse metropolen, ‘economische ontwikkelingszone’s’ (bijv. ‘Cyberabad’) worden bezet door Dell, IBM, Google, Oracle, Capgemini, Westerse banken en Indiase giganten. Gunstgige vestigingsvoorwaarden: gratis grond, de eerste tien jaar geen belasting, afschaffen invoerrechten, elektriciteit voor niets, minimale arbeidsinspectie.

Lokale boeren raken land kwijt, zijn aangewezen op onbetaalbaar (want geprivatiseerd) zaaigoed, pesticiden en meststoffen. Tussen 2001 en 2007 maakten 120.000 boeren in India een eind aan hun leven. Groei sloppenwijken rond Calcutta, Mumbay, New Delhi.

In 1983 besloot China deel uit te maken van het westerse kapitalistische systeem. Schafte sociale zekerheid af, privatiseerde staatsbedrijven en liet buitenlandse investeringen toe. De oligarchie bestaat uit invloedrijke families van de Communistische Partij. Verzet wordt hard onderdrukt (Chengguan: speciale politiemacht). China is recordhouder doodstraffen.

Het lijden van de arme bevolking in India, China onder het uit het Westen overgenomen en daarmee verstrengelde kapitalisme voedt de haat tegen het Westen.

Deel 3 De schizofrenie van het Westen
3.1. Mensenrechten
De westerling meent anderen op de rechten van de mens te moeten wijzen, maar heeft daar zelf geen boodschap aan.

In het jaar (1948) dat de Universele Verklaring van de rechten van de mens door de VN werd vastgesteld (art. 3 Een ieder heeft recht op leven, vrijheid en onschendbaarheid van zijn persoon‘) leefde driekwart van de mensheid onder het koloniale juk. In Gabon, Kameroen, Congo-Brazzaville sloegen opzichters van Franse bosbouwondernemingen houthakkers die de zwak of te ziek waren om het vereiste aantal bomen te vellen met zwepen voorzien van spijkers. In Kivu, Maniéma en Kasai werden mijnwerkers die van kruimeldiefstallen verdacht werden door Belgische opzichters aan hun polsen opgehangen; als het gangreen zijn werk had gedaan werden hun polsen geamputeerd. In dwangarbeiderskampen op de rubberplantages in Cambodja stierven kinderen door ondervoeding.

In 2006 besluit de Veiligheidsraad 20.000 blauwhelmen in te zetten om een eind te maken aan de volkerenmoord in Dafur. De troepen zouden in buurland Tsjaad worden gestationeerd. Onder druk echter van Sarkozy weigerde Tsjaad (ex- Franse kolonie) de VN-troepenmacht toe te laten. Sarkozy wilde dat niet de VN, maar Frankrijk de regie zou hebben bij de hulp vanuit Tsjaad. Frankrijk wilde bovendien geen militaire interventie (bang om bij een conflict te worden betrokken), maar alleen humanitaire hulp.

De VS hebben in 1988 de Conventie tegen martelen getekend. In 2004 echter besloot Bush dat Amerikaanse commando’s overal ter wereld ‘terroristen’ mochten arresteren, verhoren, martelen en zo nodig executeren. Omdat martelen in de VS zelf verboden bleef werd dat in clandestiene gevangenissen in andere landen gedaan (Guantanamo, 2008: 455 gevangenen).

Naar aanleiding van het Israëlische bombardement op Beit Hanoun besloot de VN Raad voor de mensenrechten een onderzoek ter plaatse in te stellen. De Israëlische bezetter weigerde echter visa te verstrekken en dus ging het onderzoek niet door. De ambassadeurs van de EU staken geen vinger uit, geen spoor van protest. De weigering van Israël om onderzoekers toe te laten wordt een paar maanden later door de Soedanese junta aangegrepen om VN onderzoekers te beletten onderzoek in Soedan te doen naar mensenrechtschendingen. Maar dan roepen de EU ambassadeurs dat het een schande is.

3.2. Cynisme, arrogantie en dubbelhartigheid

wordt aan gewerkt

 

 

Over de Damas de Blanco in Cuba

De Damas de Blanco worden regelmatig door de westerse pers als voorbeeld ten tonele gevoerd van de onderdrukking van het recht op vrije meningsuiting in Cuba.

Het uitgesproken anti-communistische Cuba Tips van de Stichting Cuba Glasnost schreef op 5 maart 2017 ‘een demonstratie van de mensenrechtengroep Damas de Blanco wordt bijna wekelijks met politie geweld onmogelijk maakt.

Anders dan Kees Kortenhof van Cuba Glasnost schrijft is er geen sprake van wekelijks politie geweld in het geval van de Damas de Blanco, ook volgens Berta de los Angelos Soler (één van de Damas) niet: “Ellos no nos golpearon. No hubo violencia”. {1)  Zulks in tegenstelling tot bijvoorbeeld de demonstraties in Nederland tegen zwarte piet of. om een ander voorbeeld te noemen het optreden van de politie tegen Turkse demonstranten die verontwaardigd zijn dat de Turkse minister de toegang tot Nederland en het Turkse consulaat werd ontzegd.

Salim Lamrani, docent verbonden aan de universiteit Sorbonne in Parijs, gespecialiseerd in Latijns-Amerika en in het bijzonder de verhouding Cuba-VS, schreef een artikel over deze Damas de Blanco waarin wordt afgerekend met de mythe dat het zou gaan om een groep die zich druk maakt over mensenrechten. Het artikel verscheen als hoofdstuk in het boek Cuba: lo que nunca le dirán los medios (Cuba: wat de media nooit vertellen). Nelson Mandela schreef een voorwoord bij het boek. (2)

Deze column biedt een verkorte en vrije vertaling van het artikel, waaraan ik hier en daar in schuine tekst commentaar aan heb toegevoegd. Ook de foto’s en illustraties heb ik toegevoegd.

De zaak van de Damas de Blanco

De Cubaanse Damas de Blanco hebben een zekere faam verworven in de westerse pers als symbool van de strijd voor vrijheid in Cuba. Het gaat om vrouwen die familie zijn van de 75 opposanten die in 2003 werden gedetineerd wegens ‘samenwerken met een buitenlandse mogendheid’. Elke zondag demonstreren zij in Havana en eisen zij de vrijlating van hun gevangen echtgenoten.

Om aan te geven dat zij zich inzetten voor een goede zaak en om de werkelijke redenen te verhullen van de gevangenschap van hun familielid imiteren zij de Argentijnse Madres de la  Plaza de Mayo (de ‘Dwaze moeders’), waarmee zij het doen voorkomen alsof hun strijd net zo’n rechtvaardige strijd is als die van Argentijnse Madres.

De Madres  zijn een voorbeeld van moed en volharding. Al 28 jaar komen zij elke donderdag bij e­l­kaar op de Plaza de Mayo in Buenos Aires om de waarheid te eisen over de verdwijning van hun kinderen en alle andere slachtoffers van de onderdrukking en zetten zij zich in om te bereiken dat de verantwoordelijken voor de militaire dictatuur 1976 – 1982 worden gestraft.

Desgevraagd veroordeelde Hebe de Bonafici, leidster van de Madres, het feit dat de Cubaanse Damas de Blanco de suggestie proberen te wekken iets met de Madres de la Plaza Mayo gemeen te hebben. “Onze hoofddoek symboliseert het leven, terwijl de vrouwen waarvan u spreekt de dood vertegenwoordigen”. “Die vrouwen komen op voor het terrorisme van de VS”.

Op 21 april 2008 zetten de Damas de Blanco een demonstratie op touw tegenover het ministerie van binnenlandse zaken op de Plaza de la Revolución in het centrum van Havana. De autoriteiten voerden hen af en bracht ze naar hun huizen. Niettemin schreven de westerse media over een repressief optreden. Het persbureau Reuters sprak van een gewelddadige aanval op de vrouwen van de gedetineerde dissidenten.

Foto’s (zie foto boven) en video’s laten echter een twintigtal vrouwelijke medewerkers van het ministerie zien zonder wapenstok o.i.d. Die droegen de Damas, nadat ze drie uur hadden gedemonstreerd, naar de toeristenbus die hen naar hun huis bracht. Eén van Damas, Berta de los Angeles Soler, verklaarde tegenover persbureau Associated Press dat er geen geweld was gebruikt: “Ze hebben ons niet geslagen. Er was geen geweld”.

Voor westerse media vormde het gebeuren op 21 april 2008 het bewijs van het repressieve karakter van de Cubaanse regering. Wat die media niet schrijven is dat het verbieden van demonstraties in het centrum van een drukke stad zónder toestemming in vrijwel alle landen in de wereld normaal is en dat er in landen als Frankrijk (en Nederland) niet zelden, en anders dan in het geval van de Damas, hardhandig door de politie een eind aan wordt gemaakt. Zie op de foto’s boven hoe er in Gouda een eind werd gemaakt aan de demonstratie tegen zwarte piet.

Miriam Leyva, een van de oprichtsters van de Damas verklaarde dat de demonstratie een zuiver humanitair doel had. “Wij hebben geen politieke agenda” verzekerde zij. Laura Pollan, die als woordvoerder van de groep fungeert bezwoer “Wij zijn vrije vrouwen en volgen geen ordes op van wie dan ook”. De Cubaanse regering, echter, veroordeelde het gebeuren als een provocatie op poten gezet door het extreem rechtse congreslid van Florida Ileana Ros-Lehtinen (dochter van na de revolutie uit Cuba naar Miami uitgeweken ouders) met financiële steun van de Amerikaanse regering,

De feiten laten zien dat er inderdaad reden is om aan de onafhankelijkheid van de Damas te twijfelen. De vertegenwoordiger van de VS in Havana, Michael Parmly, komt regelmatig samen met de leden van de Damas, zoals foto’s laten zien. Ook blijkt uit een (onderschepte) telefoon gesprek met Ileana Ros-Lehtinen dat de demonstratie van 21 april vanuit Florida is georganiseerd door haar en de Fundación Nacional Cubano Americana (FNCA).

Het is nuttig in herinnering te roepen wie Ilena Ros-Lehtinen en wat de FNCA is. Het Amerikaanse congreslid is een verbeten aanhangster van de harde lijn tegen Cuba. Ros-Lehtinen was betrokken bij de kidnapping van het 6-jarige Cubaanse jongetje Elián Gonzalez in 2000 (3), verdedigde de terroristen Orlando Bosch en Luis Posada Carriles (4), maakte zich sterk voor verscherping van de economische sancties tegen Cuba en riep op Fidel Castro te vermoorden. (“Yo apruebo la posibilidad de que alguien asasine a Fidel Castro”).

Wat de FNCA (5) betreft, de relatie met het terrorisme tegen Cuba is meer dan eens aangetoond, onder andere in het geval van de aanslagen in 1997 tegen de Cubaanse toeristenindustrie. Op 22 juni 2006 vertelde José Antonio Llama, ex directeur FNCA,  dat de FNAC beschikte over helikopters, tien op afstand bestuurbare vliegtuigen, zeven schepen, een speedboot en een enorme hoeveelheid explosieven. “Wij willen de democratisering in Cuba met alle middelen bespoedigen”.

Welk land ter wereld pikt het dat een groep burgers zich verbindt met iemand die oproept de president te vermoorden en met lieden en een organisatie met terroristische plannen? Wat zou de Franse regering doen als een groep Fransen zich verbindt met bijvoorbeeld Al-Qaeda?

Ex president George W. Bush, die meer dan eens liet weten de regering in Havana ten val te willen brengen, nam 6 mei 2008 de moeite zich met Berta Soler en Martha Beatriz Roque (beide lid van de Damas) in verbinding te stellen door middel van een videoconferentie, in aanwezigheid van Palmly, hoofd van de Amerikaanse vertegenwoordiging in Havana. Berta Soler drong in het gesprek aan op meer financiële steun. Bush gaf daags daarna te kennen dat het zijn bedoeling was alles te doen wat nodig is om de gevestigde orde in Cuba te breken.

Volgens de Cubaanse regering stelde de VS tussen 1996 en 2006 23.000 korte golf radio’s, talloze boeken, brochures en andere info beschikbaar voor de interne contrarevolutie in Cuba, gaf het 45,7 miljoen dollar uit aan groepen huurlingen voor provocaties zijnde een deel van de in totaal 116 miljoen besteed door de Bush regering om subversieve acties in Cuba te laten plaatsvinden.

De VS vertegenwoordiging in Cuba is, zo stelt de Cubaanse regering, een verdeelcentrum van waaruit groepen huurlingen worden geïnstrueerd en gefinancierd. En één van die groepen is op aanwijzing van Bush de Damas de Blanco. Eén van de Damas (Laura Pollán) ontving zelfs een bedankkaartje van Bush en geld om een boek uit te geven over de “contrarevolutionaire” (6) ervaringen van haar echtgenoot (Héctor Maseda Gutiérrez).

De Cubaanse regering maakte ook bekend dat Martha Beatriz Roque en de Damas de Blanco maandelijks 1500 dollar ontvangen – bijna tien maal het gemiddelde maandsalaris in Cuba – afkomstig van de organisatie Rescate Juridico de la Florida en nog wel ondanks de sancties van de VS die het verbieden meer dan 100 dollar per maand naar familie in Cuba te sturen.

De president van Rescate Juridico is niemand minder dan Santiago Alvarez Fernández Magriñat, erkend terrorist en goede vriend van de terrorist Luis Posada Carriles, degene die verantwoordelijk is voor de aanslag op het Cubaanse vliegtuig waarbij 76 mensen omkwamen. Alvarez zit een straf uit in de VS voor verboden wapenbezit, was betrokken bij de mislukte aanslag op Castro in Panama in 2000 en volgens Interpol verantwoordelijk voor de beraming van aanslagen op toeristische doelen in Cuba. Rescate Juridico ontvangt niettemin geld van de VS regering.
Fundación Rescate Juridico
Associated Press meldt dat deze Alvarez publiekelijk zijn militant gewelddadig verleden tegen Cuba erkende. Alvarez werd overigens door de CIA gerecruteerd in de zeventiger jaren voor diverse criminele acties, zoals de overval in 1972 op het kustplaatsje Boca de Samá in Cuba.

Kortom, de Damas de Blanco accepteren een financiële vergoeding van de organisatie Rescate Juridico die geleid wordt door een erkend terrorist. Hoe zou de Franse regering reageren als een oppositionele groep financiële steun accepteert van lieden die verantwoordelijk zijn voor terroristische aanslagen in Parijs? En zou Martha Beatriz Roque en de Damas de Blanco hun gang kunnen gaan als zij in de VS leefden en geld ontvingen van lieden die terroristische aanslagen beramen in de VS?

De financiële steun die de Damas ontvangen van Rescate Juridico én van de VS regering wordt aan hen overgebracht door diplomaten verbonden aan de vertegenwoordiging van de VS in Cuba. Volgens de Conventie van Wenen 1961 artikel 41 hebben diplomaten de plicht zich niet te mengen in de interne aangelegenheden van het gastland. Volgens de VS vroegere diplomaat Wayne S. Smith in Cuba (1979 – 1982) is het volstrekt illegaal geld over te brengen aan de Cubaanse dissidenten.

art. 41Naamloos
Alle landen verbieden in hun wetboek van strafrecht elke vorm van associatie met een vreemde mogendheid die de bedoeling heeft de belangen van het land te schaden, laat staan de wettige regering omver te werpen. (De VS regering heeft van die bedoeling nooit een geheim gemaakt.)
De Damas de Blanco hebben het volste recht te opponeren tegen de regering in Havana, maar ze handelen in strijd met het recht zoals dat in alle landen geldt door zich te verbinden met de vreemde mogendheid VS en zich dienstbaar te maken aan de buitenlandse politiek van de VS die er sinds 1959 op gericht is het regime in Havana omver te werpen. Met een nobele strijd voor vrije meningsuiting of voor mensenrechten heeft dat niets te maken.

(1) Vert:  “Ze hebben ons niet geslagen. Er was geen geweld”.

(2) Vrije vertaling en samenvatting van het artikel El caso de las Damas de Blanco in Cuba: lo que nunca le dirán los medios van Salim Lamrani. Editorial José Marti Havana 2011.
Het artikel verscheen in 2008 in het Frans: http://www.voltairenet.org/article157276.html. Het boek ver­scheen eerder in het Frans onder de titel Cuba: ce que les médias ne vous diront jamais, Edition Estrella 2008.

(3) ” Ros-Lehtinen played a prominent role in the unsuccessful attempt by relatives of Elian Gonzalez to gain custody of six-year-old from the Castro regime, describing Cuba as “that system of godless communism“. https://en.wikipedia.org/wiki/Ileana_Ros-Lehtinen. Zie ook: https://nl.wikipedia.org/wiki/Eli%C3%A1n_Gonz%C3%A1lez

(4) http://uspeacecouncil.org/?p=360. Samen met Luis Posada Carriles gaf Orlando Bosch leiding aan de sabotage van een Cubaans passagiersvliegtuig in 1976 waarbij alle 76 inzittenden omkwamen. Zie: http://www.afrocubaweb.com/roslehtinen.htm

(5) Zie voor info over de FNCA: https://en.wikipedia.org/wiki/Cuban_American_National_Foundation

(6) In het boek “Enterrados Vivos” beschrijft Héctor Maseda zijn berechting en zijn gevangenschap en niet zijn contrarevolutionaire ervaringen. Dat laatste zou ook niet voor de hand liggen, want een erkenning van wat hem ten laste werd gelegd.