Monthly Archives: December 2017

ING: krokodillentranen over integer ondernemen

ING weigert geld over te maken dat ingezameld is om Cubanen te helpen na de orkaan Irma. De afkeer tegen het socialistische Cuba zit er bij de ING zo diep in, dat het zelfs weigert 25 euro over te maken naar België op de rekening van de Belgische vereniging Initiativa Cuba Socialista (ICS), te weten de contributie die ik moet betalen om daar lid van te kunnen zijn.

De ING verschuilt zich achter de Amerikaanse regelgeving (de ‘blokkade’) die het zou verbieden om aan transacties mee te werken die direct of indirect zouden kunnen maken dat er geld in Cuba terechtkomt. Volgens ING is het dus de Amerikaanse regelgeving die in de weg staat aan mijn lidmaatschap van het Belgische ICS.

Al jaren laat ik mij de nieuwsbrief toesturen van de Stichting Glasnost. Volgens de nieuwsbrief zelf de best geïnformeerde site over Cuba. Die moet weinig hebben van het socialistische regiem.  Voor ICS is Che Guevara een held, voor CubaGlasnost een moordenaar. Donaties aan Stichting Glasnost kunnen worden overgemaakt op haar rekening bij ING. Dat mag kennelijk wel van de Amerikanen.

Omdat ik meen dat ING handelt in strijd handelt met wat wordt geacht mensenrecht te zijn, namelijk je te mogen verenigen en uitdrukking te geven aan je eigen politieke opvatting, heb ik een klacht ingediend bij het College voor de rechten van de mens. Op 8 januari 2018 wordt die klacht behandelt en moet ING uitleggen waarom mijn contributie niet wordt overgemaakt.

Of de Duitse vereniging die geld inzamelde om Cubaanse slachtoffers van de orkaan Irma te helpen een klacht heeft ingediend weet ik niet, maar ik zal ze aanbieden omdat voor hun te doen. Het saboteren van humanitaire hulp door ING kan niet ongestraft blijven.

ING schakelde naar aanleiding van mijn klacht het duurste en meest prestigieuze advocaten kantoor Stibbe in. Advocaat prof. mr. T Barkhuysen stelde een verweerschrift op. Daarin wordt uitgelegd dat ING heel veel waarde hecht aan integriteit, eerlijkheid en verantwoordelijkheid en dat daarom die contributie dus niet kan worden overgemaakt.

Nu hoef je tegenwoordig op internet ‘ING’ maar in te tikken en je krijgt een hoop berichten en artikelen te zien over corruptie en witwassen waar ING bij betrokken zou zijn, En over niet zo integere investeringen. In projecten waar van kinderarbeid sprake is of steun aan fossiele energie. Kortom: krokodillentranen over integer ondernemen.

ING heeft, als we het betoog van  een prof. mr. T Barkhuysen van Stibbe volgen en even de berichten in de media over corruptie en witwassen vergeten, een integriteitsbeleid dat er op gericht is zich strikt aan wet- en regelgeving te houden, ook de Amerikaanse regelgeving waar Barkhuysen echter slechts in een voetnoot naar verwijst. Dus zonder te verwijzen, zoals een serieuze advocaat zou doen, naar een concrete bepaling waar ING zich aan te houden heeft. Zie verweer ING Stibbe Barkhuysen

Nu lijkt prof. mr. T. Barkhuysen van Stibbe de factsheet van U.S. Treasury Department Office of Public Affairs, waar hij in een voetnoot naar verwijst, zelf niet gelezen te hebben. Want daarin wordt juist opgesomd wat er allemaal wél mag en dat is zoveel dat het echt uitgesloten is dat ING mijn contributie aan de Belgische vereniging ICS niet zou mogen overmaken. Zie mijn Reactie op het verweer van het ING met bijlagen bij reactie op verweer ING.

Het door prof. mr. Barkhuysen opgestelde verweerschrift roept de vraag op: waarom verlaagt een advocaat, een hoogleraar nog wel, van een prestigieus advocatenkantoor als Stibbe, zich om een verweer op te stellen waar ook een niet-jurist die niets af weet van mensenrechten en van de Amerikaanse regelgeving, zo doorheen prikt? Is alles en iedereen te koop?

Wat zou nu de echte reden kunnen zijn dat ING mijn contributie niet wil overmaken aan het socialistische ICS in België, maar geen probleem heeft met CubaGlasnost als klant die niets moet hebben van het socialistische Cuba? Het antwoord ligt voor de hand.

Cuba heeft na de revolutie alle Amerikaanse banken en ondernemingen het land uit gegooid
en zich de eigendom die zij daar in de loop van tientallen jaren bij elkaar hadden geroofd aan het volk teruggegeven. Cuba is voor Amerikaanse banken en multinationals dus de duivel zelf en de grote vrees is altijd geweest dat andere landen, die ook door Amerikaanse banken en multinationals leeggeplunderd worden, het Cubaanse voorbeeld zouden volgen.

ING is al lang geen Nederlandse bank meer, ING is een grote internationale bank die er om zakelijke redenen op uit is goeie maatjes te zijn met Amerikaanse banken en multinationals. En dan moet je laten zien dat je niets maar dan ook niets met Cuba te maken wil hebben. Met wet- en regelgeving en integriteit heeft dat weinig te maken.

 

Biobrandstof een misdaad tegen de menselijkheid *


Voor de productie van één liter bioetanol is 4000 liter water nodig
. Per saldo verhoogt bio­brandstof uitstoot van CO2. Agrobrandstof leidt tot meer honger, onderdrukking en milieu­schade.

De Europese Commissie voert met instemming van de lidstaten al jaren het beleid dat voor de productie van diesel en benzine naast aardolie ook landbouwproducten gebruikt moeten wor­den. Minstens 10% en dat aandeel zou volgens datzelfde beleid met het jaar verhoogd moeten worden. Bioetanol (alcohol) wordt gewonnen uit biet, rietsuiker, graan, mais, e.d. Biodiesel uit plantaardige en dierlijke olie.

De agroindustrie die zich richt op agrobrandstof is booming business. In 2011 werd meer dan 100 miljard liter geproduceerd, waarvoor 100 miljoen hectare landbouwgrond werd gebruikt. Een verdubbeling ten opzichte van 2006.

Het argument om fossiele brandstof te vervangen door biobrandstof is het klimaat. Verwoes­tijning door klimaatverandering is enorm: 44% van de beschikbare landbouwgrond dreigt er door verloren te gaan. Met name in Afrika heeft dat rampzalige gevolgen, omdat daar honder­den miljoenen kleine boeren voor hun bestaan afhankelijk zijn van het snel krimpende areaal landbouwgrond. Volgens de VN is er in Afrika sprake van 25 miljoen eco-vluchtelingen die een heenkomen zoeken in sloppenwijken van grote steden en uitwijken naar landbouwgrond die door anderen wordt gebruikt, wat de oorzaak is van veel gewapende conflicten.

Onder invloed van klimaatverandering wordt vruchtbare grond droog en keihard, zodat die niet meer voor landbouw te gebruiken is. Klimaatverandering leidt ook tot het verdwijnen van gletschers waardoor rivieren wilde vernietigende stromen worden, maar ook de beschikbaar-heid van water snel afneemt.

Dat biobrandstof een oplossing is voor het klimaatprobleem blijkt echter niet het geval te zijn. Voor de verwerking van biobrandstof is namelijk zoveel energie én water nodig, dat het per saldo juist een aanslag is op het klimaat én het milieu én de beschikbaarheid van water.

Heel veel ziektes hebben te maken met vervuild drinkwater: diarree, cholera, dysentrie, hepa­titis, trachoom, tyfus, malaria. In Afrika hebben rond 5 miljoen niet de beschikking over drink­baar water. In Azië gaat hem om 248 miljoen mensen, 92 miljoen in Latijns Amerika en de Cari­ben, 67 miljoen mensen in de arabische landen.

De hoeveelheid energie die nodig is voor de productie van biobrandstof is zo enorm, dat de  productie daarvan per saldo leidt tot een toename van CO2 in de atmosfeer in plaats van tot een afname. En voor de productie van één liter bioetanol is 4000 liter water nodig. Niet alleen volgens ecologisten, maar ook volgens Nestlé leidt de productie van biobrandstof tot extreme armoede van honderden miljoenen mensen. [ii]

 

De echte reden voor biobrandstof

Producenten van biobrandstof in de VS ontvangen jaarlijks miljarden dollar aan subsidie en het bioetanol/biodiesel programma wordt door de VS beschouwd als een zaak van nationale veilig-heid om minder afhankelijk te zijn van olieproducerende landen. Dagelijks verstookt de VS 20 miljoen vaten olie. Het grootste deel (61%) wordt geïmporteerd, voornamelijk uit landen die door de VS worden beschouwd als instabiel. Om de levering van olie uit die landen te garan-deren houdt de VS er een enorme en kostbare legermacht op na in de golf van Perzië, het Midden-Oosten en in Azië. 44% van wat wordt besteed aan militaire uitgaven door landen aangesloten bij de VN wordt door de VS besteed. De VS trekt ook nog eens 3000 miljoen
per jaar uit voor militaire ondersteuning van Israel en 1300 miljoen voor het militaire appa-
raat in Egypte.

(Wat voor de VS geldt, geldt voor het hele geïndustrialiseerde Westen: het veiligstellen van de reuzachtige hoeveelheid aardolie die nodig is om industrie, energievoorziening en transport  aan de gang te houden is overal een zaak van nationale veiligheid en dus wordt de productie van biobrandstof ook door de EU aangemoedigd. CvO)

Voor de productie van 50 liter benzine is 358 kilo maïs nodig. In landen als Mexico en Zambia
is maïs basisvoedsel. De keuze waar het om biobrandstof gaat is eenvoudig. In een volle tank gaat ongeveer wat een kind nodig heeft om een jaar te kunnen eten.

 

Vervloeking van rietsuiker

Biobrandstof is niet alleen een aanslag op het klimaat, drinkwater en de voedselvoorziening, maar ook een aanslag op het fysieke en sociale milieu. In Brazilië bijvoorbeeld.

Kleine boeren, verenigd in de Movimento dos Trabalhadores Sem Terra, verzetten zich tegen het verwerven en in gebruiknemen van staatsgrond door moderne latifundistas (gesteund door westerse financiële instellingen) die zich aangemoedigd door de overheid (‘Plan Proalco­hol’) toeleggen op de productie van suikerriet. Die grond was altijd in gebruik van die kleine boeren, maar die zijn daar verdreven. De regering van Brazilië streeft ernaar 26 miljoen hec­tare vrij te maken voor de productie van suikerriet. Tussen 1985 en 1996 raakten 5,4 mil­joen kleine boeren hun land kwijt aan grootschalige suikerrietbouw en konden als rondrei­zen­de corta­dor (van de ene naar de andere plantage) aan de slag onder omstandigheden die niet veel beter zijn dan toen (1888) de slavernij in Brazilië werd afgeschaft. De suikerrietbouw slokt overigens niet alleen de grond van die kleine boeren op, maar ook steeds meer bosgrond. Vol­gens de Wereldbank zal in 2050 40% van het tropisch regenwoud in Brazilië verdwenen zijn.

Dat groei van de suikerrietproductie ten koste gaat van zoveel kleine boeren heeft tevens tot gevolg dat Brazilië steeds minder zelf voedselgewassen verbouwt en steeds meer moet impor-teren en de voedselvoorziening daardoor steeds meer afhankelijk wordt van fluctuerende prij-zen op de wereldmarkt.

Rekolonisatie

‘Eerst namen ze ons mensen weg, nu pakken ze onze grond af, we beleven de rekolonisatie van Afrika”. Pizo Movedi (Zuid Afrika).

Grondverwerving om biobrandstof te verbouwen vindt plaats in veel landen in Azië, Afrika en Latijns-Amerika. Colombia is de vijf na grootste producent van palmolie. Ook palmolie wordt gebruikt voor biobrandstof. Overal waar plantages worden aangelegd voor palmolie worden mensenrechten geschonden, vindt illegale onteigening van grond plaats en gedwongen ver­plaatsing van kleine boeren en “verdwijnen” actievoerende boeren die zich daar tegen ver­zetten.

Tussen 2002 en 2007 werden 13.634 mensen gedood (waaronder 1.314 vrouwen en 719 kin-deren) of “verdwenen” door aanvallen van paramilitairen. Formeel worden inheemse boeren in een gebied van 150.000 hectare wettelijke beschermd en mag hun grond niet opgekocht worden. Dat weerhoudt paramilitairen er niet van ze weg te jagen en multinationals niet om de grond vervolgens in gebruik te nemen als plantage voor palmbomen. De in 2011 gekozen president Álvaro Uribe onderhoudt banden met de paramilitairen en is vriend van de latifun-distas.

De Angolese regering kondigde aan een half miljoen hectare te bestemmen voor de teelt van palmolie. In 2009 begon het Angolze Biocom met het planten van palmbomen. Portugese be-drijven zetten projecten op voor zonnebloem, soja, jatrofa en palmolie om in Europa te ver­werken tot biobrandstof.

In Kameroen zette het half franse Socapalm 58.000 hectare plantages op voor palmolie. In Kameroen gaat dat, samen met plantages voor hout en houtsnippers, ten koste van tropisch  langrijk voor het opnemen van CO2 en voor biodiversiteit. De regering wil daar nog eens 300
á 400 000 hectare voor palmboomplantages aan toe voegen .

Het Chinese bedrijf ZTE kondigde in 2007 aan palmboomplantages in de Republiek Congo te begin­nen voor 3 miljoen hectare. Het Italiaanse ENI voorzag een palmboomplantage  van 70.000 hectare.

Het marxistische Etiopië maakt zich ook met enthousiasme op voor de vervreemding van zijn gronden: 1,6 miljoen hectare aan uiteenlopende investeerders voor suikerriet en palmolie. De multinational Saudi Star heeft zich ontfermt over tienduizenden hectares van de in het land schaarse vruchtbare grond.

In Kenia heeft het Japanse Biwako in 2007 30.000 hectare voor jatrofaolie aangekocht en over-weegt om nog eens 100.000 hectare aan te kopen. Het Belgische HG financiert een project voor 42.000 hectare palmbomen en het Canadese Bedford begint met 160.000 hectare en is van plan om nog eens 200.000 hectare aan te kopen voor jatrofa.

In 2008 sloot de president van Madagaskar in het geheim een overeenkomst met Daewoo voor een miljoen hectare voor palmbomen met als enige tegenprestatie dat Daewoo zelf voor de ontsluiting en irrigatie zou zorgen. Toen dat uitkwam werd de president verjaagd en zijn op-volger ontbond het kontrakt.

Sierra Leone, het armste land van de wereld (80% ondervoed), sloot een overeenkomst met  multinational Addax voor 20.000 hectare vruchtbare grond en een optie voor 57.000 hectare. Bestemd voor rietsuiker. De boeren die het land in gebruik hadden hoorden er bij toeval van.
De investeringen van Addax worden gefinancierd door de Europese Bank en de Afrikaanse Ontwikkelingsbank. Het probleem in Afrika is over het algemeen dat er geen kadaster bestaat, zeker niet voor grond buiten de stad. Formeel is de grond van de staat en hebben gemeen­schappen van boeren recht van vruchtgebruik.

Addax koos de grond uit langs een rivier die belangrijk is voor watervoorzieningen van de hele streek. Boeren zijn bang dat de plantages van Addax zoveel water uit de grond zuigen en het grondwater verontreinigen dat hún watervoorziening in gevaar komt. In het contract voor 50 jaar is daar niets over geregeld. Addax heeft de boeren in het vooruitzicht gesteld dat zij bij Addax kunnen komen werken. Er zouden 4000 arbeidsplaatsen komen, maar er werken er maar 50 en die verdienen niet meer dan 1,8 euro per dag.

Multinationals kunnen makkelijk lucratieve kontrakten sluiten omdat nationale en lokale bestuurders makkelijk zijn om te kopen. Bijzonder kwalijk is dat institututen als de Wereld-bank, de Europese Investeringsbanken, de Bank voor Afrikaanse Ontwikkeling daarin geen reden zien om van investeringen af te zien.

Biobrandstof brengen overal catastrofes teweeg. Ze ontwrichten de sociale structuur, deci-meren de grond voor akkerbouw en de lokale voedsel voorziening, bedreigen het klimaat en verergeren de honger in de wereld. Op een planeet waar elke vijf seconde een kind onder de 10 jaar sterft van de honger is het speculeren met landbouwgrond en daarvan gebruiken voor biobrandstof een misdaad tegen de menselijkheid.

* Samenvatting van “Los buitres del “Oro Verde” uit Destrucción Masiva, Geopolitici del Hambre van Jean Ziegler, Ediciones Península, Barcelona (2012)

[ii] ‘The real cost of biofuel’, The New York Times 8-3-2008

Het IMF, de Wereldbank en het WTO als engelen van de dood

Samenvatting van ‘Los jinetes des apocalipsis’ * (‘Destruccion Massiva, Geopolitca del Hambre”) van Jean Ziegler, Peninsula Barcelona, 2012.

Helaas is dit boek niet vertaald in het Engels en in het Nederlands. Wél bestaat een Duitse versie “Wir lassen sie verhungern: Die Massenvernichtung in der Dritten Welt”. Wél in het Nederlands vertaald is Jean Zieglers “Haat tegen het Westen”.

Ziegler was 8 jaar speciaal gezant bij de VN voor de honger in de wereld. De honger in de wereld is volgens Ziegler steeds meer de schuld van de rijke landen die de vrije markt aan arme landen opdringen om er zelf beter van te worden.

Drie organisaties die een belangrijke rol spelen bij het ontstaan en de bevordering van honger en armoede in de wereld zijn het IMF (Internationaal Monetair Fonds), de Wereldbank en het WTO (World Trade Organization). De Wereldbank wordt geleid door Robert Zoellnick die de amerikaanse belangen placht te behartigen onder president Bush, het FMI wordt geleid door Christine Lagarde en het WTO door Pascal Lamy. De laatste is nota bene lid van de Franse socialistische partij.

Het IMF en de Wereldbank werden in 1944 opgericht en horen bij de VN. Het WTO staat daar los van. Daar zijn 150 staten lid van. Het WTO werd in 1995 opgericht als opvolger van het GATT, dat na de WO II was opgezet door industrielanden om douanetarieven af te bouwen en zodoende de vrijhandel te bevorderen.

Marcel Mazoyer, hoogleraar verbonden aan het instituut voor agronomie in Parijs, hield de leden van de UNCTAD in 2009 voor dat de liberalisatie van wereldhandel voor wat betreft de landbouw de competitie bevorderde tussen extreem ongelijke producenten, wat alleen maar als gevolg kan hebben een verergering van de mondiale voedselcrisis, de economische- en de financiele crisis.

In dezelfde geest liet zich uit Rubens Ricupero, gewezen secretaris generaal van de UNCTAD en gewezen minister van financiën van Brazilie: “ een eenzijdige ontwapening van de landen van het zuidelijke halfrond”. Je zou de ongelijke strijd kunnen vergelijken met een bokswedstrijd tussen de wereldkampioen zwaargewicht Mike Tyson en een ondervoede werkloze uit Bengalen.

Het IMF en het WTO zijn vanaf hun oprichting de meest fervente vijanden van de universele eco­nomische-, sociale- en culturele rechten en in het bijzonder van het universele recht op voeding. Voor de 2000 functionarissen van het IMF en de 750 bureaucraten van het WTO is elke interventie in de vrije markt een gruwel. Dat was niet anders toen Dominique Strauss-Kahn (ook een prominent lid van de Franse socialistische partij) de leiding had van het IMF (2007-2011).

Jean Ziegler schrijft dat hij in zijn tijd als rapporteur van de VN op het gebied van honger (2001 – 2008) met 4 amerikaanse ambassadeurs te maken had die tegen al zijn voorstellen stemden en hem bovendien als rapporteur weg wilde hebben. Een druk waar Kofi Annan niet voor zwichtte.

Twintig jaar na de oprichting van het WTO is de mondiale vrijhandel zo ver gevorderd dat de arme landen van hun nationale onafhankelijkheid, in elk geval op economisch gebied, compleet beroofd zijn. Grenzen aan import en multinationals zijn er niet meer, ziekenhuizen en onderwijsinstellingen zijn goeddeels geprivatiseerd en het aantal slachtoffers van honger en ondervoeding neemt toe.

Oxfam ** liet zien dat in alle landen waar het IMF tussen 1990 – 2000 zijn economische hervor­mingen aan heeft opgelegd miljoenen mensen in de afgrond van de honger zijn gestort. De reden is: het IMF is alleen geïnteresseerd in de aflossing van leningen die aan arme landen zijn verstrekt.

Van tijd tot tijd verstrekt het IMF nieuwe leningen waarmee oude leningen moeten worden afgelost of staat het toe dat de afbetalingsverplichting even wordt opgeschort. Maar daarbij stelt het IMF altijd als voorwaarde dat er hoe dan ook bezuinigd wordt op publieke uitgaven voor gezondheidszorg, onderwijs en subsidies voor voeding. Stijgende werkloosheid en extra honger is steevast het gevolg.

Niger had een overheidsdienst voor veterinaire hulp. Die werd onder druk van het IMF ontmanteld. Veterinaire producten (vaccins, antiparasieten) vormen nu dankzij het IMF een markt waar boeren zijn uitgeleverd aan de multinationals die zoveel mogelijk aan arme boeren proberen te verdienen. Tienduizenden boeren werden daardoor gedwongen hun veestapel er aan te geven en hun heil te zoeken in de snelgroeiende sloppenwijken van grote steden.

Overal waar het IMF neerstrijkt is het afgelopen met boeren die rijst, cassave en gierst verbouwen, want ook daarvoor geldt dat zij de prijs niet kunnen opbrengen die door multinationals en speculan­ten wordt bedongen voor kunstmest, zaaigoed e.d. Het IMF eist bovendien dat er primair voor de export wordt geproduceerd (koffie, cacao, thee, e.d.), om leningen af te kunnen betalen. Productie om de eigen bevolking te voeden moet daar volgens het IMF maar voor wijken.

Behalve ervoor te zorgen dat arme landen geleend kapitaal terugbetalen ziet het IMF het als haar taak multinationals en speculanten toegang te verschaffen tot de interne markt van zuidelijke landen en lokale producenten uit te zuigen. Vrijhandel is het weerzinwekkende masker van de honger en de dood, zoals de volgende voorbeelden laten zien.

Haiti
Haiti is tegenwoordig het meest miserabele land van Latijns-Amerika en op drie na het meest arme land ter wereld. In het begin van de 80-er jaren was Haïti echter selfsupporting wat betreft de productie van rijst. De boeren werden beschermd tegen de dumping van rijst vanuit met name de VS door een importheffing van 30%.

Onder druk van het IMF werd de importheffing in de loop van de 80-er jaren van 30% teruggebracht naar 3%, waardoor rijst uit de VS de inheemse Haïtiaanse kon verdringen. Niet alleen wordt de rijst in de VS door vergevorderde mechanisatie goedkoper geproduceerd, de VS-regering legt er bovendien nog eens veel subsidie op toe. Mag kennelijk wel van het IMF.

Tussen 1985 en 2004 steeg de import van rijst uit de VS van 15.000 naar 350.000 ton per jaar, waardoor de inheemse rijstproductie in elkaar zakte en Haïtiaanse rijstboeren hun inkomsten en bestaan kwijtraakten. De ineenstorting van de Haïtiaanse rijstproductie had een exodus tot gevolg van boe­ren naar de sloppenwijken van Puerto Principe en de andere grote steden van de land.

De regering van Haïti werd door het wegvallen van de inheemse rijstproductie vanaf pakweg 2000 gedwongen om meer dan 80% van haar totale begroting uit te trekken voor de import van voedsel. Dat viel door de mondiale crisis vanaf 2008, waardoor de prijs van rijst drie keer over de kop ging, niet meer op te brengen. Sindsdien waart de honger door de straten van Cité Soleil.

Zambia
Zambia zucht sinds het begin van de jaren 90 onder de door het IMF opgelegde economische her­vormingen. Zambia is een prachtig land, waar de rivier Zambesi en het zachte klimaat zorgt voor groene heuvels. Mais vormde altijd een belangrijk deel van de voeding.

Begin 80-er jaren werd de consumptie van mais voor 70% door de regering gesubsidieerd. De verkoop en de export naar Europa werd verzorgd door de Marketing Board. De subsidie legde beslag op nauwelijks meer dan 20% van de totale begroting. Iedereen had genoeg om te eten. Totdat door toedoen van het IMF de subsidie werd afgebouwd. Niet alleen voor mais, maar ook voor kunstmest, zaaigoed en pesticiden. Het IMF wilde ook het einde van gratis ziekenhuizen en onderwijs.

De akkerbouw ging daarna snel achteruit en op het platteland en in de achterstandswijken in de stad moest de bevolking al snel genoegen nemen met een keer eten per dag. Om uit de kosten te komen en te overleven werden boeren gedwongen hun werkdieren en hun grond te verkopen en zich aan te bieden voor onderbetaalde werk als dagloner op de grote katoenplantages van multinationals.

Tussen 1990 en 1997 daalde de binnenlandse consumptie van mais met 25% en schoot de kinder­sterfte omhoog. In 2010 leefde 86% van de bevolking onder de National poverty line, moest 72,6% van de bevolking rondkomen van 1 dollar per dag en was 45% van de bevolking ernstig en voortdurend ondervoed.

De spirit van de VS waart door het hoofdkwartier van het IMF in Washington. De jaarrapporten tonen het beeld van tevreden onverschilligheid. In 1998 heette het: “op den duur draagt het plan bij aan toegang tot de hulpbronnen en neemt het inkomen van de bevolking toe. Hoewel, op korte termijn de voedselvoorziening afneemt”.

Voor de betrokken landen hebben de door het IMF opgelegde hervormingen desastreuze gevolgen. Ze nemen de bescherming weg die de lokale industrie nodig heeft om het op te kunnen nemen tegen de multinationals en de meerderheid van de publieke diensten raakt geprivatiseerd. De revisie van de Employment and Land Act verorzaakt de ontbinding van sociale diensten, van vakbondsvrijheid en van het recht op een minimuminkomen. Het gevolg is werkloosheid, mateloze verhoging van de prijzen voor elementaire voeding en toenemende dakloosheid.

De bureaucraten van het IMF weten de catastrofe die ze aanrichten nog als een succes te verkopen door te stellen dat de ongelijkheid tussen leefcondities in de stad en die in op het platteland in de periode 1991 – 1997 sterk is afgenomen. Logisch, want de ellende in de stad is dramatisch toegenomen tot die welke gelijk is met die op het platteland.

Ghana
Na Ethiopië is Ghana het land ten zuiden van de Sahara dat het eerst onafhankelijk werd. Na ijzeren repressie door Engeland, stakingen en massabewegingen zag de republiek Ghana het licht in 1957. Kwame Nkrumah, de eerste president, profeet van de panafrikaanse eenheid, was naast Abdel Nasser, Modibo Keita en Ahmed Ben Bella, een van de grondleggers van de Organisatie voor de Afrikaanse Unie.

De Ghanesen zijn een trots volk, maar ook zij werden door het IMF gedwongen de weg te gaan waartoe Zambia werd gedwongen. In 1970 zorgden zo’n 800.000 boeren voor de productie van de rijst die de Ghanese bevolking nodig had. In 1980 werd Ghana door het IMF gedwongen het tarief op de import van rijst met 20% te verlagen en al snel werd die verder teruggebracht. Het FMI eiste vervolgens opheffing van subsidies voor zaaigoed, pesticiden en kunstmest.

Inmiddels moet Ghana meer dan 70% van de benodigde rijst invoeren. “Marketing Board” is afge­schaft, private ondernemingen in Westerse hoofdsteden gaan nu over de export en speculanten over de prijs voor elementaire voeding. In 2003 nam het parlement in Accra het besluit weer een heffing in te voeren op de import van rijst van 25%. Daar stak het IMF meteen een stokje voor. In 2010 moet Ghana meer dan 400 miljoen dollar neertellen voor de import van voeding. Afrika als geheel was in 2010 24.000 mililen dollar kwijt om de import van voeding te financieren.

In 2011 maakten beursspeculanten dat de prijzen voor elementaire voeding op de wereldmarkt om­hoogschoten, waardoor het zeker is dat Afrikaanse landen het geld niet hebben om voldoende voe­ding in te voeren. De vrije markt maakt dat honger en dood om zich heen grijpen, mede dankzij de diensten van het IMF.

* https://nl.wikipedia.org/wiki/De_vier_ruiters_van_de_Apocalyps.

**Impact of Trade Liberalisation on the Poor, Deregulation and the Denial of Human Righs, Oxfam/IDS Research Project, 2000