Monthly Archives: February 2020

‘Slecht levensgedrag’: Gemeente Utrecht gaat de PVV achterna

Met een ‘slecht levensgedrag’ krijg je geen horeca exploitatievergunning. Het college wil dat uitbreiden zodat je met een ‘slecht levensgedrag’ geen enkel bedrijf mag uitoefenen. Dus ook geen winkel, kantoor of ambacht. Dat zou dan gelden in gebieden die daartoe door de burgemeester (zonder inspraak van de raad) worden aangewezen. Dat is de strekking van het nieuwe voorgestelde artikel 2:47 in de APV.

Van een ‘slecht levensgedrag’ wordt uitgegaan als je in het recente verleden bent bestraft ivm een strafbaar feit. Nu blijkt uit politiestatistieken dat bij allochtonen veel vaker sprake is van een ‘slecht levensgedrag’. Het logische gevolg is dat de vergunning om een bedrijf te beginnen of voort te zetten veel vaker juist aan allochtonen wordt geweigerd.

Bijna 63% van alle gedetineerden is allochtoon, terwijl allochtonen slechts 22% van de totale bevolking uitmaken. De kans om in de gevangenis te belanden is voor een allochtoon zes keer groter dan voor een autochtoon. Diezelfde oververtegenwoordiging zien we ook bij allochtone jongeren die door de politie worden opgepakt en voor de rechter worden gebracht. Racisme is bij ons net zo ingeburgerd als in de VS.

Allochtone jongeren van 12 tm 17 jaar worden door de politie veel vaker geverbaliseerd en voor de rechter gebracht dan autochtone jongeren. Bij jongeren met een Marokkaanse achtergrond is dat 8,4 keer zo veel, bij jongeren met een Turkse achtergrond is dat 2,7 keer zo veel en bij jongeren met een Antilliaans/Arubaans achtergrond is dat 3 keer zo veel.

Opmerkelijk is dat uit onderzoek naar de ‘zelfgerapporteerde’ criminaliteit onder jongeren door het WODC (Wetenschappelijk onderzoek- en documentatie Centrum van het ministerie van Justitie) blijkt dat er nauwelijks verschil is tussen de zelf gerapporteerde criminaliteit van jongeren met een allochtone- en autochtone achtergrond. resp 45% en 47,1%. De WODC heeft dit onderzoek al veel vaker gedaan en komt telkens tot dezelfde conclusie.

De conclusie ligt voor de hand dat de oververtegenwoordiging van allochtone jongeren in de politiestatistiek te maken heeft met discriminerende wetshandhaving, vooroordeel bij de politie en vooroordeel bij het publiek (dat eerder verdacht allochtoon gedrag dan -autochtoon gedrag meldt). De politie is veel vaker geneigd een allochtoon te verdenken en op te pakken dan een autochtoon en een aangifte tegen een allochtoon wél in behandeling te nemen dan een aangifte tegen een autochtoon.

Het feit dat een allochtoon een aanzienlijk grotere kans heeft door de politie opgepakt te worden en in de gevangenis te belanden, terwijl de criminaliteit onder allochtonen gelijk is (zelfs iets lager!) aan die van autochtonen valt slechts als pure discriminatie te kwalificeren. Het kwalijke is natuurlijk ook dat vreemdelingenhaters daarmee argumenten aangereikt krijgen om te roepen dat het land zonder allochtonen veiliger zou zijn.

Doordat allochtonen veel keer vaker veroordeeld worden, worden zij dus ook veel vaker geacht een ‘slecht levensgedrag’ te hebben waardoor hen een horeca exploitatie vergunning wordt geweigerd/afgenomen. De discriminatie in de strafrechtvervolging leidt tot discriminatie bij de horeca vergunning verlening. Het College stelt nu voor de discriminatie nog verder uit te breiden tot alle vormen van bedrijvigheid in daartoe door de burgemeester aan te wijzen gebieden.

Wat we dus gaan zien is, als het College zijn zin krijgt van de gemeenteraad, is dat veel allochtone bedrijven in de problemen komen en de bedrijfsvoering moeten staken omdat ze niet door de ‘slecht levensgedrag’-toets komen of in jaren lange procedures terechtkomen. Een goed bericht voor partijen als de PVV en FvD die allochtonen het liefst helemaal uit het straatbeeld zouden zien verdwijnen. Die zullen de partijen in de raad die hier mee instemmen dankbaar zijn.

https://controlealtdelete.nl/dossier/waarom-komen-jongeren-met-een-migratieachtergrond-vaker-voor-in-politieregistraties

Discrimerend horecabeleid


Discriminerend horecabeleid

In juni 2016 besloot Utrechts burgemeester Van Zanen (VVD) een collectief vervroegd sluitingsuur op te leggen aan horecazaken op de Amsterdamsestraatweg tussen het spoorviaduct en de Acaciastraat (250 meter). Dat houdt in dat ze door de week om 01.00 uur dicht moeten en in het weekend om 02.00 uur. Laat genoeg zou je zeggen, maar als regel mag de horeca in Utrecht 24 uur per etmaal open zijn.

Als argument voerde Van Zanen aan dat het woonklimaat tussen het spoorviaduct en de Acaciastraat erg onder druk stond, meer dan het geval zou zijn in andere delen van de stad en de Amsterdamsestraatweg. Hij baseerde zich op het aantal bij de politie binnengekomen klachten/meldingen in de periode maart 2014 – juni 2016.

Klachten/meldingen die bij de politie binnenkomen worden in categorieën geregistreerd. Bijvoorbeeld: geluidshinder horeca, ruzie/twist, eenvoudige mishandeling, flessentrekkerij, dronkenschap, bedreiging, maar ook ‘afhandeling overige meldingen’, overtreding APV, opgeven valse identiteit. De klachten/meldingen worden geregistreerd per pleegbuurt én per adres.

Dat een klacht/melding per adres wordt geregistreerd kan betekenen dat de klacht betrekking heeft op iets wat op dat adres is gebeurd, maar kan ook betekenen dat het op de openbare weg is gebeurd ter hoogte van het vermelde adres. De klachtregistratie hoeft dus niet te betekenen dat in een horecazaak op het registratieadres iets is gebeurd wat voor overlast zorgt.

Uit de klacht/melding van de politie blijkt ook niet of de klacht/melding naar het oordeel van de politie gegrond was. De vraag is dus of je, zoals Van Zanen doet, de beslissing om aan een aantal horecazaken een collectief vervroegd sluitingsuur op te leggen zonder meer kunt baseren op de klachtregistratie van de politie.

Voor Van Zanen was het ontbreken van deugdelijke bewijsmateriaal voor de overlast van horecazaken op de Amsterdamsestraatweg geen probleem. Voor bestuurlijk en ambtelijk Utrecht is het feit dat er veel allochtonen wonen en een bedrijf hebben op zich al voldoende bewijs voor overlast. Dat was trouwens onder Aleid Wolfsen, Annie Brouwer en ook onder wethouder Hans Spekman niet anders.

De horecazaken die door het collectief vervroegd sluitingsuur getroffen werden zijn zonder uitzondering horecazaken met allochtone namen en eigenaars. In tegenstelling tot café’s in de binnenstad (met vrijwel alleen witte bezoekers, vaak studenten) is er van alcohol misbruik en dronkenschap nauwelijks sprake. Het gaat om shoarma/giros-zaken, Chinese- en Surinaamse afhaal en een theehuis.

Wat Van Zanen kennelijk overbodig vond is het aantal klachten op de Amsterdamsestraatweg vergelijken met die in de binnenstad. In beide gevallen gaat het immers om ‘gemengd gebied’ (waar ook gewoond wordt). Het aantal klachten/meldingen op de Amsterdamsestraatweg zinkt in het niet vergeleken bij  die in de binnenstad. Dus waarom legt Van Zanen niet eerst een collectief vervroegd sluitingsuur op aan de witte horeca in de binnenstad?

Het hoogst op de Amsterdamsestraatweg scoort nr.206:  17 klachten. In de binnenstad scoort Nobelstraat 303 (Cafe de Kneus) het hoogst 116 klachten, Loef Berchmakerstraat 4 (Back & Fourth) volgt met 54 klachten, Mariaplaats 11 (Streetway) 43 klachten, Nobelstraat 383 (Otje) 40 klachten, Rozenstraat 15 (Stathe) 29 klachten, Mariaplaats 14 (Sociëteit/Mammoni) 21 klachten. Oude Gracht 32 (SSR-NU) 18 klachten. **

Opmerkelijk is dat er ook over de Mariaplaats 14 méér klachten/meldingen zijn (namelijk 21) dan over Amsterdamsestraatweg 206. Van Zanen is erelid van de aldaar gevestigde Heeren sociëteit. De Heeren in Utrecht zijn wit en hoger opgeleid, zoals de meeste bezoekers van de horeca in de binnenstad. De enorme horecaoverlast in de bínnenstad is voor Van Zanen géén reden voor een vervroegd sluitingsuur.

Sterker nog, de horecaoverlast in de binnenstad mag van het college nog best een stuk erger. “We willen aan restauranthouders de mogelijkheid bieden om ook na het eten een beleving aan te bieden”. “Deze ondernemers kunnen dan bijvoorbeeld als het diner is afgelopen een dj in de zaak zetten zodat de gasten nog gezellig kunnen blijven borrelen.” Aldus D66 wethouder Kreijkamp*.

Witte overlast valt voor Van Zanen, het college en de Utrechtse raad kennelijk onder de categorie “dat moet kunnen, wij zijn vroeger ook jong geweest”. Geen vervroegd sluitingsuur dus voor de horeca in de binnenstad, want een beetje kotsen en schreeuwen op straat, vrouwen lastig vallen en snoeiharde muziek tot diep in de nacht hoort erbij. Zolang het maar om witte en hoger opgeleide horecabezoekers gaat.

In februari 2019 keurde de Raad van State het besluit van de burgemeester af en moest hij zijn besluit op bezwaar overdoen. In september 2019 nam hij eindelijk een nieuw besluit op bezwaar, waarin hij bij zijn standpunt bleef.  Uit meldingen & klachten  van de politie bleek dat in 2016 nauwelijks nachtelijke overlastklachten waren. De burgemeester besloot toen dat de cijfers van de politie niet met de realiteit in overeenstemming waren en dat hij zijn zonder zulke objectieve feiten zijn besluit mocht nemen. De gedupeerde ondernemers van de ASW hebben opnieuw beroep ingesteld.