Monthly Archives: May 2020

Amsterdamsestraatweg verdient beter (4)

Drie en een half jaar klagen over pissen en kotsen op de stoep, VTH doet niets. Waarom heeft Van Zanen niet ingegrepen?

Nadat de Raad van State 19 februari 2019 het besluit collectieve sluitingstijden vernietigd had moest de burgemeester een nieuw besluit nemen. VTH stelde daartoe het rapport “Sluitingstijden Horeca Amsterdamsestraatweg” op. Er werd een hoorzitting gepland voor 18 juni om mij de gelegenheid te geven daar namens horeca ondernemers van de ASW op te reageren.

Op die hoorzitting kreeg ik van VTH een fotoboek met 150 foto’s van de stoep van de hoekwoning Amsterdamsestraatweg / Anjelierstraat. Foto’ s waarop je kon zien dat er tegen de gevel en op de stoep was gepist en gekotst.  De foto’ s waren een selectie van foto’s die gemaakt zijn in de periode begin 2013 tot midden 2016. Het fotoboek was samengesteld door de Actiegroep 250 meter ASW. Volgens de burgemeester in het nieuwe besluit is dat fotoboek het bewijs van de overlast waaraan “de” bewoners op de Straatweg blootstaan.

Waarom alle 150 foto’s alleen maar van de stoep bij die ene hoekwoning? Vertegenwoordigt de Actiegroep 250 meter ASW alleen de bewoners van die ene woning? Als je nu overlast wil laten zien waar “de”  bewoners in de buurt aan blootstaan, waarom dan niet ook foto’s van andere stoepen waar kots ligt en gepist is? En waarom wordt dat fotoboek aangevoerd als onder­bouwing van het besluit collectieve sluitingstijd horeca?

VTH en Van Zanen gaan er kennelijk vanuit dat klanten van de kebab- en dönerzaken, overwegend met een Turkse- en Marokkaanse achtergrond, de stoep bij de hoekwoning als openbaar toilet gebruiken. Het komt kennelijk geen moment bij ze op dat het gepis en gekots het werk zou kunnen zijn bijvoorbeeld van autochtone buurtbewoners die straalbezopen ‘s nachts uit de binnenstad terugkeren en bij de Anjelierstraat rechtsaf gaan.

Volgens de Rapportage Klachten/Meldingen Amsterdamsestraatweg (december 2015) waren er in 2014/2015 zeven meldingen geweest over gevelplassen, allemaal afkomstig van een en dezelfde melder. Deze Rapportage is bekend bij het college en de raad, want door hen besproken. Dat die melder de bewoner was van de eerder genoemde hoekwoning kan geen geheim zijn, want hij heeft met die klacht meerdere keren de publiciteit gezocht. Dat zou ik ook gedaan hebben als je daar al jaren over klaagt zonder dat VTH iets met die klacht doet.

Uit een ander klachtoverzicht van VTH blijkt dat deze bewoner in de periode 16-4-2014 tot 26-1-2015 wel tien keer gemeld heeft bij VTH dat er op zijn stoep en tegen zijn gevel werd gepist. Na 26-1-2015, zo blijkt uit het overzicht, heeft deze bewoner het klagen kennelijk opgegeven. Volgens het fotoboek is het daarna nog anderhalf jaar doorgegaan. Uit dat klachtoverzicht blijkt dat hij ook meldingen deed van ruzies en van drugsdealen op straat. Dat hij daardoor het doelwit werd van getreiter zou heel goed kunnen. Dat hij zich daar niets van aantrok valt te prijzen.

Wat nu zo volstrekt krankzinnig is, is dat niemand op het idee komt VTH ter verantwoording te roepen waarom die kennelijk drie en een half jaar niets gedaan heeft met de klachten van deze bewoner. Als nu toch bekend is dat hij een actieve klager is en de enige in de buurt die klaagt dat er op zijn stoep gepist wordt is de kans groot dat er een paar onverlaten zijn die hem het leven zuur maken. Hang een verborgen cameraatje op en je hebt ze binnen week te pakken. Juist iemand die de moeite neemt om misstanden op straat te melden en publiekelijk aan de kaak te stellen behoort  beschermd te worden. Maar de burgemeester en VTH hebben deze hoekbewoner dus drie en een half jaar gewoon laten barsten.

Een beetje burgemeester die een besluit moet ondertekenen waarin naar zo’n fotoboek wordt verwezen (150 foto’s van een en dezelfde stoep en drie en een half jaar lang!) roept meteen de ambtenaren van Handhaving ter verantwoording: hoe komt het dat jullie hier nooit iets aan gedaan hebben? Is hier dan nooit over geklaagd? Ik begrijp niet dat Van Zanen, die verantwoordelijk is voor Openbare Orde en Veiligheid, zich niet schaamt dat VTH, ondanks aanhoudende klachten, de onverlaten niet opgespoord en geverbaliseerd heeft.

Het zou kunnen dat Van Zanen de moeite niet neemt om besluiten te lezen die hij ondertekent en zich geheel en al verlaat op ambtenaren die het besluit hebben voorbereid, in dit geval van VTH die het er dus drie en een half jaar verschrikkelijk bij hebben laten zitten. Dat Van Zanen te tekenen besluiten niet zou lezen zou niet best zijn en is ook eigenlijk niet goed voorstelbaar.

Het zou ook kunnen zijn dat hij wel leest wat hij tekent, maar dat het voor hem volstrekt vanzelf spreekt dat als er op een en hetzelfde adres op de Straatweg drie en een half jaar op de stoep wordt gepist, dat bezoekers van de kebab- en dönerzaken moeten hebben gedaan, die overwegend een Turkse- of Marokkaanse achtergrond hebben. Dat hij dat net als VTH dermate vanzelfsprekend vindt dat hij helemaal geen feiten en bewijs nodig heeft, dat zou wel heel erg zijn omdat dat op een niet gering racistisch vooroordeel wijst.

Ik zou zeggen: gemeenteraad doe je werk en zoek uit waarom VTH drie en een half jaar niets heeft gedaan met de aanhoudende klachten over gepis op de stoep van de woning op de hoek van de Amsterdamsestraatweg en de Anjelierstraat en vraag aan Van Zanen waarom hij VTH daar niet op aangesproken heeft en hoe hij er bij komt om er zonder enig feit of bewijs van uit te gaan dat het gepis het werk moet zijn van de Turkse- en Marokkaanse bezoekers van de kebab- en dönerzaken [1], die overigens over keurige toiletten beschikken.

[1] Het fotoboek speelt een belangrijke rol in de onderbouwing van het besluit van Van Zanen van 26 september 2019 om de collectieve sluitingstijden voor de horeca in het middenstuk van de Amsterdamsestraatweg te handhaven.

Amsterdamsestraatweg verdient beter (3)

Sluitingstijden: over uitroken en uitsterfbeleid winkels en horeca

Op 12 april 2016 nam de burgemeester het besluit sluitingstijden voor horeca en dienstver­lening voor het middenstuk van de Amsterdamsestraatweg: het stuk van het viaduct tot de Acaciastraat. 20 Mei werd een nieuw bestemmingsplan ter visie gelegd voor de Straatweg, d.w.z. het stuk tussen het Paardenveld en de Marnixlaan. De aanleiding, zo staat in de Toe­lichting, was dat de leefbaarheid van het zuidelijk deel van de Amsterdamsestraatweg al enige tijd achteruit ging: veel leegstand waardoor bedrijfsruimten steeds meer worden ge­vuld door functies die overlast veroorzaken: horeca en dienstverlening.

In het besluit sluitingstijden lezen we over dit middenstuk, dat het weinig ‘identiteit’ heeft: er zou geen bedrijvigheid zijn die eruit springt, er zouden etalages ontbreken, de winkels zouden overdag weinig klanten trekken en er zouden veel kappers, schoonheidssalons, grill­rooms en fastfoodzaken zitten. Wat dat allemaal te maken heeft met die sluitingstijden heb ik nooit begrepen. Tot ik besloot dat nieuwe bestemmingsplan nog eens grondig te bestude­ren. Wat niet meevalt, want het zit  ingewikkeld in elkaar en van de manier waarop het op de website van de gemeente is bekendgemaakt word je niet veel wijzer.

Op de bijbehorende plankaart  valt het verschil tussen ‘gemengd – 1‘ en ‘gemengd – 2′ niet op te maken. Beide bestemmingen hebben dezelfde licht bruine kleur. Je kunt dus beter kijken op de landelijke site ‘ruimtelijke plannen’. Daar kan je met de muis op een pand klik­ken en dan zie je in het menu of het gemengd – 1 of gemengd – 2 is. Gezien de gebrekkige publicatie op de website van de gemeente moet gevreesd worden dat er maar weinig bewoners en ondernemers, raadsleden en wethouders zijn die begrepen hebben wat de bedoelde ge­vol­gen van dit plan zijn.

Het onderscheid tussen gemengd- 1 en gemengd -2 is essentieel. Gemengd- 1 staat voor versterken van de detailhandelsfunctie. Gemengd – 2 staat voor functies die goed bij wonen passen. Voor gebieden waarin Gemengd – 2 voorkomt wordt veran­dering naar de woon­bestem­ming nagestreefd. Wat de bedoeling van de gemeente is blijkt goed uit onderstaand kaartje dat in het ontwerp bestemmingsplan stond. Blauw is wonen met functies die daar bij passen, rood geeft winkelconcentratiegebied aan.

De bedoeling in het ontwerp bestemmingsplan was dus om alles wat niet bij wonen past weg te bestemmen. Namens een aantal ondernemers heb ik daar destijds bezwaar tegen gemaakt. In het uiteindelijke bestemmingsplan heeft de gemeente daarom een wat minder directe manier van weg­bestemmen opgenomen:  voor een aantal blauwe gebieden geldt dat ze vooralsnog winkelconcen­tratiegebied (Gemengd-1) kunnen blijven, maar dat het college altijd nog kan besluiten om er toch nog Gemengd -2 van te maken.. Wat groen is, is vooralsnog Gemengd – 1, maar het college mag daar Gemengd – 2 van maken.

In onderstaand kaartje geeft de bruine kleur Gemengd – 1 aan, Gemengd – 2 heb ik rood gekleurd. Met groen heb ik aangegeven  wat nu Gemengd – 1 is met de mogelijkheid dat het college daar als nog Gemengd – 2 van maakt.

Voor zowel Gemengd – 1 als Gemengd – 2 geldt dat er een beperkt aantal met name genoemde functies zijn die op alle adressen op de begane grond zijn toegestaan, maar dat er een hele lijst is van functies die alleen op aangegeven adressen zijn toegestaan. Winkels, horeca, kappers, zorg, afhaal, massage zijn op die manier alleen toegestaan op de adressen waar ze nu zitten.

De lijst met functies die alleen op de aangegeven adressen zijn toegestaan mag door het college ook nog eens gewijzigd worden: er mogen functies van afgehaald worden en aan toegevoegd. Het college kan dus besluiten alle winkels of alle horeca te schrappen van die lijst te schrappen.

Voor alle functies die alleen op de aangegeven adressen zijn toegestaan geldt dat als die daar een jaar lang niet meer worden uitgeoefend,  het college kan besluiten dat die functie op dat adres niet meer is toegestaan en die functie voor dat adres op de lijst te schrappen. Bijvoorbeeld op het adres waar een winkel of horeca zat, mag dan geen winkel of horeca terugkomen. In de Toelichting wordt dat een uitsterfconstructie genoemd, wat het ook is.

Of er nog een verstandige ondernemer is die op de Straatweg gaat investeren is  de vraag, want zekerheid is ver te zoeken. Het college hoeft maar te beslissen de lijst met toegestane functie te wijzigen en je bedrijf is onverkoopbaar. Door dit bestemmingsplan ziet het er dus extra somber
uit voor de Straatweg. De leegstand zal toenemen en de waarde van de panden zal verder dalen.

Het besluit om de sluitingstijd te vervroegen komt door dit bestemmingsplan in een vreemd daglicht te staan. Horeca en dienstverlening die het van late uren moeten hebben overleven die slui-tingstijden niet. En zodra ze ‘uitgerookt’ * zijn kan het college de functie schrappen van de lijst van functies die op aangegeven adressen zijn toegestaan. Dáár waren die sluitingstijden dus voor. In het juridisch jargon heet dat misbruik van bevoegdheid.

* In het verslag groepsinterview met professionals  d.d. 19-2-2020 dat ihkv de Evaluatie van de sluitingstijd gehouden is, staat: “In de panden die zijn omgezet naar woningen zaten stichtingen waar werd gegokt. Die moesten vervolgens om 22.00 uur dicht zijn, waardoor ze eigenlijk zijn uitgerookt

Amsterdamsestraatweg verdient beter (2)

Geen sprake van handhaving op overlast. Wat doen boa’s en handhavers eigenlijk?

De collectieve sluitingstijd op het middenstuk van de Amsterdamsestraatweg, ingevoerd op 1 juni 2016, werd en wordt door burgemeester Van Zanen de ene keer verdedigd door te stellen dat er sprake is van onaanvaardbare overlast, maar de andere keer met het argument dat de overlast min of meer aanvaardbaar was, maar wel dankzij hoge inzet van Toezicht en Handhaving.* En die intensieve handhaving kon niet langer zo doorgaan, want de 6 fte’s die daarmee gemoeid zouden zijn, zouden ten koste gaan van de handhaving in de rest van de stad.

Dat er inderdaad geen sprake was van onaanvaardbare overlast is inmiddels gebleken. Nadat het besluit door de Raad van State vernietigd was en Van Zanen een nieuw besluit moest nemen, heeft hij het door de politie laten uitzoeken. Daarbij bleek dat er in 2014 welgeteld 9 meldingen waren over nachtelijke overlast, in 2015 13 en in 2016 14. Zie tabel. De bewoners van de binnenstad zouden daar stinkend jaloers op zijn, want die krijgen heel wat meer nachtelijke overlast voor hun kiezen, maar daar is volgens Van Zanen het instellen van collectieve sluitingstijden niet nodig.

Over die intensieve handhaving heb ik van het begin af aan mijn twijfels gehad. Mijn indruk is dat er in Utrecht op van alles en nog wat gehandhaafd wordt, maar niet op overlast op straat. Dat werd bevestigd door de uitkomst van een Wob-verzoek waarin ik vroeg naar een overzicht van bekeuringen in 2019. Daaruit bleek dat er in 2019 13.766 bekeuringen waren uitgedeeld. In ruim 95% van de gevallen voor parkeren en verkeer. Slechts in 4,2% van de gevallen wordt er bekeurd ivm overlast op straat.

Op de Amsterdamsestraatweg werden in 2016 2.896 bekeuringen uitgedeeld voor parkeren en verkeer (helaas niet voor te hard rijden) en 41 bekeuringen voor het buitenzetten van vuil buiten de ophaaldagen. Echter niet één bekeuring voor overlastgevend gedrag als schreeuwen, baldadig gedrag, vernieling, openbare dronkenschap, schelden, intimidatie, ruzie, kotsen op de stoep of urineren tegen de gevel, smijten met portieren of keihard wegscheuren met de auto, waarvan volgens burgemeester Van Zanen op de Straatweg sprake zou zijn.

Over 2016 op de Amsterdamsestraatweg nog even dit: medio december 2015 werden daar openbare-orde-camera’s geplaatst. Onder andere op de hoek van de Anjelierstraat en de Goudsbloemstraat, met zicht op het stuk van de Straatweg waar de sluitingstijden werden ingesteld. Daar heb ik ook een Wob-verzoek naar gedaan. Nee, er waren geen beelden van overlast, ook niet over het eerste half jaar, toen de sluitingstijden nog niet golden.

Dat intensieve handhaving ervoor zou hebben gezorgd dat de overlast op de Straatweg nog “min of meer aanvaardbaar” was, is dus grote onzin, want van handhaving, laat staan intensieve handhaving, op overlast was geen sprake, zoals er in Utrecht überhaupt niet op overlast werd en wordt gehandhaafd.

* brief burgemeester 26 januari 2016 aan raadscommissies.

Amsterdamsestraatweg verdient beter (1)

Incompetentie en discriminerende handhaving

De Turkse döner- en kebabzaken, de Marokkaanse broodjeszaken, het Turkse koffiehuis en de Chinese afhaal Hing Kee in het middenstuk van de Amsterdamsestraatweg kregen in 2016 een collectief sluitingsuur opgelegd wegens nachtelijke overlast. De Raad van State vernietigde dat besluit in februari 2019 en droeg Van Zanen op een nieuw besluit op bezwaar te nemen. Hij had de nachtelijke overlast niet voldoende aangetoond. Uit de analyse van meldingen bij de politie bleek dat er in 2014, 2015 en 2016 nauwelijks nachtelijke overlast was gemeld. Niet door burgers en ook niet uit eigen waarneming van de politie zelf. Daar trok Van Zanen zich niets van aan, hij besloot opnieuw dat hij in 2016 terecht had besloten dat collectieve sluitingsuur op te leggen.

Het komt misschien doordat ik nog net in de oorlog ben geboren, maar collectieve straffen associeer ik met de Duitse bezetting. Ik associeer collectieve straffen ook met de hele klas die moet nablijven omdat de meester op school er niet achter kon komen wie er met het gummetje had gegooid. Dan moeten de goeien maar onder de kwaaien lijden. Van die associaties heeft Van Zanen duidelijk geen last.

Om zijn besluit van 2016 recht te praten, heeft Van Zanen, bij gebrek aan nachtelijke overlastmeldingen, een Evaluatie laten opstellen, die hij op 19 maart 2020 naar de gemeenteraad stuurde. Als je die Evaluatie goed leest (en vooral de bijlagen, die hij pas stuurde nadat ik daar ruim 3 weken op had aangedrongen), blijkt dat het probleem, zoals de politie en zijn handhavers dat zien, niet de overlast voor de bewoners is, maar de ‘criminele schaduweconomie‘: illegale seks, handel in drugs, witwassen, illegaal gokken, geweldsincidenten.

In de Evaluatie wordt aangevoerd dat de gemeente en de politie er sinds 2004 niet in zijn geslaagd de criminele schaduweconomie‘ de kop in te drukken en dat ook het opleggen van de collectieve sluitingstijden in 2016 daar niets aan verholpen heeft. “Er was en er is een criminele schaduweconomie, die zich overigens niet beperkt tot dit deel van de Amsterdamsestraatweg” (p.16). Waarom dan alleen collectieve sluitingstijden voor het middenstuk? Die vraag wordt in de Evaluatie niet gesteld.

De Turkse döner- en kebabzaken Saray, Asya en Yes Baba, de Marokkaanse broodjeszaken Rue d’Amsterdam en Oued Amlil, het Chinese afhaalrestaurant Hing Kee en het Turkse Koffiehuis Dostlar hebben echter niets met die criminele zaken te maken. Het wordt ze ook niet ten laste gelegd. Met andere woorden: deze Turkse, Marokkaanse en Chinese horeca worden in een zeer kwaad daglicht gesteld en collectief gestraft voor criminele activiteiten waar ze part noch deel aan hadden en hebben.

Waar ze ook voor worden gestraft, is voor het falen van de burgemeester (en zijn voorgangers), de politie, de afdeling Handhaving en de afdeling Openbare Orde en Veiligheid om de illegale seks, handel in drugs, het witwassen, het illegaal gokken en de geweldsincidenten de kop in te drukken. Je moet je toch als burgemeester en politie kapot schamen als je in een Evaluatienota moet erkennen dat je er met 16 jaar intensief handhaven niet in bent geslaagd de criminele schaduweconomie de kop in te drukken?

De hand in eigen boezem steken is er bij Van Zanen niet bij. De vraag wat er mis is bij de afdeling Handhaving en de dienst Openbare Orde en Veiligheid, wat er schort aan zijn eigen toezicht op het werk van zijn ambtenaren en wat er mis is met zijn besluit collectieve sluitingstijd wordt niet gesteld. Als het beleid en het besluit van de burgemeester niets uithalen, hebben de bewoners en de ondernemers het gewoon gedaan. Lekker makkelijk.

Bijzonder stuitend is dat Van Zanen het in de Evaluatienota (p. 7) nodig vindt naar Taghi te verwijzen (die verdacht wordt van drugshandel en vele liquidaties). Die runde, staat in de nota, een grillroom aan de Amsterdamsestraatweg. Ogenschijnlijk een ‘modelburger‘. Waarmee duidelijk wordt gesuggereerd dat die Turkse- en Marokkaanse horecabazen op de Straatweg nette burgers kunnen lijken, maar, net als Taghi, best wel eens topcriminelen kunnen zijn. Over vooroordelen gesproken.

Als de Evaluatie één ding duidelijk maakt (of eigenlijk drie), dan is het:
(1) dat het met de handhaving en de strijd tegen criminaliteit op de Amsterdamsestraatweg zeer treurig is gesteld;
(2) dat de Marokkaanse, Turkse en Chinese horeca de schuld krijgt van het falen van de burgemeester c.s.;
(3) dat een (gelukkig maar heel klein) groepje bewoners zich door Handhaving en de burgemeester tegen de horeca laat opzetten;
(4) dat Van Zanen met twee maten meet: over de horeca in de binnenstad wordt door bewoners steen en been geklaagd, daar doet hij niets tegen.

De gemeente heeft de Amsterdamsestraatweg eerst tientallen jaren laten verloederen, om vervolgens vanaf pakweg 2004 kostbare plannen voor verbetering te maken die óf op de lange baan zijn geschoven óf niet zijn uitgevoerd (30 km/uur, minder doorgaand verkeer, betere oversteekbaarheid, herinrichting, beter imago). Om het eigen straatje schoon te vegen, stelt de gemeente de Amsterdamsestraatweg al jaren in een kwaad daglicht, tot schade van de ondernemers en de leefbaarheid. Daarover de volgende aflevering.

Hoe en waarom de Jongerenhuiskamer Geuzenkwartier wordt tegengewerkt

De dienst Maatschappelijke Ondersteuning weigerde financieel bij te dragen aan de Jongerenhuiskamer, maar de gemeenteraad krijgt te horen dat het de Jongerenhuiskamer is die een oplossing in de weg stond.

Tijdens de nieuwjaarsreceptie januari 2018 werd het boekje Over de Jongerenhuiskamer Geuzenwijk aan burgemeester Van Zanen aangeboden, waarvoor hij zelf het voorwoord had geschreven en waarin een foto prijkt waar hij samen met de initiatiefnemers op staat. Een boekje vol lof. Lof met name van de burgemeester en de politie. Aan het boekje werd door de gemeente vreemd genoeg weinig ruchtbaarheid gegeven. Reden waarom ik  Over de Jongerenhuiskamer Geuzenwijk als bijlage bijvoeg. Het is het lezen bijzonder waard.

Omdat de Jongerenhuiskamer zijn huisvesting in 2017 kwijtraakte en de gemeente er niet in slaagde een andere huisvesting te vinden in de wijk, terwijl het initiatief aan alle kanten zo de hemel werd ingeprezen, besloot ik een wob-verzoek te doen om erachter te komen waarom die andere huisvesting zogenaamd niet gevonden werd. Het resultaat is een dik dossier. Als je dat dossier doorleest [1], dringen zich om te beginnen drie conclusies op.

De eerste conclusie is: als het College meteen in mei 2017, toen de Jongerenhuiskamer op straat werd gezet door de stichting Youké, omdat het pand zou worden verkocht, voor een alternatief in de Geuzenwijk had gezorgd had dat zoveel ambtelijke tijd gescheeld dat daar de huur zeker 10 jaar lang van zou kunnen worden betaald.

Overigens, in 2015 werd al over een ander onderkomen voor de Jongerenhuiskamer heen en weer gemaild. Maatschappelijke Ontwikkeling (MO) schrijft op 16-9-2015: “Maar mocht Youké ze inderdaad op straat gaan zetten, dan kloppen ze natuurlijk bij ons aan voor een ruimte (…)”. Het zoeken naar een alternatief, althans het heen en weer mailen daarover, daarvan was dus al in 2015 sprake.

De tweede conclusie die zich opdringt is dat het niet de burgemeester en wethouders zijn die uitmaken of er voor de Jongerenhuiskamer een alternatief gevonden wordt. Het zijn beleidsambtenaren van het Wijkservicecentrum Noordwest, Maatschappelijke Ontwikkeling (‘MO’)en de Afdeling Veiligheid die daar jarenlang over heen en weer mailen, waarbij de dienst MO duidelijk aan het langste eind trekt. Het dossier laat zien wat er gebeurt als wethouders en burgemeesters qua informatie alleen afhankelijk zijn van ambtelijke diensten die zij geacht worden te controleren. Die controle is dan een wassen neus.

Als wethouder Maarten van Ooijen het dossier zelf zou doorlezen (waar hij als wethouder natuurlijk de tijd niet voor heeft), zou hij al snel tot de conclusie komen niet correct door MO te zijn voorgelicht. Anders dan de wethouder op 13-2-2020, bij de beantwoording van vragen van het raadslid Ismail el Abassi voorlas van zijn door de ambtelijke dienst opgestelde beantwoording, blijkt de Jongerenhuiskamer bereid te zijn de oplossing te onderzoeken van een plek in de Speeltuin[2] en hebben zij een oplossing dus niet geblokkeerd.

De derde conclusie is dat Maatschappelijk Ontwikkeling duidelijk niet gediend is van een initiatief buiten de gevestigde door MO gesubsidieerde instellingen. In een mail van 11 oktober 2018 wordt het standpunt van MO door de afdeling Veiligheid helder omschreven: “MO is niet voornemens om financieel bij te dragen aan een Jongerenhuiskamer 2.0.” De opgave om de jongeren in de Geuzenwijk te bereiken ligt volgens MO bij de stichting JoU. En als die het niet goed doet moet die het beter doen.

Hoezeer ook de vorige wethouder (Victor Everhardt) door MO verkeerd werd geïnformeerd blijkt uit de mail van 23 maart 2019, waarin in strijd met de waarheid staat “De aangeboden locaties werden door de jongerenhuiskamer Geuzenwijk als niet passend bevonden”. En op 14 november 2019: “Mocht Maarten in de staf Jeugd beginnen over de jongerenhuiskamer bij deze nogmaals de stand van zaken op een rij”. En dan volgt de onwaarheid dat de alternatieve locaties door de initiatiefnemers niet passend zijn bevonden. De werkelijke reden kreeg de wethouder niet te horen, namelijk dat MO weigert financieel bij te dragen aan de Jongerenhuiskamer.

Opmerkelijk is overigens hoe weinig het standpunt van burgemeester Van Zanen er toe doet. Op 17 december 2018 brengt ‘Veiligheid’ in dat de “Burgemeester deelt de zorg over het wegvallen van het initiatief. Hij gaat het nog met xxx (bestuursadviseur) bespreken om te kijken of het nog besproken kan worden in de rondvraag van de collegevergadering”. En daar blijft het verder bij. Van een actief zoeken naar een oplossing door het college en de burgemeester blijkt geen sprake.

Hoe valt het te verklaren dat een initiatief waar iedereen zo lovend over was (zie attachment “Over de Jongerenhuiskamer Geuzenwijk” met een voorwoord van de burgemeester) na vijf jaar zoeken niet aan een passend onderkomen in Geuzenwijk geholpen kon worden? Wat was er eenvoudiger geweest dan desnoods als tijdelijke oplossing een flinke schaftkeet neer te zetten in een hoek van de speeltuin?

De verklaring is dat succesvolle vrijwillige niet-professionals door het officiële welzijnswerk als bedreiging worden ervaren. Dat was al vrij snel het geval na het ontstaan van het gesubsidieerde welzijnswerk in de 60-er jaren en dat is altijd zo gebleven. Overal waar welzijnswerkers werden en worden ingezet liep en loopt het door vrijwilligers gerunde verenigingsleven terug en werden en worden vrijwilligers door welzijnswerkers verdrongen. En dat terwijl het welzijnswerk de participatie en het vrijwilligerswerk juist heet te bevorderen.

Dat komt omdat het bestaansrecht van het welzijnswerk wordt gevormd door de onzelfstandigheid van met name zogeheten ‘achtergebleven’ bevolkingsgroepen. Dat betekent dat zodra die ‘achtergebleven’ groepen initiatief beginnen te nemen de welzijnswerker overbodig wordt en zijn werk dreigt kwijt te raken en niet alleen de welzijnswerker, maar ook de directeur en het bestuur van de welzijnsstichting en de MO’s die al dat welzijnswerk financieren en begeleiden. En dat is waarom onzelfstandigheid in stand moet worden gehouden en initiatieven van onderop moeten worden tegengewerkt.

Conclusie: wie serieus probeert de zelfstandigheid en het initiatief in achterstandswijken te bevorderen zou initiatieven als de Jongerenhuiskamer van harte en financieel moeten steunen door gepaste locaties beschikbaar te stellen en het initiatief zoveel mogelijk aan de vrijwilligers over te laten. Juist als een dienst MO daar tegen is, want dan is dat kennelijk hard nodig.

[1] https://www.utrecht.nl/bestuur-en-organisatie/publicaties/openbaar-gemaakte-informatie-na-wob-verzoeken/wob-verzoek/2019-338-wob-besluit-over-de-sluiting-van-de-jongerenhuiskamer-in-de-geuzenwijk/

[2] In de “Verkenning naar mogelijkheden” van december 2018 staat onder punt 4.1. dat de initiatiefnemers van de Jongerenhuiskamer de bereidheid hebben uitgesproken deze mogelijkheid te willen onderzoeken.