Geflopt samenscholingsverbod

3 maart 2008

De reactie van Wolfsen op de negatieve uitspraak van de rechtbank over het samenscholingsverbod was dat hij bij minister en partijgenoot Ter Horst wijziging zou bepleiten van de wet. Dat deed me denken aan de reactie van partijgenoot Brouwer op de uitspraak van de Commissie Gelijke Behandeling in de kwestie van de lerares van het Vader Rijn College die geen mannelijke handen meer wilde schudden. De lerares kreeg gelijk en dus vond Brouwer (en partijgenoot Bart Engbers) dat de CGB maar beter afgeschaft kon worden.

Zo gaat dat als de burger van de wet gelijk krijgt. Dan moet snel de wet veranderd worden.

Op 3 oktober besloot burgemeester Brouwer tot een samenscholingsverbod gericht tegen een groep Marokkaanse jongeren in Kanaleneiland, die daarvan per brief op de hoogte werden gesteld. Het werd hun verboden in een groep van vijf of meer bij elkaar te staan. "Dat zal ze leren" lichtte Brouwer verbeten toe op de TV. De identiteit van de jongeren was bekend en omdat ze individueel "moeilijk grijpbaar" zouden zijn, werd besloten tot dit preventief en collectief handhaven. Op 25 oktober vond de verboden samenscholing plaats en werden de overtreders aangehouden. Op 13 februari 2008 zegevierde het recht en werden de jongens vrijgesproken.

Van "samenscholing" zoals bedoeld in de APV en in het algemeen spraakgebruik is alleen sprake bij (dreigende) verstoring van de openbare orde. Het feit dat de jongens in een groepje bij elkaar stonden op de Bernadottelaan, leverde naar het oordeel van de rechtbank geen "samenscholing" op. Gewoon ergens bij elkaar staan is geen "samenscholing", maar een recht dat de overheid te respecteren heeft, aldus het Internationaal verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten art. 12, dat mede door Nederland is getekend. Dus als burgemeester en gewezen rechter Wolfsen de wet wil veranderen, moet hij ook even het Verdrag aanpassen.

Dat speciale, op 22 jongeren gerichte, samenscholingsverbod is natuurlijk te gek voor woorden. Verbodsbepalingen in het wetboek van strafrecht en de APV gelden algemeen, dus zonder aanzien des persoons. Wil je, aanvullend, voor bepaalde individuen verboden in het leven roepen, dan moet dat bij wijze van sanctie door de rechter worden opgelegd. Maar dat kan alleen als die individuen het daar, naar het oordeel van de rechter, naar gemaakt hebben. Dus eerst moet het liederlijk gedrag bewezen worden en pas als dat vast staat zou bij wijze van sanctie een straatverbod of een samenscholingsverbod opgelegd worden. Geen straf zonder (bewezen) schuld, heet dat in een normale rechtsstaat.

Het argument van de politie en de burgemeester is dat de jongens "moeilijk grijpbaar" zijn en dat er dus maar gestraft moet worden zonder bewezen schuld: de burgemeester (niet eens de strafrechter!) stuurt de jongens een briefje thuis, waarin staat dat ze een half jaar niet in een groepje bij elkaar mogen staan. Nee, dat ze iets fouts gedaan hebben kon niet bewezen worden, maar de burgemeester denkt dat ze zonder het samenscholingsverbod wel eens in de fout zouden kunnen gaan. En daarom leek het de burgemeester nuttig om de jongens preventief te straffen met een samenscholingsverbod. Toen Brouwer dat besloot dacht ik: het mens is echt dement. Enfin, Wolfsen is het kennelijk met Brouwer eens. In de sociaal-democratische heilsstaat neemt men het niet zo nauw met grondrechten.

Waarom zijn die jongens eigenlijk "moeilijk grijpbaar"? Op al die hangplekken in Kanaleneiland staan tegenwoordig camera's. Als die jongens wat uitvreten, dan moet je dat toch met die camera's zien? Dan heb je toch bewijs en dan kan je de dader thuis toch van zijn bed lichten? Als die jongens zich werkelijk aan strafbare feiten schuldig maken, dan deugt er iets bij de politie niet als ze niet opgepakt worden. Als de politie niet deugt, dan moet dáár wat aan gedaan worden in plaats van het invoeren van preventieve sancties. En als die camera's er niet toe leiden dat overlastgevers aangehouden en vervolgd worden, dan kunnen die beter weer weggehaald worden. Het begint daar met die hekken en die camera's steeds meer op een concentratiekamp te lijken. Dat is niet het soort veiligheid wat mij voor ogen staat.

"Ondanks de grote inzet van de politie, blijkt dat de huidige aanpak in Kanaleneiland-Noord vooralsnog onvoldoende resultaten oplevert", aldus hoofdinspecteur van politie Van den Ham. Kanaleneiland is sinds 1 januari 2004 urgentiegebied binnen het stedelijk veiligheidsbeleid. Wanneer komt iemand op het idee om de conclusie te trekken: misschien doen Openbare Orde en Veiligheid, de politie en de burgemeester het al jaren helemaal fout? Als een divisie bij Philips al jaren slecht draait, worden de directeur en zijn staf eruit gegooid. Hoewel dat hartstikke logisch is, gebeurt dat bij de overheid niet. Nee, aan het beleid kan het niet liggen, alleen de burger wil maar niet deugen. Dus elke keer als blijkt dat het beleid mislukt is, krijgen we nog veel meer van datzelfde beleid: preventief fouilleren, samenscholingsverboden, camera's op straat, ultrasoon geluid tegen hangjongeren. Utrecht Veilig! Dat doen we samen. Samen op weg naar steeds meer politiestaat!

Wie een indruk wil hebben van de onderbouwing van het gerichte samenscholingsverbod moet voor de aardigheid kennis nemen van de Bestuurlijke rapportage Kanaleneiland-Noord van 1 oktober 2007 van de eerder genoemde hoofdinspecteur van politie D.R. van den Ham. De overlast van de jeugd in de maanden jan-aug 2007 nam t.o.v. diezelfde periode in 2006 toe van 141 naar 128 (?). Van een "explosieve stijging" ten opzichte van 2006 kan je moeilijk niet spreken, integendeel. Dat Brouwer in oktober 2007 ineens de noodtoestand uitriep wijst er inderdaad op dat ze niet meer helemaal bij zinnen was. En verder zou het wel nuttig zijn om de ontwikkeling van de criminaliteit in Kanaleneiland niet geisoleerd te bekijken, maar te vergelijken met die in de stad Utrecht als geheel. Misschien volgt Kanaleneiland wel het Utrechtse patroon.

De analyse van hoofdinspecteur van politie Van den Ham van de veiligheidssituatie in Kanaleneiland, tot slot, is van verbluffende eenvoud."Kanaleneiland is de subwijk met de grootste concentratie bewoners van niet-westerse herkomst in de stad Utrecht: 70,9% tegenover 21,0% over heel de stad". "In Kanaleiland wonen voornamelijk Marokkaanse gezinnen (40,2% van de bevolking....)." Nee, maar nu wordt alles duidelijk, snel instellen dat samenscholingsverbod! Als Marokkanen in groepjes bij elkaar staan "werkt dat intimiderend", zoals Brouwer al betoogde bij het Marokkaanse koffiehuis en is er dus sprake van een dreigende verstoring van de openbare orde. Overigens, zou hoofdinspecteur van politie Van den Ham, als de bevolkingssamenstelling daartoe aanleiding gaf en een samenscholingsverbod werd beoogd, ook schrijven "In deze wijk wonen voornamelijk joden en negers?"