Een zielige vertoning

18 juni 2008

Op 5 maart schreef het college in een intern memo aan alle directeuren en medewerkers van de gemeente Utrecht "Het College heeft op 4 maart gesproken over de wijze waarop medewerkers van de gemeente Utrecht zijn aangesproken door de heer C. van Oosten. Wij nemen nadrukkelijk afstand van zowel de inhoud van zijn opmerkingen als van de wijze van bejegening door de heer van Oosten. Het College hecht eraan het vertouwen uit te spreken in zijn medewerkers en heeft bij de door de heer van Oosten beschreven dossiers geen enkele twijfel aan de competentie en inzet van de daarbij betrokken ambtenaren".

Dat schreef het college om het gezicht te redden van de inmiddels vertrokken directeur Stadsontwikkeling Guido van den Boorn. In zijn opdracht had Mat Haenen, hoofd staf SO, geschreven: " Hierbij wil ik er op wijzen dat de heer van Oosten op dit moment medewerkers van SO benadert om informatie los te krijgen. Opletten dus! Beantwoording van vragen moet in deze worden onthouden." Kennelijk vonden Van den Boorn en Mat Haenen dat de dienst SO het een en ander te verbergen had. Dat ging een aantal ambtenaren te ver en die brachten mij van deze bizarre instructie op de hoogte. Toen ik het spreekverbod wereldkundig maakte, haastte het college zich om Van den Boorn en Mat Haenen terug te fluiten. Maar dat deed natuurlijk pijn. Vandaar het interne memo waarin afstand werd genomen van de uitlatingen van Van Oosten en het vertrouwen werd uitgesproken in de competentie en de inzet van de medewerkers die het voorwerp zijn van mijn kritiek.

Hoe Wolfsen, De Weger en de overige wethouders hun vertrouwen kunnen uitspreken in de competentie en de inzet van de medewerkers die de luchtkwaliteit in Utrecht 'berekenen' is onduidelijk, want geen van leden van het college heeft zich ooit in hun rekenwerk verdiept en de gemeente verliest nogal eens een beroep bij de rechtbank vanwege gebreken in het onderzoek naar de luchtkwaliteit. Het toont haarfijn aan hoe burgemeester en wethouders klakkeloos verantwoording nemen voor wat hun ambtenlijke adviseurs doen en hoe nihil hun eigen inhoudelijke inbreng eigenlijk is.

Wolfsen meende nog verder te moeten gaan. Zonder ook maar iets af te weten van het werk van zijn deskundige ondergeschikten, verbood hij mij om mij daar beledigend over uit te laten. Zou ik het weer doen, dan zou hij aangifte doen bij het OM en mij als belangenbehartiger weigeren. Een Berufsverbot dus.

In "Boeventuig" heb ik de heren Haarsma, Baggen, Segaar, maar ook wethouder De Weger en het hele gemeentebestuur beledigd. Daar is ook alle aanleiding toe, maar daar gaat hier nu even niet over. Je zou verwachten dat Wolfsen nu zijn dreigement uitvoert, aangifte doet en mij weigert als belangenbehartiger. Dat had hij mij immers in het vooruitzicht gesteld. Maar dat doet hij niet. Hij heeft tegen Haarsma, Baggen en Segaar gezegd dat zij zelf maar iets tegen mij moeten ondernemen, dan zou de gemeente de advocatenkosten wel betalen. En als hun actie resultaat heeft, dan gaat de gemeente misschien ook iets tegen mij ondernemen.

Ik moet zeggen, daar zakt mijn broek van af. Werkgever Wolfsen, die eerst vierkant achter zijn medewerkers gaat staan en dreigende taal uitslaat, maar als het erop aankomt weigert om het voor zijn medewerkers op te nemen. De medewerkers moeten zelf maar naar de rechter lopen en risico lopen. Lukt het niet, dan kan Wolfsen zeggen: dat gaat ons als gemeente niet aan. Lukt het wel, dan pas durft Wolfsen zelf naar de rechter te lopen. Wat een zielige vertoning, om je ondergeschikten de kastanjes voor je uit het vuur te laten halen.