Wolfsen en het salafisme

20 juli 2008

Stadsdeelbestuur Baarsjes en de woningbouwvereniging wilden alleen financieren, als de moskee een liberale islam zou uitdragen. De Turkse religieuze organisatie Milli Görüş zag dat als een aantasting van de vrijheid van godsdienst. Terecht aldus burgemeester Job Cohen in de Trouw van 28 juni. Het Amsterdamse gemeentebestuur dient religieuze instellingen te steunen, ook als het gaat om een orthodoxe moskee. Job Cohen is een man naar mijn hart. Een erudiet jurist die begrijpt waar het in het recht om gaat.

Hoe totaal anders is de opstelling van Aleid Wolfsen, ex-rechter. Hij vindt het nodig om in relatie tot het salafisme, een orthodoxe stroming binnen de islam, op vragen van raadslid Bert van der Roest (PvdA) op te merken:

De burgemeester heeft in het gesprek benadrukt dat wij de vrijheid van godsdienst en de vrijheid van meningsuiting hoog achten. Voorop staat echter dat het IVOE – zoals ieder ander - in zijn lessen de wet dient te respecteren. Dat wil zeggen: niet aanzetten tot geweld, geen voedingsbodem creëren voor geweld of extremisme, niet oproepen of legitimeren dat men zich niet aan het Nederlandse democratisch rechtssysteem houdt. De burgemeester heeft aangegeven dat het ons ernstig zorgen baart als de vrijheid van godsdienst en meningsuiting wordt gebruikt om (jonge) mensen op te roepen zich af te zonderen van de Nederlandse samenleving. Utrecht ziet binnen haar grenzen liever geen onderwijs met deze strekking, het motto van ons college is immers juist ‘Kansen, aanpakken en meedoen’.

De burgemeester heeft de heer Salam weten laten weten dat zijn zorgen over het onderwijs van het IVOE niet zijn weggenomen. De burgemeester bespeurt in het optreden van de heer Salam de suggestie dat moslims zich af zouden moeten keren van (tenminste delen van) de Nederlandse samenleving. Gezien de autoriteit van de heer Salam in de moslimgemeenschap kan dat, gewild of ongewild, een ongewenste invloed hebben op het gedrag van jongeren hebben. De burgemeester heeft de heer Salam nadrukkelijk gewezen op zijn verantwoordelijkheid in deze. Gelet op het voorgaande zien wij vooralsnog geen reden voor concrete samenwerking.

Wolfsen insinueert onmiskenbaar dat er in het geval van het IVOE nog net geen sprake is van aanzetten tot geweld, het creëren van een voedingsbodem voor geweld of extremisme, het oproepen tot het zich niet houden aan het nederlands democratisch rechtssysteem. Dat blijkt ook uit de passage "Utrecht ziet binnen haar grenzen liever geen onderwijs met deze strekking". Mag ik Wolfsen misschien vragen: Wie is Utrecht? "L'état, c'est moi!" Dat waren de woorden van Lodewijk XIV, bijgenaamd de zonnekoning. Is het Aleid Wolfsen na een half jaar burgemeesterschap al naar het hoofd gestegen?

Als ik meneer Salam van het IVOE geweest was, dan zou ik boos geworden zijn over de antwoorden van Wolfsen. In onze rechtsstaat is het namelijk een van de twee: het IVOE maakt zich schuldig aan een strafbaar feit of niet. Als Wolfsen vindt dat het IVOE zich aan een strafbaar feit schuldig maakt dan moet hij aangifte doen bij het OM. Als Wolfsen geen aangifte doet van een strafbaar feit, dan vindt hij kennelijk dat hij die beschuldiging niet hard kan maken. Maar dan moet hij ook niet insinueren dat het onderwijs van het IVOE bij strafbare feiten in de buurt komt.

Job Cohen omschreef zijn werk als burgemeester eens als "de boel bij elkaar houden". Wolfsen doet het omgekeerde. Hij zet de boel juist tegen elkaar op. Veel Marokkaanse jongeren zijn teleurgesteld. Over discriminatie op de arbeidsmarkt, geringe kansen in het onderwijs, repressief optreden van de politie, het volgzame gedrag van hun ouders. En wat doet Aleid Wolfsen? Hij handhaaft het door Annie Brouwer ingestelde samenscholings­verbod, hij hangt mosquito's op, laat kinderen demonstratief s’avonds naar huis brengen en schildert het orthodox islamitisch salafisme af als een extremistische religie. Als teleur­gestelde jongeren nog niet van plan waren om zich bij de heer Salam aan te melden, dan zorgt Wolfsen er dus voor dat ze dat alsnog doen.

In de notitie 'Scheiding Kerk en Staat' legt het Amsterdamse college uit hoe het ook al weer zat met de scheiding van kerk en staat. Voor de staat is elke godsdienst gelijk: orthodox of vrijzinnig, christelijk, islamitisch of joods. Wolfsen moet niet denken dat hij als burgemeester namens Utrecht wel even kan uitmaken welk godsdienstonderwijs wel of niet in de gemeente welkom is. Het staat Wolfsen als burgemeester ook niet vrij om met de ene religieuze groepering wel samen te werken en met de andere vooralsnog niet. De staat dient neutraal te zijn. Zolang er van strafbare feiten geen sprake is, zulks uitsluitend ter beoordeling van de rechtbank, is het salafistisch onderwijs instituut IVOE van Salam dus net zo welkom als welk ander religieus onderwijs instituut dan ook.