Machtshonger en racisme

28 oktober 2008

Racisme wordt geïnitieerd en versterkt door bestuurders, hoge ambtenaren en politici en is het product van het streven naar macht. De pestkop en de op macht beluste politicus hebben met elkaar gemeen dat ze een zondebok nodig hebben. Over Wilders, Spekman, Wolfsen en Marokkaanse jongeren.

De Marokkaanse kinderen van nu zijn te vergelijken met kinderen die in de vijftiger jaren opgroeiden in de eerste naoorlogse woonwijken. Met broertjes of zusjes een slaapkamer delen. Eén kachel, alleen in de huiskamer. Weinig of geen speelgoed en ouders met grote geldzorgen. Wij bleven als kinderen ook altijd zo lang mogelijk buiten spelen. Het verschil is dat Marokkaanse kinderen van nu om zich heen rijkdom en toekomstmogelijkheden zien, die voor hen niet zijn weggelegd, en de hele dag te horen krijgen dat dat aan hun cultuur en opvoeding ligt.

Bottom-upvisie

Racisme wordt vaak toegeschreven aan matig opgeleide, simpele mensen en het zou de taak zijn van weldenkende politici om het 'eenvoudige volk' een beetje in toom te houden. Dat politici zich soms zelf laten gaan en, zoals Oudkerk, over "kutmarokkaantjes" beginnen, zou te verklaren zijn omdat zij af en toe concessies moeten doen aan het volk om herkenbaar te blijven. Aldus de bottom-upvisie op het ontstaan en de verspreiding van racisme.

Top-downvisie

Lijnrecht tegenover deze bottom-upvisie staat de opvatting dat racisme niet van onderop, maar juist van bovenaf komt en dat het volk er een instinctieve afkeer van heeft. Hannah Arendt wees erop dat het de nazi's grote moeite kostte het 'dierlijk medelijden' te onderdrukken dat in gewone mensen opkomt bij het zien van fysiek lijden. (1) Wreedheid, hardvochtig optreden en racisme lijken meer iets te zijn van bestuurders en politici, aldus de top-downvisie op racisme. Voor de top-downvisie valt, als je er wat langer over nadenkt, veel te zeggen.

Uit Vervolging van Zigeuners van Sijes en uit Mazirels Woonwagenvolk (2) blijkt dat het altijd burgemeesters en hoge ambtenaren waren die zich stoorden aan het reizende en anderszins afwijkende gedrag van zigeuners en dat de Duitse bezetter bij de deportaties kon rekenen op de loyale medewerking van het Nederlandse gezag. Sijes schrijft: "De omwonenden, gewekt door het lawaai, stonden op straat of keken toe van achter de ramen. Sommigen huilden: de verstandhouding met de zigeuners was altijd goed geweest." (3) Gewone mensen zouden het dakloze zigeunergezin Nicolich met drie kleine kinderen niet hebben weggejaagd van de standplaats op de Walter Kollolaan, zoals de Utrechtse PvdA-wethouder Harrie Bosch vorig jaar deed, een standplaats die al jaren niet gebruikt werd en ook daarna nog bijna een jaar leeg heeft gestaan. Het gewone volk is eerder bereid het hart te laten spreken en om in de arme sloeber een medemens te zien, die je niet zomaar in de winter op straat zet.

Valse motieven

Hoe valt het te verklaren dat bestuurders en politici zo hardvochtig kunnen zijn en eerder geneigd om denigrerend over minderheden en allochtonen te oordelen? Wat bezielt een (ex-)wethouder als Rob Oudkerk om over "kutmarokkaantjes" te beginnen? Wat beweegt een Spekman om te roepen dat Marokkaanse overlastbezorgers "vernederd moeten worden voor de ogen van hun eigen mensen"? (4) En waarom hangt burgemeester Wolfsen Kanaleneiland vol met mosquito's? Hun antwoord is natuurlijk dat die Marokkaanse jongens voor grote problemen zorgen. Maar dat antwoord bevredigt niet. Marokkaanse jongens verkeren in een maatschappelijke positie die bij ieder ander net zo goed tot overlastgevend gedrag zou leiden. Het percentage allochtone delictplegers verschilt niet van dat van autochtone plegers in vergelijkbare omstandigheden. (5) Geweldpleging en diefstal komen veel vaker voor in de binnenstad dan in wijken als Kanaleneiland en Overvecht, maar over onveiligheid in de binnenstad wordt door politici geen ophef gemaakt. Overigens hoor je politici nooit over het extreem lage opsporings- en vervolgingspercentage in Nederland. Ook dat is een aanwijzing dat het ze helemaal niet om onze veiligheid gaat.

"Ruim bekend is het lage opsporingspercentage van misdrijven in Nederland, dat ver achterblijft bij dat van onze buurlanden, met name bij dat van Duitsland. Een strafrechtelijke reactie blijft vaak uit, ook bij serieuze misdrijven. Het lagere opsporingspercentage in vergelijking met Duitsland is te zien bij alle delictsoorten." Uit: De toekomst van de nationale rechtsstaat van de Wetenschappelijke Raad voor Regeringsbeleid (WRR), 2002, blz. 255.

De gretigheid waarmee politici als Wilders, Oudkerk, Spekman en Wolfsen zich publiekelijk druk maken over de overlast van Marokkaanse jongeren valt dus niet te verklaren uit werkelijk gemeende bezorgdheid om de veiligheid van burgers. Hebben de opgeklopte verhalen over de onveiligheid in Kanaleneiland en Overvecht, het instellen van samenscholingsverboden, de roep van Wolfsen om meer bevoegdheden en het ophangen van camera's en mosquito's dan met racistische vooroordelen te maken? Ook dat is niet aannemelijk. Het zich afzetten tegen een bevolkingsgroep, althans de jongeren uit die bevolkingsgroep, valt veeleer te verklaren als gedrag waarmee op macht beluste politici zich een machtspositie proberen te verwerven, namelijk door het volk tegen een minderheid op te zetten. Onder Spekmans wethouderschap moest er "keihard" worden opgetreden tegen uitkeringsgerechtigden, die op grote schaal zouden frauderen. Inmiddels zijn het Marokkaanse jongeren die het bij Spekman moeten ontgelden en over een paar jaar zijn het vast Oost-Europeanen die hier komen werken.

Machtshonger

Om meer te begrijpen van het gedrag van politici als Wilders, Oudkerk, Spekman en Wolfsen moeten we ons in het verschijnsel macht verdiepen. Macht wordt in de sociologie omschreven als het vermogen om andermans gedragsalternatieven te beperken. Anders gezegd: het vermogen om ervoor te zorgen dat mensen doen wat je zegt en dat je daardoor krijgt wat je hebben wilt: invloed, aanzien en welstand. Daarvoor is nodig dat je een machtspositie verwerft en om die te verwerven, is het nodig het volk op je hand te krijgen. Om het volk op je hand te krijgen, daar bestaat een recept voor dat al zo oud is als de geschiedenis, een recept met twee ingrediënten: je blaast iets op tot een heel groot probleem en daar geef je vervolgens een minderheid de schuld van: onveiligheid, fraude bij uitkeringen, terroristische dreiging.

"Als je op de Amsterdamsestraatweg fietst, 's avonds laat, zie je wat in de rapporten staat: de sociale cohesie is weg. Mensen hebben geen contact meer met elkaar. Utrecht moet weer veilig en leefbaar worden." Aldus Wolfsen, op jacht naar het burgemeesterschap, in AD/UN 15-9-2007. Onder de kop "Kanaleneiland in zwaar weer" schrijft Spekman op 21-5-2007 in het Utrechtse Stadsblad: "Als je er zelf rondloopt en dat heb ik de afgelopen weken regelmatig gedaan, voel je dat de mensen van goede wil geterroriseerd worden door een kleine maar hardnekkige groep raddraaiers." Als er nu één straat in Utrecht is met sociale cohesie, waar mensen nog contact met elkaar hebben, dan is dat de Amsterdamsestraatweg. Maar als je daar 's avonds laat fietst, dan merk je dat niet, want dan zit iedereen binnen. En dat Spekman, als hij in Kanaleneiland rondloopt, "voelt" dat mensen van goede wil geterroriseerd worden, is natuurlijk onzin. Heeft hij daar soms een speciaal zintuig voor? In beide gevallen is er sprake van stemmingmakerij. Stemmingmakerij waarbij onveiligheid als groot probleem wordt opgeblazen en met allochtonen wordt geassocieerd. Immers, iedereen weet dat Kanaleneiland en de Amsterdamsestraatweg overwegend door allochtonen worden bevolkt. Waarom begint Wolfsen, als hij een punt wil maken van onveiligheid, niet over de grote overlast voor bewoners van de horeca in de binnenstad? Dat is wél een probleem, maar een probleem dat niet met allochtonen geassocieerd kan worden. En waarom begint Spekman niet over voetbalsupporters, als het gaat om een groep die de stad onveilig maakt? Omdat dat niet interessant is, want ook dat probleem valt niet te koppelen aan allochtonen.

Pestkop en zondebok

Er is altijd een bepaalde, kwetsbare minderheid die het bij op macht beluste politici moet ontgelden. De ene keer zijn het joden, de andere keer zigeuners, woonwagenbewoners, allochtonen of uitkeringsgerechtigden. Waarom zijn op macht beluste politici zo gefocust op kwetsbare minderheden en wat heeft dat met macht te maken? Dat wordt duidelijk als we het vergelijken met pestgedrag in de klas, een zuivere vorm van machtsuitoefening. De pestkop kiest als zondebok altijd een klasgenoot met een wat afwijkend gedrag. Door dat afwijkende gedrag in een kwaad daglicht te stellen, isoleert hij de zondebok van de rest van de klas, waardoor hij de rest van de klas op zijn hand te probeert krijgen. De pestkop laat, door de zondebok te pesten, de rest van de klas zien dat hij dat ook hun kan aandoen. De pestkop is nooit de slimste van de klas, het pesten is meestal een poging om serieus genomen te worden en de aandacht af te leiden van matige schoolprestaties. In dat verband is het veelzeggend dat Spekman begint te roepen dat die Marokkaanse jongens vernederd moeten worden, nadat hij (als kersvers kamerlid!) tevergeefs een gooi had gedaan naar het fractievoorzitterschap, minister Vogelaar in de afgelopen twee jaar nog niet één keer is ingegaan op zijn aanbod om met haar mee te denken over de wijkaanpak en nu ook Wouter Bos, die hem naar Den Haag haalde, hem links laat liggen.

Negatieve typering: versterken van het wij-gevoel

Net als de pestkop probeert de op macht beluste politicus macht te verwerven door zich tegen een afwijkende minderheid af te zetten, die door hem als inferieur wordt afgeschilderd. Dat gebeurt door negatieve eigenschappen toe te dichten aan die minderheid. De functie daarvan is het isoleren van de minderheid en het versterken van het 'wij-gevoel', de onderlinge saamhorigheid van de politicus en de door hem beoogde achterban. Elke vorm van kwaadsprekerij over de ander is een vorm van ophemeling van de eigen groep. (6) Om die reden geven politici af op het islamitische geloof, dat als achterlijk wordt voorgesteld, vergeleken bij onze 'superieure' christelijk-humanistische cultuur. Er wordt ook een verband gesuggereerd tussen islam en criminaliteit. (7) De inferioriteit van allochtonen wordt nog eens benadrukt door nieuwkomers aan inburgeringscursussen te onderwerpen, die hen moeten helpen volgens ónze normen en waarden te leven. Alsof die superieur zijn. Problemen bij allochtone schoolkinderen worden als vanzelfsprekend beschouwd als een gevolg van een gebrekkige opvoeding in plaats van een gevolg van slechte vmbo's, waar allochtone leerlingen meestal op zitten. Gekleurde wijken als Kanaleneiland en Overvecht worden door Spekman en Wolfsen geestdriftig als onveilig voorgesteld. Wolfsen vindt het nodig veel publiciteit te geven aan zijn actie om kinderen in Kanaleneiland naar huis te laten brengen als zij 's avonds laat op straat aangetroffen worden, zodat duidelijk wordt wat voor ontaarde ouders die Marokkaanse ouders zijn. In het door de afdeling Openbare Orde en Veiligheid opgestelde lijstje van klachten over een Marokkaans koffiehuis stond dat er poep was aangetroffen in de tuin van een van de klagers, waarmee geïnsinueerd wordt dat dat geen hondenpoep moet zijn geweest, maar allochtonenpoep.

Machtsvertoon: discriminerend optreden

Macht wordt bevestigd door machtsvertoon. De machthebber moet af en toe laten zien wie de baas is, zodat mensen het uit hun hoofd zullen laten om brutaal en ongehoorzaam te zijn. Voor dat machtsvertoon zijn slachtoffers nodig en daar wordt iemand voor uitgekozen die tot de verachte minderheid behoort: de jood, zigeuner, woonwagenbewoner, uitkeringsgerechtigde, allochtoon. Het dakloze zigeunergezin Nicolich, met drie kleine kinderen, werd 's winters door PvdA-wethouder Harrie Bosch niet alleen verjaagd van de ongebruikte standplaats op de Kollolaan, maar daarna ook van de parkeerplaats bij de afslag De Meern bij de A12, terwijl Bosch wist dat het gezin geen alternatief had. Onder de voorgangster van wethouder Bosch, Marie-Louise van Kleef (ook PvdA) werd keihard opgetreden tegen een woonwagenbewoonster met kind, die, door woningnood gedwongen, met een caravan bij haar moeder op het kampje De Huppel ging staan. Een paar jaar terug, in de periode dat Spekman wethouder sociale zaken was, werd handhavend opgetreden tegen een dakloze sloepbewoner met ernstige psychiatrische aandoeningen. Hij werd met zijn sloep uit de gemeente Utrecht verbannen. Wolfsen hangt Kanaleneiland vol met mosquito's en camera's en voor tachtig jongeren in Kanaleneiland geldt een samenscholingsverbod.

In crepeergevallen, zoals in het geval van Nicolich, de jonge woonwagenmoeder en de dakloze sloepbewoner, mag de gemeente best van handhaving afzien, omdat het belang van handhaving dan niet opweegt tegen het leed dat door handhaven aan betrokkenen wordt toegebracht. Maar uitgerekend in het geval van arme sloebers wordt juist wél gehandhaafd. Niet tegen stadsadvocaat Tomlow, die illegaal ligplaats innam met zijn veel te hoge woonark, niet tegen de Jaarbeurs, die al jaren in strijd met het bestemmingsplan detailhandelsactiviteiten ontplooit, niet tegen Holland Casino, dat sinds 2004 illegaal, want in strijd met het bestemmingsplan, gevestigd is en niet tegen de gemeente zelf, die illegaal het Europaplein, de Majellaknoop en het Westplein met een aantal extra rijstroken heeft uitgebreid. Het argument dat onverkorte handhaving noodzakelijk is om precedentwerking te voorkomen, wordt discriminerend in stelling gebracht, namelijk alleen tegen vertegenwoordigers van verachte minderheidsgroepen. Het preventief fouilleren, de identificatieplicht, de camera's en mosquito's in Kanaleneiland, het zijn stuk voor stuk middelen die voornamelijk allochtonen treffen.

Het discriminerend handhaven en optreden is opvallend. Het hoeft om die reden ook niet te verbazen dat Marokkaanse jongeren, zigeuners, woonwagenbewoners en uitkeringsgerechtigden veel vaker worden aangehouden, verdacht en vervolgd en dat dus uit politiestatistieken blijkt dat ze 'crimineler' zijn. Het gaat om machtsvertoon dat de bedoeling heeft om schrik aan te jagen, te vernederen en te laten zien dat de betreffende bevolkingscategorie inferieur en onaangepast is. Maar ook geeft de machthebber door het vervolgen van de minderheidsgroep een signaal af aan iedereen: pas op, want dit kan ik ook bij jou doen!

Maskeren van falend beleid

Hoe meer de burgemeester en de politie in gebreke blijven om onze veiligheid te garanderen, hoe meer en hoe harder Marokkaanse jongeren, illegalen, zigeuners en woonwagenbewoners worden aangepakt. Het keihard en met veel retoriek aanpakken van Marokkaanse jongeren heeft ook als functie het afleiden van de aandacht van het falen van het veiligheidsbeleid. In Kanaleneiland zou het gaan om een harde kern van pakweg 25 jongens, die stuk voor stuk goed bekend zijn bij de politie. Als het niet lukt om 25 jongens in Kanaleneiland in het rechte spoor te krijgen, dan is er iets heel erg mis met het Utrechtse veiligheidsbeleid. De reactie op de overlast van Marokkaanse jongeren is al jaren hetzelfde: repressie, 'lik op stuk', isoleren, verbod op samenscholen, opjagen. Voor iedereen is het volstrekt duidelijk dat deze aanpak niet werkt en dat de problemen alleen maar groter worden. In plaats van daar lering uit te trekken en een ander beleid te overwegen, krijgen we steeds meer van hetzelfde repressieve beleid en Wolfsen laat geen gelegenheid voorbijgaan om op meer bevoegdheden aan te dringen, bevoegdheden om achter de voordeur te kijken en kinderen aan de ouderlijke macht te onttrekken. Bevoegdheden dus die de ouders nog meer vernederen.

Het meest opvallende aan de Utrechtse aanpak van de overlast door Marokkaanse jongeren is het ontbreken van enige sociologische en criminologische onderbouwing. Het veiligheidsbeleid in Utrecht is het domein van de burgemeester en een paar hoge ambtenaren van de afdeling Openbare Orde en Veiligheid, die nog nooit gehoord hebben van Street Corner Society, Van Vriendenkring tot randgroep, Marokkaanse lieverdjes, laat staan van de 'strain' theorie van Merton of de opvattingen van Kruglanski over terrorisme. (8) Wij hebben in Utrecht het Pompe Instituut met zeer vooraanstaande criminologen als Bovenkerk, maar denk maar niet dat die ingeschakeld worden om mee te denken over het beleid.

De onvermijdelijke zondebok

De vraag is: waarom wordt er voor een steeds repressievere aanpak gepleit, terwijl gebleken is dat die niet werkt, en waarom wordt er geen gebruik gemaakt van sociologische en criminologische kennis? Het onthutsende, maar onontkoombare antwoord is: met de instandhouding van het probleem van de Marokkaanse jongeren zijn grote belangen gemoeid: de belangen van welzijnsinstellingen en hulpverleningsinstellingen (9) (de achterban van de PvdA!), de belangen van woningcorporaties Mitros, Portaal en Bo-Ex, die sociale huurwoningen in Kanaleneiland, Overvecht en Hoograven willen slopen en vervangen door koopwoningen, de gemeentelijke dienst Openbare Orde en Veiligheid, waarvan de voornaamste taak is het ontwerpen en doen uitvoeren van repressief beleid, en, last but not least, van ambitieuze politici als Wolfsen en Spekman, die een bevolkingsgroep nodig hebben als zondebok.

Kruglanski schrijft: (10) "One of the most important discoveries of the 9/11 investigation was that young Muslims who had spent substantial time living and working in Western Europe could become principals in the most infamous anti-Western terrorist act in history. The story of the 9/11 cell is hardly unique." "All of the known perpetrators and suspects in these varied incident were young Muslim men who had either been born and raised in, or lived en worked for extended periods of time in, Western Europe." Uitsluiting en islamofobie hebben tot gevolg dat "Muslims in Europe largely see themselves as isolated from the mainstream of non-Muslim society and living instead as part of a global ummah - a widely-dispersed community with shared identity, interests, and destinity." De helft van de Europese moslims oordeelt zeer negatief over westerlingen ('arrogant', 'egoïstisch', 'immoreel', 'gewelddadig') en 24% heeft sympathie voor terrorisme. "About 7.7 million Muslims living in Europe dislike Westerners and more than 4.2 million are sympathetic to terrorism. These could serve as substantial pools from which active terrorists might be drawn." Aldus Kruglanski, die pleit voor een strategie van 'prejudice reduction'. Het omgekeerde dus van wat Spekman, Wolfsen en Wilders doen. De machtshonger van politici wordt duur betaald.

Voetnoten 1. Hannah Arendt, Eichmann in Jerusalem, 1963, blz. 105. 2. Lau Mazirel, Woonwagenvolk, 1987, op blz. 64: "In augustus 1940 publiceerde L.A. van Doorn, directeur van de gemeentelijke dienst van Maatschappelijk Hulpbetoon in Utrecht, een felle brochure onder de titel 'De woonwagen moet verdwijnen' (…) waarin hij onder meer van leer trok tegen de zachtaardige manier van schrijven van A.M. de Jong en Herman de Man. Het moest nu maar eens uit zijn met die weekhartigheid. 'Concentreren in kampen', was het parool van meneer Van Doorn." 3. Dr. B.A. Sijes, Vervolging van zigeuners in Nederland 1940-1945, 1979, blz. 113. 4. VN, 18 oktober 2008. 5. Zelfgerapporteerde jeugdcriminaliteit, Fact sheet 2007-1. WODC, Ministerie van Justitie. 6. Anil Ramdas, Gevestigden en Buitenstaanders, Stichting Dales Lezing, 29 januari 2005. 7. De cultureel-antropoloog Van Gemert in Ieder voor zich, 1998: "Door zijn impliciete normatieve lading kan de islam worden gebruikt ter legitimering en verhulling van zaken, die eigenlijk niet door de beugel kunnen." (blz. 210) Alsof het christendom niet gebruikt is om slavenhandel, uitbuiting, oorlogen en de uitroeiing van joden te rechtvaardigen. 8. A. Kruglanski e.a., 'What should this be called? Metaphors of counterterrorism and their implications'. In: Psychological Science in the Public Interest, Volume 8, Number 3 (December, 2007). 9. Theodore Dalrymple. Leven aan de onderkant, 2004. blz. 33: "de legioenen helpers en zorgverleners, welzijnswerkers en therapeuten van wie het inkomen en de carrière staan of vallen met het veronderstelde onvermogen van grote aantallen mensen om voor zichzelf te zorgen of zich redelijk te gedragen." 10. Zie NRC 18-10-2008. Kruglanski is mededirecteur van het door het Department of Homeland Security (VS) in het leven geroepen Centrum voor onderzoek naar de sociale en gedragsaspecten van terrorisme.