Over de wet van de remmende voorsprong
In 'Dialektiek van de vooruitgang' (1935) beschreef de beroemde historicus Jan Romein de wet van de remmende voorsprong. De wet wordt vaak opgevat als een soort wet van de genoegzaamheid. Zo legt Wikipedia het ongeveer uit: een bedrijf heeft dankzij een technische vondst of toepassing een voorsprong op andere bedrijven, waardoor de prikkel wegvalt om te innoveren. Het bedrijf zal daardoor door de concurrentie worden ingehaald.
Romein heeft een verklaring proberen te vinden voor een fenomeen dat vaak in de geschiedenis optreedt: de op- en ondergang van steden en culturen. Maar de verklaring van Romein graaft dieper. Hij gebruikt het begrip 'dialektiek' niet voor niets. Romein baseert zich op Karl Marx en Marx heeft het begrip weer van de filosoof Hegel. Bij de discussies over luchtverontreiniging de afgelopen jaren moest ik vaak aan de dialektiek van de vooruitgang en de wet van de remmende voorsprong denken.
Laat ik eerst een voorbeeld geven. Utrecht schaft 188 stadsbussen aan met een ouderwetse techniek, gewoon diesel. Het innovatieve bedrijf E-Traction heeft het nakijken. E-Traction heeft bussen op de markt gebracht met een hybride aandrijving (half diesel, half elektrisch), die qua brandstof de helft gebruiken en aanzienlijk minder vervuiling geven. E-Traction komt in Nederland nauwelijks aan de bak en vroeg of laat is het bedrijf gedwongen zich in een land te vestigen dat in opkomst is en waar gevestigde bedrijven als DAF en Mercedes de markt niet in handen hebben.
Nu de wet van de remmende voorsprong: het beschikbaar komen van bepaalde technologie heeft de ontwikkeling tot gevolg van bepaalde industrie. Daar worden kapitalen in geïnvesteerd en daar wordt aan verdiend. Dat betekent dat er een belangengroep ontstaat, die er belang bij heeft dat alternatieve (betere) technologieën geen kans krijgen. Die 'gevestigde belangen'-groep weet politieke beslissers zo te beïnvloeden dat er niet geïnvesteerd wordt in nieuwe (schone) technologie en dat innovatieve bedrijven niet aan de bak komen. De wet van de remmende voorsprong kan nu als volgt worden samengevat: technologische voorsprong schept de voorwaarde voor het ontstaan van achterstand.
Waarom beschreef Romein de wet van de remmende voorsprong in een essay over de dialektiek van de vooruitgang? De ontwikkeling van de samenleving verloopt niet als een geleidelijk continu proces, er is telkens sprake van economische en maatschappelijke crises en strijd tussen belangengroepen. Een bloeiende economie in een stad of een regio kan in enkele jaren omslaan in een neergaande economie. Dit dialektische proces wordt in gang gehouden door een drietal factoren: (1) ontwikkeling van nieuwe technologie, (2) het ontstaan van groepen die belang hebben bij de toepassing van die technologie, (3) de politieke macht die belangengroepen weten op te bouwen om technologische vernieuwing en toepassing van nieuwe technologie tegen te houden.
De derde voorwaarde lijkt mij de belangrijkste. De politieke invloed van de club van Elco Brinkman en van bedrijven als Shell is enorm. Landen om ons heen investeren 4% van het nationaal inkomen in kennisontwikkeling. In Nederland is dat 1,5%, omdat er zoveel wordt geïnvesteerd in harde infrastructuur (asfalt). Bedrijven die zich toeleggen op de ontwikkeling van zonne- en windenergie worden opgekocht door de Chinese industrie, omdat onze regering aan de leiband loopt van de olieindustrie. Er is een innovatieplatform, waarvan Balkenende voorzitter is, maar er is geen geld voor innovatie. Plasterk maakt goeie sier door met geld te strooien voor fundamenteel onderzoek door NWO en SenterNovem, maar dat geld heeft hij eerst bij universiteiten weggehaald. Utrecht doet niets op het gebied van geavanceerd openbaar vervoer, al het geld gaat naar wegverbredingen, reconstructies van kruispunten, parkeergarages en fly-overs.
De moraal van het verhaal is duidelijk. Een verstandige overheid investeert fors in kennisontwikkeling en dwingt het bedrijfsleven te investeren in duurzame en schone techniek, door het opleggen van scherpe voorschriften. Niet eens met het oog op onze gezondheid of het milieu, maar puur en alleen om economisch niet achterop te raken. De grote politieke partijen en de overheid laten zich echter voor het karretje spannen van het verouderde gevestigde bedrijfsleven en daardoor raakt de Nederlandse economie in de versukkeling. Over tien jaar moeten wij in China onze hand ophouden.