Luchtkwaliteit sinds 2000 niet verbeterd
Gidsland Nederland wordt derde-wereldland
Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) komt in het rapport 'Korte-termijn trend in NO2 en PM10 concentraties op straatstations van het LML' (2008) op basis van metingen tot de conclusie dat de concentraties fijnstof en stikstofdioxide in 2007 grofweg op hetzelfde niveau liggen als in het jaar 2000. Dat betekent dat de luchtverontreiniging niet is teruggedrongen sinds de vaststelling en implementatie van de Richtlijn 1999/30. Het RIVM-rapport werd opgesteld in opdracht van Ministerie van VROM, in het kader van het project Beleidsadvisering Stedelijke Luchtkwaliteit. Dezelfde conclusie wordt ook getrokken in een studie van de GGD-Amsterdam 'Stadslucht niet schoner geworden'.
In haar rapport 'Milieueffecten van het wegverkeer' (2009) verklaart de Algemene Rekenkamer het feit dat Nederland er niet in is geslaagd tijdig aan de grenswaarden te voldoen onder meer door erop te wijzen: "Een tweede belangrijke oorzaak is dat het Nederlandse luchtkwaliteitsbeleid langzaam op gang is gekomen. Toen eind vorige eeuw duidelijk werd dat het lastig zou worden om aan de Europese grenswaarden te voldoen heeft het nog ongeveer vijf jaar geduurd voordat aanvullend beleid gestalte kreeg. Ook zijn er jarenlang geen ingrijpende maatregelen genomen om het aantal autokilometers terug te dringen. Daarbij speelde mee dat er lange tijd een gebrek aan politiek draagvlak was voor de invoering van een kilometerheffing.”
De Europese richtlijn 1999/30 is 'geïmplementeerd' in het Besluit luchtkwaliteit (Blk). Volgens dat Blk moest op 1 januari 2005 overal aan de norm voor fijnstof worden voldaan: 40 microgram/m3 als jaargemiddelde. Zoals de Algemene Rekenkamer schrijft, is daar door de Nederlandse overheid tot 2005 niets aan gedaan. De oplossing voor dat verzuim was de 'zeezoutaftrek'. Door zeezout niet als fijnstof mee te rekenen, kon men in 2005 in Nederland weer overal ademhalen. Zo worden in Nederland gidsland de problemen opgelost: de normen worden gewoon aangepast.
Begin augustus 2005 werd het Blk 2005 ingevoerd. Het begin van het einde. Volgens het Blk 2001 moesten de normen in 2005 (fijnstof) en 2010 (NO2) gewoon worden gehaald. Volgens het Blk 2005 zijn (wegen)bouwplannen akkoord als ze niet tot extra overschrijding leiden. Is de concentratie NO2 in 2010 volgens berekening 64 microgram/m3, dan mag de weg aangelegd worden als daardoor de overschrijding (met 24 microgram/m3) maar niet verder toeneemt. Als de concentratie in 2030 nog steeds 64 microgram/m3 is, is dat geen beletsel om de weg aan te leggen. Maar de uitholling van de regelgeving ging nog veel verder.
Ook als het (wegen)bouwplan tot extra overschrijding leidt, is dat geen enkel probleem, als die maar wordt gecompenseerd door een afname van de overschrijding in het 'salderingsgebied' als gevolg van het bouwplan. Een wegverbreding op de ene plaats kan ertoe leiden dat er elders minder verkeer is en per saldo kan de toename van de overschrijding volledig tegen de afname worden weggestreept. Om aan te tonen dat de Tweede Coentunnel 'per saldo' niet tot extra overschrijding zou leiden, werd een ingewikkelde berekening gemaakt, waarbij zowat alle wegen in Amsterdam werden meegenomen. Zelfs op de Ceintuurbaan zou sprake zijn van een lichte afname. Door de afname op alle Amsterdamse wegen bij elkaar te sprokkelen, werd de toename door de Tweede Coentunnel acceptabel. Nederland, althans de Nederlandse overheid, is kampioen in het creatief ontduiken van de regels. Over het NSL (Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit) zullen we het maar helemaal niet hebben.
Dat in Nederland de luchtkwaliteit in 2008 nog even beroerd is als in 2000 moet in de eerste plaats worden toegeschreven aan het stap voor stap uithollen van de regelgeving. Zoals bekend, speelt de Raad van State daarbij een adviserende rol. Het is belangrijk om daarop te wijzen. Uniek in Europa is namelijk dat de belangrijkste adviseur van de regering tevens het hoogste rechtsprekende orgaan in het bestuursrecht is. Als je het niet met de overheid eens bent, mag je beroep instellen bij haar adviseurs. Dat de luchtkwaliteit in Nederland in 2008 nog even beroerd is als in 2000 komt dus in de tweede plaats door het ontbreken van onafhankelijke bestuursrechtspraak. De burger wordt of niet-ontvankelijk verklaard of hij heeft nagelaten zijn standpunt (bijvoorbeeld dat 1+1 2 is) met een deskundigenrapport te onderbouwen. Rechtsbescherming door de bestuursrechter en de Raad van State betekent dat de overheid wordt beschermd tegen de kritische en deskundige burger.
Dat in Nederland zo'n 18.000 mensen een paar jaar te vroeg overlijden door luchtverontreiniging en dat dat voorlopig dus wel zo zal blijven, daarvan ligt de politiek in Nederland niet wakker. Ook dat er bij kleine kinderen veel astma voorkomt door luchtverontreiniging is geen punt van overweging. Het maakt overigens niet uit of je met de VVD, de PvdA, het CDA of met GroenLinks te maken hebt: milieuwethouders en raadsleden zijn overal hetzelfde: autobereikbaarheid en economische groei gaan voor. Een standpunt dat blijk geeft van cynisme, maar bovendien van enorme kortzichtigheid. Wat politici namelijk niet begrijpen, is dat zij zich voor het karretje laten spannen van machtige belangengroepen als de club van Elco Brinkman, waardoor de economie zich juist niet ontwikkelt en Nederland op weg is een derde-wereldland te worden. Laat mij dit via een korte omweg toelichten.
Bedrijven als Shell en Microsoft kopen links en rechts patenten op. Dat doen ze niet om iets met die patenten te doen. Ze willen juist voorkomen dat die patenten gebruikt zullen worden, want nieuwe technologie bedreigt hun marktpositie. Hun enige interesse is zo veel mogelijk rendement te halen uit hun investeringen. Shell heeft volstrekt geen belang bij alternatieve energie of bij energiebesparing en Microsoft kan het wel schudden als het veel slimmere open source Linux doorbreekt. Bedrijven als DAF en Mercedes, die zwaar geïnvesteerd hebben in dieseltechniek, vrezen de ontwikkeling van hybride en waterstofmotoren. "Bij ons zijn de gevestigde belangen van bestaande technologieën soms een belemmering om deze te vervangen door de nieuwste; de landen die nu beginnen hebben geen last van deze 'legacy'-problemen," zo schets de econoom Jaap van Duijn het probleem waar ik het over heb in 'De groei voorbij' (blz. 213).
Wie niet wil dat de Nederlandse economie achterop raakt, dat innovatieve bedrijven vluchten naar landen waar gevestigde economische belangengroepen de markt en de overheid niet in hun greep hebben, die moet de regelgeving voor milieu en energiebesparing juist aanscherpen in plaats van uithollen.