Bestuursrecht als fopspeen

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State als stille knecht van de regering

De meeste politici worden er niet koud of warm van. Burgers, voor zover ze er al van op de hoogte zijn, evenmin. Totdat ze zelf een keer een verschil van mening hebben met de overheid. Dan moeten ze beroep of hoger beroep instellen bij…….. de adviseur van de regering. En dan moeten ze geloven dat er onafhankelijk recht wordt gesproken. Die adviseur is de Raad van State. Nu heeft de Raad van State twee afdelingen. De ene afdeling adviseert en de andere spreekt recht in bestuurszaken. Die scheiding is aangebracht omdat het Europese Hof voor de Rechten van de Mens oordeelde dat de Raad van State niet voldeed aan de eisen die je aan onafhankelijke rechtspraak mag stellen. Maar de aangebrachte scheiding is slechts cosmetisch. De ‘staatsraden’ van de Afdeling advisering zijn namelijk precies dezelfde als die van de Afdeling bestuursrechtspraak: de ene dag adviseren ze de regering en de dag daarna figureren ze als rechter. Met andere woorden: onafhankelijke rechtspraak in kwesties waarin de burger het moet opnemen tegen de overheid is een illusie. De hoogste adviseur van de regering mag uitmaken of de burger een zaak heeft. Doorgaans wordt het beroep dus ongegrond of niet-ontvankelijk verklaard.

Maar het is nog erger. Je zou verwachten dat er alleen recht wordt gesproken door professionele rechters, die niet in allerlei (politieke) netwerkjes zitten. Maar bij de Afdeling bestuurs- rechtspraak van de Raad van State is dat niet altijd het geval. Daar treffen we namelijk ook ex-burgemeesters aan (bijvoorbeeld Deetman, die overigens geen jurist is) en ex-ministers (de net benoemde vice-voorzitter Donner). Meerdere prominente politici werden aan het eind van hun politieke carrière beloond met een baantje bij de Raad van State. En die baantjes werden en worden evenredig verdeeld onder de grote gevestigde politieke partijen, zodat er daar weinig behoefte aan bestaat een eind te maken aan deze politieke rechtspraak. En ook hoog- leraren treffen we er aan. Van elke juridische faculteit wel één. Heel slim, want dat is natuurlijk de beste manier om ervoor te zorgen dat de rechtspraak van de Raad van State niet al te kritisch wordt gevolgd door universitaire rechtsgeleerden. Premier Mark Rutte heeft Herman Tjeenk Willink bij diens afscheid als vicepresident van de Raad van State geprezen als ‘de grote stille knecht’. Een uitstekende typering, die geldt voor de Raad van State in het algemeen en met name voor de afdeling bestuursrechtspraak.

Het bestuursrecht is nog niet zo oud en werd in de vorige eeuw ontwikkeld om de burger te beschermen tegen onrechtmatige overheidsbesluiten. Inmiddels heeft het zich echter zodanig ontwikkeld dat de overheid effectief wordt beschermd tegen burgers. In het gros van de gevallen wordt het beroep namelijk afgewezen en vaak om allerlei heel flauwe, niet ter zake doende (procedurele) redenen. Het huidige bestuursrecht is daarom niet meer dan een fopspeen. Je geeft de burger de illusie dat er onafhankelijk recht wordt gesproken, geleerde rechters doen alsof ze luisteren en de dossiers bestudeerd hebben en de burger slooft zich verschrikkelijk uit om zijn argumenten zo goed mogelijk naar voren te brengen. Maar in de meeste gevallen staat het bij voorbaat vast dat hij in het ongelijk wordt gesteld en niets bereikt. Maar hij heeft dan elk geval het gevoel er alles aan gedaan te hebben en dat maakt het wat makkelijker te dragen dat hij in het ongelijk is gesteld. Dit systeem geeft de overheid bovendien de mogelijk- heid tegen de burger te zeggen: de onafhankelijke rechter heeft gesproken, nu moet je redelijk zijn en je bij ons besluit neerleggen.

Zo af en toe gaan er stemmen op om de bestuursrechtspraak weg te halen bij de Raad van State, zodat die alleen nog maar adviseert aan de regering. Maar als het erop aankomt, is daar geen meerderheid voor, want politieke partijen zijn zuinig op de baantjes waar ze trouwe par- tijgenoten mee kunnen belonen. En waarschijnlijk vinden ze het ook eigenlijk wel beter als bestuursrechters en staatsraden zich opstellen als de grote stille knecht van de overheid.