Strijd tegen de drugs

vice news

De strijd die Nixon in 1969 aankondigde tegen de drugs en die door zijn opvolgers werd voortgezet en uitgebreid heeft uitsluitend kwaad gedaan in, maar vooral ook buiten de VS. Evenals als het in 1920 in de VS ingevoerde verbod op alcohol, dat in 1933 weer ongedaan werd gemaakt, heeft de strijd tegen drugs belangrijk bijgedragen aan de vorming van criminele bendes die verdienen aan het overtreden van het verbod. Criminele bendes die elkaar met geweld bestrijden, de bevolking terrori­seren en politieel en militair geweld uitlokken waarmee nog eens zeer veel burgerslachtoffers worden gemaakt.

In een land als Mexico zouden inmiddels ruim 70.000 mensen zijn gedood, worden er meer dan 22.000 vermist en zijn er ruim 280.000 gevlucht.[1] Ook in Colombia, Guatemala, Panama, Honduras en andere Midden en Zuid Amerikaanse landen heeft de strijd tegen de drugs aanzienlijke aantallen slachtoffers gemaakt. Ook is grote schade aangericht aan het milieu door het be­sproeien vanuit de lucht met bestrijdingsmiddelen van velden waarvan aangenomen werd dat zich daar cocaplantages bevinden. De handel in drugs brengt zoveel op dat drugsbendes voldoende geld hebben om overheidsfunctionarissen om te kopen en banken bereid zijn om al dat drugsgeld wit te wassen waarmee die bendes zich van moderne wapens kunnen voorzien. En ten­slotte, er zijn inmiddels zoveel ambtelijke diensten en bedrijven wier bestaan afhankelijk is van de strijd tegen de drugs, dat het staken van die strijd politiek niet bespreekbaar is.

Honderden families in landen die het meest te lijden hebben onder de strijd tegen de drugs zijn in maart 2016 vanuit Honduras een mars begonnen via Honduras, El Salvador, Guatemala en Mexico om 19 april in New York aan te komen waar een bijeenkomst plaatsvond van de VN over drugs. Met hun Caravana de la Paz, la Vida y la Justicia wilden zij de aandacht vestigen op het geweld en schen­ding van mensenrechten die met de strijd tegen de drugs samenhangen.

morales masticando

Evo Morales heeft zich altijd al laten kennen als een tegenstander van de door de VS geïnitieerde strijd tegen de drugs. In 2008 heeft hij de Drug Enforcement Administration van de VS Bolivia uitgezet. Hij beschuldigt de VS ervan de strijd tegen de drugs aan te grijpen als een rechtvaardiging om zich te bemoeien met de binnenlandse aangelegenheden van Midden- en Zuid Amerikaanse landen en om die landen economisch afhankelijk te maken van de VS. Ook regeringen van landen als Guatemala, Mexico, Uruguay, Ecuador, Jamaica , Panama, zijn zich gaan keren tegen de ‘war on drugs’.

Het groeiende verzet tegen de  strijd tegen drugs wordt niet alleen ingegeven door kritiek op de wijze waarop die strijd gevoerd wordt, namelijk door repressie, maar ook door het demoniseren van drugs. In de eerste plaats valt niet in te zien waarom zoveel drukte wordt gemaakt over drugs, terwijl het ge­bruik van tabak niet en alcohol niet meer verboden wordt. De VS en Europa verdienen enorm aan de export van ta­bak, maar landen waar coca, hasj en opium verbouwd wordt mogen die niet exporteren. Kennelijk is bezorgdheid over gezondheidsschade niet waar het bij de strijd om drugs om gaat. Dat is ook al onaannemelijk omdat koloniale landen als Nederland en Engeland de handel in opium in de 19e tot grote bloei hebben gebracht en zich daar aanzienlijk mee hebben verrijkt.

Overigens, de cocaïne die uit cocabladeren wordt gehaald mag dan schadelijk zijn voor de gezond­heid, voor cocabladeren hoeft dat niet te gelden. In een cocablad zit gemiddeld namelijk maar 0,1% tot 0,9% grondstof voor cocaïne. Daarnaast zitten er ook voedingsstoffen en vitaminen in. Het wordt al eeuwen gebruikt door de inheemse bevolking door er op te kauwen. Het valt ook daarom niet in te zien waarom het verbouwen van cocaplanten verboden zou moeten wor­den. Als je alle gewassen zou willen uitroeien waaruit grondstoffen zouden kunnen worden gedestilleerd voor schadelijke producten, zou er weinig van de natuur overblijven.

Pablo Kundt wijst er in 500 años difusión de las drogas por el capitalismo [2] op dat in het Amerika van begin 20e eeuw chinezen opium plachten te gebruiken, de zwarte bevolking coca en mexicanen marihuana en dat de dominante witte klasse het gebruik van deze middelen in verband bracht met seksuele ongeremdheid, delinquentie, lanterfanten en verlies van goede zeden waarvan naar het vooroordeel van de witte klassen sprake was bij bevolkingsgroepen die niet geacht werden te behoren tot het witte ras. Met andere woorden, aan opium, coca, marihuana werd een verderfelijke invloed toegeschreven om racistische redenen.

Nixon besloot in 1969 de strijd tegen de drugs uit te roepen. Zijn assistent Ehrlichman verklaarde in 1994 dat Nixon daartoe besloot om zwarten, hippies en tegen de oorlog in Vietnam demonstreren­de studenten in een kwaad daglicht te kunnen stellen, waarbij Nixon inspeelde op de al veel langer bij het Amerikaanse witte publiek bestaande opvatting dat drugs iets te maken moesten hebben met de zedenverwildering die in het racistische Amerika aan alles en iedereen werd toegeschreven die niet tot het witte ras behoorde.

Rationele argumenten om wél tegen coca, opium en marihuana te strijden en niet tegen tabak en alcohol ontbreken. Het is alleszins aannemelijk dat deze drugs wél schadelijk werden geacht en tabak en alcohol niet, omdat ze niet door de dominante witte klasse gebruikt werden en wél door de in de VS gediscrimineerde chinezen, zwarten en mexicanen. Dat de strijd tegen drugs wei­nig kans zou hebben en een drugsmaffia zou doen ontstaan had men na de ervaring met de drooglegging kunnen verwachten. De vraag is waarom er niettemin miljarden dollars in werden geïnvesteerd en waarom het staken van die strijd in de VS niet bespreekbaar is.

Het antwoord op de vraag is dat er kennelijk veel banken, bedrijven, instellingen en politici zijn en waren voor wie de strijd tegen de drugs economisch voordeel biedt: banken omdat ze het geld van de drugsmaffia kunnen witwassen, de wapenindustrie omdat ze zowel de drugsmaffia als regeringen van wapens kunnen voorzien, Monsanto omdat die bestrijdingsmiddelen kan leveren om cocaplantages te vernietigen, commerciële gevangenissen om drugsdelinquenten op te kunnen sluiten, ambtenaren die anti-drugsregelgeving kunnen maken, politici die hun reputatie met de strijd tegen de drugs verbonden hebben, wetenschappers die zich laten betalen om aan te tonen dat drugs veel schadelijker zijn dan tabak en alcohol. En, zoals dat van begin af aan het geval is geweest in de VS, een blanke bovenlaag waarvoor de strijd tegen de drugs in feite een strijd is tegen alles wat niet blank is.

[1] Christiano Morsolin. http://contralapropagandamediatica.blogspot.nl/2016/04/bolivia-ungass-asamblea-general-de-las.html

[2] https://lahaine.org/internacional/500_capitalismo.htm