Welvaart maakt niet gelukkiger, de rijken vernietigen de planeet. Waarom Cuba in een kwaad daglicht wordt gesteld.

paard en wagen penw cuba

Eén van de charmes van Cuba is dat het land het tegendeel is van een wegwerpmaatschappij. Wat er als vuil zo af en toe langs de weg wordt gezet past in een klein plastic zakje en bestaat alleen uit keukenafval. Dagen waarop het ‘groot vuil’ kan worden opgehaald zijn er niet en ‘afvalscheidings­station’ waar je oude koelkasten, wasmachines,  keukenkastjes, computers, bedden, tafels, stoelen, banken, gordijnen, tapijten, tv’s en fietsen kunt dumpen zijn er ook niet. Die worden in Cuba niet weggegooid. Zelfs roestige spijkers worden niet weggegooid, maar verhandeld en hergebruikt.

Het ontbreken van ‘welvaartsresten’ in Cuba komt doordat overvloedige welvaart in Cuba ontbreekt. De koopkracht van de doorsnee Cubaan is een kwart van dat van de gemiddelde Neder­lan­der of Belg en één vijfde van dat van de gemiddelde Amerikaan. (1) Een Cubaan kan alleen kopen wat echt nodig is voor zijn levensonderhoud: huur, elektra, gas, voedsel, zeep en kleding. Gezondheidszorg en onder­wijs zijn gratis. Wat je niet kan kopen, kan je ook niet weggooien. En voor wat er niet te koop is, hoef je ook niet te werken!

Het streven naar steeds meer welvaart staat in het westen, ondanks alle vrome praat over het milieu en het klimaat, niet of nauwelijks ter discussie. ‘Duur­zaamheid’ bete­kent ook voor linkse en groene politici over het algemeen niet meer dan het streven naar betere isolatie en schonere energie. Dus niet het afzien van steeds meer welvaart. Een goede vraag is of wel­vaart mensen altijd gelukkiger maakt en of dat geluk opweegt tegen de milieu- en klimaatschade van meer welvaart.

Welvaart wordt gewoonlijk gemeten en uitgedrukt in bruto nationaal product. Deel je dat door het aantal inwoners, dan heb je het BNP per hoofd van de bevolking. De vraag is of dat een goede maat is. De volgende voorbeelden roepen daar twijfel over op.

Eind 60-er jaren werden delen van de historische stadsbuitengracht in Utrecht gedempt. Dat leverde een verhoging op van het BNP want dat was een kostbare karwei. Eind jaren negentig werd een begin gemaakt met het herstel van de gracht. In 2020 hoopt men de gracht in de oorspronkelijke staat te heb­ben hersteld. Dat levert ook een bijdrage aan het BNP, maar per saldo is onze welvaart door het dichtgooien en daarna weer open ­graven niet toegenomen.

In 2001 besloot het gemeentebestuur van Utrecht 10.000 sociale huurwoningen te slopen en te vervangen door koopwoningen. Zowel het slopen als de nieuwbouw droeg bij aan het BNP. Daartegenover stond echter dat men vroeger 6 jaar moest wachten op een sociale huurwoning en nu minstens 10 jaar. Overigens, de mensen die in de inmiddels gesloopte sociale woning woonden waren des­­tijds 300 euro per maand kwijt, voor een vervangende woning zijn ze het dubbele kwijt. Tel uit je welvaart.

De Nederlandse econoom Hueting schreef in 1974 het boek Nieuwe schaarste en economische groei, meer welvaart door minder productie. Daarin stelde hij voor het BNP niet meer als maat te gebruiken voor welvaart. Hij stelde als maat voor het Duurzaam Nationaal Inkomen (DNI). Daarin wordt het offer ingeculculeerd dat gebracht moet worden voor de productie van goederen en diensten: bijvoorbeeld het verlies van natuur en kostbare grondstoffen, verlies van rust, stilte, vrije tijd, gezondheid. Hueting kreeg in het wereldje van economen en politici geen poot aan de grond en nog altijd wordt het BNP gebruikt als maat voor welvaart.

Tijdens de oliecrisis in de 70-er jaren verscheen het boekje Energy and Equity van de filosoof Iwan Illich. Hij betoogde dat het gebruik van de auto per saldo niet zou leiden tot beperking van de reistijd. Een Amerikaanse automobilist moet heel veel werken om auto te kunnen rijden. Hij is bovendien tijd kwijt met in de file te staan en een parkeerplek te zoeken. Als je zulke ‘kosten’ incalculeert komt de gemiddelde snelheid van een automobilist niet boven de vijf mijl per uur, aldus Illich, en ben je met de fiets of met paard en wagen sneller.

Tot begin jaren ’80, toen het neoliberalisme in de Nederlandse politiek de overhand kreeg, was het nog gebruikelijk dat de overheid een kost- en baatanalyse liet uitvoeren voordat het besluit werd genomen grote wegen aan te leggen. In die analyse werd ingecalculeerd de schade die parti­culieren en bedrijven zouden kunnen leiden door dat project: verlies van rust. stilte en uitzicht. Zulke kost- en baatanalyses blijven tegenwoordig achterwege, want de overheid beperkt zich steeds meer tot het stimuleren van productie ten koste van wie of wat dan ook.

Wat beweegt onze overheid te blijven streven naar meer economische groei en te beweren dat dat dat tot meer welvaart leidt, terwijl de offers die gebracht worden voor economische groei zo aanzienlijk zijn dat er in feite sprake is van steeds minder welvaart? Het antwoord is simpel: de mensen die profiteren van economische groei zijn niet de mensen die de offers brengen en de mensen die profiteren hebben het in de politiek voor het zeggen. De groeiende welvaart van de rijken betekent de groeiende armoede van de ander, met name de groeiende armoede in arme landen.

De volgende vraag is: als de welvaart van de rijken toeneemt ten koste van armen, waarom is dat dat geen reden voor de rijken en de rijke landen om van steeds meer welvaart af te zien en de welvaart die er is eerlijk te delen zodat er geen armoede meer is? Ook het antwoord op die vraag ligt voor de hand. Om het cru onder woorden te brengen: rijke en welgestelde mensen kiezen ervoor hun rijkdom te behouden en zo mogelijk te vergroten ook al worden de armen in de wereld daardoor steeds armer, sterven mensen massaal de hongerdood en ook al wordt de natuur vernietigd en wordt de planeet onbewoonbaar. (2) En de rijken hebben het in het kapitalistische westen voor het zeggen (zolang de armen daar niet tegen in opstand komen).

Je zou je ook nog kunnen afvragen wat er met rijke en welgestelden mensen aan de hand is dat zo zo’n extreem egoïstische keuze maken, dat het ze zelfs niet boeit wat voor verschrikkelijke wereld ze aan hun kinderen en kleinkinderen nalaten. (3) Rijkdom is relatief. Dat wil zeggen: je bent rijk als je (veel) meer hebt dan een ander. Wat mensen beweegt die hun rijkdom willen behouden is dus dat zij meer willen zijn en meer willen hebben dan een ander. Zieke geesten dus.

Voor mensen die zich afvragen of het leven echt alleen maar uit produceren en consumeren moet bestaan is Cuba een verademing. Wegen worden matig onderhouden. Er is heel weinig autoverkeer, veel fietstaxi’s en paard en wagen. Slopen en vervangen van woningen die na de WO 2 zijn gebouwd en waar niets aan mankeert is in Cuba ondenkbaar. Geen commerciële reclame. Niet aan gevels en niet op radio en tv. Winkels die alleen bieden wat echt noodzakelijk is. De hoogleraar of chirurg verdient hetzelfde als de handarbeider. Geen daklozen die, zoals in het rijke westen, moeten leven van etensresten die ze uit vuilnisbakken bij elkaar zoeken. En overal waar je kijkt op straat nemen mensen de tijd om een praatje te maken of in de opening van de deur zitten. Dat kan, want voor luxe en overdaad die niet geproduceerd wordt hoeft  niet gewerkt te worden.

Dat Cuba sinds het in 1959 een eind maakte aan het koloniale bewind Battista van de VS te maken beeft met militaire agressie, sabotage en intensieve negatieve propaganda door de VS (4)  en een door de VS ingestelde internationale economische blokkade (waar België en Nederland braaf aan meedoen) ligt voor de hand: het succes van het socialistisch regime ondermijnt het vertrouwen in en de vanzelfsprekendheid van de kapitalistische economie van het westen. De ecologische voet­afdruk van de Cu­baan is overigens lager dan het ‘eerlijke-aarde-aandeel’. Die van de Nederlan­der en de Belg zit daar ver boven.

(1) https://www.indexmundi.com/map/?v=67&l=nl  Cijfers zouden zijn van 1-1-2014.

(2) Herve Kempf. Como los ricos destruyen el planeta. 2008

(3) Harald Welzer, Klimaatoorlogen, 2009

 (4) zie hoe bijvoorbeeld ‘kwaliteitsmedia’ als de NRC, de Volkskrant, de Trouw en sites als Cubaglasnost over het Cubaanse politiek systeem en de mensenrechten in Cuba schrijven.