Monthly Archives: June 2016

De actualiteit van Che Guevara

ill resumen
Voor de bevolking in Latijns-Amerikaanse landen is
Che Guevara nog steeds actueel.(1)

Wie de redevoering leest van Che Guevara van 11 december 1964 voor de VN zal de gedachte niet kunnen onderdrukken dat er niets veranderd is in de wereld. In zijn redevoering wees hij op openlijke en stiekeme militaire interventies van de VS in Vietnam, Cambodja, Puerto Rico, Guadeloupe, Martinique, Guayana, Congo, Panama, Guatemala, Colombia, Nicaragua, Haïti, Santo Domingo, Cuba.

Zou hij de redevoering 50 jaar later gehouden hebben, dan zou hij ook nog op de openlijke en stiekeme militaire interventie van de VS gewezen hebben die nadien plaatsvonden in Indonesië (2), Chili, Afghanistan, Irak, Libië, Syrië, Oekraïne, Jemen, Grenada, Somalië, Bosnië, Liberia, Pakistan. Hij zou ook gewezen hebben op alle autoritair en dictatoriaal geregeerde staten die door de VS gesteund worden: Saudi Arabië, Jordanië, Egypte, Marokko, Turkije, Bahrein en op Israël, op de bezetting van Palestina door Israël en van West-Sahara door Marokko.

Volgens Wikipedia (Nederlandse versie) is de populariteit van Che te danken aan zijn fotogenieke uitstraling, zijn vroegtijdige dood en aan de hippiebeweging die van hem een cultfiguur maakte. In de westerse pers is Che Guevara altijd afgeschilderd als een branieschopper die alleen serieus kan worden genomen door naïeve geesten die nog in idealen en in communisme geloven. Dat de VS nog steeds en steeds meer de wereld onveilig maken zou een reden moeten zijn om de redevoering van Che Guevara uit 1964 serieus te nemen.

De redevoering valt ook te beluisteren (3). Momenten waarop hij door applaus werd onderbroken waren toen Che Guevara de namen noemde van Pedro Albizu Campos (4) en Fidel Castro en toen hij wees op de bezetting door de VS van Guantánamo. Het applaus kwam naar valt aan te nemen van derde wereld landen. Europa liet zich altijd leiden door de VS en hield zich braaf aan de door de VS opgelegde boycot van Cuba, waardoor zelfs geen medicijnen aan Cuba geleverd mochten worden.

De redevoering gaat grotendeels over de strijd voor onafhankelijkheid en soevereiniteit. Niet vreemd als je bedenkt dat Angola, Mozambique en Zuidelijk Afrika destijds nog streden voor onafhankelijkheid en dat veel landen die die strijd net achter de rug hadden geconfronteerd werden/worden met subversieve inmenging door westerse mogendheden die het op hun grondstoffen gemunt hadden/hebben.

Zo wees Che Guevara op Congo dat in 1960 onafhankelijk werd en waar vrijwel meteen een door de CIA georganiseerde staatsgreep plaatsvond door het leger (Mobutu) tegen de democratisch gekozen Lumumba (die werd vermoord) om ervoor te zorgen dat westerse bedrijven vrijelijk konden blijven beschikken over de bodemschatten waaraan Congo rijk is.

“Wie waren de daders? Belgische parachutisten, vervoerd door Noord-Amerikaanse vliegtuigen die vertrokken van Engelse luchthavens”, aldus Che Guevara.

De redevoering gaat ook in op de blindheid van Latijns-Amerikaanse regeringen voor de imperialistische bedoelingen van de VS. Blindheid die volgens Che Guevara werd veroorzaakt door de haat van de dominante klasse jegens de Cubaanse revolutie en de vrees dat die in hun landen navolging zou vinden. Vrees “die het product is van de oogverblindende schittering van de God Mammon”.

De nadruk op het belang van onafhankelijkheid (“patria o muerte”, vaderland of dood) heeft weinig te maken met nationalistische vadersliefde. Onafhankelijkheid werd door Che Guevara gezien als een noodzakelijke voorwaarde om de opbrengst van bodemschatten aan de eigen bevolking ten goede te kunnen laten komen en om over een goed bewapend eigen leger te kunnen beschikken waarmee roofzuchtige grote mogendheden en huursoldaten van westerse ondernemingen buiten de deur gehouden kunnen worden.

De onafhankelijkheid waar Che Guevara op doelde is in de eerste plaats die van de vele miljoenen in Afrika, Azië en Latijns-Amerika, die door het rijke westen geacht werden/worden niet tot het blanke ras te behoren en aan wie de rechten op een menswaardig bestaan werden/worden ontzegd.

Met het oog op de onafhankelijkheid die nodig is om zich van het Noord-Amerikaanse “koloniale juk” te vrijwaren wordt in de redevoering geweigerd afstand te doen van moderne nucleaire wapens. Alleen als de VS daar ook afstand van zou doen en ook af zou zien van subversieve inmenging en economische boycot zou Cuba bereid zijn om mee te doen met wapenbeheersing.

Interessant is de volgende tekst: “sinds de commotie over de zogeheten Caribische crisis, kwam de VS met de Sovjet Unie overeen dat bepaalde wapens teruggetrokken zouden worden die de voortdurende agressie van dat land – zoals de aanval van huurlingen van de Playa Girón en de dreiging van invasie van ons land – ons dwongen te plaatsen in Cuba als legitieme verdediging”.

De lezing van de VS, en in het voetspoor van de VS van de westerse pers, is dat de Sovjet Unie van de goede relatie met Cuba misbruik maakte om, in het kader van de Koude Oorlog, op Cuba raketten met kernkoppen te plaatsen waar de VS mee kon worden bedreigd (precies dus wat de VS in alle landen rond de Sovjet-Unie deed en doet!).

De lezing van Cuba is dat er eerst een door de Amerikanen (CIA) georganiseerde militaire invasie plaatsvond in de Varkensbaai (Playa Girón), gevolgd door allerlei subversieve acties en dat de Sovjet raketten op verzoek van Cuba zouden worden geplaatst om militaire invasies door de VS te voorkomen. Met de lezing van Cuba is in overeenstemming dat de Sovjets de raketten terugtrokken in ruil voor de door Kennedy toegezegde territoriale integriteit van Cuba.

Dat de populariteit van Che Guevara in het westen wordt toegeschreven aan zijn fotogenieke uitstraling, zijn vroege dood, hippiecultuur en aan naïeve geesten, is makkelijk te verklaren. Ongemakkelijke analyses, daarvan maakt men zich het makkelijkst af door de woordvoerder daarvan af te schilderen als iemand die je niet serieus hoeft te nemen.

Voor de bevolking in Latijns-Amerikaanse landen en in derde wereld landen in het algemeen én voor mensen die bereid zijn zich in hun wanhopige positie te verplaatsen, is de redevoering die hij in 1964 hield voor de VN nog steeds adequaat en actueel. Daarvan is de tekening bij het artikel van Carlos Fazio in het Latijns-Amerikaanse Resumen een treffende illustratie.

Voetnoten
1 Illustratie ontleend aan La guerra asimétrica y la violencia en Venezuela van Carlos Fazio in Resumen, La otra cara de las noticias de América Latina y el Tercer Mundo, 27-5-2014.
2 Lees Ander Nieuws hoofdstuk 3 van Janneke Monshouwer. https://www.google.nl/?gws_rd=ssl#q=ander+nieuws+wat+het+journaal+niet+uitzond+pdf
3 https://www.youtube.com/watch?v=tg9t4ZqTw7g https://www.marxists.org/espanol/guevara/audiovisual/che-discurso-onu-1964.mp3
4 Streed tevergeefs voor onafhankelijkheid van Puerto Rico en bracht 24 jaar door in gevangenschap.

Een geschiedenis van terrorisme tegen Cuba

Wat maar weinig Nederlanders weten is hoe slecht wij geïnformeerd worden over Cuba. Veel boeken die in Cuba worden gedrukt en uitgegeven zijn hier onbekend en ook niet te krijgen. Ook niet in het Spaans. Veel Spaanstalige boeken over Cuba zijn niet vertaald in het Engels, laat staan in het Neder­lands. Van de Canadese journalist Keith Bolender is “Objetivo: voltear a Cuba, una historia del terro­rismo contra el gobierno de Fidel Castro” met een inleiding van Noam Chomsky.

“Voltear” laat zich in deze titel vertalen door “omver werpen”. Het geeft een overzicht van een groot aantal terreur daden die vanuit de VS, met steun van de VS en in veel gevallen ook op touw gezet door de regering van de VS zijn uitgevoerd in Cuba om een eind te maken aan de onafhankelijkheid die Cuba in 1959 op de VS hebben weten te veroveren.

Wat nauwelijks bekend is in het Westen is dat Cuba zich in 1959 niet alleen bevrijd heeft van dictator Battista, maar ook en vooral van het verkapte kolonialisme van de VS waardoor Battista aan de macht kon komen en blijven. Toen Cuba zich eind 19e eeuw dreigde te bevrijden van de Spaanse kolonisator besloten de VS Cuba te komen helpen om Cuba zelf in te kunnen pikken.

Keith Bolender laat zien dat de VS altijd al vonden dat Cuba bij de VS hoorde. Dat schreef bijvoorbeeld John Quincy Adams al in 1823. Zo dicht voor de kust konden de VS geen onafhankelijk Cuba accepteren en ook kon vanuit Cuba het Caribisch gebied bewaakt worden. In 1901 werden de Cubanen gedwongen akkoord te gaan met onder toezicht stelling door VS volgens het amendement van senator Platt.

DOWN AT LAST

Het poppetje dat over de schutting toekijkt is het Amerikaanse bedrijfsleven dat zich graag meester wilde maken van de natuurlijke rijkdommen van Cuba.

Het amendement Platt hield ook in dat Cuba verplicht was grond af te staan aan de VS voor marine bases “op plaatsen welke daartoe in de toekomst zouden worden aangewezen”.  Daartoe werd onder meer de baai van de Guantánamo aangewezen, waar de Amerikanen heden ten dage gevange­nen martelen omdat dat niet op het grondgebied van de VS is toegestaan.

De houding die de VS volgens Bolender altijd ten aanzien van Cuba hebben aangenomen is dat Cuba helemaal niet in staat is om zichzelf te besturen en dat het daarom ook voor Cuba beter is dat Cuba óf bij de VS zou worden ingelijfd óf onder toezicht van de VS zou blijven.

De geslaagde Cubaanse revolutie in 1959 konden de VS in meerdere opzichten niet accepteren, aldus Bolender. De VS stonden internationaal voor schut omdat ze er door een “bebaarde snotneus” (in de woorden van sena­tor Mendel  Rivera) uit waren gegooid. Senator Barry Golwater vond dat de VS het niet over hun kant konden laten gaan en riep op tot militaire actie.

De VS meenden ook dat hun veiligheid werd bedreigd door het nietige staatje vlak voor de kust en dat het onacceptabel was dat Cuba de enorme Amerikaanse bezittingen in Cuba confisqueerde. Daar kwam natuurlijk bij de vrees dat andere staten in Midden- en Zuid Amerika een voorbeeld aan Cuba zouden nemen.

Om het Castro regime geen kans te geven werden prompt economische maatregelen genomen: de invoer van rietsuiker uit Cuba en de leverantie van olie aan Cuba werd stopgezet. Volgens Richard Nixon (1962) moest “deze kanker uitgeroeid worden uit onze halfrond”. De houding van de VS dreef de Cubanen in de armen van de Sovjet-Unie.

In april 1961 vond de invasie plaats in de Varkensbaai. Uitgevoerd door ruim 1500 door de CIA ge­trainde Cubaanse ballingen en Amerikaans vliegtuigen en schepen. De Amerikanen hadden op de steun van de Cubaanse bevolking gerekend, maar die koos de kant van Castro. De invasie werd een fiasco, waarop de Amerikanen (onder Kennedy) besloten in plaats van openlijke militaire actie over te gaan op sabotage en terreur. Die zouden ertoe moeten leiden dat de bevolking zich van Castro zou ont­doen om daar niet meer bang voor te hoeven zijn.

Richard Helms, ex directeur van de CIA bevestigde in 1978 dat de strategie van de VS erop gericht was elektrische installaties op Cuba in de lucht te laten vliegen en rietsuikerfabrieken te ruïneren. In 1960 hadden de VS al een schip (La Coubre) met munitie in de haven van Havana laten ontploffen waardoor ca. 200 mensen omkwamen.

In het kader van de door de CIA opgezette ‘operatie peter pan’ werd kort na de castristische machts­overname, met behulp van de katholieke kerk, Cubaanse ouders wijs gemaakt dat de revolu­tionaire regering de ouderlijke macht naar zich toe zou trekken van alle Cubaanse kinderen vanaf 6 jaar en dat wie dat wilde voorkomen zijn kinderen kon toevertrouwen aan een organi­satie die ze tijdelijk in de VS zou onderbrengen bij pleegouders. Ruim 14.000 kinderen werden naar Miami over­gevlogen en een groot deel zou hun ouders nooit meer terugzien.

In het begin van de 70-er jaren liet de CIA een virus Cuba binnensmokkelen waardoor onder varkens een epidemie uitbrak, waardoor een miljoen varkens verloren ging. In 1984 verklaarde Eduardo Arocena, een Amerikaans piloot van Cubaanse origine, dat hij ziektekiemen naar Cuba had gebracht. Honderden Cubanen overleden aan de ziekte die daardoor uitbrak.

In 1976 lieten de naar Venezuela uitgeweken Cubanen Luis Posado Carriles en Orlanda Bosch een Cu­baans vlieg­tuig ontploffen waardoor 73 passagiers en bemanningsleden omkwamen. Uit door de CIA vrijgegeven documenten blijkt dat Posada en Bosch in de 60-er jaren door de CIA geworven werden en opgeleid voor sabotagewerk,  ook in het kader van de Operatie Condor die tot doel had Pinochet in Chili aan de macht te brengen en naderhand voor hulp aan de contra’s in de strijd tegen het Sandinistische regime in Nicaraqua.

In 1992 en 1997 werden bommen geplaatst in Havana en Varadero en tot ontploffing gebracht in ho­tels, restaurants en dis­cotheken om het toerisme te ontmoedigen. Toeristen werden door Alpha 66, een terroristische organisatie, gewaarschuwd dat zij het doelwit zouden zijn van aanslagen. Achter de aanslagen zat de eerder genoemde Posada, sinds 1990 woonachtig in de VS waar hem door toenmalig president Bush en diens zoon Jeb Bush, gouverneur van de staat Florida, asiel was verleend en kwijtschelding van straf die hem was opgelegd voor een bomaanslag in 1968 op een Pools schip in Miami dat Cuba als bestemming had.

De door vanuit de VS geëntameerde sabotage acties vormden een voortdurende bedreiging voor Cuba, dat ook al economisch zwaar getroffen werd door de boycot die zich aanvankelijk beperkte tot de import van en export naar de VS, maar al spoedig door VS aan vrijwel de hele wereld opgelegd werd en waar de EU aan meedeed.

Dat de Cubaanse regering er ondanks de Amerikaanse agressie en terreur en de door de VS opgelegde economische boycot in geslaagd is de bevolking te behoeden voor hongersnood, de gezondheidszorg en onderwijs voor iedereen te garanderen en ook nog eens de middelen vond vrijheidsstrijders in Zuid-Afrika, Angola, Zuid-Sahara te hulp te komen kan moeilijk anders gezien worden dan een bewijs van de doeltreffendheid van het regime. Geweld, armoede en mensenrechtschendingen, op een schaal waarop die in de VS zelf en in Midden-Amerikaanse landen waar de VS de dienst uitmaken, komen in Cuba niet voor.

Psychisch gestoorde politiek

rutte in kamp kapseizende boot

Als ik de foto’s bekijk van Rutte die als een weldoener op bezoek is in een vluchtelingenkamp maar (net als Samsom) er ondertussen voor ijvert dat vluchtelingen worden teruggestuurd naar Turkije en dus andere routes over zee gaan proberen, waarbij duizenden en duizenden vluchtelingen verdrinken, kan ik de gedachte niet onderdrukken dat wij door Psychopaten  worden geregeerd.

Vlak na WO II hielden psychoanalitici als Erich Fromm en Karen Horney zich nog bezig met de vraag hoe het komt dat massa’s van mensen achter regeringsleiders aanlopen die meer of minder ernstig gestoord zijn. Wat ik mij herinner van Karen Horney’s boek ‘De neurotische persoonlijkheid van deze tijd” (1951) is dat ze 3 types onderscheidde. Eén daarvan was het bazige type.

Dat bazige type probeert onzekerheid en een gebrek aan zelfvertrouwen te overwinnen door overal de baas te spelen. Op die manier kan hij mensen dwingen om hem aardig te vinden of hem desnoods te vrezen. Hoe die andere types heetten weet ik niet meer, maar ik kan me herinner dat je ook nog zoiets had als het onderdanige type. Dat zijn de meeste.

Dat onderdanige type heeft voor zijn onzekerheid een andere oplossing: het schikt zich naar die bazige types want dan loopt het de minste risico zelf het slachtoffer te worden van pesterijen van die bazige types en zolang ze naar hun pijpen dansen profiteren ze bovendien een beetje mee.

Van David Owen, minister onder Blair en psychiater, is het boek ‘Zieke wereldleiders’. De strekking daarvan komt aardig overeen met de analyse van Horney. Volgens Owen zijn alle wereldleiders meer of minder gestoord en zitten ze voortdurend onder de dope om nog een beetje normale indruk te kunnen maken op het volk.

Een interessante vraag is: maakt macht leiders gek of moet je gek zijn om macht te willen? Waarschijnlijk is het allebei het geval. Als je in hoogheid bent gezeten en niemand spreekt je tegen is de kans groot dat je jezelf gaat verheerlijken. Maar het omgekeerde is ook waar. Wat al die ego’s doen om belangrijk te worden wijst op een gestoorde persoonlijkheid.

Volgens Owen gaf Blair zijn medewerkers de opdracht om 10 thema’s te bedenken waar hij zich populair mee kon maken. Of hij daar zelf een mening over had was kennelijk onbelangrijk. De standpunten die politici hebben als ze eenmaal de baas zijn, zijn dikwijls tegengesteld aan de standpunten die ze hadden toen ze nog in de oppositie zaten of nog jong waren.

Voor aspirant politici is links of rechts vaak een kwestie van berekening. In een tijd dat bijvoorbeeld GroenLinks in de lift zit melden zich veel ambitieuze studenten aan voor GroenLinks. Zo ken ik iemand die op Clingendael studeerde (buitenlandse betrekkingen) en speeches voor de minister van Verkeer schreef maar bij nader inzien inzette op milieu en een links politica werd.

Voorwaarde voor succes in de strijd om macht en volksgunst is het vermogen om idealistisch en gedreven over te komen. Als de keuze voor idealen een kwestie van berekening is (‘geef mij 10 thema’s waar ik mij populair mee kan maken’), dan komt het dus vooral aan op het vermogen om idealisme overtuigend voor te wenden.

Overtuigend idealisme voorwenden zonder daarnaar te handelen, als je daar goed in moet zijn om in de politiek omhoog te komen, dan moeten we mét Horney en Owen vaststellen dat de bazige types die ons regeren meer of minder gestoord zijn. Evenals, om niet te vergeten, al die de onderdanige types die die bazige types de kans geven om aan de macht komen en te blijven.