Biobrandstof een misdaad tegen de menselijkheid *


Voor de productie van één liter bioetanol is 4000 liter water nodig
. Per saldo verhoogt bio­brandstof uitstoot van CO2. Agrobrandstof leidt tot meer honger, onderdrukking en milieu­schade.

De Europese Commissie voert met instemming van de lidstaten al jaren het beleid dat voor de productie van diesel en benzine naast aardolie ook landbouwproducten gebruikt moeten wor­den. Minstens 10% en dat aandeel zou volgens datzelfde beleid met het jaar verhoogd moeten worden. Bioetanol (alcohol) wordt gewonnen uit biet, rietsuiker, graan, mais, e.d. Biodiesel uit plantaardige en dierlijke olie.

De agroindustrie die zich richt op agrobrandstof is booming business. In 2011 werd meer dan 100 miljard liter geproduceerd, waarvoor 100 miljoen hectare landbouwgrond werd gebruikt. Een verdubbeling ten opzichte van 2006.

Het argument om fossiele brandstof te vervangen door biobrandstof is het klimaat. Verwoes­tijning door klimaatverandering is enorm: 44% van de beschikbare landbouwgrond dreigt er door verloren te gaan. Met name in Afrika heeft dat rampzalige gevolgen, omdat daar honder­den miljoenen kleine boeren voor hun bestaan afhankelijk zijn van het snel krimpende areaal landbouwgrond. Volgens de VN is er in Afrika sprake van 25 miljoen eco-vluchtelingen die een heenkomen zoeken in sloppenwijken van grote steden en uitwijken naar landbouwgrond die door anderen wordt gebruikt, wat de oorzaak is van veel gewapende conflicten.

Onder invloed van klimaatverandering wordt vruchtbare grond droog en keihard, zodat die niet meer voor landbouw te gebruiken is. Klimaatverandering leidt ook tot het verdwijnen van gletschers waardoor rivieren wilde vernietigende stromen worden, maar ook de beschikbaar-heid van water snel afneemt.

Dat biobrandstof een oplossing is voor het klimaatprobleem blijkt echter niet het geval te zijn. Voor de verwerking van biobrandstof is namelijk zoveel energie én water nodig, dat het per saldo juist een aanslag is op het klimaat én het milieu én de beschikbaarheid van water.

Heel veel ziektes hebben te maken met vervuild drinkwater: diarree, cholera, dysentrie, hepa­titis, trachoom, tyfus, malaria. In Afrika hebben rond 5 miljoen niet de beschikking over drink­baar water. In Azië gaat hem om 248 miljoen mensen, 92 miljoen in Latijns Amerika en de Cari­ben, 67 miljoen mensen in de arabische landen.

De hoeveelheid energie die nodig is voor de productie van biobrandstof is zo enorm, dat de  productie daarvan per saldo leidt tot een toename van CO2 in de atmosfeer in plaats van tot een afname. En voor de productie van één liter bioetanol is 4000 liter water nodig. Niet alleen volgens ecologisten, maar ook volgens Nestlé leidt de productie van biobrandstof tot extreme armoede van honderden miljoenen mensen. [ii]

 

De echte reden voor biobrandstof

Producenten van biobrandstof in de VS ontvangen jaarlijks miljarden dollar aan subsidie en het bioetanol/biodiesel programma wordt door de VS beschouwd als een zaak van nationale veilig-heid om minder afhankelijk te zijn van olieproducerende landen. Dagelijks verstookt de VS 20 miljoen vaten olie. Het grootste deel (61%) wordt geïmporteerd, voornamelijk uit landen die door de VS worden beschouwd als instabiel. Om de levering van olie uit die landen te garan-deren houdt de VS er een enorme en kostbare legermacht op na in de golf van Perzië, het Midden-Oosten en in Azië. 44% van wat wordt besteed aan militaire uitgaven door landen aangesloten bij de VN wordt door de VS besteed. De VS trekt ook nog eens 3000 miljoen
per jaar uit voor militaire ondersteuning van Israel en 1300 miljoen voor het militaire appa-
raat in Egypte.

(Wat voor de VS geldt, geldt voor het hele geïndustrialiseerde Westen: het veiligstellen van de reuzachtige hoeveelheid aardolie die nodig is om industrie, energievoorziening en transport  aan de gang te houden is overal een zaak van nationale veiligheid en dus wordt de productie van biobrandstof ook door de EU aangemoedigd. CvO)

Voor de productie van 50 liter benzine is 358 kilo maïs nodig. In landen als Mexico en Zambia
is maïs basisvoedsel. De keuze waar het om biobrandstof gaat is eenvoudig. In een volle tank gaat ongeveer wat een kind nodig heeft om een jaar te kunnen eten.

 

Vervloeking van rietsuiker

Biobrandstof is niet alleen een aanslag op het klimaat, drinkwater en de voedselvoorziening, maar ook een aanslag op het fysieke en sociale milieu. In Brazilië bijvoorbeeld.

Kleine boeren, verenigd in de Movimento dos Trabalhadores Sem Terra, verzetten zich tegen het verwerven en in gebruiknemen van staatsgrond door moderne latifundistas (gesteund door westerse financiële instellingen) die zich aangemoedigd door de overheid (‘Plan Proalco­hol’) toeleggen op de productie van suikerriet. Die grond was altijd in gebruik van die kleine boeren, maar die zijn daar verdreven. De regering van Brazilië streeft ernaar 26 miljoen hec­tare vrij te maken voor de productie van suikerriet. Tussen 1985 en 1996 raakten 5,4 mil­joen kleine boeren hun land kwijt aan grootschalige suikerrietbouw en konden als rondrei­zen­de corta­dor (van de ene naar de andere plantage) aan de slag onder omstandigheden die niet veel beter zijn dan toen (1888) de slavernij in Brazilië werd afgeschaft. De suikerrietbouw slokt overigens niet alleen de grond van die kleine boeren op, maar ook steeds meer bosgrond. Vol­gens de Wereldbank zal in 2050 40% van het tropisch regenwoud in Brazilië verdwenen zijn.

Dat groei van de suikerrietproductie ten koste gaat van zoveel kleine boeren heeft tevens tot gevolg dat Brazilië steeds minder zelf voedselgewassen verbouwt en steeds meer moet impor-teren en de voedselvoorziening daardoor steeds meer afhankelijk wordt van fluctuerende prij-zen op de wereldmarkt.

Rekolonisatie

‘Eerst namen ze ons mensen weg, nu pakken ze onze grond af, we beleven de rekolonisatie van Afrika”. Pizo Movedi (Zuid Afrika).

Grondverwerving om biobrandstof te verbouwen vindt plaats in veel landen in Azië, Afrika en Latijns-Amerika. Colombia is de vijf na grootste producent van palmolie. Ook palmolie wordt gebruikt voor biobrandstof. Overal waar plantages worden aangelegd voor palmolie worden mensenrechten geschonden, vindt illegale onteigening van grond plaats en gedwongen ver­plaatsing van kleine boeren en “verdwijnen” actievoerende boeren die zich daar tegen ver­zetten.

Tussen 2002 en 2007 werden 13.634 mensen gedood (waaronder 1.314 vrouwen en 719 kin-deren) of “verdwenen” door aanvallen van paramilitairen. Formeel worden inheemse boeren in een gebied van 150.000 hectare wettelijke beschermd en mag hun grond niet opgekocht worden. Dat weerhoudt paramilitairen er niet van ze weg te jagen en multinationals niet om de grond vervolgens in gebruik te nemen als plantage voor palmbomen. De in 2011 gekozen president Álvaro Uribe onderhoudt banden met de paramilitairen en is vriend van de latifun-distas.

De Angolese regering kondigde aan een half miljoen hectare te bestemmen voor de teelt van palmolie. In 2009 begon het Angolze Biocom met het planten van palmbomen. Portugese be-drijven zetten projecten op voor zonnebloem, soja, jatrofa en palmolie om in Europa te ver­werken tot biobrandstof.

In Kameroen zette het half franse Socapalm 58.000 hectare plantages op voor palmolie. In Kameroen gaat dat, samen met plantages voor hout en houtsnippers, ten koste van tropisch  langrijk voor het opnemen van CO2 en voor biodiversiteit. De regering wil daar nog eens 300
á 400 000 hectare voor palmboomplantages aan toe voegen .

Het Chinese bedrijf ZTE kondigde in 2007 aan palmboomplantages in de Republiek Congo te begin­nen voor 3 miljoen hectare. Het Italiaanse ENI voorzag een palmboomplantage  van 70.000 hectare.

Het marxistische Etiopië maakt zich ook met enthousiasme op voor de vervreemding van zijn gronden: 1,6 miljoen hectare aan uiteenlopende investeerders voor suikerriet en palmolie. De multinational Saudi Star heeft zich ontfermt over tienduizenden hectares van de in het land schaarse vruchtbare grond.

In Kenia heeft het Japanse Biwako in 2007 30.000 hectare voor jatrofaolie aangekocht en over-weegt om nog eens 100.000 hectare aan te kopen. Het Belgische HG financiert een project voor 42.000 hectare palmbomen en het Canadese Bedford begint met 160.000 hectare en is van plan om nog eens 200.000 hectare aan te kopen voor jatrofa.

In 2008 sloot de president van Madagaskar in het geheim een overeenkomst met Daewoo voor een miljoen hectare voor palmbomen met als enige tegenprestatie dat Daewoo zelf voor de ontsluiting en irrigatie zou zorgen. Toen dat uitkwam werd de president verjaagd en zijn op-volger ontbond het kontrakt.

Sierra Leone, het armste land van de wereld (80% ondervoed), sloot een overeenkomst met  multinational Addax voor 20.000 hectare vruchtbare grond en een optie voor 57.000 hectare. Bestemd voor rietsuiker. De boeren die het land in gebruik hadden hoorden er bij toeval van.
De investeringen van Addax worden gefinancierd door de Europese Bank en de Afrikaanse Ontwikkelingsbank. Het probleem in Afrika is over het algemeen dat er geen kadaster bestaat, zeker niet voor grond buiten de stad. Formeel is de grond van de staat en hebben gemeen­schappen van boeren recht van vruchtgebruik.

Addax koos de grond uit langs een rivier die belangrijk is voor watervoorzieningen van de hele streek. Boeren zijn bang dat de plantages van Addax zoveel water uit de grond zuigen en het grondwater verontreinigen dat hún watervoorziening in gevaar komt. In het contract voor 50 jaar is daar niets over geregeld. Addax heeft de boeren in het vooruitzicht gesteld dat zij bij Addax kunnen komen werken. Er zouden 4000 arbeidsplaatsen komen, maar er werken er maar 50 en die verdienen niet meer dan 1,8 euro per dag.

Multinationals kunnen makkelijk lucratieve kontrakten sluiten omdat nationale en lokale bestuurders makkelijk zijn om te kopen. Bijzonder kwalijk is dat institututen als de Wereld-bank, de Europese Investeringsbanken, de Bank voor Afrikaanse Ontwikkeling daarin geen reden zien om van investeringen af te zien.

Biobrandstof brengen overal catastrofes teweeg. Ze ontwrichten de sociale structuur, deci-meren de grond voor akkerbouw en de lokale voedsel voorziening, bedreigen het klimaat en verergeren de honger in de wereld. Op een planeet waar elke vijf seconde een kind onder de 10 jaar sterft van de honger is het speculeren met landbouwgrond en daarvan gebruiken voor biobrandstof een misdaad tegen de menselijkheid.

* Samenvatting van “Los buitres del “Oro Verde” uit Destrucción Masiva, Geopolitici del Hambre van Jean Ziegler, Ediciones Península, Barcelona (2012)

[ii] ‘The real cost of biofuel’, The New York Times 8-3-2008