Over de Damas de Blanco in Cuba

damas de blancoDe Damas de Blanco worden regelmatig door de westerse pers als voorbeeld ten tonele gevoerd van de onderdrukking van het recht op vrije meningsuiting in Cuba.

Het uitgesproken anti-communistische Cuba Tips van de Stichting Cuba Glasnost schreef op 5 maart 2017 ‘een demonstratie van de mensenrechtengroep Damas de Blanco wordt bijna wekelijks met politie geweld onmogelijk maakt.

Anders dan Kees Kortenhof van Cuba Glasnost schrijft is er geen sprake van wekelijks politie geweld in het geval van de Damas de Blanco, ook volgens Berta de los Angelos Soler (één van de Damas) niet: “Ellos no nos golpearon. No hubo violencia”. {1)  Zulks in tegenstelling tot bijvoorbeeld de demonstraties in Nederland tegen zwarte piet of. om een ander voorbeeld te noemen het optreden van de politie tegen Turkse demonstranten die verontwaardigd zijn dat de Turkse minister de toegang tot Nederland en het Turkse consulaat werd ontzegd.

geweld bij zwp

slaan 1politie en hond

Salim Lamrani, docent verbonden aan de universiteit Sorbonne in Parijs, gespecialiseerd in Latijns-Amerika en in het bijzonder de verhouding Cuba-VS, schreef een artikel over deze Damas de Blanco waarin wordt afgerekend met de mythe dat het zou gaan om een groep die zich druk maakt over mensenrechten. Het artikel verscheen als hoofdstuk in het boek Cuba: lo que nunca le dirán los medios (Cuba: wat de media nooit vertellen). Nelson Mandela schreef een voorwoord bij het boek. (2)

Deze column biedt een verkorte en vrije vertaling van het artikel, waaraan ik hier en daar in schuine tekst commentaar aan heb toegevoegd. Ook de foto’s en illustraties heb ik toegevoegd.

De zaak van de Damas de Blanco

De Cubaanse Damas de Blanco hebben een zekere faam verworven in de westerse pers als symbool van de strijd voor vrijheid in Cuba. Het gaat om vrouwen die familie zijn van de 75 opposanten die in 2003 werden gedetineerd wegens ‘samenwerken met een buitenlandse mogendheid’. Elke zondag demonstreren zij in Havana en eisen zij de vrijlating van hun gevangen echtgenoten.

Om aan te geven dat zij zich inzetten voor een goede zaak en om de werkelijke redenen te verhullen van de gevangenschap van hun familielid imiteren zij de Argentijnse Madres de la  Plaza de Mayo (de ‘Dwaze moeders’), waarmee zij het doen voorkomen alsof hun strijd net zo’n rechtvaardige strijd is als die van Argentijnse Madres.

De Madres  zijn een voorbeeld van moed en volharding. Al 28 jaar komen zij elke donderdag bij e­l­kaar op de Plaza de Mayo in Buenos Aires om de waarheid te eisen over de verdwijning van hun kinderen en alle andere slachtoffers van de onderdrukking en zetten zij zich in om te bereiken dat de verantwoordelijken voor de militaire dictatuur 1976 – 1982 worden gestraft.

Desgevraagd veroordeelde Hebe de Bonafici, leidster van de Madres, het feit dat de Cubaanse Damas de Blanco de suggestie proberen te wekken iets met de Madres de la Plaza Mayo gemeen te hebben. “Onze hoofddoek symboliseert het leven, terwijl de vrouwen waarvan u spreekt de dood vertegenwoordigen”. “Die vrouwen komen op voor het terrorisme van de VS”.

Op 21 april 2008 zetten de Damas de Blanco een demonstratie op touw tegenover het ministerie van binnenlandse zaken op de Plaza de la Revolución in het centrum van Havana. De autoriteiten voerden hen af en bracht ze naar hun huizen. Niettemin schreven de westerse media over een repressief optreden. Het persbureau Reuters sprak van een gewelddadige aanval op de vrouwen van de gedetineerde dissidenten.

Foto’s (zie foto boven) en video’s laten echter een twintigtal vrouwelijke medewerkers van het ministerie zien zonder wapenstok o.i.d. Die droegen de Damas, nadat ze drie uur hadden gedemonstreerd, naar de toeristenbus die hen naar hun huis bracht. Eén van Damas, Berta de los Angeles Soler, verklaarde tegenover persbureau Associated Press dat er geen geweld was gebruikt: “Ze hebben ons niet geslagen. Er was geen geweld”.

Voor westerse media vormde het gebeuren op 21 april 2008 het bewijs van het repressieve karakter van de Cubaanse regering. Wat die media niet schrijven is dat het verbieden van demonstraties in het centrum van een drukke stad zónder toestemming in vrijwel alle landen in de wereld normaal is en dat er in landen als Frankrijk (en Nederland) niet zelden, en anders dan in het geval van de Damas, hardhandig door de politie een eind aan wordt gemaakt. Zie op de foto’s boven hoe er in Gouda een eind werd gemaakt aan de demonstratie tegen zwarte piet.

Miriam Leyva, een van de oprichtsters van de Damas verklaarde dat de demonstratie een zuiver humanitair doel had. “Wij hebben geen politieke agenda” verzekerde zij. Laura Pollan, die als woordvoerder van de groep fungeert bezwoer “Wij zijn vrije vrouwen en volgen geen ordes op van wie dan ook”. De Cubaanse regering, echter, veroordeelde het gebeuren als een provocatie op poten gezet door het extreem rechtse congreslid van Florida Ileana Ros-Lehtinen (dochter van na de revolutie uit Cuba naar Miami uitgeweken ouders) met financiële steun van de Amerikaanse regering,

De feiten laten zien dat er inderdaad reden is om aan de onafhankelijkheid van de Damas te twijfelen. De vertegenwoordiger van de VS in Havana, Michael Parmly, komt regelmatig samen met de leden van de Damas, zoals foto’s laten zien. Ook blijkt uit een (onderschepte) telefoon gesprek met Ileana Ros-Lehtinen dat de demonstratie van 21 april vanuit Florida is georganiseerd door haar en de Fundación Nacional Cubano Americana (FNCA).

Parmly met Damas VS diplomaat Parmly op de foto met een aantal Damas.
Volgens de Conventie van Wenen 1961 artikel 41 hebben
diplomaten de plicht zich niet te mengen in de interne
aangelegenheden van het gastland.

Het is nuttig in herinnering te roepen wie Ilena Ros-Lehtinen en wat de FNCA is. Het Amerikaanse congreslid is een verbeten aanhangster van de harde lijn tegen Cuba. Ros-Lehtinen was betrokken bij de kidnapping van het 6-jarige Cubaanse jongetje Elián Gonzalez in 2000 (3), verdedigde de terroristen Orlando Bosch en Luis Posada Carriles (4), maakte zich sterk voor verscherping van de economische sancties tegen Cuba en riep op Fidel Castro te vermoorden. (“Yo apruebo la posibilidad de que alguien asasine a Fidel Castro”).

Wat de FNCA (5) betreft, de relatie met het terrorisme tegen Cuba is meer dan eens aangetoond, onder andere in het geval van de aanslagen in 1997 tegen de Cubaanse toeristenindustrie. Op 22 juni 2006 vertelde José Antonio Llama, ex directeur FNCA,  dat de FNAC beschikte over helikopters, tien op afstand bestuurbare vliegtuigen, zeven schepen, een speedboot en een enorme hoeveelheid explosieven. “Wij willen de democratisering in Cuba met alle middelen bespoedigen”.

Welk land ter wereld pikt het dat een groep burgers zich verbindt met iemand die oproept de president te vermoorden en met lieden en een organisatie met terroristische plannen? Wat zou de Franse regering doen als een groep Fransen zich verbindt met bijvoorbeeld Al-Qaeda?

Ex president George W. Bush, die meer dan eens liet weten de regering in Havana ten val te willen brengen, nam 6 mei 2008 de moeite zich met Berta Soler en Martha Beatriz Roque (beide lid van de Damas) in verbinding te stellen door middel van een videoconferentie, in aanwezigheid van Palmly, hoofd van de Amerikaanse vertegenwoordiging in Havana. Berta Soler drong in het gesprek aan op meer financiële steun. Bush gaf daags daarna te kennen dat het zijn bedoeling was alles te doen wat nodig is om de gevestigde orde in Cuba te breken.

Volgens de Cubaanse regering stelde de VS tussen 1996 en 2006 23.000 korte golf radio’s, talloze boeken, brochures en andere info beschikbaar voor de interne contrarevolutie in Cuba, gaf het 45,7 miljoen dollar uit aan groepen huurlingen voor provocaties zijnde een deel van de in totaal 116 miljoen besteed door de Bush regering om subversieve acties in Cuba te laten plaatsvinden.

De VS vertegenwoordiging in Cuba is, zo stelt de Cubaanse regering, een verdeelcentrum van waaruit groepen huurlingen worden geïnstrueerd en gefinancierd. En één van die groepen is op aanwijzing van Bush de Damas de Blanco. Eén van de Damas (Laura Pollán) ontving zelfs een bedankkaartje van Bush en geld om een boek uit te geven over de “contrarevolutionaire” (6) ervaringen van haar echtgenoot (Héctor Maseda Gutiérrez).

De Cubaanse regering maakte ook bekend dat Martha Beatriz Roque en de Damas de Blanco maandelijks 1500 dollar ontvangen – bijna tien maal het gemiddelde maandsalaris in Cuba – afkomstig van de organisatie Rescate Juridico de la Florida en nog wel ondanks de sancties van de VS die het verbieden meer dan 100 dollar per maand naar familie in Cuba te sturen.

De president van Rescate Juridico is niemand minder dan Santiago Alvarez Fernández Magriñat, erkend terrorist en goede vriend van de terrorist Luis Posada Carriles, degene die verantwoordelijk is voor de aanslag op het Cubaanse vliegtuig waarbij 76 mensen omkwamen. Alvarez zit een straf uit in de VS voor verboden wapenbezit, was betrokken bij de mislukte aanslag op Castro in Panama in 2000 en volgens Interpol verantwoordelijk voor de beraming van aanslagen op toeristische doelen in Cuba. Rescate Juridico ontvangt niettemin geld van de VS regering.
Fundación Rescate Juridico
Associated Press meldt dat deze Alvarez publiekelijk zijn militant gewelddadig verleden tegen Cuba erkende. Alvarez werd overigens door de CIA gerecruteerd in de zeventiger jaren voor diverse criminele acties, zoals de overval in 1972 op het kustplaatsje Boca de Samá in Cuba.

Kortom, de Damas de Blanco accepteren een financiële vergoeding van de organisatie Rescate Juridico die geleid wordt door een erkend terrorist. Hoe zou de Franse regering reageren als een oppositionele groep financiële steun accepteert van lieden die verantwoordelijk zijn voor terroristische aanslagen in Parijs? En zou Martha Beatriz Roque en de Damas de Blanco hun gang kunnen gaan als zij in de VS leefden en geld ontvingen van lieden die terroristische aanslagen beramen in de VS?

De financiële steun die de Damas ontvangen van Rescate Juridico én van de VS regering wordt aan hen overgebracht door diplomaten verbonden aan de vertegenwoordiging van de VS in Cuba. Volgens de Conventie van Wenen 1961 artikel 41 hebben diplomaten de plicht zich niet te mengen in de interne aangelegenheden van het gastland. Volgens de VS vroegere diplomaat Wayne S. Smith in Cuba (1979 – 1982) is het volstrekt illegaal geld over te brengen aan de Cubaanse dissidenten.

art. 41Naamloos
Alle landen verbieden in hun wetboek van strafrecht elke vorm van associatie met een vreemde mogendheid die de bedoeling heeft de belangen van het land te schaden, laat staan de wettige regering omver te werpen. (De VS regering heeft van die bedoeling nooit een geheim gemaakt.)
De Damas de Blanco hebben het volste recht te opponeren tegen de regering in Havana, maar ze handelen in strijd met het recht zoals dat in alle landen geldt door zich te verbinden met de vreemde mogendheid VS en zich dienstbaar te maken aan de buitenlandse politiek van de VS die er sinds 1959 op gericht is het regime in Havana omver te werpen. Met een nobele strijd voor vrije meningsuiting of voor mensenrechten heeft dat niets te maken.

(1) Vert:  “Ze hebben ons niet geslagen. Er was geen geweld”.

(2) Vrije vertaling en samenvatting van het artikel El caso de las Damas de Blanco in Cuba: lo que nunca le dirán los medios van Salim Lamrani. Editorial José Marti Havana 2011.
Het artikel verscheen in 2008 in het Frans: http://www.voltairenet.org/article157276.html. Het boek ver­scheen eerder in het Frans onder de titel Cuba: ce que les médias ne vous diront jamais, Edition Estrella 2008.

(3) ” Ros-Lehtinen played a prominent role in the unsuccessful attempt by relatives of Elian Gonzalez to gain custody of six-year-old from the Castro regime, describing Cuba as “that system of godless communism“. https://en.wikipedia.org/wiki/Ileana_Ros-Lehtinen. Zie ook: https://nl.wikipedia.org/wiki/Eli%C3%A1n_Gonz%C3%A1lez

(4) http://uspeacecouncil.org/?p=360. Samen met Luis Posada Carriles gaf Orlando Bosch leiding aan de sabotage van een Cubaans passagiersvliegtuig in 1976 waarbij alle 76 inzittenden omkwamen. Zie: http://www.afrocubaweb.com/roslehtinen.htm

(5) Zie voor info over de FNCA: https://en.wikipedia.org/wiki/Cuban_American_National_Foundation

(6) In het boek “Enterrados Vivos” beschrijft Héctor Maseda zijn berechting en zijn gevangenschap en niet zijn contrarevolutionaire ervaringen. Dat laatste zou ook niet voor de hand liggen, want een erkenning van wat hem ten laste werd gelegd.