Over de slaafse achterban van linkse en groene politici

Een vraag die mij vaker bezighoudt is waarom de achterban van idealistisch organisaties zo slaafs is en waarom juist in die organisaties figuren die geen tegenspraak dulden de kans  krijgen om de lakens uit te delen. In mijn studietijd had ik al wel eens iets gelezen over hoe het in religieuze sektes toe gaat. Daar doet het erg aan denken.

De eerste baan die ik had was bij de kerk. Zelden zo’n asociale en autoritaire werkgever meegemaakt. In mijn studietijd een jaar bij de vakbeweging gewerkt. Daar werden leden als onmondige kinderen behandeld. Mochten de leiders toejuichen maar moesten verder hun kop houden. In het welzijnswerk was het niet veel beter. De buurt had niets te vertellen, de welzijnswerkers die zich voor hun emancipatie inzetten waren niet gediend van kritiek.

Eerlijk gezegd voelde ik mij bevrijd toen ik daarna terecht kon bij een paar rechtse werkgevers. Eerst bij een commercieel adviesbureau. Zoets als TNO, DHV en Haskoning. En daarna, nog erger, bij Nijenrode. Mischien had ik het toevallig erg getroffen. Maar die rechtse werkgevers hielden er een hele simpele filosofie op na: als jij het naar je zin hebt, dan plukken wij daar de vruchten van. Toen ik rechts echt sympathiek begon te vinden dacht ik: nu moet ik weg wezen, want diep van binnen was en ben ik links.

Jaren geleden kreeg het aan de stok met een sociaal anarchistische club in Utrecht. Die hadden in de 80-er jaren een paar woningen gekraakt en door trouwe aanhangers laten opknappen. Die kregen daar niets voor behalve dat ze er mochten wonen. Pure uitbuiting dus. Ik kreeg er mee te maken toen er een paar bewoners te horen kregen dat ze onmiddellijk de woning moesten verlaten. Die vroegen of ik voor ze naar rechter wou gaan. Ze hadden kritiek gehad op de grote Leider en in een anarchistische club is dat natuurlijk volstrekt taboe. Huurrecht daar hadden deze sociaal anarchisten schijt aan, want zij erkenden geen wet en geen gezag.

Waarom vertel ik dat allemaal? Oh ja. GroenLinks daar houden de leden ook angstvallig hun mond. Toen Giesberts als wethouder de kapvergunning wilde afschaffen bleef het stil, toen GroenLinks instemde met de fly-over 24 OP bleef het stil. Het bleef ook stil toen GroenLinks instemde met de sloop van 10.000 sociale huurwoningen, instemde met de bouw van de parkeergarage naast het station (60 miljoen), toen de gemeente een kapvergunning gaf voor 720 monumentale bomen voor de golfclub De Haar, toen Eneco een kapvergunning kreeg voor 152 bomen Cremerpark en zelfs nadat bleek dat de milieuzone geen enkel effect had, ook niet voor roet.

Maar o wee als je kritiek durft te hebben op “onze Frits” of op “onze Lot”. Dan sluiten zich de rijen. Dan ben je de vijand. Kritiek op Rutte, hoe meer hoe beter. Maar als je als lucht- of boomactivist kritiek uit op “onze wethouder” dan wordt dat beschouwd als verraad, als een dolk in de rug. Milieudefensie hetzelfde laken en pak. Zakelijke kritiek op een artikel van dr. Anne Knol werd opgevat als grievend en kwetsend. “Wil je daar onmiddellijk mee ophouden” werd me per kerende mail te verstaan gegeven. Ingaan op kritiek, laat staan debatteren is er natuurlijk ook niet bij, want ongelovigen daar praat je niet mee.

Ik heb er wel een verklaring voor. Die kwam bij me op toen ik geconfronteerd werd met de terreur in die sociaal-anarchistische club. Organisaties die een programma hebben om de hemel op aarde te realiseren of een groene revolutie in gang te zetten, daar melden zich altijd zachtmoedige mensen voor aan die zich aangesproken voelen door de boodschap van liefde, groen en solidariteit. En die kunnen zich niet verplaatsen in de geest van bazige op carrière beluste types. En dat maakt dat uitgerekend in zulke idealistische organisatie bazige baantjesjagers vrij spel hebben. Die komen dus ook op idealistische organisaties af.

Net als tientallen jaren eerder bij de PvdA hebben de idealistische en activistisch ingestelde leden bij GroenLinks het veld moeten ruimen voor hoogopgeleide carrièrejagers. Hadden nooit iets met groen of links. Zaten eerst in het klasje voor de buitenlandse dienst om diplomaat te worden en waren tekstschrijver en woordvoerder voor de minister van het autobolwerk verkeer en waterstaat. Of zaten als senior consulent bij Berenschot aan hun plafond. Trekken een spijkerbroek aan, melden zich aan bij een idealistische partij en worden binnen de kortste keren wethouder en lid van de Eerste Kamer. De geschiedenis herhaalt zich in elke linkse partij opnieuw.

Studies naar hoe het in sektes toegaat maken ook begrijpelijk waarom leden niet weglopen ook al zien ze zelf best dat het met hun partij de verkeerde kant opgaat. Dan raken ze namelijk de meeste van hun vrienden kwijt. En dat is ook waarom ze niet al te kritisch willen zijn: het zijn toch je eigen mensen, we hebben toch allemaal één en hetzelfde doel en we moeten wel aardig voor elkaar zijn. En dus moeten we elkaar niet afvallen en achter de wethouder gaan staan. Ook al doet ze helemaal niet wat wij willen.

Maar die lieve en aardige achterban moet wel bedenken dat ze op zo’n manier de hemel op aarde wel kunnen vergeten en dat ze door niet flinker te zijn er belangrijk aan bijdragen dat hun leiders de partij steeds meer de verkeerde kant uit laten gaan. De kant van het pluche, de baantjes en steeds meer autoverkeer. Lid zijn van een groene of linkse club of van Milieudefensie geeft het gevoel aan de goede kant te staan, maar als je niet flink genoeg bent om tegen de fractie, de wethouder en het bestuur op te staan, dan sta je snel aan de verkeerde kant en dan maak je net zulke vuile handen als die lui van de VVD.

Deze column verscheen eerder op www.nieuws030.nl