Vuile rijken: rijkdom is de oorzaak van armoede (1)

Socioloog  en activist Michael Parenti wordt in de VS beschouwd als één van belangrijkste kritische denkers. Minder bekend dan Noam Chomsky. Waarschijnlijk omdat Chomsky door de faam die hij als taalkundige gevestigd had voordat hij over de Amerikaanse buitenlandse politiek ging schrijven minder goed dood te zwijgen was.

In “Sucias Verdades” (de smerige waarheid *) laat hij zien de VS niet het paradijs is wat het volgens de regerende elite en volgens de Amerikaanse pers wel is. De staatspropaganda is er niet alleen op gericht de eigen bevolking wijs te maken dat de VS vergeleken andere landen een paradijs is, maar ook om de bevolking in landen als  Cuba, Bolivia, Nicaragua, Venezuela ontevreden te maken met hun regimes zodat die plaatsmaken voor VS-gezinde regimes.

Eerst laat Parenti aan de hand van een overvloed van cijfers zien hoe ontzettend veel armoede er in de VS is, hoeveel mensen dood gaan omdat ze de kosten voor medische zorg niet kunnen betalen, hoe groot de criminaliteit en onveiligheid zijn en vooral ook hoeveel niet-blanken het grootste deel van hun leven in de commerciële gevangenissen doorbrengen en hoe corrupt de overheid is. Voorbeeld: de helft van alle politie agenten in New York blijkt steekpenningen aan te nemen en veel overheidsdienaren en -diensten zijn zelf betrokken bij illegale drugshandel.

Als je Parenti leest dringt de vraag zich op: waar halen Obama en Clinton de brutaliteit vandaan om andere landen, bijvoorbeeld landen als Cuba, Iran, Rusland, de maat te nemen wat betreft schending van mensenrechten? En waarom doet de Europese pers, die Obama tijdens diens bezoek aan Cuba als de Verlosser in beeld brengt, daar aan mee?

De kritiek van Parenti op de VS is nogal fundamenteel. Armoede is niet iets wat helaas nog steeds bestaat omdat de regering er nog niet in is geslaagd om die terug te dringen of omdat de economie niet genoeg oplevert om iedereen van een toereikend inkomen te voorzien. Armoede bestaat omdat er asociale mensen bestaan die zich ten koste van anderen menen te mogen verrijken.

Het argument van Parenti doet denken aan de kritiek op het begrip “onderontwikkeling”. Arme mensen en arme landen zouden hun armoede te wijten hebben aan zichzelf doordat ze zich niet voldoende hebben geschoold respectievelijk hun economie niet voldoende op orde hebben gebracht. Ze hebben hun kansen niet voldoende benut, zoals rijke mensen en rijke landen dat wél zouden hebben gedaan.

Parenti brengt daar tegenin dat het de rijke landen en daarbinnen de rijken zijn die de armoede van anderen op hun geweten hebben en opzettelijk in stand houden. Door arme mensen en landen in ongunstige ruilposities te brengen en zich van de macht van de staat meester te maken, waardoor verzet met wetgeving, rechtspraak en geweld kan worden gesmoord.
“Onderontwikkeling” is dus een situatie waarin mensen en landen worden gebracht en gehouden doordat ze worden uitgebuit.

India exporteert gigantisch veel rijst en graan, terwijl er 300 miljoen mensen in India honger lijden. Steeds meer land in Afrika wordt door westerse ondernemingen voor een appel en ei van corrupte overheden gekocht (die daarvan wapens kopen om hun bevolking onder de duim te houden!) om producten te verbouwen voor de westerse markt, waardoor oorspronkelijke boeren van hun land verdreven worden, deel gaan uitmaken van de ‘arbeidsreserve’ (waardoor de lonen laag kunnen worden gehouden) en de bevolking niet meer in eigen voedselbehoefte kan voorzien.

Hoewel de rijken en de rijke landen dat proberen te maskeren is het oorzakelijk verband tussen rijkdom en armoede zo zichtbaar en vanzelfsprekend, dat wij onze pijlen van kritiek veel meer op de rijken zouden moeten richten. We zouden juist niet op moeten kijken tegen lieden die er in geslaagd zijn zich te verrijken, want elke rijke heeft armoede op zijn geweten. Wij zouden rijk zijn moeten beschouwen als verachtelijk.

wordt vervolgd.

* Oorspronkelijke titel “Dirty Truths, Reflections on politics, Media, Ideology, Conspiracy, Ethnic Life en Class Power”