Gemeenteraad die het voor burgers zou moeten opnemen gaat gedwee akkoord met 8 miljoen om een burger kapot te procederen.
Dat de gemeenteraad het volk vertegenwoordigt en het voor de gewone burger opneemt tegen de ambtelijke bureaucratie is een illusie. Althans in Utrecht. Als je geluk hebt vind je een raadslid dat vragen stelt aan het college, maar als regel bereikt hij daar niets mee en laat hij/zij het er verder bij zitten. Raadsleden laten zich gebruiken om het beleid van de ambtelijke dienst uit te dragen. Raadsleden laten zich vrijwel volledig leiden door ambtelijke rapporten. Adviezen van kritische burgers daar zitten ze helemaal niet op te wachten, laat staan dat ze daar om zullen vragen. Kritische mailtjes worden genegeerd. Zelfs als de gemeente in het ongelijk wordt gesteld door de rechtbank of de raad van state. De kritische burger die beroep instelt en gelijk krijgt bij de rechter wordt al snel ook daar raadsleden beschouwd als querulant.
Wat heeft de gemeenteraad gedaan om het voor het koffiehuis op te nemen dat door Van Zanen gesloten werd omdat er bingo was gespeeld? Wat heeft de raad gedaan om het voor de horeca ondernemers op de Amsterdamsestraatweg op te nemen toen Van Zanen een collectief sluitingsuur instelde zonder dat er aantoonbaar geklaagd was over nachtelijke overlast? Wat heeft de gemeenteraad gedaan toen de grillroom op de Amsterdamsestraatweg een jaar gesloten werd omdat ze vergeten waren een leidinggevende uit te schrijven? Wat heeft de raad gedaan om een eind te maken aan het slopen van duizenden betaalbare sociale huurwoningen, terwijl er sprake is van schrijnende woningnood en gedupeerde huurders daar actie tegen ondernamen? Wie de raad een beetje gevolgd heeft over de afgelopen 20 jaar zal het met mij eens zijn dat raadsleden (een heel enkele uitgezonderd) naar de pijpen dansen van de ambtelijke dienst. Net als wethouders.
Dat een gemeenteraad, hoewel de baas van de gemeente, niets te vertellen heeft is een probleem sinds de groei van overheidstaken die een groter ambtenaren apparaat nodig maakte. Hoogleraar/staatsraad Crince Le Roy noemde het ambtenarenapparaat in 1969 de ‘vierde macht’. Hoogleraar Bovens wees er in 2000 op dat de macht van de ambtenaren alleen maar groter was geworden en dat wethouders daardoor niets meer te vertellen hadden. Om daar wat aan te doen werd de wet op de dualisering in 2002 ingevoerd. Wethouders hoefden niet namens een partij in het college zitten, maar konden benoemd worden puur op grond van deskundigheid. Wethouders konden ook niet meer tegelijk lid zijn van de gemeenteraad. Daarmee werd beoogd de controlerende taak van de gemeenteraad te versterken. Daar is dus niets van terecht gekomen. Wethouder is nog steeds een politieke baantje waar je helemaal niet deskundig voor hoeft te zijn. En partijen beschouwen het nog steeds als hun voorrecht om wethouders te mogen leveren. Het gevolg is dat het college de spreekbuis is van de ambtelijke dienst en dat partijen die samen het college vormen het door dik en doen voor het college opnemen en elke controle door de raad saboteren.
Wie stelt zich nu nog kandidaat voor de gemeenteraad, terwijl de gemeenteraad niets te vertellen heeft, overvoerd werd met onleesbare ambtelijke stukken en altijd met een kluitje in het riet wordt gestuurd als het schriftelijke vragen stelt? Het antwoord is: het zijn steeds vaker jonge kandidaten die de ervaring missen om te begrijpen dat ze feitelijk voor het karretje van de ambtenarij worden gespannen, het een hele eer vinden raadslid te zijn (goed voor je c.v.) en in gezelschap te verkeren van belangrijke mensen (zeg maar ‘jij’). De prijs die ze bereid zijn te betalen is denken zoals de gemeente wil dat ze denken en zich niet in te laten met burgers en actiegroepen die kritiek hebben op de gemeente en wegkijken als burgers door de gemeente gemangeld worden. Niet iets om trots te zijn.
Reacties zijn gesloten.