Benadeling door de overheid

Er is een tijd geweest dat de overheid zorgvuldig de voor- en nadelen tegen elkaar afwoog van beslissingen: ik bedoel de voor- en nadelen voor de burger. In de Algemene wet bestuursrecht (Awb) staat nog steeds: het bestuursorgaan weegt de rechtstreeks bij het besluit betrokken belangen af. Het moet daartoe kennis omtrent de relevante feiten en af te wegen belangen vergaren. Staat een paar regels hoger.

Ik kan mij eigenlijk geen plan of besluit voor de geest halen, waarin de nadelen voor bepaalde bewoners of ondernemers ook maar enigszins in kaart waren gebracht, laat staan dat daar rekening mee werd gehouden. In de praktijk wordt het aan de bewoners en ondernemers over gelaten om voor hun belangen op te komen, daar maakt de gemeente zich niet druk om. Althans niet de gemeente Utrecht.

De praktijk is dat er een plan wordt gemaakt naar het inzicht van gemeentelijke plannenmakers, waarin hooguit rekening wordt gehouden met de belangen van enkele invloedrijke ondernemingen (Corio, Jaarbeurs, Casino, Rabo). Bewoners en gewone ondernemers worden er pas bij betrokken als het ontwerp ter visie wordt gelegd. Dan mogen zij hun zienswijze kenbaar maken. En die zienswijzen worden als regel afgedaan met het argument dat bij afweging van belangen het algemeen belang prevaleert. Hoe die afweging heeft plaatsgevonden staat er dan nooit bij.

Juist omdat de overheid er voor iedereen heet te zijn en omdat het nota bene met zoveel woorden in de Awb staat zou je verwachten dat de gemeente zich bij het voorbereiden van een plan rekenschap geeft van alle mogelijke nadelige gevolgen die dat plan kan hebben voor bewoners en ondernemers die daar wonen of gevestigd zijn waar die plannen worden uitgevoerd. Maar zo gaat het dus niet.

Tijdens de behandeling van het voorstel om een milieuzone in te voeren voor personen-wagens en bestelwagens stelde de VVD voor een maatschappelijke kost- en baatanalyse uit te laten voeren. De gemeente had namelijk alleen uitgerekend wat de invoering de gemeente zou kosten, maar niet wat het de burgerij en de ondernemers zou kosten als die hun verouderde auto naar de sloop moesten brengen en een nieuwe moesten kopen. Het antwoord van wethouder Lintmeijer (GroenLinks) was dat er genoeg onderzoek was gedaan en dat hij daar niet toe bereid was.

Een ander voorbeeld is de afsluiting van de op- en afritten van de Vleutenseweg op de A2. Die moesten volgens Rijkswaterstaat en de gemeente vervallen, want die pasten niet in de plannen voor de landtunnel. Voor de bedrijven op het Cartesius Industrieterrein had deze afsluiting enorme gevolgen. Dankzij die op- en afritten zaten hun vrachtwagens vlakbij de A2. In de nieuwe situatie waren ze aangewezen op de op- en afritten bij Hooggelegen en moesten ze dwars door Oog in Al. Ook voor de bewoners langs de Haydnlaan, Lessinglaan en Pijperlaan had de afsluiting dus grote gevolgen. Bij de voorbereiding en vaststelling van de plannen om de op- afritten Vleutenseweg te laten vervallen was met de nadelige gevolgen voor de bedrijven op het Cartesius Industrieterrein, noch met die van de bewoners van Oog in Al rekening gehouden.

Nog een voorbeeld. De Voorstraat en de Nobelstraat hebben destijds bij de aanleg van de busbaan lange tijd open gelegen, waardoor de winkels onbereikbaar waren. Bevoorrading was een groot probleem en klanten konden er niet met de auto komen. Min of meer hetzelfde probleem speelt voor de winkeliers op het Vredenburg. De winkeliers hebben al een paar keer gevraagd wethouder Everhardt (D66) daarover te kunnen spreken, maar die schuift dat op de lange baan. Dat er sprake is van een aanzienlijk omzetverlies ligt voor de hand, daar had op voorhand rekening mee gehouden moeten worden. De kosten voor compensatie hadden in de plankosten meegenomen moeten worden. In plaats daarvan probeert de gemeente zo veel mogelijk aan de kosten voor compensatie te ontkomen, terwijl die maar een fractie zijn van wat er aan plannen en de voorbereiding daarvan wordt uitgegeven.

Hoe gierig de overheid is als het op vergoeding van planschade aankomt blijkt uit het feit dat je eerst 300 euro moet betalen voordat je verzoek in behandeling wordt genomen. Die krijg je terug als de planschade wordt toegewezen, maar daar is de overheid niet scheutig mee.  Dat de woningen langs de Brucknerlaan (vanuit het achterraam kijk je op de fly-over bij het 24 Oktoberplein) aanzienlijk in waarde zijn gedaald door de aanleg van de fly-over zal geen redelijk mens ontkennen. De gemeente laat de waardedaling echter taxeren door een zogenaamd onafhankelijk adviesbureau (dat afhankelijk is van opdrachten van de overheid!)  en die stelt de waardedaling op hooguit 10.000 euro. Pakweg het verschil tussen 320.000 en 310.000 euro. Van die 10.000 euro wordt dan ook nog eens het risico afgetrokken dat de burger zelf geacht wordt te dragen: 2% van 320.000 euro = 6400. De planschade bedraagt na deze aftrek 10.000 – 6400 = 3600 euro. Zou de waardedaling getaxeerd worden op 5000 euro, dan wordt niets uitgekeerd want dat is minder dan het eigen risico.

Hoe gierig de overheid is als het op vergoeding aankomt van de omzetderving van een winkelier, bijvoorbeeld door tijdelijke afsluiting van de weg, blijkt uit het feit dat de winkelier geacht wordt 15% van de omzetdaling te beschouwen als eigen risico  (besluit college Utrecht van 14 december 2010). Sommige ingrijpende werkzaamheden nemen meerdere jaren in beslag, zoals de werkzaamheden rond het Vredenburg. “Geen enkele ondernemer trekt het om jaar op jaar een schadebedrag van 15% van zijn omzet voor eigen rekening te moeten nemen. Die drempel is zo hoog, dat de ondernemer of vertrekt of failliet gaat“, aldus B.J. Van Ettekoven, bestuursrechter en hoogleraar Staats- en bestuursrecht te Amsterdam (oratie 3 december 2010).

Hoe denkt de gemeentepolitiek eigenlijk over het nadeel voor bewoners en ondernemers van gemeentelijke plannen en activiteiten? Daar wordt niet over gedacht: in geen enkel (concept) – verkiezingsprogramma wordt het onderwerp aangeroerd. Een goede reden voor gedupeerde bewoners en ondernemers om het er niet bij te laten zitten. De politiek komt pas in beweging als gedupeerde burgers zich laten horen.