Handhaven als ambtelijke werkverschaffing

Handhaven betekent in het juridisch taalgebruik het door bestuursdwang of het opleggen van een dwangsom doen beëindigen van een illegale situatie. Denk aan het schuurtje dat stiekem is neergezet en daarom weer afgebroken moet worden. Of aan de illegale bewoning. Volgens de wet moet de gemeente handhaven. Daar valt alleen aan te ontkomen als er alsnog een vergunning kan worden gegeven óf als de gevolgen van de handhaving te erg en te ingrijpend zijn voor de “overtreder”. Dat laatste blijkt nooit het geval, want besluiten waarin de handhaving wordt meegedeeld staat altijd dezelfde mantra: het belang van de betrokkene weegt niet op tegen de met het handhaven beoogde doel.

Mevrouw X kreeg in 2003 met bestuursdwang te maken. Ze moest binnen veertien dagen haar huurwoning verlaten omdat haar verhuisbericht bij Burgerzaken niet was aankomen dan wel zoek was geraakt. Ze stond dus niet op het nieuwe adres ingeschreven. Dat schreef ze ook, maar dat mocht niet baten. “Uw zienswijze geeft ons geen aanleiding op het besluit terug te komen”, schreef de heer Kuilenburg terug. Voor een normaal mens gaat het veel te ver om iemand vanwege zo’n futiele aanleiding uit zijn huis te zetten. Voor de gemeente Utrecht niet, er moest een verzoek bij de rechtbank aan te pas komen om de bestuursdwang te verhinderen.

Fred P. kreeg in 2009 met bestuursdwang te maken omdat hij in 1991 een schuurtje had neergezet dat volgens het naderhand (2009) vastgestelde bestemmingsplan 1,4 vierkante meter te groot was. De gemeente had daar 18 jaar lang geen probleem van gemaakt, maar nu opeens moet er gehandhaafd worden. Een mooie blokhut op een betonnen fundering, waar nog nooit iemand zich aan geërgerd heeft. De gemeente was niet te vermurwen en de rechter moest er aan te pas komen om de bestuursdwang te voorkomen.

J. van M. kreeg in 2009 met bestuursdwang te maken omdat zijn vader ergens in de zestiger jaren, dus een halve eeuw geleden, de werkplaats wat groter zou hebben gemaakt. Of dat waar is valt moeilijk te bewijzen, want de dossiers zijn zoek en de ambtenaren van toen zijn net als de vader van J. van M. al lang overleden. Ook hier moest de rechter aan te pas komen, want de gemeente hield voet bij stuk. Op wat de gemeente Utrecht met J. van M. heeft uitgehaald kom ik in een apart verhaal terug.

Ik herinner me het geval (speelde zich af in Zeist) van een oude vrouw die 200 euro boete kreeg omdat ze een klein plastic zakje met afval naast de betonnen container had gezet. Ik las dat in een ingezonden stuk van haar zoon in de krant en ging het uitzoeken. Bovenop de betonnen container zat de zware ijzeren deksel. Voor kleine en niet zo sterke mensen een hele tour om die deksel op te krijgen. Bovendien was de vrouw kort geleden geopereerd aan borstkanker en had ze maar weinig kracht in haar arm. Dat had ze de gemeente ook geschreven toen ze de  boetebeschikking ontving. Nou, daar had de gemeente niets mee te maken. Regels zijn regels. Voor die mevrouw schreef ik een boze brief aan de gemeenteraad. Ook die vond de bezwaren van mevrouw maar onzin. Pas toen de Zeister Courant er een uitgebreid stuk over schreef ging de gemeente om.

Tientallen voorbeelden kan ik noemen. In al die gevallen zou een normaal mens zeggen: beste gemeente, hebben jullie nu echt niets beters te doen dan ons om zulke pietluttigheden het leven zuur maken? En in al die gevallen kijkt de gemeenteraad of de andere kant op of stellen de raadsleden zich op aan de kant van de ambtelijke dienst: “nee natuurlijk, handhaven moet, want burgers trekken zich steeds minder van de regels aan”.

Interessant is de vraag waar al die handhaving vandaan komt. Ik denk dat het begonnen is toen er een afdeling handhaving & toezicht in het leven werd geroepen. Aanvankelijk werkten daar een, twee of drie mensen. Maar als er een keer zo’n afdeling is, dan groeit dat snel aan. De man of de vrouw die daar de leiding heeft wil namelijk graag promotie maken en om die promotie te kunnen maken moet hij of zij meerdere ondergeschikten aansturen. En die ondergeschikten op hun beurt willen graag aan het werk blijven en dus worden er steeds meer “illegale” situaties opgespoord. De afdeling Juridische Zaken is ook blij, want het bezwaar en beroep dat tegen bestuurlijke boetes en dwangsombeschikking wordt ingesteld brengt ook weer werk op de plank.

De enige manier om het hinderlijke handhaven terug te dringen is dus om het aantal ambtenaren dat daarmee is belast flink uit te dunnen.