Luchtverontreiniging en milieuongelijkheid

Vooral mensen met een laag inkomen hebben te lijden van luchtverontreiniging en hebben daardoor een korter leven. Dat ligt erg voor de hand: mensen die het betalen kunnen, verhuizen naar stadsdelen en gemeenten waar minder luchtverontreiniging is, de mensen die het niet betalen kunnen, blijven achter en zitten met de luchtverontreiniging (en het lawaai) van het groeiende wegverkeer.

Mensen met lage inkomens overlijden gemiddeld 6 à 7 jaar eerder en hebben gemiddeld 16 à 19 jaar minder gezonde levensjaren. Dat staat in “Ongelijkheid in gezondheid, is gezondheidszorg van belang?” van de Inspectie voor de Gezondheidszorg (2009/2011). In “Preventie van welvaartsziekten” van de Raad voor de Volksgezondheid en Zorg wordt het schrikbarende verschil in gezondheid en levensverwachting tussen arm en niet-arm vooral verklaard door een ongezonde leefstijl, die relatief veel voor zou komen bij mensen met een laag inkomen: weinig bewegen, roken, alcoholgebruik en te veel en te vet eten. De Raad pleit uiteraard voor meer zorg, voor leefstijlinterventie en voor het hoge btw-tarief op voedsel, zodat mensen met een laag inkomen minder gaan eten en minder dik worden. Gelukkig zijn er ook andere geluiden.

De universiteiten van Brussel, Gent, Antwerpen, Leuven en Maastricht onderhouden samen met enkele andere instituten *) een steunpunt Milieu en Gezondheid. In de literatuurstudie “Sociale ongelijkheid en humane biomonitoring” (2008) hebben zij de resultaten samengebracht van internationaal onderzoek. De voor de hand liggende verklaring dat mensen met een laag inkomen het meest worden blootgesteld aan emissies (fijnstof, stikstofdioxide en zwaveldioxide) wordt daarin bevestigd. Ook is de beschikbaarheid van groen (parken, bos waar je uit kunt waaien) voor mensen met lage inkomens veel minder. Daarnaast krijgen mensen met een laag inkomen minder goede gezondheidszorg, wonen ze vaker in vochtige woningen (zonder cv) en staan ze meer bloot aan stress. Dat mensen met een laag inkomen er een minder gezonde leefstijl op na houden, is ook het geval, maar blijkt slechts één van de vele factoren.

Algemeen wordt aangenomen dat Belgen en Nederlanders gemiddeld een jaar eerder overlijden door luchtverontreiniging. Doordat er over een gemiddelde wordt gesproken, zou men kunnen denken dat wij allemaal een jaar minder oud worden. Maar dat is niet zo. Mensen met een laag inkomen staan vaker en meer bloot aan luchtverontreiniging (en verkeerslawaai). Door de levensbekorting uit te drukken voor de gemiddelde Nederlander, wordt gemaskeerd dat mensen met een laag inkomen meerdere jaren eerder overlijden door luchtverontreiniging. Kinderen uit lagere sociaal-economische milieus, zo blijkt uit de literatuurstudie, blijken ook vaker last te hebben van astmatische aandoeningen. Dat dat zo is, ligt voor de hand: ze wonen immers vaker in de buurt van drukke wegen, en ze wonen ook vaker in slecht geïsoleerde, vochtige (sociale huur-)woningen zonder cv.

Waarschijnlijk wordt het verschil in gezondheid en levensverwachting veel sterker bepaald door milieufactoren als verkeerslawaai, luchtverontreiniging en slechte woontoestanden dan door leefstijlfactoren. De overheid en de gezondheidszorg zouden zich daarom druk moeten maken over milieuongelijkheid, in plaats van zich te bemoeien met leefstijlen en zich sterk te maken voor een hoog btw-tarief op voeding.