Druk op "Enter" om naar de inhoud te gaan

Niemand kan weer nergens wat aan doen

(Deze column werd eerder gepubliceerd in 030Nieuws)
[1] 

Op 3 maart 2023 bracht bureau Berenschot een rapport uit over een geldverslindende slepende handhavingszaak. Het gaat in die zaak om twee panden in de binnenstad. Een daarvan werd in 2015  door de huidige eigenaar in een slechte staat gekocht om op te knappen. De afdeling Handhaving vond dat er sprake was van een onveilige situatie en eiste van de eigenaar dat hij maatregelen zou nemen.

De eigenaar wilde het pand opknappen, maar niet op de manier waarop hij dat volgens Handhaving zou moeten doen. Hij maakte bezwaar. Dat was het begin van een reeks juridische procedures. Doordat de gemeente telkens niet op tijd besluiten nam op de bezwaren van de eigenaar, ook niet als de rechter de gemeente daartoe dwong, liep het totaal van de dwangsommen (wegens niet tijdig beslissen) die gemeente aan eigenaar moest betalen op tot bijna een miljoen euro. Daarnaast had de gemeente nog eens ruim 5 miljoen uitgegeven aan proceskosten. Zie bovenstaande tabel, waarin de kosten die in de jaren 2018 tm 2021 werden gemaakt, vreemd genoeg, niet worden vermeld.

Het kostenoverzicht is ook om een andere reden niet volledig: de kosten die gemaakt zijn door ambtenaren en wethouders ontbreken grotendeels, want gewerkte uren worden in de gemeente Utrecht niet bijgehouden. De totale kosten overstijgen waarschijnlijk de 10 miljoen.

Berenschot kreeg opdracht uit te zoeken wat er verkeerd was gegaan bij de afdeling Handhaving en bij de afdeling Juridische Zaken die de bezwaren behandelt. In het rapport dat door Berenschot werd opgesteld stond dat het om een hele complexe zaak ging, dat het bij de gemeente aan regie ontbrak maar dat niemand daar wat aan kon doen.

Kennelijk ook het hoofd van de afdeling Handhaving niet, want die werd kort daarop benoemd tot directeur van VTH (Vergunningen, Toezicht en Handhaving). Zo gaat dat bij de gemeente Utrecht en daarom verandert er niets. Zie mijn column “Niemand kan nergens wat aan doen” van 5 april 2023. [2]

We zijn inmiddels bijna 3 jaar verder. De juridische procedures lopen nog steeds. Het eind is niet zicht. Een paar miljoen meer of minder is voor de gemeente geen probleem. Bij de rechtbank gaf de gemeente op 27 november 2025 te kennen niet bereid te zijn mee werken aan een minnelijke oplossing. Volgens de gemeente zou de eigenaar een dwarsligger zijn. Kortom, het eind is inderdaad niet in zicht. Over een paar weken hebben we een nieuwe gemeenteraad. Misschien zou die de kwestie weer op de agenda moeten zetten.

Het rapport Berenschot geeft een uitvoerig chronologisch overzicht van alle procedures en stelt vast dat ambtenaren en afdelingen langs elkaar heen werken en dat wethouders er niet of te laat bij betrokken worden. Dat is ernstig genoeg. Maar wat in het rapport niet besproken wordt is de vraag of er geen concrete fouten zijn gemaakt door betrokken juristen en handhavers. Die blijven buiten schot.

Voor een goed begrip van het Berenschot-rapport het volgende: er werden 20 ambtenaren gehoord, 2 zittende bestuurders en 3 voormalige bestuurders. De eigenaar waartegen gehandhaafd werd, werd niet gehoord. Er was een begeleidingscommissie waar geen onafhankelijke buitenstaanders in zaten, maar wel de concerndirecteur. Als er al iets in het concept van dat rapport stond dat er op kon wijzen dat een of meer leidinggevenden in gebreke waren gebleven, dan heeft die begeleidingscommissie dat er dus uit gecensureerd. Want niemand kan nergens wat aan doen bij de gemeente Utrecht.

Berenschot schrijft dat het om een complexe zaak gaat. Dat zou het voor ambtenaren en leidinggevenden zo moeilijk maken om niet langs elkaar heen te werken. Die complexiteit is echter het resultaat van de wanorde bij de gemeente. De kern van de zaak is namelijk vrij simpel. Het ging en gaat om een keldermuur tussen twee panden en om een achtergevel. Ik ga in deze column eerst in op de achtergevel.

Last onder dwangsom
Op 11 januari 2018 legde de gemeente afdeling Handhaving de eigenaar van het pand in de binnenstad een last onder dwangsom op. Hij moest de achtergevel in originele staat herstellen. Dat moest vóór 15 maart 2018, anders zou hij een dwangsom van 5000 euro kwijt zijn. De originele achtergevel dateerde uit 1883. Volgens de eigenaar zaten er scheuren in, ontbrak een deugdelijke fundering en stond die op instorten.

De eigenaar verwijderde de instabiele achtergevel en wilde de achterkant van zijn pand zo verbouwen dat die aan de huidige eisen voldoet. Om de muur in originele staat te herstellen vond hij een slecht idee, want in de originele staat ontbrak een fundering. Dus maakte de eigenaar bezwaar tegen de last onder dwangsom.

Volgens de opgelegde last onder dwangsom was sprake van een onveilige situatie en was voor het (gedeeltelijk) slopen van de achtergevel een vergunning nodig omdat de achtergevel een dragende functie zou hebben. De eigenaar bestreed dat. De rechtbank gaf de eigenaar op 19 maart 2020 gelijk. Tegen die uitspraak ging de gemeente in hoger beroep.

Op 8 augustus 2021 besliste de Raad van State dat de gemeente in het besluit van 11 januari 2018 noch de onveiligheid noch de dragende functie van de achtergevel had aangetoond. Van de controle waarbij een en ander zou zijn vastgesteld kon de gemeente geen rapport en ook geen foto’s overleggen.

Conclusie 1
Handhaving heeft een fout gemaakt door in januari 2018 een last onder dwangsom op te leggen, nota bene zonder een rapport van bevindingen (de controle). Handhaving en Juridische Zaken hebben ook een fout gemaakt door in beroep te gaan tegen de uitspraak van de rechtbank in maart 2020.

Het gevolg van de fouten was dat de eigenaar 3 jaar en 8 maanden lang niet kon weten of hij de achtergevel nu wel of niet in originele staat moest herstellen. De last onder dwangsom was getekend door het toenmalige hoofd Handhaving J. Kleijwegt. Die is niet op haar rol in de hele zaak afgerekend [3], want inmiddels is ze bevorderd tot directeur van VTH.

Niet verstuurde bouwvergunning

Omdat de eigenaar van het pand in de binnenstad verder wilde met zijn huis en niet wilde wachten tot de Raad van State uitspraak zou doen in de zaak over de last onder dwangsom, vroeg hij op 13 mei 2020 een bouwvergunning aan voor het bouwen van een nieuwe achtergevel die afweek van de originele in 1883 gebouwde achtergevel, alleen al omdat daar een deugdelijke fundering voor moest worden aangebracht die bij de originele achtergevel ontbrak.

Op 15 september 2020 lag de vergunning klaar om verstuurd te worden. Op 17 september, twee dagen later, kreeg de eigenaar echter een brief dat zijn aanvraag buiten behandeling was gelaten. Wat was er in die twee dagen gebeurd in het gemeentehuis? Dat heeft Berenschot niet uitgezocht. De gemeente zou later beweren dat de buren naar aanleiding van de aanvraag bezwaren hadden aangevoerd. In de niet verstuurde en getekende vergunning waren die problemen echter al behandeld en als ongegrond afgedaan.[4]

De eigenaar maakte bezwaar tegen het buiten behandeling laten van zijn aanvraag. De gemeente weigerde dat bezwaar te behandelen want meende dat het buiten behandeling laten van een aanvraag geen voor bezwaar vatbaar besluit was. De eigenaar moest weer in beroep. De rechter wees de zaak door naar de Raad van State. Die stelde de eigenaar op 15 juni 2022 in het gelijk. (ECLI:NL:RVS:2022:1593).  Het bezwaar tegen het buiten behandeling laten van de aanvraag had gewoon behandeld moeten worden.

Sinds het indienen van de aanvraag op 13 mei 2020 waren inmiddels 2 jaar verstreken. De Raad van State droeg de gemeente op het bezwaar alsnog te behandelen. Dat deed de gemeente: het bezwaar tegen het buiten behandeling laten van de aanvraag werd op 8 oktober 2022 afgewezen met het argument dat hij niet belanghebbend was. De rechtbank moest er weer aan te pas komen. Die gaf de eigenaar op 17 augustus 2023 gelijk.

Sinds de indiening van de aanvraag op 13 mei 2020 waren inmiddels ruim 3 jaar verstreken.

Conclusie 2
De opvatting dat je geen bezwaar zou mogen maken tegen het buiten behandeling laten van een aanvraag wijst op een zorgelijk gebrek aan juridische kennis bij de juristen van Handhaving en Juridische Zaken.

Dat gebrek aan juridische kennis blijkt opnieuw wanneer ze beslissen, nadat de Raad van State de gemeente verplicht heeft het bezwaar alsnog te nemen, dat de aanvraag terecht buiten behandeling is gelaten omdat de eigenaar niet belanghebbend zou zijn. Dat was die natuurlijk wel, zoals de rechtbank oordeelde.

De vraag die zich opdringt is: wordt de eigenaar niet gewoon tegengewerkt? Omdat de heren juristen keer op keer op hun bek zijn gegaan bij de rechtbank en de Raad van State? Of om het college en gemeenteraad wijs te maken dat het zijn eigen schuld is dat het met de verbouwing van de achtergevel niet opschiet?

Weigering bouwvergunning
Zoals ik schreef, op 15 september 2020 lag er een bouwvergunning klaar om verstuurd te worden. Getekend en wel. Niettemin kreeg de eigenaar bericht dat zijn aanvraag buiten behandeling zou worden gelaten. Lag het nu niet erg voor de hand om die klaarliggende en getekende bouwvergunning alsnog te verlenen? Nadat de rechtbank en de Raad van State hadden afgerekend met de argumenten om de aanvraag niet in behandeling te nemen? De juristen van de gemeente bedachten wat anders. Of de eigenaar binnen 14 dagen nog even een flink aantal onderzoeken kon aanleveren.

Op 8 september 2023 kreeg de eigenaar het verzoek binnen 14 dagen een ‘quick scan flora en fauna’ aan te leveren, een tekening en berekening van de daglichttoetreding van verblijfsruimten, een plan om onveilige en hinderlijke situaties te beperken tijdens de bouw, detailtekeningen van de aansluiting van de bestaande bebouwing met de nieuwe bebouwing, tekeningen met berekening met betrekking tot de constructie inclusief geotechnische informatie, gegevens over de bestaande erfdienstbaarheden.

Kortom een onmogelijke opgave, want waar haal je zo snel adviesbureaus vandaan om dat even gauw voor je te doen?  En was al deze informatie uberhaupt wel zo noodzakelijk  voor de aanvraag van 13 mei 2020? De aanvraag voldeed toch al aan de indieningsvereisten, want hoe anders had er op 15 september 2020 een getekende vergunning klaar kunnen liggen voor verzending?

Omdat de eigenaar er niet in slaagde alle gevraagde onderzoek binnen 14 dagen aan te leveren, beslist Handhaving om de aanvraag opnieuw buiten behandeling te stellen.

Terzijde: In antwoord op schriftelijke raadsvragen 2024, nummer 111 schrijven de ambtenaren: “De eigenaar (…) is in de gelegenheid gesteld om de gegevens aan te vullen (…) maar heeft hierop niet gereageerd” Er wordt niet bij verteld dat hij maar 14 dagen de tijd kreeg en dat het niet om wat “gegevens” ging, maar om een hele lijst onderzoeken. En er wordt ook niet bij verteld dat de eigenaar daar tegen protesteerde. Eerlijk voorlichting aan de gemeenteraad is anders.

Conclusie 3
De juristen van VTH waren kennelijk vastbesloten om de eigenaar geen vergunning te verlenen voor het bouwen van een nieuwe achtergevel. Eerst de aanvraag buiten behandeling laten, dan beweren dat hij geen belanghebbende was en als ze dan door de rechter gedwongen worden om op de bouwaanvraag te beslissen, niet de vergunning sturen die 15 september 2020 getekend en wel klaar lag maar de eigenaar opzadelen met de onmogelijke opgave om binnen 14 dagen een groot aantal onderzoeken aan te leveren.

Wat wilden de juristen van de gemeente met hun tegenwerking bereiken? Dat laat zich raden. De eigenaar mocht er hoe dan ook niet in slagen na alle juridische procedures gelijk te krijgen. Dat zou immers betekenen dat Handhaving en Juridische Zaken grote fouten hadden gemaakt en kan niet. Ambtenaren en leidinggevenden van ambtenaren maken geen fouten. Althans niet in Utrecht.

De schuld van de slepende procedures moest dus bij de eigenaar worden gelegd die zoveel bezwaren had gemaakt dat een complexe onwerkbare situatie voor Handhaving en Juridische Zaken ontstond.

Volgende column
Na het weer buiten behandeling stellen van de vergunningsaanvraag besloot Handhaving dat de gemeente de achtergevel zou laten herstellen, op kosten van de eigenaar. Daarover gaat de volgende column.

[1] https://utrecht.bestuurlijkeinformatie.nl/Reports/Item/dbcca9e3-ae6f-4426-a5d6-e2606770ce2a

[2] https://www.keesvanoosten.nl/niemand-kan-nergens-wat-aan-doen/

[3] Zie BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE RAADSVRAGEN2022, nummers140 en 144. Datum 9 september 2022

[4] Die zat in een dossier dat naderhand in een andere procedure naar de rechtbank gestuurd werd.

Reacties zijn gesloten.