Repressieve tolerantie

22 juni 2008

Het beledigen van de overheid als morele plicht

In 1965 publiceerde Herbert Marcuse zijn befaamde opstel over repressieve tolerantie. Dat is het soort 'verdraagzaamheid' waarmee de moderne overheid en de hedendaagse politiek elke vorm van kritiek van burgers smoren.

Iedereen mag zeggen wat hij wil, mag brieven schrijven aan de wethouder en aan de gemeenteraad, maar er gebeurt niets mee. Onder de brievenbus achter de voordeur van het stadhuis staat bij wijze van spreken een grote shredder en elke brief die door de burger aan de gemeente wordt geschreven, verdwijnt automatisch in die shredder. Het recht van elke burger om zich tot de politiek en het gemeentebestuur te wenden, is op die manier verzekerd. Vroeg of laat schrijft de burger geen brieven meer en dat is ook precies de bedoeling.

Wessel Koopman schrijft een lange kritische brief aan de PvdA-fractie over de sloop van sociale huurwoningen en hij krijgt een kort antwoord van Klaas Gravensteijn: "Dank voor je uitgebreide analyse. Ik deel 'm niet." Ik stuur een uitvoerige berekening aan de gemeenteraad en het college waaruit blijkt dat de gemeente ca 1 miljard euro aan de Jaarbeurs heeft weggegeven in de vorm van symbolische erfpacht. Na een jaar krijg ik een kort briefje van het college: "Excuus voor de late beantwoording, wij delen uw standpunt niet." Gerard Cats schrijft de wethouder en de gemeenteraad dat er in Utrecht een kleine vierhonderd mensen een paar jaar te vroeg sterven door het inademen van fijnstof. Er komt geen reactie en geen van de raadsleden doet er iets mee. Maar we hebben allemaal ons zegje kunnen doen.

Bij repressieve tolerantie horen ook inspraak- en klachtprocedures. Wij hebben het recht om zienswijzen in te dienen en bezwaar te maken, en er is een ombudsman waar je kunt klagen over de gemeente. Alleen leidt het allemaal tot niets. Als de gemeente zich heeft voorgenomen een groot gebouw neer te zetten, bomen om te hakken of een verkeersplein te reconstrueren, dan kun je als burger wel met alternatieven komen en met kritiek, maar daar trekt de gemeente zich als regel niets van aan. En als je over een ambtenaar klaagt bij de wet­houder of de burgemeester, krijg je steevast te horen dat het college geen reden ziet om aan de inzet en de competentie van de desbetreffende ambtenaar te twijfelen.

Dat wij brieven mogen schrijven en ons zegje mogen doen en dat er fraaie inspraak- en klachtprocedures zijn, heeft maar één doel. Het verschaft het gemeentebestuur het argument: "Nu hebben jullie allemaal je inbreng gehad en de voorgeschreven procedures zijn in acht genomen, dus moet je je neerleggen bij het democratisch genomen besluit." Repressieve tolerantie is een slimme manier om als overheid je zin door te drukken: "Jullie mogen uitpraten, maar daarna doe je wat ik zeg." En wie dat niet doet, gedraagt zich dus ondemocratisch. En tegen burgers die dan boos worden, zegt de gemeente: "Wij reageren niet op normoverschrijdende brieven," alsof de gemeente en de politiek op beleefde en redelijke brieven wél reageren.

Een aardige illustratie van repressieve tolerantie biedt Rene Verhulst in zijn column in www.allesoverutrecht.nl, waarin hij als ervaren regent (ex-wethouder) betoogt "Met deze juridische actie maakt men hem in dit geval groter dan hij is". Doodzwijgen van critici is voor gezagdragers doorgaans verreweg de veiligste weg.

Repressieve tolerantie is een effectieve manier om burgers de mond te snoeren. De meeste burgers keren zich gewoon van de politiek af en denken: "Zoeken jullie het dan verder zelf uit, waar zal ik me verder druk over maken." En dat is precies wat de politiek en het gemeentebestuur beogen. Dan kunnen er 9600 sociale huurwoningen worden gesloopt, dan kunnen er extra wegen en parkeergarages worden aangelegd, dan kan de gemeente geldverslindende prestigeprojecten realiseren en duizenden bomen kappen en dan hoeft er niets aan de luchtverontreiniging te worden gedaan.

Wat nu als je het als burger daar niet bij wilt laten zitten? Als de gemeente zich niet aan bestemmingsplannen houdt, zich niets van rechterlijke uitspraken aantrekt, stiekem bomen kapt en illegaal wegen aanlegt en liegt over de luchtkwaliteit, en als de gemeenteraad daar dan niets tegen doet en als je brieven en mailtjes daarover niet eens beantwoord worden door raadsleden die beweren dat ze ons vertegenwoordigen? Dan wordt het je dus als burger onmogelijk gemaakt om vriendelijk en beleefd te blijven. Dan moét je wel op de man gaan spelen. Daar moeten raadsleden, wethouders en ambtenaren niet zielig over doen, daar maken ze het zelf naar. De bewoners van de Van Noortstraat vragen al 15 jaar om verkeersremmende maatregelen, maar wethouder Tymon de Weger weigert doodleuk een besluit te nemen en de gemeenteraad doet daar helemaal niets tegen.

Wat natuurlijk de deur dicht doet, is het onderzoek naar de gevolgen voor de luchtkwaliteit van het aanleggen van de fly-over over het 24 Oktoberplein, waarbij de gemeente er in haar berekening van uitgaat dat er geen levend wezen woont langs de Kinglaan, de Weg der VN en de Beneluxlaan. De wegen waar dus extra luchtverontreiniging te verwachten valt. Daar wonen ruim 2000 mensen, merendeels ouderen, die relatief kwetsbaar zijn en dus de moord kunnen stikken. De verantwoordelijke wethouder De Weger, godbetert van de ChristenUnie, zit daar kennelijk niet mee. En geen raadslid dat er ook maar vragen over stelt. Ook niet van GroenLinks. Als actievoerder kom je dan in een moreel dilemma terecht. Als ik mij netjes aan de etiquette houd en beschaafde brieven blijf schrijven die allemaal in de shredder van de gemeente verdwijnen, gaan er gewoon mensen dood. Als het enige middel dat mij dan nog rest om dat te voorkomen, is om De Weger en zijn ambtenaren te kwetsen en te beledigen, dan is het mijn morele plicht om dat te doen.