Wolfsen en goed werkgeverschap
Hoe burgemeester Wolfsen het gemeentebestuur van een lastige raadsman probeert te verlossen.
Terwijl drie medewerkers van de gemeente Utrecht op persoonlijke titel naar de rechter stappen omdat ze door Van Oosten beledigd zijn, stemt de gemeenteraad over de vraag of de dwangsom wel of niet geïnd moet worden. Iedereen voelt op zijn klompen aan dat hier een dubieus spel gespeeld wordt. Immers, de zaak werd aangespannen door drie individuele medewerkers en niet door de gemeente. Waar bemoeit de gemeente zich dan mee? En waarom betaalt de gemeente de advocatenkosten voor die drie medewerkers?
Verschillende politieke partijen hebben de voor de hand liggende vraag gesteld: als burgemeester Wolfsen vindt dat het college voor de drie medewerkers moet opkomen, waarom is de gemeente dan niet zelf naar de rechter gestapt en waarom laat het college de drie medewerkers zelf de kastanjes uit het vuur halen?
Het antwoord blijkt uit de brief die het college op 6 november 2008 aan de gemeenteraad gestuurd heeft. Daarin staat te lezen dat het college heeft "bepaald" dat "Het voor de gemeente en de betrokken medewerkers te behalen resultaat kon naar inschatting het beste worden bereikt als de medewerkers zelf de juridische strijd aan zouden gaan". Wolfsen windt er dus geen doekjes om: de beslissing om stappen tegen Van Oosten te ondernemen, is op het stadhuis genomen. Wolfsen heeft de drie individuele medewerkers in de strijd geworpen. En, zoals zal blijken, niet omdat hem het belang van die medewerkers ter harte gaat.
Wat er achter deze strategie zit, is voor iedereen duidelijk die zich wel eens verdiept in grondrechten. Het recht op vrije meningsuiting is een grondrecht. Dat grondrecht is onder meer geregeld in de Grondwet en in art. 10 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM). Zoals alle Europese landen is ook Nederland aan het EVRM gebonden. Die grondrechten zijn er primair om de privacy en de vrijheid van de burger te beschermen tegen de overheid. Niet andersom.
Als Wolfsen naar de rechter was gelopen met de klacht dat Van Oosten de gemeente Utrecht beledigt, dan zou hij geen zaak hebben gehad. De Grondwet en het EVRM beschermen immers het recht van burger Van Oosten om kritiek te uiten op de overheid en haar overheidsdienaren. Dus wat doet ex-rechter Wolfsen? Hij haalt die drie medewerkers over om op persoonlijke titel naar de rechter te stappen. De gemeente betaalt de advocatenkosten. Of je als burger de overheid beledigt of een andere burger beledigt, dat maakt een heel groot verschil, zo weet Wolfsen.
De jurisprudentie maakt geen verschil tussen het kritiseren en beledigen van politici en invloedrijke ambtenaren. "Civil servants acting in official capacity [are], like politicians, subject to wider limits of acceptable criticism than private individuals" (EHRM 29-3-2001, Thoma vs. Luxemburg). Anders dan Wolfsen beweert, is het beslist niet verboden of onfatsoenlijk om ambtenaren flink te kritiseren. Volgens de jurisprudentie moeten ambtenaren ook tegen een stootje kunnen. Vooral als het gaat om invloedrijke ambtenaren. Terecht natuurlijk, want die hebben in de praktijk heel wat meer te vertellen dan de wethouder of de burgemeester.
Terwijl Van Oosten de gemeente, wethouder De Weger, de gemeenteraad en die drie invloedrijke medewerkers in één adem voor iets lelijks uitmaakt, bepaalt het college dus dat de gang naar de rechter de meeste kans van slagen heeft als niet de gemeente namens de wethouder, de gemeenteraad en de drie overheidsdienaren naar de rechter stapt, maar als die drie private individuals dat doen, die heel toevallig bij de gemeente Utrecht werken. Zo doe je dat dus als je een lastige en kritische burger de mond wilt snoeren.
Maar ging het Wolfsen er dan niet om dat hij als goed werkgever de drie medewerkers wilde steunen? Welnee! Hij heeft ze als private individuals gebruikt voor een hoger doel: de gemeente te verlossen van een lastige raadsman. De volgende stap is namelijk dat hij Van Oosten gaat proberen te weigeren als belangenbehartiger. Dan kunnen ze bij Stadsontwikkeling en bij het POS opgelucht ademhalen.