De opkomst van het nationale socialisme van de PvdA
De autochtone burger die denkt dat alleen allochtonen de gevolgen zullen ondervinden van de opleving van het nationalisme, en sociaal-democraten als Maarten van Rossem, die uit traditie achter de PvdA blijven staan, zullen zich vroeg of laat realiseren dat ook zij in een politiestaat leven en zich terecht het verwijt maken dat zij niet tijdig afstand hebben genomen van de PvdA.
Er is voor een beschaafde partij maar één manier om verstandig te reageren op populisme en nationalisme, en dat is om het principieel en vierkant te bestrijden. Zodra je er, zoals de PvdA, op een 'beschaafde' manier aan mee gaat doen, raakt de geest uit de fles. In dit essay wordt betoogd dat de Integratienota Verdeeld verleden, gedeelde toekomst de verwildering van de PvdA markeert, zoals die ook blijkt uit de immigratie-opvattingen van de PvdA-staatssecretarissen Albayrak en Van der Laan, die zich niet onderscheiden van die van Verdonk. Het democratische socialisme van de PvdA heeft plaatsgemaakt voor het nationale socialisme van Wouter Bos. De verklaring daarvoor moet gezocht worden in de aflossing van de macht die in de loop van tientallen jaren in de PvdA heeft plaatsgevonden. De PvdA is, zoals Arnold Heertje betoogde, een partij geworden van beheerders. Als gevolg daarvan heeft de huidige PvdA het sociaal-democratische gedachtegoed vervangen door een ideologie die de rechtvaardiging vormt voor een krachtige, met het bedrijfsleven verstrengelde overheid, die de nationale identificatie propageert als een deugd. Het nationale socialisme van de PvdA, dat zich de 'talking points' van populisten als Wilders eigen heeft gemaakt, leidt tot een tweedeling in de samenleving en tot een crisis van de rechtsstaat.
Op 23 november schreef Maarten van Rossem mij een vriendelijke maar besliste mail, waarin hij liet weten niet met mij in discussie te gaan over de PvdA, omdat hij zich niet met de gemeentepolitiek wil bemoeien. Zijn lijstduwerschap ziet hij als een steun in de rug van de PvdA in de ruimste zin. Op 24 november schreef ik hem terug: "Ik heb er uiteraard begrip voor dat u niet over de gemeentepolitiek wilt discussiëren. Dat is inderdaad een terrein apart. Maar wij zouden het wel kunnen hebben over de Integratienota van de PvdA Verdeeld verleden, gedeelde toekomst. Daar druipt een griezelig nationalisme van af. In de conceptversie stond nog dat we allemaal trots moesten zijn op ons gemeenschappelijk Nederlanderschap. Nieuwkomers zouden met onze vaderlandse geschiedenis vertrouwd moeten worden gemaakt om een Nederlandse nationaliteit te kunnen ontwikkelen. De PvdA-nota staat lijnrecht tegenover de relativerende WRR-studie Nationale identiteit en meervoudig verleden van uw collega's Maria Gevers en Kees Ribbens. Ik geef toe: andere partijen zijn geen haar beter, maar juist van de PvdA verwacht ik zo'n bekrompen nationalisme niet. Als zelfs de PvdA daaraan meedoet, begrijpen steeds minder mensen waarom ze niet op Wilders mogen stemmen."
In antwoord op mijn mail van 24 november liet Van Rossem weten dat hij de Integratienota van de PvdA niet kende, maar dat hij het "zo te horen" waarschijnlijk met mij en de WRR eens was, en niet met de PvdA. Dat Van Rossem zich niettemin beschikbaar stelt om lijstduwer te zijn van de PvdA roept de vraag op of op iemand die sociaal-democraat is en bekend staat als een kritische intellectueel niet de plicht rust zich openlijk van de PvdA af te keren. Het integratievraagstuk behoort tot de meest centrale thema's in de landelijke politiek en het onderscheid tussen de opstelling van de PvdA en die van de PVV is verontrustend klein.
De verwildering van de PvdA
Volgens de Integratienota van de PvdA is de oplossing voor "het mislukken van de integratie" dat we minder tolerant moeten zijn en dat er een effectief veiligheidsbeleid moet komen. Allochtonen moeten onze taal beter leren spreken, ze moeten beter gespreid worden, zodat er geen parallelle gemeenschappen ontstaan, er moet iets gedaan aan de 'knechtende' invloed van hun religie, ze moeten handen leren schudden, de normen en waarden en de geschiedenis van ons land leren, ze hebben opvoedingsondersteuning nodig en de extra begeleiding moet al bij baby's en peuters beginnen. Voorschoolse educatie moet desnoods verplicht worden gesteld. Er moet meer sport en cultuur komen op school, zodat jongeren meer tijd op school doorbrengen (en minder in hun verderfelijke allochtone thuismilieu). En mensen moeten werken, want werken emancipeert. Wijken horen een 'gezond en gemêleerd' aanbod van koop- en (sociale) huurwoningen te hebben, zodat er niet te veel allochtonen bij elkaar wonen. Het staat allemaal in de Integratienota van de PvdA, die onmiskenbaar opschuift in de richting van de PVV.
Oordeel zelf: "De PvdA steunt van harte de invoering van de feestelijke Naturalisatie-ceremonie. Loyaliteit veronderstelt een positieve keuze voor Nederland." "Dit is ons land. En samen zijn wij dit land." "De voortdurende instroom van nieuwe buurtbewoners vergt veel van bewoners en van de school, de huisarts en de wijkagent." "Nederland verandert, niet iedereen voelt zich daarbij betrokken. Sommige mensen ervaren de verandering als opgedrongen - en dat is een akelig gevoel als het gaat over het land waar je geboren en getogen bent, en dat jij, je ouders en hun ouders daarvoor hebben opgebouwd." De woordkeus is soft en versluierend, maar inhoudelijk zou die hele tekst zo in het verkiezingsprogramma van de PVV kunnen staan. Hij komt echter uit de Integratienota van de PvdA.
Van der Laan en Albayrak erger dan Verdonk
Wat het asiel- en immigratiebeleid betreft, bestaat er op hoofdpunten nauwelijks verschil tussen de PvdA en de PVV. Van der Laan staat, zoals hij liet weten, geheel achter de regelgeving die door Verdonk is ingevoerd: "De wetten van Verdonk zijn goed, maar onder de huidige omstandigheden niet toereikend." Voorzover Van der Laan kritiek heeft op de wetten van Verdonk, is dat dus dat die niet ver genoeg gaan in het terugdringen van de immigratie. Human Right Watch beschuldigt Nederland van schending van het EVRM en ziet de inburgeringstoets als middel om immigratie uit Marokko en Turkije te beperken en hereniging van allochtone gezinnen zo veel mogelijk te voorkomen. Zoals bekend, hoeven vestigers uit de VS, Australië, Japan, de EU en de EVA de inburgeringstoets niet af te leggen. Albayrak heeft aangekondigd met voorstellen te komen om het neef-nichthuwelijk te verbieden, hoewel ook dat in strijd is met het EVRM en medisch gezien volstrekt disproportioneel. Ze wil de minimumleeftijd van importpartners, nu 21, op 24 jaar brengen. Verder wil Albayrak hogere opleidingseisen stellen aan immigranten. "Ik heb er namelijk alle belang bij om mensen die een bijdrage leveren aan de economische ontwikkeling van Nederland te blijven toelaten via het moderne migratiebeleid." (Tweede Kamer 2009–2010, 19 637, nr. 1311 blz. 38) Dus als Nederland er beter van wordt, zijn immigranten bij Albayrak welkom. Anders niet. En de categorale bescherming van asielzoekers moet volgens Albayrak weer worden afgeschaft (Trouw, 3 september 2008). Allemaal met maar één doel: het beperken van immigratie. Die gaat volgens Van der Laan onze spankracht te boven. Robert van de Griend in Vrij Nederland van 16 juni 2009: "Het kabinet moet volgens de minister op zoek naar een beter slot op de deur." Dat is precies wat Wilders ook betoogt. Bij de PvdA gaat het, net als bij Wilders, alleen om de belangen van het rijke Nederland en niet om de mensen die elders in armoede leven.
Nederland aso-land, alleen Denemarken is erger
Dat van die categorale bescherming leg ik even uit, anders is het misschien niet duidelijk wat daar zo schandelijk aan is. Zonder die categorale bescherming moet de asielzoeker aannemelijk maken dat hij hoogstpersoonlijk wordt bedreigd. Als hij niet kan bewijzen dat die ene kogel destijds voor hem persoonlijk was bedoeld (Robert van de Griend in Vrij Nederland van 9 juni 2009), dan wordt zijn asielaanvraag afgewezen. Behoren tot een bedreigde bevolkingscategorie, waarvan bij etnische en stammenconflicten sprake is, is dus niet voldoende. Sinds Nederland door het EHRM in het ongelijk werd gesteld (Salah Skeekh, EHRM, 11-1-2007), kunnen vluchtelingen zich erop beroepen tot een bedreigde bevolkingscategorie te behoren. Daar wil Albayrak weer een eind aan maken. Er is dus niets veranderd, sinds de Nederlandse regering joden die in 1939 uit Duitsland vluchtten terugstuurde, want ook toen kon meneer Polak niet aantonen dat hij hoogstpersoonlijk door de nazi's werd bedreigd. Albayrak ging overigens in beroep tegen de uitspraak van het EHRM. Dat beroep werd uiteraard afgewezen. Wat vreemdelingenbeleid betreft, is Nederland in de EU aso-land nummer 2. Alleen Denemarken is erger. Daar geldt een wachttijd van 10 jaar voor gezinshereniging. Die kant gaat het in Nederland ook uit met PvdA-bewindslieden als Van der Laan en Albayrak.
De opkomst van het nationale socialisme van de PvdA
De conclusie moet dus zijn dat de PvdA niet meer de beschaafde partij is die de steun verdient van kritische intellectuelen als Maarten van Rossem. De huidige PvdA is namelijk niet meer de PvdA van Den Uyl, Pronk, Mansholt en het beginselprogramma van 1978. Wie herkent de huidige PvdA in het stoere beginselprogramma van 1978?
"Niet alleen in hun eigen land streven demokratisch-socialisten een rechtvaardige samenleving na. Het socialisme is vanouds een internationale beweging, ook in die zin dat het zich een verandering van de maatschappelijke verhoudingen op wereldschaal ten doel stelt. Deed het dat niet, dan zouden de socialistische belangen immers gemakkelijk verworden tot een soort zelfbescherming van de rijke landen in het Westen." (PvdA beginselprogramma 1978)
De huidige PvdA legt een afkeer aan de dag van allochtonen, asielzoekers en vreemdelingen. Met name als die uit islamitische landen komen. Ook wat de huidige PvdA betreft moeten we trots zijn op Nederland. "Ik ben hartstikke trots op Nederland," aldus Wouter Bos. "Iedereen die lang in het buitenland is geweest, is bij thuiskomst trots op wat hij hier aantreft," aldus Staf Depla. Ronald Plasterk liet zich al eerder kennen als een beschaafd nationalist. De PvdA vist dus in hetzelfde populistische water als Wilders en Verdonk. "We moeten populistischer worden en minder academisch." Bos propageert een "beschaafde vorm van nationalisme, van nationale trots". Dat had de socialistische voorman Wiardi Beckman in 1935 ook betoogd, voert Hans Wansink op 31 januari 2009 in de Volkskrant begripvol aan, maar hij verliest uit het oog dat dat was vóór WOII. Sindsdien hebben PvdA-leiders dit soort akelige dingen niet meer gezegd.
"Een spook waart door Europa, het spook van het populisme," aldus Maarten van Rossem in http://www.maartenonline.nl/index.html. Dat spook waart dus ook rond in de PvdA. "Ik ben al jaren van mening dat de politieke elite er niet verstandig aan doet de talking points van de populisten over te nemen," schreef Van Rossem mij op 24 november 2009.
Wat is er met de PvdA gebeurd? De standpunten van de PvdA van pakweg dertig jaar geleden, zoals neergelegd in het beginselprogramma 1978, hebben plaatsgemaakt voor standpunten die conservatief en rechts zijn vergeleken met het Liberaal Manifest 1980 van de VVD. Wat de VVD in 1980 schreef zou voor de huidige PvdA te gedurfd en te progressief zijn.
"Onze samenleving zal zich open moeten stellen voor de zeden en gebruiken van buitenlanders. Voldoende voorlichting aan Nederlanders over de culturele en godsdienstige achtergronden van de hier verblijvende buitenlanders is daartoe geboden. Eenzelfde voorlichting over ons land aan de buitenlanders is echter evenzeer geboden. Het beleid dient uit te gaan van wederzijdse verdraagzaamheid en gelijkwaardigheid. Negatieve discriminatie moet worden vermeden. Degenen die tot culturele en etnische minderheden behoren zijn in onze pluriforme samenleving volwaardige burgers met gelijke rechten en plichten. Zij dienen dan ook op alle terreinen als zodanig te worden beschouwd en behandeld." (Liberaal Manifest 1980)
PvdA als partij van de beheerders
De ontwikkeling van de PvdA in de richting van een partij die een nationaal socialisme voorstaat, moet worden verklaard door de 'mars door de instituties' en de aflossing van de macht die in de loop van tientallen jaren in de PvdA heeft plaatsgevonden. "Tenslotte speelt een rol dat onze mars door de instituties bijna te goed is gelukt. In het openbaar bestuur maar ook in tal van publieke en semipublieke instellingen barst het van de PvdA-ers," aldus Wouter Bos in de Volkskrant van 14 april 2007. Arnold Heertje schetst de nadelen daarvan: "De sociaal-democratie wordt thans niet meer vertegenwoordigd door de PvdA. De beweging is niet langer een partij van en voor de arbeiders en evenmin voor de zwakken in de samenleving. De PvdA is verworden tot een partij van en voor beheerders: de Partij van de Beheerders. De beheerders maken in Nederland de dienst uit. Zij zijn de risicomijdende managers van woningcorporaties, energiebedrijven, zorginstellingen, en van het hoger beroepsonderwijs. Ze opereren vooral in de semipublieke sector en vallen op door hun salarissen, bonussen en gouden handdrukken (...) De klasse van beheerders is de vrucht van de mars door de instituties, die in de jaren zeventig is begonnen. De meeste beheerders zijn lid of sympathisant van de PvdA." Aldus Arnold Heertje in Vertrapten door de bureaucratie verenigt u in de Volkskrant van 24 november 2006.
Dat het, zoals Wouter Bos zegt, in het openbaar bestuur en in tal van publieke en semipublieke instellingen barst van de PvdA-ers valt overigens maar zeer ten dele te verklaren door de 'mars door de instituties'. Bos suggereert dat posities in het openbaar bestuur en in (semi)publieke instellingen in handen van PvdA-ers zijn gekomen doordat de PvdA sinds haar oprichting na WOII in de macht is gaan delen. Behalve van een mars door reeds bestaande instituties is er echter ook sprake van een explosieve groei van publieke en semipublieke instituties en het is juist de na-oorlogse groei van (semi)publieke instituties, die met name door de PvdA werd gepropageerd en bewerkstelligd (zie bijvoorbeeld Om de kwaliteit van het bestaan (1963) van Den Uyl) die een nieuwe klasse heeft voortgebracht, waarvan die van de Beheerders van Heertje nog maar het topje van de ijsberg is. De stagnerende verzorgingsstaat (1978, blz. 28) berekende J.A.A. van Doorn dat in 1966 voor maatschappelijke dienstverlening 41 miljoen gulden op de begroting stond en dat dat tien jaar later 948 miljoen gulden was. Een vergelijkbare ontwikkeling heeft plaatsgevonden in onderwijs, in de medische zorg, in de geestelijke gezondheidszorg en in de sector van het wetenschappelijk onderzoeks- en advieswerk. Dat betekent dat er omvangrijke beroepsgroepen en instituties zijn ontstaan die belang hebben bij een samenleving die tot in de kleinste details wordt gepland en gereguleerd en waarin burgers het voorwerp zijn van allesomvattende zorg. Instituties hebben de neiging een eigen leven te gaan leiden, d.w.z. zich te ontwikkelen in overeenstemming met het eigenbelang van de professionals die er deel van uitmaken in plaats van met het algemeen belang en het belang van de burger, met het oog waarop de institutie aanvankelijk in het leven werd geroepen. Dat de PvdA populair is bij werkers in de (semi)publieke sector ligt voor de hand: de verzorgingsstaat en de wetenschappelijk geplande samenleving zijn altijd de idealen van de PvdA geweest en wie zich om wat voor reden dan ook tot die idealen aangetrokken voelt, sluit zich bij de PvdA aan. In het partijkader hebben de professionals werkzaam in de (semi)publieke instellingen en bij de overheid daardoor de gewone man volledig verdrongen.
Aflossing van de macht: andere politieke prioriteiten
De constatering van Wouter Bos dat het in tal van publieke en semipublieke instellingen barst van de PvdA-ers spoort met het betoog van Arnold Heertje. Heertje moet met zijn 'partij van de beheerders' gedacht hebben aan de 'nieuwe klasse' van Bakoenin: "Een staat, georganiseerd en bestuurd door socialistische geleerden is van alle despotische regeringsvormen de ergste." Een partij die al tientallen jaren een sterke machtspositie heeft, daar komen op macht beluste lieden op af die het actief zijn in de PvdA zien als een middel om carrière te maken of opdrachten binnen te halen. In het actieve kader van de PvdA zijn daardoor de idealisten en de gewone mensen grotendeels verdrongen door ambitieuze intellectuelen die werkzaam zijn in publieke en semipublieke instellingen en bij adviesbureaus en andere bedrijven die in hoge mate van overheidsopdrachten afhankelijk zijn. Het spreekt vanzelf dat de aflossing van de macht die daardoor binnen de PvdA heeft plaatsgevonden, geleid heeft tot totaal andere politieke prioriteiten en opvattingen. Voor internationale solidariteit, de multiculturele samenleving en een humaan vreemdelingenbeleid krijg je in de PvdA de handen niet meer op elkaar. Wél voor trots op Nederland en een beschaafd nationalisme.
Rechtvaardige samenleving wijkt voor economische ontwikkeling
Het tot stand brengen van een rechtvaardige samenleving heeft voor de huidige PvdA geen prioriteit. De PvdA in Utrecht is vóór de Belle van Zuylen, de kantoortoren van 262 meter hoog, vóór het prestigieuze en geldverslindende Muziekpaleis van 132 miljoen (waarvan de toegangskaartjes voor Jan Modaal niet te betalen zijn), vóór een groot nieuw stadskantoor, vóór een nieuw Holland Casino, de verdubbeling van Hoog Catharijne en voor de massale sloop van 9600 bouwkundig goede sociale huurwoningen en het voor tweederde vervangen daarvan door koopwoningen. De huidige PvdA is niet de partij voor de zwakken in de samenleving, maar van de Jaarbeurs, Hoog Catharijne, projectontwikkelaars als Burgfonds en Proper-Stok, van woningcorporaties als Mitros en de partij van de steeds verder uitdijende publieke en semipublieke sector. Ondertussen is de PvdA wél voor bezuinigingen op thuiszorg en verhoging van de pensioengerechtigde leeftijd naar 67 jaar. Het geld voor al die prestigeprojecten en voor de (semi)publieke sector met zijn goed betaalde beheerders moet ergens vandaan komen.
Nationale identiteit en trots als ideologie
Wat heeft dit alles nu te maken met ontwikkeling van de PvdA in de richting van een nationale socialistische beweging? Een oppervlakkige verklaring voor de nationale trots waardoor de PvdA opeens bevangen lijkt te zijn, is de vrees die leeft voor de aantrekkingskracht van Wilders. De Integratienota Verdeeld verleden, gedeelde toekomst lijkt geschreven te zijn om het stemmenverlies aan Wilders zo veel mogelijk te beperken. Als het volk nationalisme wil, zo lijkt de redenering, dan moeten we daar maar een beetje aan toegeven. Een beschaafd nationalisme is immers te verkiezen boven het nationalisme van Wilders. En dus staat in de PvdA-Integratienota begripvol: "Nederland verandert, niet iedereen voelt zich daarbij betrokken. Sommige mensen ervaren de verandering als opgedrongen - en dat is een akelig gevoel als het gaat over het land waar je geboren en getogen bent, en dat jij, je ouders en hun ouders daarvoor hebben opgebouwd."
Er wordt vaak de suggestie gewekt dat nationalistische gevoelens, de roep om het behoud van de nationale identiteit en de afkeer van vreemdelingen eigen zijn aan het gewone volk en dat de politieke elite gedwongen is daar enigszins in mee te gaan om het contact met het gewone volk niet te verliezen. Die suggestie is onjuist. Gevoelens van nationale trots lijken veel eerder het resultaat te zijn van onderwijs en propaganda. De WRR verwijst in Nationale identiteit en meervoudig verleden (blz. 25) met instemming naar de historicus Hobsbawn (The invention of tradition), die betoogt dat naties en nationalisme verschijnselen zijn die van bovenaf worden geconstrueerd. Nationalisme bevordert saamhorigheid, eendracht en burgerzin naar binnen en afkeer, competitie en agressie naar buiten, aldus de WRR (blz. 26). Aan de opkomst van het nationalisme ging de vorming van nationale staten in de 19e eeuw vooraf. De massa moest opgevoed worden tot brave burgers die zich in dienst wilden stellen van de natie en bereid waren te sterven voor het vaderland. Daartoe werd een nationale identiteit gecreëerd, waarbij het onderwijs, de invoering van militaire dienstplicht en de introductie van nationale tradities een belangrijke rol speelden (blz. 36). De WRR-studie staat uitvoerig stil bij de samenbindende functie van de vaderlandse geschiedenis, waarin een gemeenschappelijk verleden wordt gepresenteerd, zodat het lijkt alsof wij altijd al één volk zijn geweest, met een vader des vaderlands en nationale helden, op wie wij samen trots kunnen zijn.
"Natiestaten verschaffen hun burgers niet alleen officiële en heroïsche interpretaties van het verleden, ze controleren ook het gebruik van die verhalen en bewaken in wisselende mate de toegang tot alternatieve versies. Bij de creatie van een nationale geschiedenis speelt 'het vergeten' van excessen, agressie, exploitatie, nederlagen en trauma's een belangrijke rol. Met enig cynisme zou gesteld kunnen worden: als je trots wilt zijn op de geschiedenis van je eigen land, moet je er vooral niet teveel van weten." (blz. 28)
Welbeschouwd wordt het bevorderen van nationaal gevoel gebruikt om het volk te bewegen zich voor de belangen van de politieke elite in te spannen, belastingen op te brengen, bezuinigingen te accepteren en zich als een gehoorzame burger te gedragen. Naar de woorden van Kennedy: "Don't ask what your country can do for you, but what you can do for your country." Ter wille van het herstel van de nationale economie worden werknemers opgeroepen akkoord te gaan met loonmatiging, wordt er op de thuiszorg bezuinigd en wordt de pensioengerechtigde leeftijd verhoogd. En dat terwijl de elite zich verrijkt. Het pleidooi voor een nationale identiteit en een trots nationaal bewustzijn is de ideologie waarmee het volk voor het karretje van de politieke elite wordt gespannen.
Onredelijk verlangen naar identiteit en saamhorigheid
Auteurs als Bas Heijne hebben wel enig begrip voor de roep om nationale identiteit. Hij verklaart het uit een lang door links miskend verlangen naar identiteit, het ergens bij willen horen. In zijn essay Onredelijkheid schrijft hij hoe hij werd opgevoed met het idee dat de behoefte aan groepsgevoel een vorm van achterlijkheid was en dat nationale identiteit moest verwateren in het belang van een betere wereld zonder oorlog. Hij verklaart deze opstelling uit een "bijna ideologische afkeer van de menselijke behoefte aan identiteit" (blz. 38). Heijne gaat er echter kritiekloos van uit dat de behoefte om ergens bij te horen, een behoefte die hij ten onrechte als onredelijk kwalificeert, alleen bevredigd kan worden door instituties als de nationale staat, die in Heijnes jeugd verguisd werden. Heijne ziet de mogelijkheid over het hoofd dat andere instituties de behoefte om ergens bij te horen of je samen voor iets in te zetten waarschijnlijk veel beter bevredigen: families, actiegroepen, vriendenkringen, fanclubs, politieke en religieuze groeperingen, die zich niets aantrekken van nationale grenzen. Een ontwikkeling die door internet en goedkoop reizen sterk in de hand wordt gewerkt. Dat de roep om nationale identiteit voortvloeit uit de behoefte aan identiteit en bij het volk vandaan komt en niet bij nationale politieke partijen, die het volk met reactionaire praat voor zich proberen te winnen, wordt door Heijne niet aannemelijk gemaakt.
De bezorgdheid van de PvdA om mensen die veranderingen in hun woonomgeving als opgedrongen ervaren ("een akelig gevoel als het gaat over het land waar je geboren en getogen bent, en dat jij, je ouders en hun ouders daarvoor hebben opgebouwd") doet overigens nogal hypocriet aan. Ook dat is een reden om het enthousiasme van de PvdA voor de feestelijke Naturalisatieceremonie en bezorgdheid over de "voortdurende instroom van nieuwe buurtbewoners" te wantrouwen. Nederland wordt voortdurend op de schop genomen. De wijk of het dorp waar je bent opgegroeid, de bomen, de slootjes, de geveltjes, de weilanden, hele landschappen, het is allemaal geherstructureerd of onder het asfalt verdwenen. En nooit vraagt de PvdA, de partij van driftige veranderaars, of dat niet akelig is. Opgedrongen veranderingen kunnen volgens de PvdA kennelijk alleen als akelig worden ervaren als die ontstaan door de komst en vestiging van vreemdelingen.
Een eenvoudige, effectieve en riskante strategie
Het oproepen van nationaal gevoel en een nationale identiteit blijkt een zeer effectief middel te zijn om burgerzin, saamhorigheid en acceptatie van overheidsbeleid te bevorderen (bezuinigingen, omvangrijke investeringen, beperking van burgerlijke vrijheden, legermissies in het buitenland). De effectiviteit zit hem in een combinatie van twee sociale mechanismen. Nationalisme benadrukt het eigene, het verschil met andere nationaliteiten, de afkeer, de competitie en de agressie naar buiten (WRR, blz. 26). Op die manier wordt een vijandige en minderwaardige buitenwereld geconstrueerd. Het effect daarvan is een versterking van de nationale saamhorigheid. Een collectief gevoel van saamhorigheid en van samen op te moeten komen voor de bedreigde eigen cultuur en samenleving geeft politieke leiders de mogelijkheid de volksgunst te verwerven door zich te op te werpen als beschermers van de nationale identiteit en opvattingen waar zij het niet mee eens zijn in een kwaad daglicht te stellen als verraad aan de nationale zaak, waardoor die het voorwerp worden van publieke verontwaardiging.
Het oproepen van nationaal gevoel is eenvoudig en doeltreffend. Ten eerste omdat het inspeelt op angst en mensen nu eenmaal makkelijk angstig te maken zijn. In de tweede plaats omdat het de mogelijkheid biedt de schuld van alles waarvoor men het volk bang kan maken bij volksvreemde invloeden en de buitenwereld te leggen. In de eenvoud en doeltreffendheid schuilt het gevaar. Als een politieke partij ermee begint, valt het andere politieke partijen moeilijk om er niet aan mee te doen. Het is een riskante strategie, die makkelijk uit de hand loopt. Doordat de PvdA, om de woorden van Van Rossem te gebruiken, de "talking points van de populisten" overneemt, worden het in de ogen van het publiek respectabele opvattingen: een beetje vreemdelingenhaat moet kunnen. Echter, door het aanschuiven van de PvdA moet Wilders er weer een schepje bovenop doen: "een tsunami van moslims". Een beeldspraak die door een groeiend aantal bange autochtonen niet meer als absurd en overdreven wordt gezien dankzij PvdA-staatssecretaris Van der Laan, die inmiddels ook roept dat het onze spankracht te boven gaat en zelfs tegen Wilders opbiedt met het argument dat de wetten van Verdonk lang niet ver genoeg gaan. Er is voor een beschaafde partij dus maar één verstandige strategie om op populisme en nationalisme te reageren, en dat is om het principieel en vierkant te bestrijden. Zodra je er, zoals de PvdA, aan mee gaat doen, raakt de geest uit de fles. Een partij die zich eerst tegen de vreemdelingenhaat van Verdonk afzet en vervolgens een vreemdelingenbeleid voert dat veel verder gaat dan dat van Verdonk zal bovendien door het publiek worden beschouwd als een opportunistische en dus onbetrouwbare partij, die met alle winden mee waait.
Consequenties van het nationale socialisme
Nationaal egoïsme
Het behoeft geen verder betoog dat het nationale socialisme van de PvdA het einde betekent van internationale solidariteit. Mensen uit Somalië, Senegal, Kameroen, Ghana, Mali, Kongo, Turkije, Marokko, Iran, Irak kunnen immers niet in Nederland terecht om hun armoede te ontvluchten. Dat gaat volgens Van der Laan onze spankracht te boven. Volgens de Human Development Index hoort Nederland tot de 8 meest welvarende van 170 landen ter wereld. De levensverwachting in Nederland is ruim het dubbele van die in Sierra Leone. Volgens het moderne immigratiebeleid van Albayrak zijn alleen vreemdelingen welkom die een bijdrage leveren aan de economische ontwikkeling van Nederland. Vluchtelingen die niet aan de steeds strengere eisen van Albayrak voldoen, worden 'geklinkerd' of het land uit gezet.
Tweedeling
De consequenties van het nationale socialisme beperken zich niet tot arme landen, vreemdelingen en vluchtelingen. In Nederland voltrekt zich steeds duidelijker een tweedeling. Hoe meer de nationale identiteit wordt opgeblazen, hoe scherper het onderscheid tussen de 'gevestigden', die wél geacht worden te beschikken over die nationale identiteit, en de 'buitenstaanders', die er niet of minder over geacht worden te beschikken. Omdat ze de taal niet zo goed beheersen, allochtoon zijn, geen erflater zijn van de idolen van de geschiedenis van het land en geen deel hebben aan de joods-christelijk-humanistische beschaving die zo kenmerkend heet te zijn voor de Nederlandse nationale identiteit. Zie de prima Daleslezing van Anil Ramdas. Het uitdrukkelijk erkennen van de nationale identiteit legitimeert en bevordert dat allochtonen als tweederangs burgers worden beschouwd. Wouter Bos probeert met zijn 'beschaafd nationalisme' stemmen van Wilders terug te winnen, maar hij weet, moet althans weten, dat hij daarmee de emotionele afkeer tegen allochtonen en de tweedeling in de Nederlandse samenleving in de hand werkt.
Onderklasse
Tweedeling op grond van het criterium nationale identiteit draagt bij aan de instandhouding van een allochtone onderklasse, het tegendeel van wat met een integratiebeleid zou moeten worden beoogd. Dat betekent dat voor allochtonen de toegang tot hoger onderwijs en betere banen belemmerd wordt, dat gekleurde wijken steeds meer gestigmatiseerd worden, allochtoon met criminaliteit en overlast geassocieerd wordt en een groeiende groep van jonge allochtone desperado's de straat onveilig maakt. Het betekent ook dat de schuld van maatschappelijke problemen als onveiligheid, overlast en het voortbestaan van probleemwijken op een simplistische manier bij allochtone gemeenschappen gelegd kan worden in plaats van bij het tekortschieten van een incompetente overheid. En dat biedt dan weer perspectieven voor de groeiende bedrijfstak die zich met inburgering, oudercoaching, opvoedingsondersteuning, intensieve outreachende hulptrajecten en bestrijding van overlast bezighoudt en werk verschaft aan "legioenen helpers en zorgverleners, welzijnswerkers en therapeuten van wie het inkomen en de carrière staan of vallen met het veronderstelde onvermogen van grote aantallen mensen om voor zichzelf te zorgen of zich redelijk te gedragen" (Th. Dalrymple, Leven aan de onderkant. Het systeem dat de onderklasse instandhoudt, blz. 33). Zorgverleners, welzijnswerkers en sociale wetenschappers werkzaam in de zorg-, overlast- en integratieindustrie vormen uiteraard een dankbare voedingsbodem voor het beschaafde nationalisme van Wouter Bos en dragen op hun beurt bij aan het inburgeren van de opvattingen van Wilders onder intellectuelen.
Crisis in de rechtsstaat
Het ontstaan en de instandhouding van een allochtone onderklasse, het spookbeeld van islamitische onverdraagzaamheid dat opgeroepen wordt en het verband dat wordt gelegd tussen allochtoon en criminaliteit leiden er toe dat het publiek bereid is steeds meer veiligheidsmaatregelen te accepteren, die noodzakelijk een beperking inhouden van privacy en burgerrechten (Lees Gevaarlijk veilig van Herman van Gunsteren). Het NOS-journaal meldde 22 september 2007 dat Ter Horst ervoor pleitte burgemeesters de bevoegdheid te geven in te grijpen bij gezinnen met probleemjongeren. "Burgemeesters moeten ook daadwerkelijk achter de voordeur iets kunnen doen," zei de PvdA-minister naar aanleiding van de problemen in de Utrechtse wijk Kanaleneiland. Aleid Wolfsen, burgemeester van Utrecht, is er een voorstander van, evenals de Amsterdamse wethouder Lodewijk Asscher. Burgers en hulpverleners worden ertoe aangezet verdacht gedrag van buren respectievelijk cliënten anoniem te melden. Er vinden onaangekondigde huisbezoeken plaats door interventieteams samengesteld uit inspecteurs van uitkeringsinstanties, woningbouwcorporaties, politie en belastingdienst. Lees het schokkende rapport Baas in eigen huis (2 november 2007) van de Rotterdamse ombudsman. De resultaten in termen van boetes en naheffingen worden door de overheid breed uitgemeten in de publiciteit, voordat de zaken voor de rechter zijn geweest. Wordt vermoed dat belastingplichtigen en uitkeringsgerechtigden niet volledig aan hun informatieplicht voldoen, dan vindt omkering van de bewijslast plaats: zij moeten hun onschuld bewijzen. Er worden vooral in gekleurde wijken steeds meer camera's geplaatst, die het gedrag van bewoners registeren. Mosquito's, preventief fouilleren en samenscholingsverboden zijn vaste praktijk geworden.
Toezicht & Handhaving is booming business. Het publiek accepteert de beperking van privacy en persoonlijke vrijheid doordat politici inspelen op gevoelens van onveiligheid, op de angst voor terrorisme, voor het islamitische gevaar en de overlast van allochtone jongeren. Instituties die in het leven worden geroepen om de allochtone onderklasse te helpen, mores te leren en in het gareel te houden, zullen zich dankbaar aansluiten bij het beschaafde nationalisme van Wouter Bos, maar zij zullen hun werkterrein ook steeds verder uitbreiden. De bedrijfstak die tot taak heeft burgers in de gaten te houden en op het rechte spoor terug te brengen, krijgt haar eigen dynamiek: er zullen steeds meer taken en bevoegdheden worden bedacht om de ambities van de beheerders te bevredigen. De autochtone burger die denkt dat alleen allochtonen de gevolgen zullen ondervinden van de opleving van het nationalisme, en sociaal-democraten als Maarten van Rossem, die uit traditie achter de PvdA blijven staan, zullen zich vroeg of laat realiseren dat ook zij in een politiestaat leven en zichzelf terecht het verwijt maken dat zij niet tijdig afstand hebben genomen van de PvdA.