Nederland als politiestaat

Open brief aan Maarten van Rossem

29 december 2009

Geachte heer Van Rossem,

Op 20 december om 23:52 stuurde ik u mijn verhaal De opkomst van het nationale socialisme van de PvdA. Een verhaal van 9 pagina's, dat ik op mijn website had gezet. Omdat u een intellectueel en historicus van naam bent, was ik wel benieuwd naar uw commentaar. Dat volgde binnen luttele minuten. Om 00:02 reageerde u namelijk met een berichtje van twee regels. Hoe ik Nederland een politiestaat kon noemen? "Wie in Nederland rept van een politiestaat weet niet wat een politiestaat is." U had zich er kennelijk aan gestoord dat ik schreef:

"De autochtone burger die denkt dat alleen allochtonen de gevolgen zullen ondervinden van de opleving van het nationalisme, en sociaal-democraten als Maarten van Rossem, die uit traditie achter de PvdA blijven staan, zullen zich vroeg of laat realiseren dat ook zij in een politiestaat leven en zich terecht het verwijt maken dat zij niet tijdig afstand hebben genomen van de PvdA."

Omdat ik mij niet kon voorstellen dat u mijn verhaal van 9 pagina's in tien minuten bestudeerd had, verzocht ik u het eerst te lezen. Om 00:24 antwoordde u zonder tekst en uitleg dat u na lezing nog steeds geen reden zag om de term politiestaat te gebruiken. Op de rest van het verhaal ging u helaas niet in. Het is de houding van PvdA-politici: waarom zou je een debat aangaan als je je doel beter kunt bereiken met wat simpele praat voor een publiek of medium dat niet tegenspreekt?

Als je een verhaal zo vluchtig leest, ontgaan je gemakkelijk allerlei belangrijke nuances. Zo is het u ontgaan dat ik het over de toekomst heb, een situatie die ontstaat doordat sociaal-democraten als u niet tijdig afstand hebben genomen van het opkomende nationale socialisme in de PvdA. In de geciteerde zin staat: "die denkt dat alleen allochtonen de gevolgen zullen ondervinden". Gelet op de woorden opkomend en zullen, gaat het in De opkomst van het nationale socialisme van de PvdA onmiskenbaar om een toekomstig Nederland. Er wordt dus niet betoogd dat wij op dit moment in een politiestaat leven, hoewel dat voor bepaalde bevolkingsgroepen al wel het geval lijkt te zijn, er wordt betoogd dat Nederland hard op weg is zich tot een politiestaat te ontwikkelen. Dat wordt door zo veel mensenrechten- en strafrechtjuristen en politicologen betoogd dat u dat als intellectueel en historicus niet zomaar kunt afdoen als een absurde bewering.

Dat Nederland hard op weg is een politiestaat te worden, hoef je uitkeringsgerechtigden, allochtonen, vreemdelingen of andere mensen die het met de overheid aan de stok hebben niet te vertellen. U woont in een nette wijk van Utrecht, u maakte zich alleen boos op uw werkgever omdat u met pensioen moest, u heeft nog nooit te maken gehad met onaangekondigd huisbezoek van de sociale dienst en u bent ook vast nog nooit voorwerp geweest van bestuursdwang. U behoort tot een kleine bevoorrechte bevolkingsgroep. En mocht u door de gemeente worden lastiggevallen, dan belt u gewoon even met uw partijgenoten of de burgemeester en het komt dik voor elkaar. Dat zullen de redenen zijn dat u niet begrijpt waar ik het over heb. En verder lijkt het alsof u zich alleen met het buitenland bezighoudt. Over de PvdA-integratienota Verdeeld verleden, gedeelde toekomst en het WRR-rapport Nationale identiteit en meervoudig verleden schreef u mij op 24-11-2009: "ik ken die nota niet, maar zo te horen ben ik het waarschijnlijk met u en de WRR eens, en niet met de PvdA."
Laat mij u nu iets vertellen over wat uitkeringsgerechtigden, allochtonen, vreemdelingen en andere burgers die het mikpunt zijn van overheidszorg en handhavend optreden zoal overkomt.

"Laagopgeleid boeventuig"

De Volkskrant van 8 november 2007: "De Rotterdamse ombudsman mr. Migiel van Kinderen typeerde een deel van de Rotterdamse interventiemedewerkers – gemeenteambtenaren die vooral in achterstandswijken onaangekondigd huisbezoeken afleggen – als 'laagopgeleid boeventuig'. De ombudsman beoogde met zijn verwijzing naar de periode 1940-1945 te onderstrepen dat het afgelopen moet zijn met de zijns inziens systematische schending van het huisrecht in Rotterdam. Met jaarlijks 25 duizend onaangekondigde huisbezoeken maakt de gemeente volgens hem een potje van het grondrecht dat niet de overheid, maar de burger baas is in zijn eigen woning." Het goed gedocumenteerde rapport Baas in eigen huis van Van Kinderen heb ik in mijn verhaal genoemd. U zou er goed aan doen dat eens te lezen.

De Telegraaf van 10 december 2009 schrijft: "Mensenrechten krijgen te weinig aandacht in Nederland. In tegenstelling tot in andere landen spelen ze hier nauwelijks een rol in beslissingen van overheid en justitie. Dat zei de Nationale ombudsman Alex Brenninkmeijer donderdag tijdens een lezing aan de Universiteit van Tilburg."

Maarten in Wonderland

Ik kreeg naar aanleiding van de Zembla-uitzending Procederen tot je er bij neervalt een brief waarvan ik de aanhef met goedvinden van de schrijfster citeer: "Ik ben 64 jaar en besef dat ik tot 1998 als Alice in wonderland heb geleefd; wist van bestuursrecht niets af en dacht dat de burgemeester, wethouders en gemeenteraadsleden integere, eerlijke mensen waren. En uiteraard dat de rechtspraak onafhankelijk zou zijn. We wonen immers in 'Nederland'. Het is nu 2009 en weet nu als geen ander dat B. en W. niet te vertrouwen zijn. Ik vind het vreselijk dat ambtenaren zich lenen voor schrijven van nota’s en besluiten met misleidende voorstellingen van zaken. En dat de gemeenteraad de andere kant opkijkt. Wat zijn dit voor mensen; geeft machtsmisbruik jegens de burger 'voldoening'? Is je geweten 'te koop'? Ga je dan nog wel leuk met vakantie?"

De briefschrijfster brengt een gevoel onder woorden dat bij veel van mijn cliënten leeft. Door een ongelukkig toeval raken ze verwikkeld in een procedure bij de bestuursrechter en ervaren dan dat het de wethouder of de ambtenaar niets kan schelen wat de gevolgen zijn van hun besluit of gedrag en dat je als burger niet hoeft te rekenen op enig begrip of mededogen. Net als de briefschrijfster dachten zij met een beschaafde overheid te maken te hebben. Tot ze het voorwerp werden van handhavend optreden, werden gekort op hun uitkering of een last onder dwangsom kregen. Dan dringt het tot ze door dat ze kennelijk altijd in een schijnwereld hebben geleefd en dat de rauwe werkelijkheid die van Jozef K is. U zou eens uit uw aangename studeerkamer moeten komen en de verhalen moeten aanhoren van Barend Nagtegaal op Ameland, van Jan van Maanen in Utrecht, van Robert van de Griend in VN (De illegale carrousel) of van mijn briefschrijfster.

Ik zal een paar concrete voorbeelden geven om te laten zien hoe een burger in het huidige Nederland zomaar een Jozef K kan worden. Ik heb die voorbeelden ook in mijn rubriek Stadsblad Ombudsman genoemd. Mevrouw S kreeg een strafkorting omdat zij een s.o.s.-hondje in huis had genomen. Dat is een verwaarloosd hondje waar een nieuw baasje voor wordt gezocht. De gemeente verweet haar dat ze daar geen melding van had gemaakt aan de uitkeringsautoriteiten. Mevrouw S begreep echter niet waarom ze dat had moeten doen, want ze is al jaren arbeidsongeschikt. Het tijdelijk in huis nemen van een s.o.s.-hondje had dus niet verminderde beschikbaarheid voor passende arbeid tot gevolg. En ze verdiende er ook niets mee. Niets mee te maken, vond de gemeente: regels zijn regels en de regel is dat op een uitkeringsgerechtigde een informatieplicht rust. Mevrouw S heeft twee jaar moeten procederen om de strafkorting ongedaan te maken.
Het tweede voorbeeld is dat van mevrouw B, die een besluit bestuursdwang kreeg waarin stond dat ze binnen veertien dagen haar huurwoning moest ontruimen. Zij stond namelijk, ondanks dat de woning aan haar was toegewezen, niet op dat adres ingeschreven bij Burgerzaken. Mevrouw B schreef een briefje terug dat haar verhuisbericht aan Burgerzaken misschien was zoekgeraakt en verzocht haar alsnog op dat adres in te schrijven. "Uw zienswijze geeft ons geen aanleiding op ons besluit terug te komen," schreef de gemeente terug. De huisvestingsverordening schrijft nu eenmaal voor dat men binnen 14 dagen op het nieuwe adres ingeschreven moet zijn, anders vervalt de vergunning. En regels zijn regels. Als je met zo'n geval niet de publiciteit zoekt, wordt zo'n (bejaarde) mevrouw inderdaad op straat gezet. Want schrijven aan raadsleden haalt meestal weinig uit, daar hebben raadsleden het veel te druk voor.
Het derde geval betreft Jan van Maanen. Die heeft het ongeluk met zijn bedrijf (gevestigd sinds 1960) op een stuk grond te staan dat de gemeente Utrecht nodig heeft voor de realisatie van het Leidsche Rijn Centrum. Die grond wordt sinds 1960 aan het bedrijf Van Maanen verhuurd. Eerst aan zijn vader en sinds 1973 aan hem. Om de man zo snel en zo goedkoop mogelijk weg te krijgen, werden gewillige inspecteurs er op uit gestuurd om te onderzoeken of Van Maanen zich in de loop der jaren niet aan een illegale handeling schuldig had gemaakt. Vervolgens kreeg hij een dwangsombesluit: zijn sinds 1960 gevestigde bedrijf zou in strijd zijn met het bestemmingsplan, hij had in 1973 een caravan op zijn terrein gezet e.d. Het verwijt dat hij zich niet aan het bestemmingsplan zou hebben gehouden, werd Van Maanen niet alleen gemaakt in het kader van de uitgeoefende bestuursdwang, maar werd door de gemeente ook aangegrepen om hem met onmiddelijke ingang de huur te kunnen opzeggen wegens wanprestatie. De wethouder die de regie heeft, is Harrie Bosch (PvdA). Behoorlijk zou zijn om Van Maanen aan een ander stukje grond te helpen en zijn verhuizing en herinrichting te vergoeden. Het gevolg van de voorkeur van Harrie Bosch om niet behoorlijk te handelen, is dat het bedrijf van Van Maanen ophoudt te bestaan en dat Van Maanen daardoor zijn pensioen kwijt is.

Meneer Van Rossem, hoeveel voorbeelden wilt u dat ik noem? Stelt u zich eens voor wat het is om twee jaar te moeten procederen om een strafkorting ongedaan te maken, om te horen dat je binnen veertien dagen je huis uit moet of om voorwerp te worden van bestuursdwang omdat wethouder Harrie Bosch voor een appel en een ei van de huurovereenkomst af wil. Wat deze voorbeelden laten zien, is dat een overheid die met veel bevoegdheden en regels is toegerust een ernstige bedreiging is voor de burger. Daar hebben liberale rechtsfilosofen als Locke en Mill voor gewaarschuwd, maar het is er toch van gekomen. Mensen die geen vriendjes hebben bij de gemeente of, zoals in uw geval, bij de PvdA, kunnen zomaar in de positie van Jozef K terechtkomen.

Politiestaten en politiestaten

Hoe minder men van de feiten op de hoogte is, hoe kleiner de behoefte aan nuance. Als u beter op de hoogte zou zijn van de manier waarop uitkeringsgerechtigden, allochtonen, vreemdelingen en tegen de overheid procederende burgers door de Nederlandse overheid en de nauw met de overheid gelieerde bestuursrechtspraak worden behandeld, dan zou u het met mij eens zijn dat de politiestaat meerdere vormen kan aannemen. U associeert de politiestaat waarschijnlijk met kolonelsregimes en gewelddadige dictaturen, maar er zijn ook politiestaten die hun burgers niet met bruut geweld in het gareel houden en schrik aanjagen, maar met bestuurlijke boetes, dwang- en opsporingsmethoden, kortingen op uitkeringen, omkering van de bewijslast, dwangsommen, intrekken van vergunningen, verbeuren van eigendommen, huisuitzetting, ondertoezichtstelling, uithuisplaatsing van kinderen, ontzegging van wilsbekwaamheid, dwangverpleging, samenscholingsverboden, idenficatieplicht, preventief fouilleren, toezicht met camera's op straat, registreren van verplaatsingen (OV-chipkaart, tijdrijden), opslaan van email- en telefoonverkeer, registreren van somatische, psychische en psychiatrische aandoeningen...

Wist u dat psychiaters en psychologen sinds 1 januari 2008 verplicht zijn om diagnoses en behandelgegevens aan verzekeraars en aan het DCB-informatiesysteem te verstrekken (ook als de cliënt de behandeling uit eigen zak betaalt), zodat de overheid van iedereen die hulp zoekt, kan nagaan of hij/zij een slecht huwelijk, sexuele problemen, opvoedingsproblemen, drankproblemen heeft (www.devrijepsych.nl)? Het Joods Maatschappelijk Werk protesteerde tegen deze registratie en wel met het argument van de "grote, ongunstige gevolgen voor de doelgroep van JMW en uiteraard ook voor andere door de Tweede Wereldoorlog (direct of indirect) beschadigde groepen". "Joodse oorlogsgetroffenen hebben veelal onoverkomelijke bezwaren tegen het vastleggen en aanleveren van DBC-registraties. Dit is niet verwonderlijk omdat hun naasten met behulp van bestaande bevolkingsregistraties in de Tweede Wereldoorlog zijn afgevoerd en vermoord." Aldus De Vrije Psych. PvdA-staatssecretaris Bussemakers bleek zelfs niet bereid om voor deze groep een uitzondering te maken.

Wist u dat Bureau Jeugdzorg bevoegd is op grond van een anonieme tip een onderzoek in te stellen naar mogelijke emotionele of fysieke mishandeling van kinderen? U zou daar als ouder niets tegen kunnen doen. Die anonieme tip kan van de onderwijzer komen, de buurtwerker of de buren, en het kan zelfs zijn dat er helemaal geen tip is. Als u zich boos afvraagt waar Jeugdzorg zich mee bemoeit en waar die anonieme tip vandaan komt, komt Jeugdzorg met het argument: "Waarom werkt u niet mee als u niets te verbergen heeft?" En als u dan nog niet meewerkt en u woont in Kanaleneiland, dan stapt Jeugdzorg naar de rechter om u en uw gezin onder toezicht te laten stellen.

Wat ik u duidelijk wil maken, is dat de categorie 'politiestaat' nogal ruim is en dat er ook van een politiestaat sprake kan zijn zonder bruut geweld. Jozef K werd tijdens het ondervragen niet gefolterd. De gedachte: in Nederland word je niet gefolterd, dus is er van een politiestaat geen sprake, miskent dat je als burger ook op een niet-gewelddadige wijze door de overheid volledig van je vrijheid kunt worden beroofd en wel door middel van een bureaucratisch systeem dat barst van de voorschriften, regels, bevoegdheden en opgedrongen (op straffe van korting op je uitkering) hulp en inburgering. Het zou de zaak voor u waarschijnlijk verhelderen als ik een onderscheid maak tussen twee 'zuivere vormen': gewelddadige politiestaten en bureaucratische politiestaten. Kenmerkend voor politiestaten in het algemeen is dat de burger het voorwerp is van overheidsdwang en dat mensenrechten, zoals Alex Brenninkmeijer het stelt, nauwelijks een rol spelen bij beslissingen van overheid en justitie. De wijze waarop die dwang wordt uitgeoefend, maakt het verschil tussen een bureaucratische politiestaat en een gewelddadige politiestaat.

In een gewelddadige politiestaat in haar zuivere vorm ontbreken regels en voorschriften en wordt de dwang (het geweld) volstrekt willekeurig uitgeoefend, Dat houdt de schrik erin: iedereen kan op elk moment getroffen worden door geweld en hij kan zich niet op de wet of op regels beroepen, noch zich op grond van regelgeving veilig voelen. Hij voelt zich dus nooit veilig en is altijd bang voor het geweld van de staat. Dat geldt voor iedereen, van hoog tot laag. Ook de naaste en hooggeplaatste medewerkers van Stalin waren hun leven niet zeker en van tijd tot tijd vonden redeloze arrestaties en massale terechtstellingen plaats om vijanden te elimineren en de Sovjetbevolking doodsangst aan te jagen (Applebaum 2003, blz. 100 e.v.).

In een bureaucratische politiestaat barst het juist van de wetten en de regels, die het product zijn van een omvangrijk bureaucratisch systeem, dat met het ontwerpen en uitvoeren van steeds meer regels zijn voortbestaan beoogt te garanderen. Hierbij moet u denken aan agenten die de straat op worden gestuurd om hun quotum bekeuringen voor die dag te halen of de afdeling Toezicht & Handhaving, die zichzelf moet bedruipen door voldoende dwangsommen en bestuurlijke boetes op te leggen. Maar ook aan het legioen "helpers en zorgverleners, welzijnswerkers en therapeuten van wie het inkomen en de carrière staan of vallen met het veronderstelde onvermogen van grote aantallen mensen om voor zichzelf te zorgen of zich redelijk te gedragen" (Dalrymple 2004, blz. 33) dat in het Veiligheidshuis met justitie en de gemeente samenwerkt om het gewone volk in het gareel te houden. En denkt u vooral ook aan de voorstellen van uw partijgenoot Van der Laan om de leerplicht zo ver uit te breiden dat ze je pas mogen laten gaan als je geen taalachterstand meer hebt en over een minimaal opleidingsniveau beschikt.

Een belangrijk aspect van die overvloed aan regels, voorschriften en dwangmiddelen is overigens de willekeur die daar het gevolg van is. De mogelijkheden een burger te betrappen op regelovertreding of tot voorwerp te maken van (preventief) onderzoek zijn zo talrijk dat toezichthouders en handhavers voortdurend een selectie moeten maken. En bij die selectie hanteert de ambtenaar zijn eigen criteria. Het gevolg is dat bij een actie preventief fouilleren voornamelijk donker gekleurde mannen worden aangehouden en als er achter de voordeur moet worden gekeken, gebeurt dat voornamelijk in gekleurde wijken. Bij een gecoördineerde actie van de belastingdienst en de sociale dienst naar zwart werken bij winkels wordt de gekleurde Amsterdamsestraatweg of de Kanaalstraat gecontroleerd en niet de witte Nagtegaalstraat of de Burgemeester Reigerstraat. En je kunt maar beter niet moeilijk doen, want "als we komen zoeken, vinden we altijd wel wat om je op te pakken".

Overheidsbureaucratisering

Het belang van het onderscheid bureaucratische versus gewelddadige politiestaat is dat we zouden kunnen begrijpen hoe je 'ongemerkt' in een gewelddadige politiestaat terecht kunt komen. Als je alleen van een politiestaat zou kunnen spreken als burgers in concentratiekampen worden gezet en door de staat worden gefolterd en vermoord, word je erdoor verrast en begrijp je niet waar dat onheil opeens vandaan komt. Als we onderkennen dat er zoiets bestaat als een bureaucratische politiestaat, wordt het begrijpelijk dat je, als je niet uitkijkt, heel makkelijk in een gewelddadige politiestaat terecht kunt komen. Historici/sociologen als Hans Mommsen, Raul Hilberg, Zygmunt Bauman en Christopher Browing zien in het bestaan van een sterk ontwikkelde overheidsbureaucratie in Duitsland de voornaamste reden waarom zich juist daar een gewelddadige dictatuur ontwikkelde. Hilberg (2008, blz. 30) schrijft: "En ten derde bestond in Duitsland al eeuwenlang een overheidsbureaucratie die op haar ingewikkelde taak berekend was […] Het kanselierschap van Adolf Hitler was voor de Duitse bureaucratie het signaal dat de tijd rijp was om tegen de Joden op te treden."

Bauman (1998, blz. 37) schrijft: "De aanwezigheid van functionarissen die met bepaalde taken waren belast, leidde tot nieuwe initiatieven en een voortdurende uitbreiding van de oorspronkelijke doelstellingen. Opnieuw bewees de deskundigheid dat ze haar vliegwiel is en er toe neigt om de doelstelling die haar bestaansgrond is verder uit te breiden en te verrijken. Het bestaan van een corpus deskundigen op het gebied van de joden gaf het jodenbeleid van de nazi's een zekere bureaucratische dynamiek. Zelfs in 1942, toen de deportaties en massamoord reeds in volle gang waren, werden er maatregelen uitgevaardigd die het de joden verbood huisdieren te houden, hun haar door een arische kapper te laten knippen of de sportmedaille van het Reich in ontvangst te nemen. Hier was geen opdracht voor nodig. Het bestaan van hun baan was voldoende om ervoor te zorgen dat de deskundigen op het gebied van de joden de stroom van discriminerende maatregelen in stand hielden."

Discriminatie en schending van mensenrechten zijn niet alleen of voornamelijk het gevolg van de verbreiding van racistische opvattingen door wat losgeslagen heethoofden, ze moeten veel eerder worden gezien als het product van toenemende overheidsbureaucratisering. Zodra je de bevoegdheid in het leven roept om handhavend op te treden tegen schuurtjes, om allochtonen aan gedwongen inburgering te onderwerpen, om achter de voordeur te kijken en mensen opvoedingsbegeleiding op te dringen, ontwikkelt zich weer een nieuwe bedrijfstak voor regelzuchtige baasjes die er belang bij hebben breed uit te meten dat er een groeiende bevolkingsgroep is die zich asociaal en ongehoorzaam gedraagt en dat het dus meer dan ooit nodig is om meer regels op te stellen en onverbiddelijk te handhaven. Het gevaar komt niet van Fortuyn, Wilders of Verdonk. Het gevaar komt van bestuurders, ambtenaren, politici en gewillige sociale wetenschappers die elke vorm van afwijkend gedrag – niet opstaan, geen hand geven (PvdA-er Bart Engbers ontsloeg de docente die geen hand wilde geven) – opblazen tot een bedreiging van de rechtsorde, om meer regels, dwang en bemoeizorg te kunnen genereren, waarmee ze uiteindelijk hun eigen werk en inkomen beogen veilig te stellen.

Stereotypering en dehumanisering

Een belangrijk negatief effect van de toenemende zorg, dwang en regelgeving is de stereotypering van de burger en in het bijzonder de burger die behoort tot bevolkingsgroepen die aangepast moeten worden. De overheidsbureaucratie heeft als rechtvaardiging voor al die zorg, dwang en regelgeving burgers en bevolkingsgroepen nodig die zij als asociaal, ongehoorzaam en onderontwikkeld kan voorstellen. Het aantal gemeentelijke stadswachten, toezichthouders en handhavers groeit als kool en wordt gerechtvaardigd met het verhaal dat de burger geen boodschap meer heeft aan normen en waarden en zich steeds hufteriger gedraagt. Als de gemeente wil bezuinigen op jeugdzorg, komen de zorg- en hulpverleners met verschrikkelijke verhalen over mishandeling en emotionele armoede in allochtone gezinnen. Om de noodzaak van inburgering aan te tonen, roept Van der Laan het beeld op van een tsunami van ongeletterde 'importbruiden', terwijl 75% een opleiding heeft hoger dan basisschoolniveau en 38% op minimaal mbo-niveau en er van gedwongen huwelijken nauwelijks sprake is (zie www.e-quality.nl). Om de verplichting voor allochtonen om zich aan steeds verder gaande inburgering te onderwerpen te rechtvaardigen, is Van der Laan gedwongen met onderzoek te komen waaruit de achterlijkheid van allochtonen blijkt en het dramatische lot dat kindertjes treft omdat allochtone ouders zo in gebreke blijven (Volkskrant 23 december 2009). Stereotype voorstellingen van de ongehoorzame burger of de onontwikkelde allochtoon zijn niet de aanleiding tot beleid en regelgeving, maar worden door bestuurders en ambtenaren gegenereerd om het beleid en de regelgeving aan de man te kunnen brengen.

De door het beleid en de regelgeving opgeroepen stereotype voorstellingen fungeren niet alleen als rechtvaardiging voor het ontwerpen en vaststellen van op zorg en dwang gebaseerde regels, maar hebben ook een belangrijke functie voor de uitvoerder die last mocht krijgen van zijn geweten. De ambtenaar van de sociale dienst die een strafkorting moet opleggen, wordt van een moreel dilemma verlost als hij de allochtone cliënt met vage rugklachten leert zien als een werkschuwe allochtoon. Wethouder Harrie Bosch slaapt een stuk rustiger als hij in de dakloze zigeuner Nicolich, die door zijn toedoen met zieke vrouw en drie kinderen de stad werd uitgewerkt, een asociale profiteur kan zien die het allemaal aan zichzelf te wijten heeft. De ambtenaren die Jan van Maanen in opdracht van wethouder Bosch zo goedkoop mogelijk van zijn grond moeten zien te krijgen, waardoor hij wordt geruïneerd, hebben het voor hun gemoedsrust nodig die vriendelijke Van Maanen te zien als een nare egoïst die alleen aan zichzelf denkt en de gemeente een hoop geld kost. Herbert Kelman (1973, blz. 51) betoogt aan de hand van onder meer het Zimbardo-experiment dat het voor het gewelddadig en hardvochtig optreden van de dader nodig is dat hij het slachtoffer 'dehumaniseert', zodat hij geen medelijden meer voor hem hoeft te voelen. De keiharde en onmenselijke behandeling die bestuurders en ambtenaren gewone burgers kunnen aandoen, wordt hierdoor verklaard. Medelijden is gebaseerd op de veronderstelling dat het voorwerp van medelijden de hardvochtige behandeling net zo voelt als jij, omdat hij net zo is als jij: beschaafd en gevoelig. Om dat medelijden niet te hoeven voelen, is het dus nodig het slachtoffer te ontdoen van eigenschappen die zouden kunnen maken dat je met hem te doen hebt. Daarom is hij een egoïst, lui, een leugenaar, hangt hij maar een beetje rond en is hij een profiteur of heeft hij een geloof dat criminaliteit legitimeert (Van Gemert 1998, blz. 206: "[…] de verhullende en legitimerende werking van de godsdienst zijn culturele aspecten die het gedrag van Marokkanen karakteriseren […] Niet alleen hun alledaagse, 'normale' gedrag is van die aspecten doortrokken, maar ook hun criminele activiteiten."). Als zó iemand in de winter op straat wordt gezet, een forse strafkorting krijgt, zijn onschuld moet bewijzen, een beetje hardhandig wordt aangepakt, zonder proces een half jaar op de bajesboot zit of uit de ouderlijke macht wordt ontzet, ja, dan heeft hij het er waarschijnlijk naar gemaakt en dan hoef je er geen medelijden mee te hebben.

De neiging van de bestuurder en ambtenaar om de morele weerstand bij zichzelf tegen inhumaan gedrag af te zwakken door allochtonen, uitkeringsgerechtigden, zigeuners of kritische burgers te gaan zien als regelontduikers, profiteurs en dwarsliggers, wordt nog eens in de hand gewerkt door de loyaliteit die door de organisatie van bestuurders en ambtenaren wordt verwacht, zoals dat ook het geval is binnen religieuze sektes en politieke partijen. Negatieve stereotypen met betrekking tot cliënten, buitenstaanders, burgers, en dan vooral kritische burgers, worden binnen de bureaucratie makkelijk overgedragen. Hans Scherrer (2000) benoemt een aantal "compelling factors" die ertoe leiden dat overheidsdienaren zich aan onmenselijk gedrag te buiten gaan. Zo noemt hij bijvoorbeeld: gewetenloze gehoorzaamheid, het uitschakelen van individuele verantwoordelijkheid, het aanwakkeren van de behoefte aan macht, de sfeer van 'het doel heiligt de middelen', afwezigheid van sociale controle van buitenaf, onderdrukking van klokkenluiders en wat hij in navolging van Friedrich Hayek (1994) noemt "the worst get on the top". De mensen die zich onder deze condities het best kunnen handhaven, bereiken de top en "a lack of scrupules gives them an advantage in advancing their careers". Het lijkt mij dat je, om de top te bereiken, ook niet al te slim moet zijn, want ook intelligentie leidt maar tot verwarring en gewetensnood.

Wat ik u probeer duidelijk te maken, meneer Van Rossem, is dat een bureaucratische politiestaat, die barst van de regels en dwangmiddelen, onverbiddelijk leidt tot steeds meer overheidsbureaucratie, omdat een groeiende groep van bestuurders, wetenschappers en ambtenaren, die het ook in de politiek voor het zeggen hebben, daar belang bij heeft. Voor het almaar verder kunnen groeien van een overheidsbureaucratie is het noodzakelijk dat steeds meer gedrag als afwijkend, onbeholpen en ongewenst wordt gekwalificeerd. De toenemende zorg, dwang en regelgeving werkt stereotypering en dehumanisering in de hand van burgers en bevolkingsgroepen die in het bijzonder blootstaan aan overheidszorg en dwang, een proces dat in de hand wordt gewerkt door de groepsdynamiek die door Scherrer, Bauman en anderen beschreven wordt. Ik zie niet waarom dit proces als door een gelukkig toeval spontaan zou stoppen. Met name niet omdat het proces door de meeste politieke partijen, in het bijzonder de PvdA, wordt aangewakkerd in plaats van onder controle gebracht.

Dat er niet zo veel voor nodig is om weer in een gewelddadige dictatuur terecht te komen, wordt, dat hoef ik u als historicus niet te vertellen, beweerd door gezaghebbende historici en sociologen als Raul Hilberg, Zygmunt Bauman, Hans Mommsen en Hannah Arendt. U kunt het niet maken om die bewering zonder motivering als absurd af te doen. U heeft namelijk een reputatie als intellectueel en historicus en, zeker gezien uw beslissing lijstduwer te zijn en aan het publieke debat te willen meedoen, rust op u een bijzondere verantwoordelijkheid.

Ik verzoek u dus bij deze om serieus te reageren op mijn stelling dat wij hard op weg zijn een politiestaat te worden, een proces dat in het bijzonder door de PvdA wordt aangewakkerd.

Met vriendelijke groet,
Kees van Oosten


Bronnen

Applebaum, A. 2003. Goelag. Een geschiedenis.
Bauman, Z. 1998. De moderne tijd en de holocaust.
Dalrymple, Th. 2004. Leven aan de onderkant. Het systeem dat de onderklasse instandhoudt.
Gemert, F. van. 1998. Ieder voor zich.
Hayek, F.A. 1944. The road to serfdom.
Hilberg, R. 2008. De vernietiging van de Europese Joden. Deel I..
Kelman, H.C. 1973. 'Violence without moral restraint'. In: Journal of Social Issues, vol. 29 nr. 4.
Sherrer, H. 2000. 'The inhumanity of government bureaucracies'. In: The Independent Review, vol. V, nr. 2: 249-264.