Sociale en etnische zuivering
Sloop van sociale huurwoningen in Utrecht. De PvdA komt op voor de belangen van projectontwikkelaars, corporaties en de bouwwereld, ten koste van de zwakken in de samenleving.
In het verkiezingsprogramma van de PvdA 2006-2010 lezen we: "Kleinschalige sloop en nieuwbouw als aanvulling op bijvoorbeeld het gebied van leefbaarheid, als dat zal bijdragen aan een evenwichtige opbouw van de wijk" (blz. 18). Al die kiezers die de laatste keer op de PvdA hebben gestemd, hadden bij "kleinschalige sloop" waarschijnlijk een wat ander beeld dan wat nu in Overvecht staat te gebeuren: de sloop van 10 kolossale flats. Ook de geplande sloop van de zes grote flats tussen het winkelcentrum Kanaleneiland en het A'dam-Rijnkanaal heeft weinig met "kleinschalige sloop" te maken. En dat is nog maar het begin, want ook in Hoograven wordt er fors gesloopt. Het Kleine Wijk is inmiddels met de grond gelijk gemaakt, evenals het complex op de hoek van de Marnixlaan-Van Hoornekade en de Titus Brandsmaflat. De sloop van de Noordzeestraat is aan de gang. Alles bij elkaar is het nog steeds de bedoeling om in het kader van de zogenaamde 'herstructurering' 9600 sociale huurwoningen in Utrecht te slopen en grotendeels te vervangen door koopwoningen. Niet omdat er bouwkundig iets mee aan de hand is, maar om de samenstelling van de wijkbevolking te wijzigen.
Het aantal sociale huurwoningen in Utrecht was in 1996 47%. Door de omvangrijke sloop in het kader van de 'herstructurering' zal het aandeel sociale huurwoningen in 2015 zijn teruggebracht naar ca. 30%. Met instemming dus van de PvdA, die beweert op te komen voor de zwakken in de samenleving.
Het officiële doel van de 'herstructurering' is een minder eenzijdige bevolkingssamenstelling in wijken als Kanaleneiland, Hoograven, Zuilen en Overvecht. Als je sociale huurwoningen sloopt en grotendeels vervangt door koopwoningen, dan is een verandering van de bevolkingssamenstelling het gevolg. Minima hebben immers het geld niet om een woning te kopen. Het afbreken van sociale huurwoningen en het vervangen daarvan door koopwoningen is een middel om minima uit Kanaleneiland, Overvecht, Zuilen, Hoograven te verwijderen en te vervangen door mensen die wel een woning kunnen kopen (of een hoge huur kunnen betalen). De plannenmakers gaan ervan uit dat het slecht is voor de leefbaarheid in een wijk als daar te veel minima en allochtonen (allochtonen zijn zeer sterk vertegenwoordigd in de categorie minima) bij elkaar wonen. Waarom dat slecht zou zijn, wordt nooit uitgelegd en er zijn heel veel volksbuurten die het bewijs leveren van het tegendeel. Natuurlijk, minima en allochtonen kampen met problemen van armoede en uitsluiting, maar die problemen los je niet op door woningen af te breken. Integendeel, die problemen nemen daardoor alleen maar toe.
Zoals zo vaak in de politiek is het officiële doel van een beleid vaak niet waar het in werkelijkheid om gaat. Waar het in werkelijkheid om gaat, blijkt uit de publicatie "Kosten en kostendragers. Transformatieopgave Stedelijke Vernieuwing" uit 2002. Het gaat hier om een advies van een commissie van een paar hoge ambtenaren en projectontwikkelaars (P. van der Gugten van Proper-Stok, Hilverink van Vesteda B.V., Janmaat van Moes Projectontwikkeling) en Aedes, de landelijke koepel van woningcorporaties aan de de staatssecretaris van VROM, waarin wordt uitgerekend dat de herstructurering per saldo 17 miljard gulden oplevert en dat zowel de corporaties, de overheid als de bouwwereld daarvan profiteren. Corporaties verdienen aan de bouw en verkoop van koopwoningen veel meer dan aan het verhuren van sociale woningen. De gemeente wordt er beter van doordat de grond veel meer oplevert als daar een koopwoning op staat in plaats van een sociale huurwoning. Bovendien brengen welgestelden veel meer gemeentelijke belastingen op dan minima. Het rijk verdient eraan doordat die 19% btw incasseert over de bouwkosten. Kortom: een win-win-winsituatie. Wat uiteraard niet in het advies staat, is dat de kosten van de herstructurering uiteindelijk opgebracht worden door mensen die zich diep in de schulden moeten steken doordat zij, door het wegvallen van betaalbare sociale huurwoningen, gedwongen worden een woning te kopen of veel hogere huren te betalen. Met andere woorden: de PvdA komt op voor de belangen van projectontwikkelaars, de corporaties en de bouwwereld en dat gaat ten koste van sociaal-economisch zwakken in de samenleving, onder wie allochtonen zeer sterk vertegenwoordigd zijn.
De sloop van 9600 sociale huurwoningen, merendeels naoorlogs en dus bouwkundig in een veel betere staat dan de woningen in de binnenstad, het Wilhelminapark, Tuinwijk, Oog in Al (allemaal veel ouder), stuit uiteraard op grote weerstanden. Bewoners worden op hoge kosten gejaagd door hogere huren of door de noodzaak een hypotheek af te sluiten. Bewoners worden min of meer gedwongen om in Leidsche Rijn te gaan wonen, terwijl zij gehecht zijn aan de vertrouwde omgeving in Kanaleneiland, Overvecht, Zuilen, Hoograven en daar vaak vrienden en familie achterlaten. En door het op grote schaal slopen van betaalbare sociale huurwoningen ontstaat aanzienlijke woningnood onder starters met een smalle beurs, voor wie om die reden in Utrecht in feite geen plaats meer is. Volwassen kinderen in minimamilieus worden gedwongen lang bij hun ouders te blijven wonen. Dat bewoners van de sloopwijken weerstand bieden tegen de sloop is dus heel begrijpelijk. De corporaties en de gemeente moeten die weerstand overwinnen om hun plannen te kunnen uitvoeren. Het argument dat daartoe in de strijd wordt gebracht, is de "toenemende onleefbaarheid in Kanaleneiland, Overvecht, Zuilen en Hoograven". De gemeente, de corporaties en burgemeester Wolfsen laten geen middel onbeproefd om deze wijken in een kwaad daglicht te stellen. Overlast, criminaliteit, hangjongeren, kleine kinderen die 's avonds thuis worden gebracht, het wordt allemaal breed uitgemeten. Voor zover er objectieve cijfers bestaan, is de onveiligheid (geweldsdelicten, diefstallen, vernielingen) helemaal niet hoger dan in bijvoorbeeld de binnenstad. Het effect van de hetze tegen de "prachtwijken" is dat bewoners steeds meer het gevoel krijgen dat ze inderdaad in een onveilige wijk wonen en zwichten voor de druk die op ze wordt uitgeoefend om akkoord te gaan met de sloop, een druk die nog verder wordt opgevoerd doordat de corporaties, met name Mitros en Bo-Ex, weigeren om qua onderhoud meer te doen dan wat in het kader van pure 'instandhouding' noodzakelijk is.
De PvdA, in de personen van Vogelaar, Bosch en Depla, verzekert de geplaagde wijkbewoners keer op keer dat ze, als ze dat zouden willen, na de sloop allemaal mogen terugkeren en dat de 'herstructurering' toch vooral bedoeld is voor de huidige bewoners, in belangrijke mate de electorale achterban van de PvdA. Dat is natuurlijk volstrekt in strijd met de waarheid. In de eerste plaats is het de bedoeling dat ze juist niét terugkeren: de gemeente wil immers de samenstelling van de wijkbevolking wijzigen door goedkope sociale woningen te vervangen door koopwoningen. In de tweede plaats speculeren de corporaties en de gemeente erop dat, als men zich eenmaal elders gevestigd heeft (de woning opnieuw ingericht, de kinderen naar een andere school), de animo om terug te keren wel wegebt. In elk geval, en dat weten Vogelaar, Bosch en Depla heel goed, stelt het recht om terug te keren natuurlijk niets voor als dat recht slechts inhoudt dat je een voor jou onbetaalbare koopwoning mag kopen. Dat het de bedoeling is om de sociaal-economisch zwakken uit de "prachtwijken" te verwijderen en verwijderd te houden, blijkt ook uit het "lokaal maatwerk" bij de toewijzing van huurwoningen. Dat "lokaal maatwerk" houdt in dat huurwoningen in bijvoorbeeld Overvecht niet meer toegewezen worden aan woningzoekenden die niet aan bepaalde minimale inkomenscriteria voldoen. Kortom: niet alleen worden in Utrecht op grote schaal sociale huurwoningen gesloopt, maar wat er nog van over is, wordt bovendien maar in beperkte mate toegewezen aan de sociaal-economisch zwakken die er het meest op zijn aangewezen.
De 'herstructurering' in Utrecht, waarbij op grote schaal betaalbare sociale huurwoningen in Kanaleneiland, Zuilen, Overvecht, Hoograven worden vervangen door koopwoningen en waardoor het aandeel sociale huur in Utrecht in luttele jaren wordt teruggebracht van 47% naar 30% van de totale woningvoorraad, is erop gericht om het aandeel sociaal-economisch zwakken, onder wie voornamelijk allochtonen, in deze wijken en in heel Utrecht terug te dringen. Sociale en etnische zuivering dus. En wat steekt daar nu eigenlijk achter? Dat de corporaties, de projectontwikkelaars en de gemeente daar financieel beter van worden. Als je naar een verklaring zoekt voor de toenemende uitsluiting en stigmatisering van minima en allochtonen, dan ligt hier een verklaring: economische belangen. En de belangrijkste behartiger daarvan in Utrecht is de PvdA, die zich zogenaamd inzet voor de zwakken in de samenleving.