Burgemeester Wolfsen en zijn bijklussende beleidsadviseur mr. Jan van der Valk
Wat je Wolfsen moet verwijten, is dat hij zich niet alleen voor allerlei karretjes laat spannen, maar dat hem dat bovendien niet interesseert en dat hij door zijn onverschilligheid de misstanden bij de gemeente Utrecht laat voortwoekeren.
Het minste wat je burgemeester Wolfsen kunt verwijten, is dat hij zich wel erg makkelijk voor allerlei karretjes laat spannen, dat hij niet weet hoe een ambtelijke bureaucratie werkt en met wat voor intriges en geslepen ambtenaren een burgemeester van een grote stad te maken krijgt. De collegebrief van 6 november 2008 aan de gemeenteraad, waaruit blijkt dat de juridische actie van de drie 'private individuals' Haarsma, Baggen en Segaar niet alleen door het stadhuis wordt betaald, maar ook geregisseerd, blijkt opgesteld te zijn door de bestuursadviseur en rechterhand van de burgemeester, mr. Jan van der Valk.
Op 28 maart 2007 bevestigde mr. Jan van der Valk in Ons Utrecht dat hij er naast zijn zeer vertrouwelijke baan als bestuursadviseur van de burgemeester van Utrecht een eigen juridisch adviesbureau op na houdt en dat zijn privé juridisch adviesbureau gebruik maakt van de diensten van stadsadvocaat Bernard Tomlow, tevens huisadvocaat van Mitros. Tomlow is de man die zich, sinds hij illegaal ligplaats innam bij Noordersluis met zijn veel te hoge woonark en die onwettige situatie wist te legaliseren, laat inhuren door de gemeente om de strijd aan te binden met iedereen die zich niet aan de wet houdt. Mr. Jan van der Valk bevestigde in Ons Utrecht bovendien dat hij tot twee keer toe voorwerp is geweest van onderzoek: "Dat was in 1989 en enkele jaren geleden." Mr. Van der Valk gaf, zo blijkt uit het rapport van Hoffmann bedrijfsrecherche, juridisch advies aan de twee ambtenaren (onder wie een senior inspecteur van DSO) die in huizen handelden. Bovendien was mr. Van der Valk (in het rapport van Hoffman wordt hij aangeduid als DSO-ambtenaar 2) belast met de behandeling van splitsingsvergunningen. "In één geval zat er een dag tussen de datum van de aanvraag en de verlening" (blz.10).
Hoffman komt ten aanzien van alle onderzochte (hoge) ambtenaren natuurlijk tot de conclusie dat er niets onrechtmatigs is gebeurd. Dat kon namelijk moeilijk anders, want een groot deel van de onderzochte dossiers van de betreffende 22 panden was zoek of onvolledig. Zoals één van de ambtenaren, die een goed collegiaal contact had met mr. Jan van der Valk en "weleens bij hem thuis geweest [is]" verklaarde: "U vraagt mij naar ontbrekende stukken in de door u verzamelde dossiers. Het archief van de gemeente is een 'zooitje'." En bovendien heeft het particuliere Hoffmann bedrijfsrecherche BV, anders dan het Openbaar Ministerie, geen enkele opsporingsbevoegdheid. Dus als ambtenaar B verklaart dat mr. Jan van der Valk geen betaling of een andere vorm van vergoeding ontving voor zijn juridische adviezen en dat hij "me deze dienst bij wijze van promotie [heeft] aangeboden, waarschijnlijk in de hoop dat ik bij eventuele latere zaken weer bij hem zou aankloppen", dan zou Hofmann dat niet en het OM dat wel aan de hand van de giroboekjes en kasbescheiden van mr. Van der Valk hebben kunnen controleren. "De onderzoeken die intern worden afgehandeld, leiden vaak tot het vrijpleiten van de betrokkene(n)", aldus Huberts en Nelen in Corruptie in het Nederlandse Openbaar Bestuur (blz. 82). Als Hoffmann dus tot de conclusie komt dat géén van de betrokken ambtenaren iets onrechtmatigs heeft gedaan, dan zegt dat dus niets. Veelzeggend is slechts dat er geen aangifte wordt gedaan bij het OM als er hoge ambtenaren in het geding zijn.
Ten aanzien van de uitvoerend medewerker P., werkzaam bij de Reinigings- en Havendienst (RHD) van Utrecht, bestond het vermoeden dat hij regelmatig etenswaren zoals gebak en snacks aannam, als hij een oogje toekneep wanneer Louis T. oude tv's meenam om op te lappen. Onmiddellijk werd aangifte gedaan van wat omschreven werd als "één van de ernstigste plichtsverzuimen, die men binnen de RHD kan plegen". Als het gaat om het vermoeden dat er geritseld wordt met splitsings- en bouwvergunningen, als blijkt dat de dossiers bij DSO "een zooitje" zijn, dat er door ambtenaren met voorkennis gehandeld wordt in huizen, dan wordt volstaan met een intern onderzoek, waarbij slechts het particuliere bureau Hoffmann wordt ingeschakeld, dat geen enkele opsporingsbevoegdheid heeft.
Tegen P. van de RHD, van wie het vermoeden bestond dat hij snacks en gebak aannam, werd aangifte gedaan en hij werd ontslagen. Mr. Jan van der Valk, van wie het vermoeden bestond dat hij betrokken was bij handel in huizen en de onrechtmatige verlening van splitsingsvergunningen, werd slechts voorwerp van een flut-onderzoek van Hoffmann en maakte vervolgens promotie. Eerst bestuursadviseur van wethouder Van Kleef (ruimtelijke ordening) en vervolgens de meest vertrouwelijke functie van bestuursadviseur van de burgemeester. Zo gaat dat in Utrecht. Moeten we ons nu nog verbazen over het feit dat er in 1981 een dubieus erfpachtcontract met de Jaarbeurs werd gesloten: 77955 vierkante meter voor in totaal 45 euro per jaar tot 2070 vast? Of een wat ouder erfpachtcontract: 41485 vierkante meter voor in totaal zegge en schrijven één gulden per jaar, tot 2019 vast? En moeten we ons nu nog verbazen over het feit dat noch de gemeenteraad, noch het college, noch de kersverse burgemeester Wolfsen het nodig vindt om te onderzoeken onder welke verdachte omstandigheden die contracten werden gesloten en niet bereid is ook maar te overwegen om die contracten op te zeggen? Als iemand met een verleden als mr. Jan van der Valk geroepen wordt tot het hoge ambt van bestuursadviseur van de burgemeester en als hij ondanks die vertrouwensfunctie gewoon door mag gaan met zijn privĂ© juridisch adviesbureau, dan moet je wel aannemen dat er bestuurders en collega's zijn die iets te verbergen hebben en dat mr. Jan van der Valk daarvan op de hoogte is.
Zou Wolfsen nu helemaal niet begrijpen dat hij voor allerlei karretjes wordt gespannen? Zou hij niets weten van de antecedenten van zijn bestuursadviseur? Heeft niemand hem ooit verteld dat ik zijn bijklussende bestuursadviseur mr. Jan van der Valk in opspraak heb gebracht en dat ook hij zo zijn redenen heeft om drie individuele medewerkers in een juridische strijd te werpen om Van Oosten een toontje lager te laten zingen? Net als Stadsontwikkeling, waar mr. Jan van der Valk uit voortkomt, die schoon genoeg heeft van al die verloren beroepsprocedures over luchtkwaliteit.
Ik heb Wolfsen op 7 maart 2008 op de hoogte gebracht van de dubieuze erfpachtcontracten met de Jaarbeurs. Ik heb hem verteld en geschreven dat er met de luchtkwaliteitcijfers in Utrecht wordt gesjoemeld. Hij weet inmiddels dat de gemeente meerdere beroepsprocedures heeft verloren op het punt van luchtkwaliteit en hij weet bovendien, net als alle raadsleden en wethouders, dat er in Utrecht elk jaar minstens 400 mensen in de orde van 10 jaar te vroeg overlijden als gevolg van luchtverontreiniging. Wolfsen begrijpt als ex-rechter als geen ander dat hij eraan meewerkt dat de rechtbank over de juiste status van de drie individuele medewerkers Haarsma, Baggen en Segaar is misleid, dat het in feite niet gaat om drie "private individuals", maar om een overheid en drie zeer invloedrijke overheidsdienaren die door mij zijn beschuldigd. Wat je Wolfsen moet verwijten, is dus dat hij zich niet alleen voor allerlei karretjes laat spannen, maar dat hem dat bovendien niet interesseert en dat hij door zijn onverschilligheid de misstanden bij de gemeente Utrecht laat voortwoekeren.